Nes 104-128
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Sint Mariaklooster (voor 1578)
Adres: Nes 104-128

In 1417 werd binnen de huidige vierhoek Rokin, Langebrugsteeg, Nes en Kalfsvelsteeg (in de 16de eeuw nog Marienstraetgen geheten en daarna tot in de 18de eeuw Stijfselsteegje), het Sint Mariaklooster gesticht. Het was een vrouwenconvent van de Derde Orde der Franciscanen en behoorde tot het kapittel van Utrecht. Ook dit klooster kwam tot stand met hulp uit het netwerk van Gijsbert Dou. De pater in 1417 was Tiemen Braam, mater, Magdalena Jacobsdr. In 1431 werd het maximale aantal zusters gesteld op 50 en het aantal toegestane proveniers op 6 of 7. Ook kregen de zusters toestemming van het convent om een biechtvader en priester te kiezen, die de mis in hun eigen kapel mocht lezen en preken. Verder kregen de zusters en proveniers toestemming om begraven te worden met een lijkstoet. De gemeenschap mocht in 1494 groeien tot 60 bewoners.
Op 2 november 1541 om 17.00 uur is het klooster in brand geraakt waarbij de muren en daken zijn ingestort. Na onderzoek was de conclusie: de brand was door onroomschen (=ketters) gesticht. Het convent kon beschikken over een kerk, gelegen aan het Marienstraetgen, een refter, een hooihuis, een koehuis en een brouwhuis. Aan de Neszijde bevonden zich de ingang van het hoofdgebouw, een weef- en washuis en het patershuis. In 1579 was Jacob Jansz Benningh benoemd tot voogd van het Mariaconvent. De samenstelling van de gemeenschap werd in 1582 in kaart gebracht. In dat jaar woonden er 26 zusters, in de leeftijd van 26 tot 69 jaar. Bij de opheffing in 1585 werden de zusters door de stad gealimenteerd.

Het stadsbestuur besloot in 1582 een aantal kloostergebouwen, waaronder het koehuis en het brouwhuis, te verhuren. In 1584 werd het besluit genomen tot verkoop van huizen en erven. De kapel werd na de opheffing van het klooster in 1578 door de Heren van de Admiraliteit in gebruik genomen en in 1616 ingericht als lakenhal. In 1633 werd het gebouw verkocht en tot woonhuis (Rokin 93) omgebouwd. Ook de rest van het terrein werd heringericht en het langgerekte kloostergebouw langs de Nes werd vervangen door individuele woonhuizen, waaronder het huidige dubbelpand 116-118. Aan het einde van de negentiende eeuw werden de restanten van het convent, de buitenmuren van de kapel, gesloopt. Vanwege een vondstmelding van menselijke skeletresten bij graafwerkzaamheden in een deel van de achterste kelderruimte van Nes 116-118 heeft Bureau Monumenten & Archeologie een noodonderzoek uitgevoerd. In 1e instantie werd vastgesteld dat er zich losse botten in de bodem bevonden, tussen circa 0,1 m en 0,8 m onder N.A.P. Daaronder bleken 6 houten grafkisten nog op hun plek te liggen. Ze waren voor een deel verstoord en beschadigd, maar in 3 gevallen lagen de skeletdelen nog in anatomisch verband. In het talud van het niet ontgraven deel van de kelderruimte waren nog meer grafkisten en skeletresten zichtbaar. Een sondering met een meetpen gaf aan dat onder de ontgraven kisten waarschijnlijk nog meer begravingen waren. Onderzoek wees uit dat de 3 skeletten uit de grafkisten afkomstig waren van jonge vrouwelijke personen tussen de 20 en 34 jaar. Het losse botmateriaal uit de bovengrond was afkomstig minimaal 4 vrouwen en minstens 2 mannen. Een eikenhouten grafkistbodem is met behulp van de jaarringen in het hout gedateerd. De boom waaruit de bodem was gezaagd bleek in 1567 geveld. Gezien de historie van de plek houden de menselijke resten waarschijnlijk verband met de laatste begravingen in het kloosterhof van het Mariaklooster. Vanwege het belang van een integraal behoud van de vindplaats zijn de opgegraven skeletresten na het fysisch antropologisch onderzoek teruggeplaatst en is de vloer van de kelderruimte aangevuld tot aan het oorspronkelijke niveau en betegeld.

Adres: Nes 104-110
Architect: Theodoor Gerard Schill & Dirk Hendricus Haverkamp
Bouwjaar: 1896

Het pand is gebouwd in neorenaissance en loopt van Rokin 93 tot de Nes. Het was het kantoor en magazijn van tabaksmakelaars Brusse & Gransberg, een firma die in 1865 was begonnen.

