plattegrond plattegrond middenweg 1816

Naam: Café Oost-Indië; Ooster-Theater; Bio-theater; -
Adres: Middenweg 20-24
Architect: R.van Dam; R.van Dam; Jan Brinkman en Leendert van der Vlugt; Th.Philippi; H.M.Martens; BNLA Architecten
Bouwjaar: 1902; 1908; 1926; 1929; 1936; 2024
Opdracht: Cornelis Oost-Indië; Cornelis Oost-Indië; -; D.J.van Bennekom; Gabbe en Schaps; Nobillon Vastgoed

Café-restaurant Oost-Indië was gelegen aan de Middenweg 6-14. Dit is de nummering van de Middenweg in de Watergraafsmeer voordat deze in 1921 door Amsterdam werd geannexeerd. Na de annexatie werd de nummering gewijzigd en werd het huisnummer 22-24. Voor de duidelijkheid zal de huidige nummering worden aangehouden.
Cornelis Oost-Indië (1873-1918) opent in 1902 op de Middenweg 22-24 het café Oost-Indië. Het is al snel een populaire uitspanning die steeds groter zal worden. Cornelis was gehuwd met Janna Hermana Kingma (1872-1924). Waarschijnlijk zette zij het bedrijf voort na het vroegtijdig overlijden van Cornelis.

oost-indie en concertzaal kunst na arbeid oost-indie en concertzaal

De populariteit van het café zorgde er al spoedig voor dat het bedrijf kon uitbreiden. Naar ontwerp van architect/bouwbedrijf R.van Dam wordt in 1908 aansluitend een grote concertzaal gebouwd. Deze bood plaats aan 240 personen. Zij zaten op ronde rotanstoelen. Het decor werd gevormd door een Italiaans tafereel waarover zelfs in de stad werd gesproken. Niet alleen concerten werden er gegeven, de zaal werd voor alles gebruikt: als vergaderplek, voor kookpresentaties, verkoop van goederen, feesten van verenigingen en vanaf 1909 op elke maandag, dinsdag en vrijdag van half acht ’s morgens tot 12.00 uur als rolschaatsbaan. Café-restaurant Oost-Indië was hiermee in 1911 het eerste en lange tijd het enige verenigingsgebouw van de Watergraafsmeer.

bioscoop 1945

Onder de concertzaal bevonden zich de nog lange tijd bestaande kegelbanen en een zaal voor de handboogschutters, later ateliers voor enkele kunstenaars met een galerie. Hier werden in 1913 groots de onafhankelijkheidsfeesten gevierd, met veel zang, dans en een optreden van het fanfarekorps 'Kunst na Arbeid'.
De ligging van café-restaurant Oost-Indië aan de rand van de stad maakte deze gelegenheid ook gewild bij de joodse gemeenschap. De organisatie ‘Tot bevordering der Joodse belangen Beëir Majiem Gajiem’ verzorgde er in 1913 een kinderfeest ter gelegenheid van Chanoeka. Zij waren niet de enige. Ook de joodse vereniging voor Amsterdam-Oost, Nachaliël, was er regelmatig te gast.

bio thaeter bio theater

Al in 1916 werden in de concertzaal stomme films vertoond, waarbij een explicateur nodig was.
Het lijkt er op dat na het eveneens vroegtijdig overlijden van Janna Oost-Indië het café dicht gaat. De opstallen lijken over te gaan in handen van D.J.van Bennekom.
De architecten Jan Brinkman en Leendert van der Vlugt ontwierpen in 1926 in zijn opdracht een nieuw gebouw voor het café. Architect Th.J.L.Philippi maakte een nieuw ontwerp in 1929 voor de verbouwing van de concertzaal naar bioscoop.


