Eerste Hugo de Grootstraat 13
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Weduwenhof, Hugo de Groothof
Adres: Eerste Hugo de Grootstraat 13
Architect: W.Langhout
Bouwtijd: 1883
Opdracht: Diaconie van de Nederduitsch Hervormde Gemeente

In 1881 kocht de Diaconie van de Nederduitsch Hervormde Gemeente te Amsterdam het stuk grond op de hoek van de Eerste Hugo de Grootstraat en Van Oldebarneveldtstraat. Architect W.Langhout kreeg de opdracht voor het ontwerpen van het Weduwenhof dat plaats zou moeten bieden aan 40 vrouwen en 100 kinderen. In het ontwerp was voorzien in twee winkellokalen en een bewaarplaats voor de kinderen van 3 tot 6 jaar. Bij de eerste inschrijving werd er echter geen aannemer gevonden die het voor het beschikbare bedrag wilde uitvoeren. In de tussentijd gingen er stemmen op dat er ook een school bij zou moeten komen. Omdat de totale kosten hierdoor nog verder zouden stijgen, door aankoop van extra grond, hogere bouwkosten en het aanstellen van een onderwijzer, werd dit plan uiteindelijk afgewezen. Een nieuwe inschrijving onder aannemers had dit keer wel succes en op 14 maart 1882 ging de eerste paal de grond in. Nog geen maand later op 11 april, werd de eerste steen gelegd door N.J.van Limmik jr., voorzitter van de vergadering van Diaken. Op 15 mei 1883 vond de oplevering plaats.
Op 16 januari 1883 werd het eerste bestuur van de Weduwenstichting benoemd. Een voorstel tot kosteloze bewoning van dit bestuur haalde het niet, wel het voorstel om de twee winkelhuizen te vervangen door vier woningen. Bij de oplevering werd een echtpaar aangesteld, waarvan de man tot huismeester werd benoemd en de vrouw tot hoofd van de kinderbewaarplaats. Kort daarop konden de eerste bewoonsters hun intrek nemen. Om voor plaatsing in aanmerking te komen moesten de vrouwen minstens drie jaar lid zijn van de Nederduitsch Hervormde Gemeente, het bestuur besliste over de plaatsing. De bewoonsters werden geacht zich aan een aantal 'voorwaarden en bepalingen' te houden. De huismeester moest hierop toezien en overtredingen melden aan het bestuur, dat eens per maand bijeen kwam in de bestuurskamer.
Om elf uur ging het licht uit en de poort op slot, bezoek was na die tijd niet toegestaan. Wie later thuis wilde komen moest daarvoor speciaal toestemming vragen. Ook werden de vrouwen verplicht deel te nemen aan de wekelijkse Bijbellezingen en hun kinderen naar een Christelijke school te sturen. Het is wel eens gebeurd dat een vrouw door het bestuur is verwijderd, bij herhaaldelijk overtreden van èèn van deze regels. Anderzijds bood het bestuur zowel financieel als materieel ondersteuning in geval van nood, en werd er veel inspanning verricht om voor de vrouwen werk te vinden of te creëren.
Na de Tweede Wereldoorlog woonden er al vrijwel geen kinderen meer op het Weduwenhof. De bewoonsters die bleven werden ouder en de tijden veranderden. In 1979 werd een plan opgesteld voor renovatie, dat door de bewoonsters werd goedgekeurd. De indeling werd drastisch gewijzigd, waardoor iedere woning nu beschikt over twee kamers een keuken en natte cel. Na de renovatie omvat het hof 52 woningen. De laatste weduwe was al vertrokken toen in 1982 het 100-jarig bestaan werd gevierd in het geheel vernieuwde Weduwenhof, inmiddels omgedoopt tot Hugo de Groothof. In 1980 is het bestuur opgeheven en is een Bewonersraad gevormd, waarin nu alle zaken betreffende het hofje worden besproken. Na 1980 worden er geen voorwaarden meer gesteld aan de bewoners, iets wat in 2016 lijkt te veranderen, in aanmerking genomen een advertentie van de Protestantse Diaconie Amsterdam van maart 2016 waarin twee enthousiaste 'pioniers' worden gezocht voor een nieuw op te richten christelijke leefgemeenschap. Zij krijgen de opdracht om in een startgroep van totaal vijf mensen vorm te geven aan samen wonen, leven en bidden in de Hugo de Groothof met als doel om vanuit deze leefgemeenschap vorm te geven aan christelijke presentie in en rond de Hugo de Groothof.

Tot 1980 kwam het bestuur maandelijks in de bestuurskamer bij elkaar. De huidige ruimte werd in 1926 in gebruik genomen, ‘een kamer de Stichting waardig’. De aandacht wordt hier direct naar de wandschildering boven de haard getrokken, waar de woorden 'Vergenoegd en Dankbaar' staan. Het is niet alleen het expressieve font dat associaties oproept met de Amsterdamse School, maar ook de paraboolvorm en de vormgeving waarin de woorden staan. De tekening van de vrouw eronder staat bol van symboliek: zij draagt een juk op haar schouders, ze heeft een duif op haar hoofd, en terwijl haar ene hand 'bedelt', rust haar andere hand op een lam.

In de bestuurskamer zijn drie tekeningen van de kamer zelf te vinden. Op twee tekeningen van B.Bijtelaar uit 1940 en 1941 is de huidige situatie, met wandschildering, goed herkenbaar. Het interessantst is echter de aquarel uit oktober 1923 die door Ferdinand Jantzen is gesigneerd. Het plafond en de lambrisering op de tekening komt overeen met de huidige situatie. De (speciaal voor de kamer ontworpen?) meubelstukken zijn echter nergens te bekennen, net als de wandschildering. Het lijkt erop dat dit ontwerp, ontworpen drie jaar voordat de nieuwe bestuurskamer in gebruik werd genomen, slechts gedeeltelijk is uitgevoerd. Mag hieruit afgeleid worden dat Ferdinand Jantzen aangezocht was om de nieuwe bestuurskamer vorm te geven?

Opvallend zijn ook een viertal 'sjablonen' op het plafond. Hierop zijn, met veel moeite, achtereenvolgens te zien: een leeuw die een vaandel vasthoudt, met een anker en in de linkerbovenhoek een alziend oog of zon; een pelikaan die haar jongen voedt (een thema dat in de christelijk symboliek staat voor opoffering); een schip met een vlag met Andreaskruisen met aan boord een ridder, koning of stedenmaagd; een onbekende voorstelling.

Meer lezen:
F.B.Jantzen
W.Langhout

Voor het laatst bewerkt:04-dec-2017