Warmoesstraat 5
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: De vergulde halve Maen (ca.1500); De Koopermoolen (1725)
Architect: -; -; -
Bouwjaar: ca.1500; 1725; 1965
Opdracht: -; Rudolph Knuijsen; Stichting Diogenes

Het inwendige van dit huis bestaat uit een laatgotisch Middeleeuwse houtconstructie die ca.1500 gedateerd is. Al bij de bouw rond 1500 hebben we te maken met een constructie in houtbouw en baksteenmuren, die hoofdzakelijk voor brandwering dienen. Uit bouwsporen blijkt dat in het achterhuis een schouw was aangebracht. In het middenhuis was een spiltrap naar de verdieping. Van de grote voorhal was nog een kleine kamer afgescheiden, waarin eveneens een stookplaats is aangebracht. Op de verdieping was aan de achterzijde nog een verwarmbare kamer afgescheiden, waarschijnlijk een extra woon- of slaapkamer. Hiermee was het pand was in zijn oorspronkelijke toestand al een sterk ontwikkeld comfortabel stadshuis. Bij de verbouwing in 1725 werd de vloer van de achterkamer verhoogd. De woonkamer werd hierdoor gerieflijker, de kelder werd hoger en kon als keuken gebruikt gaan worden.

Uit archiefgegevens wordt duidelijk dat het huis in 1681 wordt gekocht door Jacobus Knuijsen (-1723). Het huis heeft dan nog de naam ‘De vergulde halve Maen’. Bij het complex behoorde ook een aangrenzend huisje in het Wijngaardstraatje dat ‘De halve Maen’ genoemd werd. Na het overlijden van Jacobus erfde zijn zoon Rudolph het pand. Hij laat het huis in 1725 verhogen met een extra verdieping en de gevel wordt verbouwd tot lijstgevel in de heersende Lodewijk XIV-stijl. Het jaartal van deze verbouwing werd in de bovenlijst vermeld.

Rudolph Knuijsen erfde ook zijn vaders koper- en korenmolen te Vaassen die al sinds 1569 in de familie was en tot kopermolen omgebouwd. Hij liet in de nieuwe gevel een fraaie gevelsteen ‘De Koopermoolen’ aanbrengen, waarop een voortreffelijke en scherpe weergave van deze kopermolen is aangebracht. In het midden is de met dakpannen overdekte werkplaats met weegschalen, een oven met blaasbalgen en een koperpletterij afgebeeld. Geheel links staat een woonhuis. Rechts is een watermolen die voor de waterkracht en de aandrijving zorgt en de slaghamers, die het koper pletten, in beweging zet.
In 1746 verhuisde Rudolph Knuijsen naar de Keizersgracht 225 waar hij opnieuw een gevelsteen met een kopermolen liet plaatsen
Tussen 1954-1955 had de kunstschilder Guillaume (Giel) Stassen (1923-1955) hier zijn atelier.

De stichting Diogenes heeft het pand in 1964 in bezit en laat een restauratie uitvoeren waarbij de toestand waarin Rudolf Knuijsen het pand had doen verbouwen als basis is genomen voor de restauratie met inbegrip van het herstel van het laatmiddeleeuwse houtskelet. De begane grondverdieping wordt in zijn oorspronkelijke vorm teruggebracht om de bestemming tot theater-restaurant mogelijk te maken. In 1966 opende de kleinkunstenaar Henk Elsink (1935-2017) er zijn cabaret-restaurant De Koopermoolen, samen met zijn compagnon meesterkok John Fagel (1930-2010). Hier ontving hij twee decennia lang gasten uit het amusementsleven en vermaakte het publiek met liedjes en conferences. Ook in 1966 begon hij als presentator van het VARA-radioprogramma Vrij Entree, waar hij tot 1969 honderd afleveringen van zou maken. Hij trad zelf op en ontving er gasten als Jasperina de Jong en Wim Sonneveld. Elsink bleef tot 1974 doorgaan met zijn cabaretrestaurant.

De stichting Diogenes verkoopt het pand in 1976.
In 1979 nam de acteur Bob van Leeuwen het theater-restaurant over. De eerste twee jaar speelde hij er met zijn vrouw Johanneke van Kooten enige programma's. Daarna voerde de International Theatre Company Holland (ITCH) er een aantal Amerikaanse shows op. Dit avontuur duurde tot 1984. Na enige tijd gesloten te zijn geweest, werd het pand heropend als restaurant.
Tegenwoordig is het 2*-hotel De Koopermoolen (2022).

Meer lezen:
Lodewijk XIV-stijl

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl (20220421
amsterdam-monumentenstad.nl (20220410)
amsterdamsebinnenstad.nl (20220410)
XYZ van Amsterdam (1995)
Het Parool