                             
                              Colleen Moore in Lilac Time (1928) deel A New Arrival

Lilac Time 1928 met Colleen Moore en Gary Cooper

Het echtpaar Godefroa opende in deze nieuwe zaal begin 1930 het Ooster-Theater met de vertoning van de film ‘Als de seringen bloeien’ (Lilac time), een romantische film uit 1928. De nieuwe uitbater was de joodse Julius Vleeskruijer (1888-1945). Hij was de zoon van Levie Vleeskruijer en Schoontje Godefroi (1865-1943) en hij huwde in 1935 met Charlotte Jacobs (1907-1977). Zij hadden een zoon Stefan (1937-?). Julius gebruikte een variant van zijn moeders achternaam Godefroa.
Julius was journalist/vertaler en vanaf 1913 werkzaam in de filmindustrie met het Algemeen Internationaal Filmbureau. Daarnaast was hij tot 1929 filmverhuurder. Verder maakte hij deel uit van de directie van Luxor aan de Nieuwendijk 128 en was oprichter/hoofdredacteur van het filmtijdschrift ‘De Kinematograaf’ (1913-1918).
Café-restaurant Oost-Indië sloot haar deuren in 1935 om plaats te maken voor de Veenendaalsche, een winkel in manufacturen, van de familie Diepenveen. De bioscoop blijft wel open maar krijgt in 1936 nieuwe eigenaren. Onder hun leiding wordt de zaal uitgebreid naar 527 plaatsen. Het ontwerp komt van architect Hubertus Marinus Martens. De eigenaren zijn de uit Duitsland gevluchtte immigranten James Gabbe (1895-?) woonachtig op de Achillesstraat 94 en op 26 september 1939 naar Chili vertrokken en Martin Schaps (1892-?). Martin woonde aan de Beethovenstraat 148 en vertrok op 15 juli 1940 naar Curaçao. Van James Gabbe is zeker dat hij joods was, van Martin Schaps is het aannemelijk. Gabbe was in Berlijn directeur van het Tauentzien-Theater op de Tauentzienstrasse 19a. Martin was directeur van het Kurfürsten-theater, op de Kurfürstendamm 25. Zij kwamen als vluchtelingen voor het opkomende nazisme in Duitsland naar Nederland.


                             
                              John McCormack song: Jeannine, I dream of Lilac Time (1928)

Biovakantieoord collectefilm (1992)

Martin en James restaureerden het gebouw, noemen het Bio-theater en het blijft een bioscoop. Als eerste films na de restauratie werden gedraaid: ‘Jeugd in nood’ en ‘Die ganze Welt dreht sich um die Liebe’. In de vooroorlogse jaren blijft het theater een druk bezochte gelegenheid en een middelpunt voor het joodse leven. In de oorlog nam het aantal advertenties van het theater aanzienlijk af. De exploitatie van het theater werd overgenomen door Lichtspel Centrum en na de oorlog door Holland Film, beide ondernemingen van Van Royen.
De NVD (De Nederlandse Volksdienst) organiseerde begin december 1942 in dit theater een Sinterklaasfeest. De NVD was de voorloper van de Stichting Winterhulp. Deze stchting had ca.1000 betaalde krachten in dienst en kreeg zijn middelen uit collectes en Duitse subsidies. Het was een kopie van een op nationaalsocialistische leest geschoeide Duitse organisaties en hoewel er niet veel bekend is over deze organisatie is het tekenend dat samenwerking met burgerlijke en kerkelijke armenzorg in Nederland niet van de grond kwam.
Het theater draaide in de oorlog, zij het beperkt, door, met eind 1944 onder meer nog een cabaretvoorstelling.


                             
                              Marta Eggerth in deel van Die ganze Welt dreht sich um Liebe (muziek Franz Lehár) (1935)

Deel uit Im weißen Rössl (muziek Ralph Benatzky) met onder andere Theo Lingen (1935)

Na de oorlog was de heer Corsmit enige tijd directeur terwijl zijn vrouw achter het loket kaartjes verkocht. In de jaren 50 en 60 was het een belangrijke buurtbioscoop met een gevarieerd aanbod. Vóór de hoofdfilm werd er een filmpje vertoond waarin een geestelijk gehandicapte jongen zwemmend in de camera zei: ‘En weet je wat ik zo leuk vind, dat ik kan zwemmen en mijn vader en moeder niet’. Vervolgens kwamen de bekende collectebussen ten bate van het Bio-vakantieoord de zaal in. Bekende films in de jaren 50 waren onder andere ‘Im weiszen Rössl’, de ‘Sissi’ films en natuurlijk de cowboyfilms met als grote sterren Roy Rogers en Doris Day.
Volgens sommige bronnen was de heer Corsmit op een onbekend ogenblik directeur en verkocht zijn vrouw de kaartjes. In 1970 ging de bioscoop, met vele anderen van Van Royen, over naar City Theater NV. Deze laatste eigenaar ziet geen kans meer voor een verantwoorde exploitatie en zo gaat het Bio-theater in januari 1975 dicht. Het Bio stond bekend om zijn muziekfilms.

