Herengracht 316
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: ‘t Wapen van Engeland
Adres: Herengracht 316
Architect: -, -
Bouwtijd: 1620, 1760
Opdracht: Thomas Jacobsz Haringh (1586-1660), Gijsbert Antwerpen Verbrugge van Fruijthoff

Het oorspronkelijke huis is vermoedelijk samen met 318-324 gebouwd voor de stadsconciërge Thomas Jacobsz Haringh. Deze Thomas had op meerdere plaatsen huizen zoals bijvoorbeeld op de Lindengracht bekend als ’t grote huys of de Hertoch van Gelder. Het huis Herengracht 316 wordt dan 't Wapen van Engeland genoemd naar 't Schild van Engeland dat boven de deur staat. In 1734 is het eigendom van Willem Sautijn Dircksz die er ook woont.
Gijsbert Antwerpen Verbrugge van Fruijthoff is omstreeks 1760 eigenaar en hij voert een verbouwing door waardoor het huidige uiterlijk ontstaat. Het heeft een verhoogde kroonlijst (1760) en een gesneden voordeur in Lodewijk XV stijl uit de bouwtijd. Het bovenlicht en snijraamhek met vergulde sterren zijn uit de eerste helft van de 19de eeuw en er is een fraai gesmeed kelderhek. In 1910 wordt het bewoond door notaris Hidde Meekhof (1873-1941) met zijn vrouw Dina Maria Peters en hun vier kinderen. Zijn kantoor is gevestigd aan het Singel 266. In 1979 wordt Jacques Huijsser eigenaar en bewoner van het huis. Hij is tot 1999 directeur van E&A Scheer B.V. dat in hetzelfde pand de benedenverdieping bezet.

De firma E&A Scheer werd in 1763 in Amsterdam opgericht door de gebroeders Evert en Anthonie Scheer, twee heren uit een distillateursgeslacht, in die tijd reders en wijnhandelaren tussen Europa, Afrika en het Caribisch gebied. De vracht op de terugreis uit de Cariben bestond gedeeltelijk uit suiker en rum. Op 14 juni 1763 werd Evert Scheer ingeschreven als distillateur in het poorterboek van de stad Amsterdam, kort daarna gevolgd door zijn broer Anthonie. Begin negentiende eeuw specialiseerde de firma zich in de handel in rum en in Batavia Arrack, een suikerrietdestillaat uit Java. Op het gebied van de handel in Batavia Arrack is het bedrijf sinds 2012 wereldmarktleider en verder is het één van de grootste Europese handelaren in rum. Er is slechts weinig bekend is over de rummerken die in of via Nederland door E&A Scheer verhandeld worden. In september 2017 ontving E&A Scheer B.V. het predicaat Hofleverancier.
Superspelers op het wereldtoneel van de rum als Bacardi en Captain Morgan produceren en verkopen hun rum zelf. E&A Scheer importeert vanuit meer dan twintig landen rum in bulk in Nederland waarbij vaak de gehele productie van een land wordt opgekocht. Ze mengt het naar klantspecificaties, en verkoopt deze aan merken in meer dan vijftig landen. Het zijn de merken die gedachten oproepen aan kleine familiebedrijven, ambachtelijke distilleerderijen, ruisende rietvelden en warme zonsondergangen op een tropisch eiland. Soms is er op het etiket een verwijzing naar Amsterdam (blended in) maar meestal niet. In het souterrain is het laboratorium waar de kwaliteit van de rum wordt gecontroleerd en waar nieuwe smaken worden samengesteld. Het mengen en bottelen vindt plaats aan de Deccaweg.

Meer over Scheer: Het begin
Omstreeks 1712 wonen er al enkele kinderen uit het huwelijk van Hermann Kappelhof en Margaretha Hamsing uit Ahaus in Amsterdam. In 1720 zijn dat er 5 van de 7 waarvan de meesten een beroep hebben als wijnkoper of distillateur.