Nes (104-)110 Comedy Theater
In 2007 betrok het Comedy Theater, na een twee maanden durende verbouwing van de voormalige en al lang leegstaande tabaksveiling, het pand. Authentieke elementen in het pand werden behouden, waardoor er een bijzondere sfeer werd gecreëerd. Het theater probeerde de zalencapaciteit tussen Klein Bellevue en de Kleine Komedie te vullen. Op het balkon stonden de oude stoelen van het legendarische Nieuwe de la Mar Theater. De openingsvoorstelling was een optreden van Claudia de Breij. Het initiatief tot dit theater werd genomen door Frans Rühl, eens medewerker van Wim Kan en bezorger van diens dagboeken. Cabaretliefhebbers en comedyfanaten waren het er eensluidend over eens: Het nieuwe Comedy Theater in de Nes is de dagelijkse plek voor inspiratie en contacten. Met twee huisgezelschappen (‘Comedy Explosion’ en ‘Op Sterk Water’) en een zeer grillige programmering gebeurde er iedere dag iets bijzonders. Het theater gold als ‘het Paradiso van het cabaret’.
Het Comedy Theater in de Nes, zoals het ook wel werd genoemd, heeft slechts zeven jaar kunnen bestaan. De eigenaar van het pand zag meer heil in een horeca exploitatie en kreeg hierbij steun van deelraad Centrum en D66. In 2014 kwam en ging restaurant ArtDeli met een schuld van 1 miljoen euro. Opvolger was noodles restaurant Siam dat ook slechts korte tijd heeft bestaan. Opvallend is dat de eigenaar van het pand na zeven jaar nog niet de moeite heeft genomen de borgsom van het Comedy Theater terug te betalen.

Adres: Nes 112-114
Architect: Theodoor Gerard Schill & Dirk Hendricus Haverkamp
Bouwjaar: 1908

Gebouwd als kantoor van Scheltema & Co's Tabakshandel. Die was ook gevestigd op Rokin 101. Het bedrijf bestaat in 1941 nog want dan is er terug te vinden dat er Verwalter actief is.

Adres: Nes 116-118
Architect: -; K.T.Nienaber
Bouwjaar: 1881; 1908
Opdracht: A.Mayer & Co.

Het pand is gebouwd in 1881 en in 1908 verbouwd met een conciërgewoning van de firma A.Mayer & Co, één van de grote tabakshuizen en handelaren in ruwe bulk tabak. Op enig moment is de naam van de firma gewijzigd in Entcomayer. Adolf Mayer vluchtte nog vóór de Duitse inval in 1940 naar Argentinië, vanwaar hij zijn handel voortzette. Het is aannemelijk dat hij de zoon was van Adolf Eduard Mayer (1843-1942), een Duits landbouwkundig chemicus, wiens onderzoek naar de tabaksmozaïek-ziekte een belangrijke rol speelde in de ontdekking van het tabaksmozaïekvirus (TMV). Hij was in 1879 directeur van het Agrarisch Proefstation van de Landbouwhogeschool Wageningen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de conciërgewoning van de tabaksfirma Entcomayer bewoond door Coen en Ella van Eekeres. Op de benedenverdieping waren de ruimtes ingericht om klanten van de firma met de verschillende soorten tabak kennis te laten maken en daaronder bevond zich de kelder. De toegang tot de kelder was verborgen in een voor de wand geplaatste dubbele werkkast. Deze kelder werd door het echtpaar ingericht als schuilplaats voor uiteindelijk dertien onderduikers. De onderduikers mochten ’s avonds, wanneer het donker was, naar boven komen om op de eerste verdieping van het pand, in de woonkamer van Coen en Ella te komen ‘luchten’. Wanneer de deurbel ging, werd de persoon die had aangebeld lang genoeg aan de praat gehouden om de onderduikers tijd te geven terug te keren naar de schuilplaats in de kelder.
Op 7 mei 1945 maakte fotograaf Cas Oorthuys een foto die een van de meest iconische foto’s over de onderduik ter wereld zou worden. In de kelder van Nes 118 is een kalende man met snor te zien die een pijp rookt en zittend in een stoeltje een boek leest. Naast hem een vrouw die geknield een kachel lijkt aan te maken. De foto zou het symbool van de Nederlandse onderduiker worden, altijd voorzien van de tekst ‘(Joodse) onderduikers’. De onderduikers van het echtpaar Van Eekeres wilden echter meteen na de bevrijding absoluut niet op de foto. De poserende dame en heer op de wereldberoemde foto zijn dan ook Coen en Ella van Eekeres, de onderduikgevers zelf.

Adres: Nes 120
Architect: Petrus Franciscus Laarman
Bouwjaar: 1876

Het pand is gebouwd als kantoor/magazijn met een dienstwoning en vanaf 1901, wellicht al eerder, tot 1906 in gebruik als kantoor van de tabaksfirma Klomp & Co. Zij hadden ook een magazijn op nummer 77. Het pand werd in 1906 geveild als ’Een kantoorgebouw met ruim onderstuk, kantoorlokalen, monsterkamer, conciërgewoning, open plaats en erve, groot 99 centiaren, uitmuntend geschikt ten dienste van den tabakshandel.’
1910-1921: kantoor van J.E.Catz, makelaar in tabak.
1922-1928: kantoor van Helling & Sanders, makelaars in tabak sinds 1890. Zij vertrokken in 1928 naar Rokin 103.
De volgende gebruiker was C.L.Meyer jr, agent der General Cigar Co., die hier in ieder geval tot 1950 kantoor heeft gehouden.

Meer lezen:
Dou, Gijsbert
Haverkamp, Dirk Hendricus
Laarman, Petrus Franciscus
Nes
Schill, Theodoor Gerard

Voor het laatst bewerkt: