Herengracht 246
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: De Witte Beer, Bothnia
Adres: Herengracht 246
Architect: -, -, T.F.Felderhoff
Bouwtijd: 1614, 1752, 1929
Opdracht: Johan Calandrijn, Hermanus Morré, Otto J.Faber

1614
Johan Calandrijn is eigenaar van de bouwerven waarop, de nummers Herengracht 242, 244 en 246, gebouwd zullen worden. Dit huis wordt 5,65 m. breed en heeft bij de bouw waarschijnlijk een trapgevel. Johan (Jan) Calandrijn, heet eigenlijk Giovanni Calandrini en is in 1554 in Italië geboren. Hij leidt een 'zwervend' bestaan en woont/werkt van 1579 tot 1584 in Antwerpen, in Frankfurt am Main (1585-1588), in Stade (1588-1598), daarna Emden (1598-1600), gevolgd door Amsterdam (1600-1615) en Londen (1615-1623). In Amsterdam treedt hij in 1607 voor de tweede maal in het huwelijk met Caterina de Pietraviva. In 1623 overlijdt hij in Londen. Zijn spoedig vertrek in 1615 na de aankoop van de erven roept de vraag op of hij het huis zelf heeft bewoond, verhuurd of direct verkocht.
1626
Pieter Harmensz wordt de nieuwe eigenaar. Bij zijn overlijden gaat het huis over naar zijn dochter Helena Pietersdr (1630–1667). Zij is getrouwd met Salomon van Alderwerelt (1624-1679), een zoon van Jan van Alderwerelt. Uit dit huwelijk wordt een dochter Elisabeth van Alderwerelt (1653–1689) geboren in 1675 getrouwd met Arnout van Westrenen (1649–1716), Heer van Themaat, Advocaat voor het Hof van Utrecht. Elisabeth erft het huis bij het overlijden van haar moeder in 1667. Uit het huwelijk van Elisabeth en Arnout wordt een dochter Petronella van Westrenen (-1705) geboren waarvan niet bekend is of zij het huis al heeft verkocht of dat het aan haar erfgenamen komt.
1726
Het huis is van Jacob Laurens.
1752
Notaris Hermanus Morée (1711-1792) is eigenaar. Hij laat het pand vernieuwen in Lodewijk XV-stijl. Het wordt aan de voorzijde verhoogd en krijgt een kroonlijst gesteund door consoles met tussenlichten. Op de attiek een wapenschild met het opschrift Cornwall. Het interieur van de benedenverdieping heeft stucwerk met zinnebeelden en tegen de trap een afbeelding van Mercurius. Dit alles is verdwenen bij de sloop en herbouw.

1919
De Vrachtvaart Maatschappij Bothnia N.V. neemt afscheid van dit pand en vertrekt naar Rotterdam. Het is niet duidelijk wanneer Bothnia hier is gekomen. De maatschappij lijkt opgericht in 1897 en heeft dan een eerste schip Alpha in de vaart. In 1922 vindt er een faillissementsverkoop plaats waaruit afgeleid kan worden dat de rederij in financiële problemen terecht was gekomen. In 1923 lijkt het doek definitief gevallen.
1929
Otto J.Faber (1882-1941) is inmiddels eigenaar van zowel dit pand als het naastgelegen Herengracht 244. Hij laat beide huizen, De Blaeuwe Duyff en De Witte Beer, slopen en met hergebruik van bouwelementen opnieuw opbouwen tot een kantoor van vijf ramen breed. Hierbij zijn ook de gevelbekroningen samengevoegd. Vanwege deze herplaatste attieken heeft het pand een monumentenstatus verworven. Het zou hiermee een vroeg voorbeeld zijn van een Van Houtenpand hoewel Monumentenzorg deze mening niet deelt omdat er geen sprake is van een verplaatsing van bouwfragmenten.
1942
Eigenaar wordt de firma Otto J.Faber, hout- en andere agenturen, en blijft dit tot 1956. In 2019 is onder de naam Otto J.Faber Beheer BV in de Jodenbreestraat 152-154 nog een bedrijf actief.
1956
Bothnia wordt de naam van het pand. De naam verwijst naar de Vrachtvaart Maatschappij Bothnia N.V. die hier tot 1919 gevestigd was.

Meer lezen:
Alderwerelt, van, Salomon
Houten, van, Eelke (van Houtenpand)

Voor het laatst bewerkt:09-feb-2019