Onderstaande tekst is gepubliceerd op www.dedokwerker.nl onder het pseudoniem Ben Verzet.

'Liro' stond voor Lippmann en Rosenthal, een bank in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tot zover niet zo bijzonder. Ware het niet dat dit een Joodse bank was waarmee de meeste joden al voor de oorlog zaken deden, maar tijdens de jaren 40-45 werd juist deze bank door de Duitsers aangewezen als enige bank waarmee joden nog zaken mochten doen. Zo leken de zaken te liggen.
Lippmann, Rosenthal & Co., roofbank
Maar de nuance ontbreekt in bovenstaande alinea, dat een verduidelijking nodig is zal zo eens te meer blijken, en toch, ook daarna vallen er nog wel wat kanttekeningen te plaatsen.
In de Nieuwe Spiegelstraat 6 zat de Liro, de afkorting van Lippmann, Rosenthal & Co. In tegenstelling tot wat op het Internet wordt beweerd is dit geen Duitse bank in die zin dat de Duitsers hem hadden opgericht. De bank bestond al lang, veel joden deden er al ver voor de oorlog zaken mee, men was vertrouwd geraakt met de naam en de bankiers. De Duitsers openden een 'filiaal' in de Sarphatistraat onder dezelfde naam. De nazi's verplichtten alle joden om voortaan alleen nog zaken te doen met deze Liro. Het leek alsof het hoofdkantoor in de Nieuwe Spiegelstraat zat maar er was geen verband tussen de twee banken. Maar daar ontbreekt een nuance.
Waarom geen protest?
Ik schets iets. Er is een bank, de Liro in de Nieuwe Spiegelstraat (LiroNS) en een door de Duitsers geopend 'filiaal', Liro2. Normaal zou je zeggen, je protesteert tegen de inbreuk op je naam. Of wellicht later als er tegoeden worden overgeheveld van LiroNS naar Liro2. Niets van dat al. Ik ben dus op zoek gegaan naar het 'waarom'. Het hoe het kan dat deze twee banken naast elkaar konden bestaan, zonder dat niet bezette landen bezwaar maakten maar gewoon handel dreven met beide banken.
Alfred Flesche
LiroNS was een kleine bank, maar door de Joodse leiding en het lange bestaan van de bank had de bank een grote schare aan Joodse, rijke, klanten en connecties in Zwitserland, Engeland en de VS. De twee Joodse eigenaren van LiroNS kregen net als veel andere Joodse bedrijven inAmsterdam een Duitse bedrijfsleider die het in feite voor het zeggen had.
Edgar Fuld en Robert May moesten toezien hoe Alfred Flesche de bank in zijn macht had. Maar Fuld en May bemerkten al gauw dat zij zelf weinig te vrezen hadden van Flesche. Hij zorgde ervoor dat zij de volledige zeggenschap hielden over hun eigendommen. Ook zorgde Flesche er persoonlijk voor dat de twee firmanten en hun families niets te vrezen hadden van de jodenjacht door de nazi's.
Weetje 1
Robert had een broer, Paul, die eveneens bankier was en getrouwd met de zus van Roberts' zakelijke partner Edgar Fuld. Paul was fel anti-Duits en pleegde samen met zijn vrouw Rosi Fuld zelfmoord op de dag dat Nederland zich overgaf aan de Duitsers. Alle tegoeden en waardevolle spullen van Paul May werden door de Duitsers in beslag genomen en verdwenen naar Duitsland. Of Robert ook maar enig protest heeft laten horen is niet bekend. Flesche krijgt opdracht een filiaal te openen, de latere Liro2. Dat doet hij, met, naar ik aanneem, medeweten van LiroNS. Met de feitelijke gang van zaken rond Liro2 heeft Flesche niets te maken gehad, zo is de officiële lezing. Ook Loe de Jong trekt die conclusie maar erg gedegen onderzoek lijkt er niet te hebben plaatsgevonden. Of zijn de resultaten dermate schokkend dat ze maar zijn weggelaten? Vast staat dat er een flink aantal personeelsleden van LiroNS werd overgeheveld naar Liro2, sommigen protesteerden en namen ontslag, in enkele gevallen werd het ontslag geweigerd, met andere woorden, zij werden gedwongen bij Liro2 te gaan werken. Maar er zijn dus ook een aantal werknemers van LiroNS vrijwillig aan de slag gegaan bij Liro2.
Weetje 2
De vader van schrijver Harry Mulisch (Kurt Victor Karl) was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog directeur personeelszaken van Liro2, de foute bank. Harry heeft dit nooit lekker gezeten en enkele jaren voor zijn dood werd hij zelf het doelwit van laster toen er verondersteld werd dat Mulisch net als zijn vader fout zou zijn geweest tijdens de oorlogsjaren, hier is echter niets van waar gebleken.
Flesche had banden met het bedrijf Degussa, vast staat dat dat Duitse bedrijf veel van de geroofde spullen van joden verhandelde. Toen na de oorlog Alfred Flesche werd ondervraagd kwam hij met twee verklaringen op de proppen die hem vrijpleitten van ongeoorloofd gedrag, de verklaringen kwamen van Fuld en May, de twee Joodse directeuren van LiroNS.
