Keizersgracht 674
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.
Keizersgracht 674 is samen met 672 bekend als de Van Raey-huizen.

Opdrachtgever: Jeremias van Raey
Architect: Adriaan Dortsman
Bouwperiode: 1671-1672

Het huis is gebouwd op 2 erven die Jeremias van Raey op 17 december 1667 had gekocht voor 2 maal fl. 1510. De twee achtergelegen erven aan de Kerkstraat had Jeremias van Raey bij de uitgifte in 1667 eveneens gekocht, tezamen voor f 670.-. De Van Raey-huizen werden als identieke dubbelhuizen in 1671-1672 gebouwd door de architect Adriaen Dortsman. De stal, het koetshuis en bijbehorende woning kwamen nog in 1673 gereed en werden in december van dat jaar voor de verponding getaxeerd.
Nummer 674 wordt in 1930 met uitzondering van gevel en tuinhuis, volledig vernieuwd. Achter de gevel gaat nu een twintigste-eeuws huis schuil.
Op het woonhuis van Jeremias van Raey staan de beelden van Mars, de oorlogsgod en Minerva, godin van de wijsheid.

(1672-1793) De eerste bewoner van 674 is Jeremias van Raey (-1705).
Het is niet duidelijk wat er rond Jeremias van Raey heeft gespeeld na de aankoop van de percelen. Of de bouw van de twee grote grachtenhuizen en stallen met koetshuizen boven zijn macht is gegaan of dat er andere redenen waren, een feit is dat hij op 23 december 1677 bij de Desolate Boedelskamer terecht kwam. Wij zouden nu zeggen, dat hij failliet ging.
Daaraan danken wij een uitvoerige inventaris van zijn huis, dat uiteraard een typisch 17de eeuws interieur had. De kamers hadden veelal goudleer aan de muren, maar ook zilverleer en Doorniks op vlammen en strepen.
De kelders vooraan de straat en ook de zolder lagen vol met koopmansgoederen. Een dag na de aanmelding bij de Kamer werd een overeenkomst getroffen met de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie, die Jeremias' schip de Gele Beer hadden gehuurd en al fl. 7200,- voor drie maanden bevrachting hadden betaald. Daar nu opeens alles stil stond, namen bewindhebbers het schip over. Op 7 september 1678 wist Jeremias van Raey met zijn crediteuren tot een accoord te komen voor fl. 40.000,- dat in termijnen zou worden voldaan. Het ging om grote sommen. De vorderingen van de getekende crediteuren bedroegen fl. 304.966,-, van de ongetekende fl. 50.602,-.
Het is opvallend dat Jeremias ondanks de grote schulden zijn woonhuis wist te behouden.
Het huis op Keizersgracht 672 moest hij evenwel van de hand doen. Op 24 december 1681 verkocht hij het aan de advocaat Mr. François le Gillon voor fl. 40.000,-, door bemiddeling van de bekende makelaar Johannes Phoonsen. In verband met zijn bankroet achtte van Raey het veiliger het huis bij willig decreet van het Hof van Holland over te dragen.
Zijn enig kind Sara was in 1675 getrouwd met Mr.Jonas Witsen, een veelbelovend jongmens uit een deftig geslacht, die nog in 1675 op jeugdige leeftijd stierf.
In 1682 hertrouwde Sara met de advocaat Mr.Adam Bessels. Toen zij twaalf jaar later overleed, liet zij een zoon Jonas Witsen, later burgemeester van Amsterdam, uit haar eerste huwelijk en twee dochtertjes Bessels uit haar tweede huwelijk achter.
0p 15 februari 1704 maakte Jeremias van Raey, de grootvader van de drie kinderen, zijn onderhands testament. Hij woonde toen nog steeds in het huis aan de Keizersgracht. Maar een jaar later, op 7 maart 1705, schonk hij dit huis aan zijn kleinzoon Jonas Witsen, die in 1704 met Isabella Maria Hooft was getrouwd.
Pas na de dood van zijn kleinzoon, Jonas Witsen, die in 1715 stierf, vond een scheiding van de goederen van Jeremias van Raey plaats. Dat gebeurde in 1715. De weduwe Witsen kreeg het huis op de Keizersgracht, de beide halfzusters van haar overleden man de huizen op de Binnen Amstel, een huis in de Breestraat en de hofstede Overveen onder Ouderkerk.
De huizen aan de Binnen Amstel kwamen na het kinderloos overlijden van de zusters Bessels ook aan de familie Witsen en wel aan een volgende Jonas Witsen, de zoon uit het huwelijk Witsen-Hooft. Hij stierf in 1767 en op 27 oktober 1768 droeg zijn weduwe het bezit aan de Binnen Amstel vlak ten zuiden van de Halvemaansteeg over aan Jan Egberts. Die weduwe was Jacoba van Gheel, de tweede vrouw van Jonas Witsen.
Zij woonde in het huis aan de Keizersgracht 674, dat door Jeremias van Raey, de overgrootvader van haar echtgenoot, was gebouwd. Bij zijn testament van 30 april 1767 voor notaris Daniel van den Brink had Jonas Witsen dat wel geprelegateerd aan zijn zoon en naamgenoot, geboren uit zijn eerste huwelijk, maar met de bepaling dat zijn tweede vrouw het haar leven lang zonder huur te betalen zou mogen bewonen.
Een kwart eeuw profiteerde de weduwe Witsen van deze bepaling in het testament van 1767, want pas op 3 december 1792 werd zij van dit huis uit in de Nieuwe Kerk ten grave gedragen.
Haar stiefzoon was eerder dan zij gestorven en zo waren het zijn drie kinderen, die de eigenaren van het huis waren geworden.
Het waren de dochters Johanna Maria Witsen, getrouwd met Anne Willem Straalman, Susanna Catharina Witsen, getrouwd met Willem August Sirtema van Grovestins, en de ongetrouwde zoon Jonas, die kort daarna, op 17 februari 1793, door zijn huwelijk met een actrice, die twaalf jaar ouder was dan hij, grote opschudding gaf.
(1793-1817) Blijkbaar stelden zij geen van drieën prijs op het oude familiehuis en op 24 april 1793 werd dat voor f. 71000,- het eigendom van Paul Iwan Hogguer.
(1817-1829) 0p 27 oktober 1817 werd het door baron Jan Willem Hogguer in veiling gebracht en voor f. 32000,.- verkocht door notaris J.Commelin aan Alberta Jacoba Ameshoff, echtgenote van Abraham du Bois, eerder weduwe van Mathijs Adolph van Idsinga.
(1829-1833) Op 17 december 1829 droeg Mr.Johan Christoffel Walkart, getrouwd met Johanna van Idsinga, voor notaris Commelin het huis voor f. 25600,- over aan Hendrik Doeff.
(1833-1841) On 22 februari 1833 droeg Hendrik Doeff het huis voor f. 45000,- over aan Isaac Abraham Mendes voor notaris A.L.Heystek.
(1841-1861) Op 17 mei 1841 droeg Isaac Mendes, koopman in juwelen, het huis voor f. 50000,- over aan Elisabeth Luden voor notaris A.van Etten.
(1861-1879) Op 21 juni 1861 droeg Elisabeth Luden, getrouwd met Willem Poel, het huis over aan Mr.Johannes Luden voor f. 52000,- voor notaris J.P.van Etten.
(1879-1917) Op 13 september 1879 droeg Elisabeth Doeff, weduwe van Johannes Luden, het huis over voor f. 66500,- aan Johannes Jacobus Couturier, kok, voor notaris F.van Houten. (Stal en koetshuis aan de Kerkstraat werden toen apart verkocht).
Johannes Jacobus is een gerenommeerd kok die regelmatig voor de koninklijke familie kookt. Hier begint hij een besloten restaurant, eerst onder de naam Huize Couturier en later als Maison Couturier. Al in 1883 volgt een uitbreiding met een zaal van 160m2. (1917-1928) Op 17 november 1917 droeg J.J.Couturier het huis over aan W.A.Couturier voor f. 50000,-.- voor notaris Miscroy.
(1928-1930) Op 10 november 1928 droeg W.A.Couturier het huis over aan de N.V. Hollandsche Koopmansbank voor f. 205000,- voor notaris Chr.G.Pouw.
Op 1 december 1928 droeg Johannes van Velzen te Parijs aan de N.V. Hollandsche Koopmansbank voor f. 70000,- de voormalige stal en koetshuis, nu ingericht als huis met garage en afzonderlijk bovenhuis, over voor notaris Chr.G.Pouw.
(1930- Op 8 september 1930 droeg de N.V. Hollandsche Koopmansbank het gehele complex aan de Keizersgracht en Kerkstraat voor f. 314204,22 over aan de Handel en Exploitatie Maatschappij 'Rion' voor notaris Chr.G.Pouw. In dat jaar werd het huis aan de gracht met behoud van de gevel van Dortsman verbouwd tot een veel verder naar achteren uitstrekkend kantoor.
Meer lezen:
Dortsman, Adriaan
Keizersgracht 672
Mars
Minerva

Voor het laatst bewerkt:25-mrt-2018