Zeedijk 1
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: ‘t Aepjen
Adres: Zeedijk 1
Bouwtijd: 1519, 1560, 1878, 1987
Opdracht: Jan Claesz int Aepgen?; -; -; Vereniging Hendrick de Keyser

Het begin van de Zeedijk lag in de middeleeuwen buiten de Olofspoort op een ver in het IJ stekende landtong. In de 16de eeuw waren daar de houtwallen en in de 17de eeuw de teertuinen. In 1664 werden de teerkokerijen vanwege brandgevaar naar het Bickerseiland verplaatst en het gebied verder volgebouwd. Het pand met huisnummer 1 heeft lange tijd de titel ‘het oudste huis van Amsterdam’ gedragen. Omdat het in Amsterdam na 1521 verboden werd om houten huizen te bouwen, werd aangenomen dat het pand voor die tijd was gebouwd. Dit werd mede ondersteund door de eikenhouten constructie van moerbalken, korbelen en kinderbinten. Onderzoek in 1958 naar ‘het oudste huis van Amsterdam’ stelde op basis van details van de houtconstructie vast dat het pand waarschijnlijk uit het 3e kwart van de 16e eeuw komt. Ook later aanvullend dendrochronologisch onderzoek bevestigde dat het pand omstreeks 1560 gebouwd moet zijn. Hoewel het huis niet meer het oudste huis van Amsterdam mag heten (dat is Warmoesstraat 90, uit 1485), heeft het huis wel één van de laatste overgebleven houten gevels in Amsterdam.

Het pand zou zijn naam, 'de Aap' en later 'den Ouden Aep', danken aan Jan Claesz int Aepgen (-1523) die het in de 16e eeuw als woonhuis in gebruik had. In de zeventiende eeuw was het pand vermoedelijk een herberg. In de achttiende eeuw is het pand in gebruik als papierwinkel en in de negentiende eeuw, toen omstreeks 1878 de huidige winkelpui werd aangebracht, als kruidenierswinkel. Omstreeks 1915 is er een winkel in zeemansbenodigdheden gevestigd en rond 1970 was het bureau voor onder meer kamer- en au pair bemiddeling in Amsterdam er gevestigd, het MAI (Maatschappelijk Advies Informatiebureau). Jette de Rooij was er directeur. Zij kwam in 1972 naar aanleiding van vragen op de gedachte om de 'Vrijwilligerscentrale' op te richten. In 1989 werd het MAI opgeheven, maar deze allereerste Vrijwilligerscentrale bestaat nog altijd als Vrijwilligers Centrale Amsterdam. Pas na de restauratie van 1987 werd de begane grond van het pand in gebruik genomen als café. De bovenverdiepingen worden door het naastgelegen NH Barbizon Palace Hotel als kamers verhuurd. De nog aanwezige spiltrap loopt dood doordat het trapgat is afgesloten.
De oudste gegevens van 't Aepgen gaan terug tot 1543. Het staat op de kaart van Cornelis Anthonisz. van 1544, waarschijnlijk als apart verhuurbaar achterhuis van het hoekhuis aan de Prins Hendrikkade. In elk geval is het huis dwars gebouwd, dat wil zeggen de kap loopt evenwijdig aan de Zeedijk, waardoor het een vrij ondiep pand is (5,6m. bij een breedte van 7m.). Het huis heeft een kelder onder dijkniveau die bij de bouw voorzien was van een stookplaats en dus geschikt voor bewoning. Ook was hier een waterput. Mede door de bouw tegen en op een stevige ondergrond is het relatief lichte houtskelet niet gefundeerd. Wel werden aan drie zijden stenen muren gemetseld, de straatzijde werd afgetimmerd. Het maken van houten gevels werd vanwege de vele voordelen nog oogluikend toegestaan. Een houten gevel was niet goedkoper dan een gemetselde gevel, maar maakte het mogelijk grote ramen te plaatsen. Tevens werd het huis door de grote overstekken per verdieping steeds een heel klein beetje groter.

Omstreeks 1800 wordt het pand gerenoveerd en grotendeels van nieuwe beplanking voorzien. Origineel zijn het venster op de tweede verdieping, de verticale planken die tegen de stijlen van het houtskelet zijn gespijkerd en het staande beschot op de zolderverdieping. Deze verbouwing is af te lezen aan de horizontale beplanking, de vensters van de eerste verdieping, de kroonlijst en de consoles in Lodewijk XVI onder de overstek van de eerste verdieping. Bij de restauratie van 1987 is het oude houtskelet met muurstijlen, korbelen en sleutelstukken alleen bewaard op de eerste en tweede verdieping. Op de begane grond is alleen de oude balklaag bewaard gebleven.

‘In de aap gelogeerd’
Volgens zeggen zou in het pand in de zeventiende eeuw een logement zijn gevestigd waar varensgezellen hun tijd aan wal doorbrachten en vaak meer verteerden dan de portemonnee bevatte. Zij zouden dan hun rekening vereffenen door te betalen met een van hun verre reizen meegebracht aapje. De van aap op bezoeker overgaande vlooien zorgden voor jeuk en liep je op straat te krabben dan was de vraag ‘ben je in de aap gelogeerd’.
Een andere verklaring komt bij de VOC-ronselaars vandaan. Herberg ‘t Aepjen was een populaire ontmoetingsplaats voor het stadse uitschot en ongeremde loeders, die erom bekend stonden dat ze zich daar helemaal klem zopen. VOC-ronselaars maakten hier misbruik van door de matrozen in dronken toestand contracten te laten tekenen. Zo committeerden de dronkenlappen zich om twee jaar in dienst van de VOC naar de Oost te gaan. Als de zatlappen de volgende ochtend wakker werden, kwamen ze erachter dat ze flink beet genomen waren. Ze waren ‘in de aap gelogeerd’.
Een laatste verklaring zou zijn dat diverse herbergen en cafés gebruikmaakten van uithangborden waarop een aap afgebeeld was. Wellicht heeft er zo’n soort café bestaan met een slechte reputatie. Had je in zo’n logement overnacht, dan was je dus ‘in de aap gelogeerd’.
(‘in de aap gelogeerd’ = in een onaangename situatie terecht gekomen)

Voor het laatst bewerkt: