Kalverstraat 39
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Adres: Kalverstraat 39
Architect: Brink, van den, H.J., Straaten, van, J.A.
Bouwtijd: 1874, 1900 (expositiezaal)
Opdracht: Alberto Caramelli, Filippo Tessaro

Frans Buffa kwam eind achttiende eeuw uit Pieve Tesino, Italië in Amsterdam. Buffa opende in 1808 een kleine letter- en kunstwinkel aan de Kalverstraat 221 (in 1875 na hernummering: 39). In 1820 verhuisde hij terug naar Italië en droeg zijn bedrijf Frans Buffa over aan zijn zonen Jan en Sebastiaan Buffa, die het bedrijf omdoopten in Frans Buffa & Zonen. Ze verkochten vooral Europese prenten en boeken en soms kunstwerken die ze op veilingen kochten. Pierre Beguin en Alberto Caramelli namen het bedrijf in 1836 over en begonnen met het publiceren van prenten. Deze prenten zijn onder meer gekocht door de Nederlandse koninklijke familie, het Rijksmuseum en Teylers Museum. Van 1872 tot 1895 maakte Filippo Tessaro deel uit van Frans Buffa & Zonen. Vanaf deze periode werd de focus steeds meer verlegd naar schilderijen van de Haagse School, zoals Jozef Israëls, J.H.Weissenbruch en de gebroeders Maris, en door Charles-François Daubigny en anderen van de Franse school van Barbizon. De galerie was er trots op dat er altijd iets nieuws te zien was en organiseerde elke twee maanden tentoonstellingen, voornamelijk met nieuw werk van hedendaagse Nederlandse en internationale kunstenaars. Voorbijgangers bleven regelmatig bij het raam van de galerie staan om de nieuwe wekelijkse aanwinsten te bekijken. In deze periode vonden twee grote verbouwingen plaats. In 1874 werd de hele voorgevel vervangen door een gevel in Neorenaissance door architect Van den Brink. In 1900 was de expositieruimte aan een beurt toe, uitgevoerd door architect Van Straaten. In 1895 werd Jacobus Slagmulder eigenaar. Na zijn overlijden in 1921 werd het bedrijf overgenomen door Joop Siedenburg, later met hulp van zijn zoon Hein Siedenburg en zijn schoonzoon Bob van Royen. Onder leiding van Joop Siedenburg werd de voorraad uitgebreid met Amsterdamse impressionisten als George Hendrik Breitner en Isaac Israels, maar ook Kees van Dongen, Jan Sluijters, Leo Gestel en andere modernisten. Aan het eind van de negentiende eeuw begon Buffa financieel het voortouw te nemen bij het samenstellen van enkele grote tentoonstellingen elders, zoals de beroemde Rodin-tentoonstelling uit 1930 in het Stedelijk Museum. De kunstgalerie Frans Buffa & Zonen bleef tot 1951 gevestigd aan de Kalverstraat 39.

In maart 1905 vierde Jacobus Slagmulder (1861-1921) dat hij 25 jaar werkzaam was bij de firma Frans Buffa & Zonen. Ter gelegenheid van dat jubileum werd een gedenkplaat gedrukt waarop de achtereenvolgende directeuren van de zaak zijn afgebeeld. Op de gedenkplaat is in het midden de kunsthandel aan de Kalverstraat hoek Gapersteeg afgebeeld naar de situatie in 1905. Onderaan een kleine foto van het dorpje Pieve Tesino, de bakermat van verschillende kunsthandelaars in Europa zoals de Buffa's, de Caramelli's, de Tessaro's, de Fietta's, de Avanzano's en de Daziaro's. Pieve Tesino (in 2020 een dorpje met 743 inwoners) telde in de tweede helft van de achttiende eeuw veel prentenkooplui die het drukwerk van de Remondini's uit het nabijgelegen stadje Bassano uitventten over heel Europa. De Buffa's woonden in de achttiende eeuw in Pieve Tesino op de Piazza Maggiore tegenover de prentenopslag van de firma Remondini uit Bassano. Alles wijst erop dat leden van de familie Buffa hun voorraad Remondini-prenten ventend door Europa trok. Zo belandde een aantal van die prentverkopers in Nederland en België, waar ze uiteindelijk firma's vestigden die zouden uitgroeien tot gerenommeerde kunsthandels. Een enkele keer bereikte zo'n oorspronkelijke collectie uit Italië rechtstreeks ons land. In 2000 kocht het Rijksprentenkabinet een verzameling van 43 grote ingekleurde prenten uit de drukkerij van Remondini die vroeger vermoedelijk deel uitmaakte van de handelsvoorraad van een Italiaanse rondreizende prentenkoopman. Verschillende Tesini keerden na verloop van tijd terug naar hun geboortedorp om daar hun oude dag door te brengen. Zo ook Frans, Sebastiaan en Giovanni Buffa uit Amsterdam.
In een vroeg-negentiende-eeuwse annonce profileert de zaak van Frans Buffa zich als volgt: ‘Wij verkopen allerleye soorten van Engelsche, Fransche, Italiaansche en Duitsche Kunst-Printen van de beste Meesters; Geïllumineerde Printen voor den Optica-Spiegel; Landkaarten, beste Engelsche Verwen, Napelsche Vioolsnaren, en verder alle soorten van Lysten en Glasen, in 't groot en klein. Alles tot een civielen prys.’ De firma beperkte zich niet tot de verkoop van bestaande prenten, maar financierde ook de productie van nieuwe bladen. De vroegst bekende prentuitgaven dateren van 1787, toen Joseph Buffa de leiding had. Hij produceerde vier historieprenten, die betrekking hebben op gevechten met de Pruisen rondom Amsterdam in het najaar van 1787. De graveur Luigi Calamatta maakte in opdracht van François Buffa et Fils een serie Hollandse kostuumprenten. Ook hoogwaardigheidsbekleders, zoals mr.F.van de Poll, staatsraad en burgemeester van de stad Amsterdam, werd in steendruk vereeuwigd. In 1842 maakte Benoît Taurel in opdracht van Buffa een portret van koning Willem II naar een schilderij van J.A.Kruseman. Frans Buffa & Zonen drukte in de jaren 1840 regelmatig reproductieprenten. In 1844 was dat een reproductieprent door J.W.Kaiser naar Nicolaas Pieneman, ‘De verwonding van admiraal de Ruyter’, in 1847 ‘De Staalmeesters’ van Rembrandt en in 1853 ‘De Schuttersmaaltijd’ van Van der Helst. Naast portretten en historieprenten bracht de firma een aantal fraai geïllustreerde boeken en plaatwerken op het gebied van de locale topografie en de land- en volkenkunde uit. Ook de fotografie behoorde tot het fonds van Frans Buffa & Zonen. Omstreeks 1860 bracht de firma een leporello met foto's van Amsterdam van Pieter Oosterhuis uit onder de titel Amsterdam photographié met onder andere een albuminedruk van het Trippenhuis. In de tweede helft van de 19e eeuw is de firma het accent gaan verschuiven van de prentkunst naar de schilderkunst. Steeds meer, met name Haagse, schilders exposeerden hun werk bij Frans Buffa & Zonen in de Kalverstraat.

Jacobus Slagmulder, die het vak leerde bij de in 1791 opgerichte Utrechtse zaak in prenten en tekenbenodigdheden van Caramelli & Tessaro, ging zich, eerst als medewerker, steeds actiever inzetten voor het werk van eigentijdse schilders. Hij volgde in 1890 Alberto Caramelli op als directeur. Over Slagmulder werd gefluisterd dat hij een bastaardzoon was van Caramelli en dat zijn moeder uit Nijkerk kwam. Caramelli, die geen kinderen uit zijn huwelijk had, voelde zich vermoedelijk verplicht voor deze jongen te zorgen en hem als bediende in de zaak op te nemen. Deze informatie is ontleend aan de Herinneringen van Jan Wiegman, die in 1901 op zijn zeventiende jaar als jongste bediende in dienst kwam van de firma Frans Buffa & Zonen. Toen Caramelli was overleden en Tessaro als enige patroon overbleef, zag Slagmulder zijn kans schoon om compagnon te worden. Tessaro en zijn vrouw wilden dat aanvankelijk niet. Daarop nam Slagmulder ontslag en huurde het voormalige ‘Zeemanshuis’ op de hoek van de Kalverstraat en de Dam om een nieuwe kunsthandel in te vestigen. Toen begreep Tessaro wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn voor de firma Buffa. Vanaf dat moment, ca. 1895, werd Slagmulder eigenaar van de zaak. Met rigide hand leidde hij het huis Buffa dat zich omstreeks 1900 kon meten met de Amsterdamse firma's E.J.van Wisselingh & Co, C.M.van Gogh en B.C.Voskuil. Tijdens Slagmulders directoraat maakte de zaak een periode van grote bloei door en werd er niet alleen gehandeld in Europa, maar ook in Amerika en Canada. Daar maakten de schilders van de Haagse School vanaf ca. 1890 furore. Het werk van Jozef Israëls, Bosboom, Mauve, de Marissen, Blommers, Albert Neuhuijs en Gorter vond volop aftrek in de Nieuwe Wereld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog trad er stagnatie op bij de firma Buffa. Langzamerhand werd de zaak steeds meer overvleugeld door E.J.van Wisselingh & Co aan het Rokin. Na het overlijden van Slagmulder is de zaak zonder opvolger en geruime tijd gesloten. Met de hulp van enkele bevriende kunstenaars, geldschieters en een nieuwe energieke directeur J.H.H.(Joop) Siedenburg (1875-1961), kon de zaak weer geopend worden en is er een reeks spraakmakende tentoonstellingen gehouden. Financieel bleef de firma Frans Buffa & Zonen echter balanceren op het slappe koord. In 1932 moest het gebouw in de Kalverstraat, waarin de zaak huisde, zelfs verkocht worden aan een van de beste klanten, W.H.Singer, de latere oprichter van het Singer Museum in Laren.
De schilderijententoonstellingen bij Buffa gingen in de jaren '20 en '30 onverminderd voort: er waren mooie overzichten van het werk van Kees van Dongen, Leo Gestel en Constant Permeke. Joop Siedenburg werd sinds 1927 volop geassisteerd door zijn zoon Hein (1908-1990). De zaak heeft uiteindelijk op 15 maart 1951 vrijwel geruisloos de deuren moeten sluiten. Deze fameuze Italiaanse zaak, opgericht en geëxploiteerd door dorpelingen uit Pieve Tesino, verdween daarmee voorgoed uit de Kalverstraat.

Frans’ broer Pieter Buffa had in diezelfde Kalverstraat een ‘platenwinkel’ bij het ingangspoortje van het Burgerweeshuis. Hij dreef zijn prentenwinkel tussen 1808 en 1864 op het adres Kalverstraat 90. Daarna was zijn zaak tot 1871 in handen van D.Tessaro.

Meer lezen:
Brink, van den, Herman Jan
Straaten, van, Jacobus Augustinus

Voor het laatst bewerkt:25-apr-2020