Arend Kappelhof is wijnkoper en woont in de Weesperstraat bij Nieuwe Kerkstraat en is getrouwd met de dochter van een wijnverlater. Hij overlijdt in 1739 en laat ruim 4000 gulden na. Hermann Kappelhof wordt slechts 33 jaar oud en is distillateur. Maria Kappelhof is getrouwd met koopman Dirk van Beusekom. Zij wonen in de Warmoesstraat bij de Oude Brugsteeg en hebben een winkel in zijde en ‘turx gaaren’. De winkel wordt na 1745 door Maria gedreven. Lambert Kappelhof is distillateur en tapper en getrouwd met Gesina Hegeman, dochter van Jan Hegeman eveneens distillateur en afkomstig uit Lingen. Zijn twee dochters trouwen met een wijnkoper en een distillateur. Barend Kappelhof blijft in Wessum wonen maar 4 van zijn 7 kinderen gaan ook naar Amsterdam. Het zijn Anna Margaretha Kappelhof getrouwd met Harmanus Smits uit Haselünne, Hermanus Kappelhof (-1765) koopman en getrouwd met Catharina Elisabeth Hollard dochter van een kaarsenmaker, Catharina Kappelhof en Gesina Kappelhof.
In 1756 ontstaat de fa Van Beusekom & Kappelhof, een samenwerking van Dirk van Beusekom en Hermanus Kappelhof. Het is onduidelijk waarin gehandeld wordt maar er zijn contacten met Gothenburg en Leipzig. In de zestiger jaren zijn ze actief in Curaçao en St.Eustatius en via zwagers Jan en Jacob Hollard in Luik. Er wordt vermoedelijk gehandeld in wijn en gedistilleerd maar ook in alles wat los en vast zit.
Catharina Kappelhof is in 1760 getuige bij de doop van een kind van haar zus Anna Margaretha Kappelhof. Medegetuige is de ca.25 jaar oude Evert Scheer, een neef van Harmanus Smits. Catharina Kappelhof en Evert Scheer trouwen in 1761.
In 1762 is Gesina Kappelhof getuige bij de doop van een kind van haar zus Anna Margaretha Kappelhof. Medegetuige is Anthonie Scheer waarmee zij in 1765 trouwt. Evert en Anthonie zijn nu verzekerd van een sterke positie binnen het netwerk van de koopmans-, wijnkopers- en distillateursfamilie Kappelhof.

Meer over Scheer: E&A Scheer en opvolgers
Anthonie Scheer, wijnkopersgezel, wordt in 1761 ingeschreven als poorter van Amsterdam. In 1763 wordt Evert Scheer, distillateur, ingeschreven in het poorterboek. Anthonie en Evert zijn beide afkomstig uit Haselünne waar in de 18de eeuw 26 Fuselbrennereien (jeneverstokerijen) staan. Het is aannemelijk dat de broers hier hun loopbaan zijn begonnen. Een fa.Berentzen bestaat daar nog altijd en de huidige fa.E&A Scheer doet daar nog zaken mee.
In 1761 woont Evert Scheer in de (Antonies)breestraat. Hier is vermoedelijk ook het kantoor en de opslag gevestigd. Anthonie Scheer woont op Rapenburg nabij Montelbaanstoren en na 1765 op de Zeedijk hoek Elleboogsteeg tegenover de Oudezijds Kolk (huis de Twee Vergulde Bassen). In 1781 is hij verhuisd naar de Houtgracht rechts van Mozes en Aäron-kerk. In 1783 woont ook Evert hier. E&A Scheer handelt in sterke drank en wijn. Zij hebben klanten in Amsterdam maar ook West-Afrika en West-Indië. Retourladingen bestaan uit koffie en suiker.
Anthonie overlijdt in 1783. Zijn vrouw Gesina hertrouwt in 1784 met Petrus Noeij en verhuist naar de Fluwelen Burgwal (Oudezijds Voorburgwal bij de Grimburgwal). Zij overlijdt in 1794.
Evert overlijdt in 1788. Zijn vrouw Catharina en hun schoonzoon Joannes Antonius van Lank zetten het familiebedrijf voort. Catharina laat de zaak aan Van Lank over en koopt in 1789 een buiten aan het Oliphantspad (Eerste Boerhaavestraat). Zij verkoopt het in 1792 en koopt een nieuw buiten Buitenlust gelegen aan de Amstel. In 1795 verhuist zij naar Nieuwe Doelenstraat in het vijfde huis van de Doelensluis. In 1798 overlijdt Catharina en haar dochter Maria Elisabeth, de vrouw van Joannes Antonius van Lank, in 1801. In 1798 heeft Joannes Antonius van Lank het buurhuis Houtgracht bijgekocht en erft het huis Nieuwe Doelenstraat 5. In 1794 was het huis Sint Antoniesbreestraat gekocht, in 1802 volgt een huis en erf op Roeterseiland en in 1805 twee huizen aan de Weesperstraat.
Hoewel Van Lank patriottistisch is, is hij de Franse overheersing in 1814 zat. Te meer daar zijn zoon Evert Scheer van Lank verplicht in het Franse leger moest dienen waarvan hij gelukkig gezond terugkeerde. Evert Scheer associeert zich in 1817 (24 jaar oud) met zijn vader in de familieonderneming en trouwt met Maria Aletta Johanna Slaghek, dochter uit een wijnkopersfamilie. Een bedrijf waar zaken mee worden gedaan.
Joannes Antonius van Lank woonde tot zijn dood in 1829 in de Nieuwe Doelenstraat 5 waar tevens het kantoor van de fa. Scheer was. Naast zijn zoon Evert Scheer is er nog een zoon van zijn dochter in leven: Joannes Antonius van der Beek (1819), geboren uit het huwelijk van Catharine Elisabeth van Lank en de Amsterdamse koopman Gerhardus Hermanus van der Beek, welke ook klant is bij E&A Scheer.
Joannes Antonius van der Beek komt in dienst van het familiebedrijf en wordt in 1842 medevennoot. Evert Scheer trekt zich in 1852 terug. Joannes Antonius is de enige telg van het geslacht Scheer na de dood van Evert Scheer van Lank (1859) en leidt de fa 7 jaar alleen. In 1859 treedt medewerker Gerard Huijsser toe als compagnon. Hun kantoor blijft op de Houtgracht. In 1861 gaat de dagelijkse leiding naar Gerard Huijsser die het kantoor verplaatst naar zijn huisadres Herengracht 179 bij Hartenstraat. In 1862 overlijdt Joannes Antonius van der Beek waarmee er een eind komt aan de bemoeienis van de familie Scheer met fa.E&A Scheer.
Gerard Huijsser was een zoon van Gerardus Henricus Huijsser, herbergier in Amsterdam, en Petronella Joanna Mühlenschmid. Hij komt als 18-jarige in dienst bij E&A Scheer (1848). Hij trouwt in 1860 met Wilhelmina Elisabeth Maria Gompertz, dochter van Willem Hendrick Gompertz, een Amsterdamse industrieel, en Elisabeth Margaretha Abels. Willem Hendrick is eigenaar van een loodgieterij en –pletterij. Hij heeft wellicht geholpen bij overname van de fa.E&A Scheer van de erfgenamen Joannes Antonius van der Beek. Gerard Huijsser overlijdt in 1877. Zijn kinderen zijn dan nog te jong voor opvolging en daarom neemt zijn vrouw Wilhelmina met haar broer Jan Gompertz, jeneverstoker in Schiedam, de zaak op zich.
(Wilhelmina hertrouwt in 1879 met de kunstschilder/literator Jan Zürcher. Zürcher helpt de eeuwig in geldnood verkerende Multatuli een villa te kopen in Ingelheim am Rhein, dus met winsten uit de fa. E&A Scheer. In 1889 wordt het huwelijk ontbonden.)
In 1889 wordt Frans Huijsser, de oudste zoon van Wilhelmina en Gerard, samen met een medewerker Boeddinghaus vennoot. In 1893 wordt Jan Gompertz opgevolgd door Johan F.J.Huijsser en in 1898 treedt ook de jongste zoon Henri Huijsser toe als vennoot. Boeddinghaus verlaat het bedrijf in 1991. Frans Huijsser blijkt niet de capaciteit en het animo te hebben om de handelsfirma te leiden en treedt in 1902 af. Daarmee komt de leiding in handen van Johan en Henri Huijsser.
In 1894 is de tweede zoon van Johan geboren, Johan F.J.M.Huijsser, die na zijn schooltijd stage loopt bij een importbedrijf in Londen. Hoewel het de bedoeling is dat hij nog verschillende stages wereldwijd zal uitvoeren gooit de Eerste Wereldoorlog roet in het eten. Johan F.J.Huijsser overlijdt in 1924 en wordt opgevolgd door Johan F.J.M.Huijsser. In 1936 komt Alphons Huijsser, zoon van Henri Huijsser, bij E&A Scheer werken. In 1951 is E&A Scheer een NV geworden met als commissaris Henri Huijsser, de broer van Johan. Henri Huijsser overlijdt in 1953 en wordt opgevolgd door zijn zoon Alphons. Jacques Huijsser, zoon van Johan, komt in 1962 in dienst en volgt in 1968 zijn vader als directeur op. Johan Huijsser overlijdt in 1978. Alphons Huijsser overlijdt in 1980 en Jacques vormt nu de 1-hoofdige leiding van E&A Scheer. Alphons zoon blijft als aandeelhouder en commissaris betrokken. Rond 1995 komt bedrijfsopvolging ter sprake, als blijkt dat de kinderen van Edmond en Jacques geen interesse hebben. In 1995 komt Carsten Vlierboom kennis maken en hij maakt de overstap naar E&A Scheer. In 2001 gaat Jacques Huijsser met pensioen, maar blijft als commissaris en aandeelhouder betrokken.

Meer over Scheer: Handel
Gedurende de Franse overheersing is de handel op een laag pitje gezet, maar na juni 1815 houdt de fa. zich weer bezig met handel overzee. Partijen katoen, suiker en koffie komen uit Suriname naar Amsterdam. In 1816 wordt er ook weer wijn en jenever richting de West en Batavia verscheept. Het schip Elisabeth zeilt een lading “roodewijn, muscaat wijn, rhinsewijn en cognac brandewijn” voor de fa. E&A Scheer naar Batavia. Op de terugweg heeft Scheer aandeel in de goederen (“2730 balen koffie, 35 halve aamen Kaabsche wijn, 485 blokken tin, 2 kisten soya en 15 leggers arack”) aan boord. Het is de eerste keer dat Arack wordt vermeld. Alle volgende retourladingen hebben Arack aan boord. In 1822 komt ook rum voor in de handel, maar het duurt tot de dertiger jaren aleer dit product regelmatig voorkomt.
Opslag vindt plaats in pakhuis De Koorndrager (1822, Oudeschans), pakhuis Welbedacht (1828, Houtgracht hoge pand bij de brug), wellicht al in 1817 bij het verdwijnen van de suikerraffinaderij door Scheer aangekocht. Vanaf 1827 ook in het Entrepotdok. Het kantoor gaat in 1836 naar Welbedacht. Van 1836 is ook de eerste boekhouding ten aanzien van binnenlandse verkoop van wijn, Jamaica rum, Batavia arak, jenever en cognac.
Arak
Rond 1800 meldde de Franse rumkenner J.E.Charpentier de Cossigny dat Batavia arrack van betere kwaliteit is dan Jamaica rum, iets wat zelfs de Engelsen erkenden. De Batavia arak is hoofdzakelijk afkomstig van kleine Chinese suikerplantages, de kustarak komt van grotere door Europeanen geleide suikerplantages en is minder gewild. Nagenoeg alle arak wordt, via de havens van Amsterdam en Rotterdam, in houten fusten (leggers) van 563 liter, geïmporteerd. Rond 1910 is de gehele arakhandel in Amsterdam geconcentreerd. In 1927 verenigen de arakhandelaren zich in de VAV (Verenigde Arak Verkopers). Door een serie overnames is de gehele wereldhandel in arak na de Tweede Wereldoorlog grotendeels in handen E&A Scheer. Arak wordt zelden puur gedronken maar gebruikt in punch en likeuren en als vulling in rumbonen.

In 1862 zijn van het Entrepotdok de volgende pakhuizen in gebruik: Brussel, Antwerpen,Breda, Bergen,’s Gravenhage, Schiedam voor hoofdzakelijk arak en wat Surinaamse en Jamaica rum. Wijn is te vinden in pakhuis De groote Ark (Boomsloot) en in de kelder van het woonhuis van Gerard Huijsser. Totale waarde van de drank bedraagt ongeveer fl.86.000 waarvan fl.75.000 arak.
In 1868 verhuizen het kantoor en Gerard Huijsser naar Nieuwe Herengracht 95 en koopt hij een huis in Overveen. Gerard Huijsser specialiseert in arak en mindere mate rum en drijft onder meer handel met de Rotterdamse fa.’s Van Hoboken & Zonen en C.Vlierboom & Zonen (voorouders van de huidige directeur). Omstreeks 1880 wordt het kantoor verplaatst naar Kalkmarkt 7 en in 1897 naar Prins Hendrikkade 172. In 1907 gaat het kantoor van Prins Hendrikkade naar Rokin 65-67, tweede etage, eigendom van Blaauwhoed. De opslag verhuist naar het pand Vrijdag van het Gemeentelijk Handelsentrepot aan de Cruqiusweg.
In de arakhandel is de Amsterdamse fa.Broms & Co (Carl Broms) een belangrijke relatie met afzetkanalen in de Scandinavische markt. De totale arakimport omvat in 1899 in Amsterdam 1099 hele en 50 halve leggers, in Rotterdam 872 leggers. Er zijn omstreeks 1900 meerdere grote spelers op de arakmarkt die elkaar fel beconcurreren. Eerste slachtoffer is in 1905 de fa. W.van Kempen. De fa.’s E&A Scheer en Broms & Co nemen werknemers en voorraden over. In 1909 wordt de Rotterdamse fa.Carel Ellinckhuysen & Zoonen ingelijfd.
Niet alleen in arak wordt geïnvesteerd, ook in rum dat omstreeks 1900 vrijwel geheel via Londen wordt verhandeld. Arak wordt doorgaans gebruikt als ingrediënt, rum meestal in pure vorm geconsumeerd. Vanaf 1901 wordt in Londen alleen zaken gedaan met de fa.E.D. & F.Man voor de inkoop van rum.
In 1929 wordt de VAV (Verenigde Arak Verkopers) opgericht om het hoofd te bieden aan het Zweeds staatsmonopolie wat betreft inkoop van arak. Deelnemers zijn E&A Scheer, Gottfr.Meyer & Co., C.Broms & Co., BAM en Aparak. De vraag naar arak blijft dalen en in de 30-er jaren wordt nog slechts 300 leggers per jaar geïmporteerd.
WO2 is een tijd van bewaren en consolideren, handel is nauwelijks mogelijk. Wel wordt geprobeerd om zoveel als mogelijk aan arak en rum uit handen van de bezetter te houden, met wisselend succes. In 1944 is 110.000 liter arak en 113.000 liter rum door de Duitsers geroofd, welke, na facturatie wel wordt betaald.
Omstreeks 1960 moet het kantoor van het Rokin verhuizen vanwege afbraakplannen door eigenaar Blaauwhoed. Het kantoor wordt tijdelijk ondergebracht in de kelder van De Ruijterkade 100 waar rederij Terwogt & Lagers is gevestigd. In 1960 is het Havengebouw klaar en trekt de fa. naar kantoorruimte op de vierde etage.
Na WO2 neemt de arakhandel geleidelijk af, er zijn een beperkte groep producenten op Java en een beperkte groep handelaren in Amsterdam. De politieke spanningen tussen Nederlands Indië / Indonesië en Nederland zorgen voor onzekere tijden waarbij de arak alleen nog via een derde partij en Antwerpen binnenkomt. Johan en Alphons Huijsser overwegen verkoop van de fa. maar gaan uiteindelijk zelf op overnamepad.
