Keizersgracht 333
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: De Kraen
Adres: Keizersgracht 333
Architect:
Bouwtijd: ca.1620, 1710, ca.1726, ca.1790
Opdracht: Joan Baptista de Wael, Jacob de Wilde, mr.Elbert Graafland, Johan Luden

Het oorspronkelijke huis is omstreeks 1620 gebouwd, samen met 335 en 337, voor Joan Baptista de Wael, met De Kraen in de gevel.
In 1710 volgt de bouw van dit 8,35 m. brede koopmanshuis, met een achterliggend huis, voor Jacob de Wilde. Het heeft een balustrade als verhoging, in het fries vier lichten en daaronder de tijdspreuk: sIt VIa In paCe aC tIMore DeI (Zij de weg in vrede en vreeze Gods). Hierbij geven de grote letters het stichtingsjaar 1710 aan: MDCCVIIIII. Verder heeft het twee brede toegangen en de kozijnen hebben nog onderluiken. Het huis loopt door over de achtererven van 335 en 337.
In 1726 zijn voor- en achterhuis samengevoegd voor mr.Elbert Graafland, oud-schepen en raad. Volgens de afbeelding is de gevel onveranderd gebleven.
Omstreeks 1790 heeft Johan Luden de gevel gewijzigd in de huidige situatie: zonder balustrade en spreuk, een rechte geblokte kroonlijst met twee consoles, een stoep met onderingang aan de rechterzijde en een sierraam met pijlen boven de ingang.

Bewoners:
Ca.1620 Joan Baptista de Wael (1590-?), koopman en echtgenoot van Eva Wuytiers.
In 1682 huurde Jabob de Wilde (1645-1721) het huis en in 1708 ging hij over tot koop. Jacob was in 1677 getrouwd met Hendrina Veen (1658-1710), een kleindochter van Jacobus Arminius (1560-1609), naamgever der arminianen. Jacob was hoofdcommies in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam. Onder de naam Museum Wildianum had Jacob de Wilde een uitgebreide verzameling curiosa ondergebracht in het achterhuis waarmee hij bezoekers uit heel Europa trok.
In 1768 kocht Johan Luden (1739-1794) het huis. In 1769 liet hij de stal en het koetshuis verwijderen.
In 1903 werd het pand verkocht aan de boekhandelaren E. en M.Cohen.
Vanaf 1907 is het pand eigendom van de uitgever Van Holkema & Warendorf, geleid door S.Warendorf samn met de Weduwe van Van Holkema. De firma was voordien gevestigd op de Keizersgracht 436, in 1891 op de Singel 542 en in 1900 op de Herengracht 457.
Vanaf 1915 tot in de Tweede Wereldoorlog is hier ook de uitgeverij van Querido gevestigd. In september 1944 wordt de uitgeverij Querido geliquideerd door Reinier van Houten, de ‘Verwalter’ die in februari 1943 is aangesteld. In juli 1940 was Emanuel Querido zelf al afgetreden als directeur.
Nu is de Vereniging van Eigenaren De Kraen eigenaar. De vereniging heeft zeven leden die allemaal hier wonen.

Museum Wildianum:
Museum Wildianum, bevatte antieke beelden, munten, penningen, edelstenen waaronder een aantal bijzondere gemmen (kunstig bewerkte (half-)edelstenen) en curiosa en was tot in de uithoeken van Europa bekend. De Wilde had geen oudheidkundige opleiding genoten, maar zijn enthousiasme kende geen grenzen. Hij breidde zijn verzameling uit, en beschreef en interpreteerde zijn collectie in uitbundige publicaties.
Maria de Wilde (1682-1729) legde belangrijke delen van haar vaders collectie vast in etsen. Een eerste reeks, 55 etsen van Egyptische, Griekse en Romeinse sculpturen, werd gepubliceerd in 1700 in 'Signa antiqua e museo Jacobi de Wilde'. Deze catalogus bezorgde haar veel eigentijdse lof. Bekende tijdgenoten als Petrus Plancius, Joan Pluimer en Johannes Brandt bezongen in het Latijn of in het Nederlands haar talenten; Pieter van den Berge etste haar portret waarvoor David van Hoogstraten een bijschrift maakte. Een tweede reeks etsen van Maria’s hand, deze keer 188 afbeeldingen van antieke munten uit haar vaders verzameling, verscheen in 1703 in 'Gemmae selectae antiqua e museo Jacobi de Wilde'.
Op 7 februari 1705 trof de Duitser Andreas Lange haar tekenend aan in het kunstkabinet van haar vader. Zijn fascinatie voor haar legde hij vast in een Latijns gedicht, evenals zijn teleurstelling dat Maria niet in hem geïnteresseerd leek. Hij sprak de hoop uit dat een eventuele echtgenoot haar capaciteiten voldoende zou waarderen en respecteren. Vooralsnog leek Maria echter niet aan een huwelijk te denken. In een gedicht voor haar 25ste verjaardag in 1707 adviseerde Johannes Brandt iedereen om tegenover Maria niet over trouwen te spreken: zij was verloofd met Apollo en bracht ‘volwassen papieren kinderen’ voort. Op 20 februari 1710 evenwel trouwde Maria met Gijsbert de Lange (1677-1758), commandeur-kapitein bij de Amsterdamse Admiraliteit.
De collectie trok meerdere belangrijke bezoekers, zo ook tsaar Peter de Grote van Rusland. Zijn bezoek op 13 december 1697 is door Maria vastgelegd in een gravure, die haar tot op de dag van vandaag beroemd maakt. Toen zij tsaar Peter de Grote bij zijn tweede bezoek, op 13 december 1716, een exemplaar van de gravure aanbood, schonk hij haar op zijn beurt een juweel. Na het overlijden van Jacob de Wilde verwierf de tsaar een deel van de collectie voor zijn 'Kunstkamera' in Sint Petersburg, het eerste museum in Rusland dat in 1727 werd geopend.

Meer lezen:
Grote, tsaar Peter de

Voor het laatst bewerkt:25-jan-2018