Dintelstraat 134
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Maarten Lutherkerk
Adres: Dintelstraat 134
Architect: Ferdinand Bernardus Jantzen F.Gzn
Bouwtijd: 1937
Opdracht: Evangelisch-Lutherse Gemeente

Het complex van de Maarten Lutherkerk is een bijna vrijstaand gebouw op een perceel dat wordt omgeven door de Dintelstraat (oost), Uiterwaardenstraat (noord en west) en de President Kennedylaan (zuid). Het hoofdvolume van de kerk is oostwest georiƫnteerd en staat loodrecht op de Dintelstraat. Hier oogt het gebouw als een op zichzelf staand gebouw, terwijl aan de achterzijde het kerkgebouw en dienstgebouw/kosterij als een eenheid zijn behandeld en onderdeel uitmaken van een gesloten straatwand.
De Maarten Lutherkerk is het eerste lutherse nieuwbouwproject na de bouw van de beide binnenstadskerken, de Oude Lutherse kerk aan het Spui en de Nieuwe of Ronde Lutherse kerk aan het Singel. Alleen was in 1791 nog de kerk voor de Afgescheiden Hersteld-Evangelisch-Lutherse Gemeente aan de Kloveniersburgwal gesticht.
In 1931 ging de Evangelisch-Lutherse Gemeente in overleg met de Gemeente Amsterdam om een terrein in erfpacht te verkrijgen voor de bouw van een kerkgebouw en woningen in samenwerking met de Remonstrantse Gemeente. Ook in 1931 werd in opdracht van de Evangelisch-Lutherse Gemeente het grootste deel van een woningblok aan de Uiterwaardenstraat-Rooseveltlaan-Maasstraat voltooid naar ontwerp van de gebroeders H.A.J. en J.Baanders. Zij bogen zich ook over het ontwerp van een te stichten luthers kerkgebouw in de omgeving van die woningbouw. Het plan van de gebroeders Baanders kon niet ieders goedkeuring krijgen en de opdracht voor de bouw van de kerk ging vervolgens naar Ferdinand Bernardus Jantzen en voor de aansluitende woningen naar Th.J.Lammers (Uiterwaardenstraat 285-291).

De bouw van de Maarten Lutherkerk werd financieel mogelijk na de sluiting van de Ronde Lutherse Kerk in 1935. Op 9 maart 1936 verstrekte een bouwcommissie, met ds.L.Schutte als voorzitter en ds.W.J.Kooiman als secretaris, de opdracht aan architect F.B.Jantzen voor het ontwerp van een kerkgebouw van ca. 400 zitplaatsen, een kosterswoning, een wijkgebouw en een vergaderzaal. Al in mei gingen de kerkenraden akkoord met de plannen van de architect, waarbij het wijkgebouw onder de kerk werd geprojecteerd. De eerste paal werd geslagen op 25 januari 1937 en de eerste steen werd gelegd op 8 mei 1937 door ds.L.Schutte, destijds oudste predikant van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Amsterdam. De inwijding vond plaats op 23 december 1937 door ds.J.P.van Heest, voorzitter van de kerkenraad en wijkpredikant te Amsterdam van 1928 tot 1954. Op 24 december 1937 werd de Maarten Lutherkerk in gebruik genomen.
De smalle kavel waarop de kerk werd gesticht leidde tot een opzet van het gebouw op twee niveaus: een souterrain, gedeeltelijk onder het maaiveld gelegen en geconstrueerd als een betonnen bak, en een verhoogde begane grond. Het souterrain is gereserveerd voor ruimten voor het kerkelijke werk, zoals spreekkamers en een grote zaal voor bijeenkomsten. De kerkzaal werd gesitueerd boven de grote zaal in het souterrain, de apsis ligt boven de keuken met nevenruimten. Het souterrainniveau is via een afzonderlijke toegang vanaf de straat bereikbaar, zodat gebruik hiervan ten behoeve van derden ook mogelijk werd gemaakt. Zo maakte de gemeentelijke zuigelingenzorg bijvoorbeeld tijdelijk gebruik van de catechisatiekamer. De verhoogde begane grond biedt ruimte aan de kerkzaal, die aan de achterzijde aansluit op een grote vergaderzaal die op haar beurt is gesitueerd in dat deel van het complex dat is gereserveerd voor de kosterswoning. In de Dintelstraat leidt een monumentale dubbele bordestrap naar de hoofdtoegang van de kerk. Aan deze straat bevinden zich ook de toegangen tot de algemene ruimten in het souterrain, de ingang van de kerktoren en een poort die toegang geeft tot het ten zuiden van de kerk gelegen terrein dat bij het complex hoort. Neveningangen zijn aan de Uiterwaardenstraat 279 en 281. De kosterswoning is gelegen aan de Uiterwaardenstraat 283.

Het gehele complex is opgetrokken in gele Friese baksteen, gemetseld in halfsteensverband op een plint van Donaugraniet, met natuursteen voor de venster- en deuromlijstingen van kerk en toren. De toren wordt bekroond door een zwaan als windwijzer. De ramen van het schip zijn gevuld met gebrandschilderd glas. Op de afbeeldingen in de hoeken van de kerkruimte zijn de vier evangelisten afgebeeld, op de middelste ramen aan weerszijden wordt het Woord als Schrift en verkondigd Woord tegelijk weergegeven: een engel met schriftrol en een verkondigende engel met daaronder het "boek met zeven zegels gesloten" (een beeld uit het bijbelboek openbaringen). Vier zegels aan de ene kant van het boek verwijzen naar het getal van de aarde en drie zegels aan de andere kant verbeelden het getal van de hemelse werkelijkheid. In de tussenliggende ramen zijn binnen de lutherse traditie bijzonder belangrijke kernteksten van het geloof in schrift en beeld weergegeven.
De apsis heeft aan beide zijden drie hoog geplaatste, smalle ramen met gebrandschilderd glas, onder meer voorstellende: de sacramenten van de Doop, voorgesteld door een duif in een golfmotief, en het Heilig Avondmaal, voorgesteld door een avondmaalsbeker met schotel.
Het orgel bevindt zich op de gaanderij en is in 1937 gebouwd door H.W.Flentrop. Het orgel is op ingenieuze wijze onderdeel gemaakt van de architectuur van de kerk.
In 2016 is de kerk door toedoen van het Cuijpersgenootschap aangewezen als gemeentelijk monument.

Meer lezen:
H.A.J.Baanders
J.Baanders
F.B.Jantzen
Th.J.Lammers

Voor het laatst bewerkt:29-nov-2017