De fa. Aparak gaat in 1961 over naar Hagemeyer (deze regelt de invoer in Antwerpen), BAM komt via een bod op de aandelen in handen van Scheer (1969). Het samenvoegen van twee administraties vraagt meer ruimte en er wordt verhuisd naar Westermarkt 2. E&A Scheer is nu veruit de grootste speler op de arakmarkt. Volgende overnames zijn in 1981 Aparak en in 1982 Gofftr.Meyer & Co. C.Broms & Co. draagt de handelsnaam in 1992 over.
In 1979 koopt Jacques Huijsser Herengracht 316. Hij gaat hier zelf wonen en huisvest het kantoor op de begane grond.
De handel in rum is na 1945 opnieuw vorm gegeven tav kwaliteiten. In 1966 wordt Scheer door toedoen van Johan ‘Primary Buyer’ van Jamaica rum als enige buiten Engeland. Omstreeks 1970 is Scheer de belangrijkste specialist op gebied van handel in rum en arak in Europa. Rum komt dan uit Jamaica, Trinidad, Guyana (E), Martinique, Guadeloupe (F) en Suriname (NL).
In 1973 breken stakingen uit op Jamaica en Jacques Huijsser zoekt contact met de ambassadeur van Jamaica in Bonn. Een nieuwe situatie ontstaat als blijkt dat de Jamaicaanse regering in Amsterdam een ambassadeur wil hebben en Jacques Huijsser hier aan kan voldoen. In 1974 wordt hij honorair consul van Jamaica. Praktisch voor een Amsterdamse koopman met zijn handelscontacten in Jamaica.
Het Gemeentelijk Entrepot gaat sluiten en E&A Scheer verhuist voor de opslag naar het Koninklijk Stapelhuis in Antwerpen en een kleine vestiging aan de Deccaweg bij Damco van Swieten. Dit krijgt in 1984 zijn beslag. In 1990 gaat ook het Stapelhuis sluiten en komt de bulkopslag terug naar Amsterdam aan de Moezelhavenweg in opslagtanks van Noord-Europees Wijnopslag Bedrijf.
Als Carsten Vlierboom in 1995 in dienst komt treft hij een bedrijf dat nog grotendeels afhankelijk is van de handel in arak (50% van de omzet en meer dan 50% van de winst).
Was Scheer in Nederland al de enig overgebleven rumhandelaar, in Engeland zijn nog kansen. In 2001 kan The Main Rum Company worden overgenomen, waarmee toegang tot de gesloten Engelse markt mogelijk wordt.
Rond 2005 heeft een bedrijf in Trinidad belangstelling voor overname van Scheer omdat het zijn contracten met Bacardi dreigt te verliezen. Dit Angostura is onderdeel van CL Financial die een aantrekkelijk geaccepteerd bod doen op de aandelen (2006). Het contract met Bacardi blijft echter in tact en Scheer gaat op eigen kracht verder. September 2008 valt Lehman Brothers, een bank in de Verenigde Staten. Vele bedrijven komen in financiële problemen zo ook CL Financial. In 2010 worden de aandelen terug gekocht en ondergebracht in de holding Rumarak, weer een geheel Nederlands bedrijf.
In 2007 komt er ruim 7 miljoen liter rum naar Amsterdam, in 2011 is dat 10 miljoen liter die in 2010 naar meer dan 200 afnemers in meer dan 40 landen wordt verkocht.
In 2016 is de omzet gestegen naar meer dan 35 miljoen flessen. E&A Scheer is één van de grootste spelers van rum in bulk op de Eu-markt en marktleider in Nederland. Op het gebied van samengestelde blends van verschillende origine is de onderneming, met kennis van duizenden recepten, uniek in de wereld. De klanten van E&A Scheer variëren van goedkope supermarktlabels tot door rumkenners gerespecteerde merken. Inmiddels wordt ook gehandeld in suikerrietdistillaten uit Brazilië (Cachaca) en Zuid-Amerika (Aguardiente de Caña). Deze producten worden veelal in de productielanden opgeslagen.

Meer lezen:
Deccaweg 22

Voor het laatst bewerkt:23-dec-2017