Weetje 3
Van Robert is bekend dat hij minstens tweemaal door de Duitsers is opgepakt en naar Westerbork is gebracht om door te worden gezonden naar een van de concentratiekampen. In beide gevallen zorgde Flesche (de bedrijfsleider van LiroNS) ervoor dat Robert May weer terug naar Amsterdam kwam.
Weetje 4
Robert May was niet alleen Jood maar ook homoseksueel, daar hadden de Duitsers het net zo min op als op joden, toch zou May de gehele oorlog in de Lairessestraat wonen.
Gerhard Fritze
Onthoud die naam!
Er is een lezing die ik zeer aannemelijk acht, eerder al constateerde ik dat de macht van Prins Bernhard ver reikte. Ik zeg niet dat de Prins bloed aan zijn handen heeft gehad, maar de dood van iemand die een opdracht van Bernhard niet geheel naar tevredenheid van de Prins uitvoerde en daardoor ontheven werd van zijn taak om later onder uiterst vreemde omstandigheden de dood te vinden en dat zijn manuscript nimmer boven water is gekomen bevreemd mij hogelijk. Gerhard Fritze is in het voor-oorlogse Duitsland een belangrijk man. Hij is directeur van IG Farben, een bedrijf dat decennia lang de macht in handen had als het ging om de chemische industrie. De Eerste Wereldoorlog was de bakermat voor dit bedrijf maar de invloed van deze onderneming reikte ver, heel ver.
Zyklon B
Veel joden vonden de dood in de gaskamers, het gif dat daar gebruikt werd was Zyklon B dat door IG Farben ontwikkeld is. Het bedrijf werkte al ver voor de Tweede Wereldoorlog samen met de NSDAP van Adolf Hitler en behield zo haar monopolistische positie. Na de oorlog werd de gehele top van het bedrijf vervolgd, twaalf mensen van IG Farben werden veroordeeld. Het bedrijf werd opgesplitst. Welicht ken je Hoechst en Agfa. Het zijn enkele van de bedrijven die voortkwamen uit IG Farben.
HKB | Hollandse Koopmansbank
De puzzel zal straks in elkaar passen, vooraf een opmerking. De conclusies die ik trek worden niet gestoeld door officiële lezingen, het is dus een these die ik poneer die op niets anders gebaseerd is dan veronderstellingen, niet op vaststaande feiten. Je kunt je eigen conclusies trekken.
Van de HKB wordt gezegd dat die een bedenkelijke rol speelde in de Tweede Wereldoorlog door te handelen in juwelen en effecten van joden die hun eigendommen geconfisqeerd zagen door de nazi's. May, directeur bij LiroNS is tevens commissaris bij de HKB. De HKB was een dochteronderneming van IG Farben, opgericht in 1922 door Gerhard Fritze.
Na WO2 vestigde de HKB zich in hetzelfde pand als de LiroNS, aan de Nieuwe Spiegelstraat, later gingen de twee banken zelfs in elkaar op totdat in 1973 de Joodse naam van het briefpapier verdween en de bank verder ging onder de naam Hollandse Koopmansbank. Hedentendage maakt de HKB onderdeel uit van de SNS groep.
Er zijn meer toevalligheden die uitgelegd zouden kunnen worden als bewijs dat er ook tijdens de oorlog een innige samenwerking was tussen beide banken maar die laat ik hier weg omdat ze ook echt toevalligheden zouden kunnen zijn en het de kracht van mijn stelling aan het eind van dit stuk wellicht vertroebelt.
IG Farben en Fritze
Fritze was een aangetrouwd familielid van de hoogste bazen van IG Farben. Fritze was ook een goede vriend van Prins Bernhard, die enige tijd voor de HKB in Amsterdam gewerkt heeft. Ik praat dan wel over de periode voor de oorlog. De Prins en Fritze zijn aanwezig op een door de HKB (lees: Fritze) georganiseerd feest in Amsterdam waar Fritze enkele van zijn hooggeplaatste Nederlandse vrienden uitnodigt, een daarvan is Prinses Juliana.
Officieel leren Bernhard en Juliana elkaar pas kennen in 1936 maar zijn naam circuleert dan al twee jaar. In 1935 werkt Bernhard in Parijs voor IG Farben. Bernhard en Fritze kennen elkaar dus via IG Farben, Bernhard leert Juliana kennen via Fritze en hebben sinds 1935 een relatie (datum verschilt hier en daar maar zeker is dat het voor de officiële 'kennismaking' van 1936 is.)
In 1937 trouwen Juliana en Bernhard. Tijdens het galaconcert op de avond voor het huwelijk worden liederen van de nationaal-socialisten gezongen, er zijn Duitse officieren, de top van IG Farben is aanwezig en de Hitlergroet wordt meer dan eens gebracht. Als Fritze in 1962 overlijd leggen de Prins en, inmiddels, Koningin Juliana een krans bij zijn graf.
Bernhard is lid geweest van de SA, de NSDAP en de Reiter-SS. Dat lidmaatschap van de NSDAP heeft hij altijd ontkent hoewel de bewijzen tegen hem spraken en ook de contributie altijd netjes betaald werd.
Weetje 5
Tijdens dit feest weigert de dirigent nog verder te spelen omdat er voornamelijk om nazi-liederen wordt gevraagd. Wihelmina ontslaat de man ter plekke en laat een andere dirigent aanrukken.
Bernhard als held | Het RIOD zwijgt
Na de oorlog komt de Prins als held terug uit Londen, hij is de grote vertrouweling van Wilhelmina met wie hij jaren in Engeland vertoefd, ver weg van Juliana die met de kinderen in Canada zat. Bernhard geeft leiding aan de Binnenlandse Strijdkrachten, het rechtse verzet. Zoals wellicht bekend is was er ook een links verzet dat beter georganiseerd was maar dat gedomineerd werd door Communisten waar Bernhard niets van moest hebben. Pas jaren later komen druppelsgewijs de beschuldigingen en bewijzen naar buiten dat Bernhards' sympathie voor nazi-Duitsland groter is geweest dan aanvankelijk werd verondersteld. Loe de Jong doet onderzoek naar Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog maar rept niet over de duistere kanten van de Prins. Een foto waarop de Prins in SS-uniform te zien zou zijn verdwijnt op mysterieuze wijze uit de archieven van het RIOD (later NIOD.) De Jong onderzoekt de rol van de HKB totaal niet, dat komt met name de Prins goed uit. Want dan zou de rol van May die eigenaar is van de 'goede' LiroNS belicht moeten worden maar tegelijkertijd die van IG Farben en Fritze, waar Bernhard zo innig mee was.
Als De Jong dus was gaan graven (want hij ondernam geen enkele poging iets over de HKB en IG Farben boven water te krijgen), zou er wellicht een connectie te zien zijn tussen Bernhard en de van de joden geroofde gelden en waardevolle sieraden en kunstvoorwerpen alsmede de effecten die via de HKB werden verhandeld.
Kunstroof in het Rijksmuseum?
Robert May (een van de twee directieleden bij LiroNS) had een aanzienlijke kunstverzameling, die was tijdens de oorlog grotendeels uitgeleend aan buitenlandse musea, wonderwel kwam alles nog tijdens de oorlog terug naar Amsterdam waar de miljoenencollectie voor een absurd laag bedrag door het Rijksmuseum werd aangekocht. Na de oorlog is er nooit vraag naar geweest terwijl Robert May nog leefde en werkte, voor de HKB! May werd meerdere malen Koninklijk onderscheiden voor zijn verdiensten.
Weetje 6
In Westerbork is er door de Duitsers ook een filiaal geopend van Lippmann, Rosenthal & Co. Zo konden de nazi's de joden nog sneller 'vrijwillig' afstand laten doen van hun waardevolle spullen
Weetje 7
In 1997 ontdekten werklui op de zolder van een ooit door het Ministerie van Financiën gebruikt pand een archief dat in de Tweede Wereldoorlog aan Liro toebehoorde. Het betrof een lijst van waardevolle bezittingen die joden onder dwang van de nazi's bij Liro in hadden geleverd. Het bestaan van dit archief was bekend, alleen, het Ministerie van Financiën had tot dan toe altijd beweerd dat het archief vernietigd was.
Mijn conclusie
Met nadruk zeg ik 'mijn' conclusie. Deze wordt namelijk niet door iedereen gedeeld.
Loe de Jong moet geweten hebben van de Hollandsche Koopmansbank, echter, de link met het Koningshuis was sterk aanwezig door de band tussen HKB en IG Farben dat dan ook aan het licht zou zijn gekomen dat er lijntjes liepen tussen May van LiroNS en de HKB. Doordat de oprichter van de HKB direct verantwoordelijk was voor het huwelijk tussen Bernhard en Juliana en Bernhard aantoonbaar gelogen had over diverse lidmaatschappen van nazi-organisaties in Duitsland en de IG Farbentop op zijn huwelijk met Juliana aanwezig was zou de reputatie van Bernhard geschaadt kunnen worden.
Bernhard kwam als held terug uit Londen en het land was in chaos. Onder leiding van De Jong verdween een belangrijk bewijs uit de archieven van het RIOD en De Jong deed ook later geen onderzoek naar de HKB.
Blootlegging van eventuele feiten (nu zijn het nog veronderstellingen op basis van losse eindjes) zou verdere chaos tot gevolg hebben gehad en een crisis rondom het Koningshuis. Bovendien zou er geen werkelijk belang mee gediend zijn. De joden wiens bezit was afgenomen en verkocht kwamen niet terug.
Een gevoel van 'dat moet toch nog eens uitgezocht worden, al was het maar om de huidige geschiedschrijving te completeren' blijft zich van mij meester maken.
Tekst geschreven onder pseudoniem Ben Verzet. http://www.dedokwerker.nl/lippmann_rosenthal.html