middenweg 20-24 1985 ms mode

Max Abram zag zijn kans en startte hier de eerste winkel van de Mantelspecialist in Amsterdam. Tot dan had hij met zijn vader een kraam op de Albert Cuypstraat gehad en sinds 1964 zijn eigen confectiebedrijf Max Abram met alleen jassen onder het motto ‘Kwaliteit voor lage prijs’. In 1979 werd de naam en het logo veranderd in M&S Mode en in 2003 in MS Internationaal. De rechten van de naam M&S werden verkocht aan het Britse warenhuis Marks & Spencer, waarna de naam veranderde in MS Mode. Sinds 1998 is het een onderdeel van het concern Vendex KBB. Vanaf 2010 is MS Mode een onderdeel van Excellent Retail Brands van Roland Kahn, waaronder ook de merken CoolCat, Wonder Woman, America Today en Sapph vallen. M&S Mode blijft tot 2016 en verhuist dan naar winkelcentrum Oostpoort.
Daarna was er een overdekte kringlooptuin en een kunstverkoop. Deze werden opgevolgd door het Kruidvat die verhuisde naar de Linnaeusstraat. Vanaf 1992 tot 2008 is Videotheek-Mega-Video huurder.

popinn art popinn art popinn art popinn art

Een nieuw kunstplatform, Popinnart, opende in februari 2018, haar deuren in de voormalige Bio-Bioscoop aan de Middenweg. Popinnart laat hier tot medio augustus ruim veertig lokaal en (inter)nationaal bekende kunstenaars gezamenlijk exposeren met betaalbare en kwalitatief hoogwaardige kunst. Initiatiefneemster Katelijn Bergman: ‘Te vaak is kunst nog iets verhevens dat je voornamelijk in ‘silent white galleries’ of op sjieke beurzen aantreft. Dit initiatief wil kunst in al zijn kleurrijke verschijningsvormen juist toegankelijk maken.’

sloop sloop sloop kunstwerk

Dat er in het verleden een bioscoop was gevestigd, dat was aan de gevel nog altijd te zien. De grote verrassing kwam bij het ontmantelen van het pand voor de nieuwbouw. Na het verwijderen van een afwerkwand werd hoog in de voormalige filmzaal een wandreliëf zichtbaar. Buurtbewoner Reindert Groot zag het vanaf de straat zitten. De slopers geven aan dat het gipsreliëf waarschijnlijk te kwetsbaar is om te kunnen bewaren.
De eigenaar van het pand heeft inmiddels contact gehad met de gemeente en Erfgoedvereniging Heemschut. Een woordvoerder laat weten ‘aangenaam verrast’ te zijn door het gipsdetail. ‘Wij zullen alles in het werk stellen om dit kunstwerk zo goed als mogelijk te verwijderen en terug te plaatsen in de te realiseren nieuwbouw. Als mocht blijken dat wij het niet kunnen herplaatsen, dan zullen wij het beschikbaar stellen aan de gemeente om het op te slaan en wellicht elders te plaatsen, maar vooralsnog gaan wij ervan uit dat dit een mooie plek op de Middenweg zal krijgen.’

kunstwerk kunstwerk

Uit nader onderzoek door de firma Art Conservation bleek dat het kunstwerk helaas niet behouden kon blijven. Het reliëf is echter volledig in kaart gebracht met een 3D-scan en zal als replica een nieuw leven krijgen. Op het kunstwerk zijn twee figuren, een man en een vrouw, beiden met een masker in hun hand: het ene vrolijk en het andere triest, afgebeeld. Een lach en een traan lijkt de bedoeling te zijn. De wapperende filmrol, een verwijzing naar de bioscoop, maakt het reliëf compleet. Volgens sommige bronnen zou de schenker/maker aannemersbedrijf Herman Sibbel zijn geweest als dank voor de bouwopdracht van de bioscoop.
Nu is op deze historische locatie een prachtig nieuwbouwcomplex verrezen. Het complex bestaat uit een woongebouw met 12 appartementen en een bruisende horecaruimte. De 6 atelier- en bedrijfsruimten zijn gelegen in de binnentuin. In de centrale hal met atrium is de replica van het wandreliëf aangebracht. Het oude pleisterwerk is vervangen door lichtgewicht 'high-density schuim' met enkele lagen 'Glass Enforced Polyester'. Dankzij de opmerkzaamheid van Reindert Groot en de inzet van de aannemer WJ Projects en de ontwikkelaar Nobillon is het stukje geschiedenis bewaard.
Opdrachtgever voor het complex aan de Middenweg is Nobillon Vastgoed die BNLA Architecten een ontwerp liet maken. De oorspronkelijke bioscoopgevel, ooit een opvallend wit herkenningspunt te midden van de klassieke Amsterdamse panden, diende als inspiratie. Nu staat er een gevel van Hagemeister-Farsund steen, een bijzondere keuze die doet denken aan de serene schoonheid van Scandinavische winterlandschappen. Deze steen, met zijn zachte pasteltinten, subtiele nerfstructuur, rafelige randen en bruine sintering, behoudt het lichte karakter van de oude gevel, terwijl het naadloos opgaat in de historische omgeving. De oplevering vond plaats in 2024.