Oude Waal 35
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naamherkomst: De Walen waren inhammen van het IJ die in de winter als ligplaatsen voor zeeschepen werden gebruikt. Aanvankelijk dienden Lastage, Waalburgwal, maar vooral Oude Waal als plaatsaanduiding. De drassige oevers dienden voor opslag van hout, pek en teer.
Naam: Campen, -
Adres: Oude Waal 35
Bouwtijd: -, 1937

1565
In 1559 werd de lijnbaan van de overleden Olfert Hendricksz. inde Fuyck gekocht door Joost Jansz. Op 4 en 10 januari 1565 verkocht Frans Jansz van Campen twee erven met lijnbaan aan zijn broer Joost Jansz Camp. Joost Jansz werd al in november 1566 begraven. Uit het kohier van de 100ste penning uit 1569 blijkt dat tussen de woningen, pakhuizen, tuinen en slopjes een lijnbaan werd gebruikt door Frans Jansz van Campen; daarnaast een lijnbaan gebruikt door zijn schoonzuster, de weduwe Joosten, vervolgens een ledig erf dat diende als uitgang voor de eerder genoemde lijnbaan. Ytgen Pietersdr. (de weduwe Joosten) vergezeld door haar zonen Hendrick en Pieter, verkocht op 31 januari 1582 een erf, eertijds een lijnbaan, aan de burgemeesters. In de Resoluties van de Vroedschap, waarin het stratenplan voor de Lastage in 1586 wordt vastgesteld is sprake van drie lijnbanen die waarschijnlijk behoorden aan Henrick Joosten.
Op 2 oktober 1587 werd Heijndrick Joosten, van de Lastage, begraven. De voogden Pieter Joostensz. en Arent Jansz. verklaarden zes weken later bij de weeskamer dat hun neefje Joost, 13 jaar, de enige erfgenaam was en dat zijn moeder Ytgen Pietersdr zou 'blijven sitten in al de goederen'. Op 12 januari 1588 hebben Pieter Joosten en Arent Jans, zeilmaker, als voogden van Joost, een lijnbaan met teerhuis (voorhuis met teerketel), twee woningen en drooghuizen, verkocht aan Ael Claesdr Lantsmeer.
Pieter Joosten, touwslager, wonende op de Lastage en de broer van Henrick Joosten, was getrouwd met Weijn Jans (-1591). Pieter hertrouwde met de weduwe Bette Claesdochter in 1592. In juli 1600 verkocht hij een erf aan de burgemeesters, 'daer de Oudeschans placht te liggen', maar deze akte is doorgehaald. Op 6 maart 1603 kocht Joosten een erf terug in de Jonkerstraat van twee 'projectontwikkelaars', burgemeester Jan de Wael uit Haarlem en Pieter Coenesz. Op 14 augustus 1608 verkocht hij 'een ledich erff' aan Barend Barendsz. Pieter Joosten behield een steeg van vijf voet (ca 1,4 m) breed, waar niet getimmerd mocht worden. Pieter Joosten woonde op de hoek van de Ridderstraat. Zijn weduwe werd in 1619 vanuit het pand ’t Kalf in de Dijkstraat begraven.

1608
Schoenmaker Barend Barendsz., afkomstig uit Kampen, was op 28 juni 1590 poorter van de stad Amsterdam geworden. Zijn eerste vrouw, Grietje Dirxdochter, overleed in 1603. Bij de Weeskamer werd gemeld dat hun dochter 500 gulden erfde. In 1604 trouwde Barend Barendsz. opnieuw, nu met Giert Jans. In 1606 lieten zij een testament opmaken toen zijn vrouw zwanger was. Barend benoemde Sara, alsmede het kind of kinderen, die Giert van hem zou krijgen tot erfgenamen. Barend Barendsz. werd begraven op 11 april 1643. Zijn weduwe werd enkele maanden later begraven. De erfgenamen van Barend Barendsz. worden genoemd als eigenaar in het kohier van de 8e penning over de jaren 1651-53. Op 22 december 1656 gaf Barend Barendsz. jr. opdracht tot verkoop van het huis en op 29 augustus 1657 was de kwijtschelding afgehandeld en Andries Pama de nieuwe eigenaar.

1656
Andries Pama (1624-1681), vleeshouwer, werd op 22 december 1656 de eigenaar van het pand bij de 'Monckelbaenstooren'. In 1660 ging Pama failliet. Uit het register op de executiekwijtscheldingen blijkt dat het pand op 1 januari 1661 is verkocht. Of Andries Pama meteen naar de Jonkerstraat verhuisde, is niet duidelijk.
Van Domselaer beschreef in 1665 de situatie in de Jonkerstraat en Ridderstraat als volgt: ’In deze twee lange straten woont tegenwoordig zo grouwzamen menichte van gemeen varendt, en hantwerksvolk, ‘t welk met scheepstimmerwerven en vaarten, hun kost wint, ja wel vier huysgezinnen zomtijds in een huys, als de voorhuyzen, achterhuyzen, voor- en achterkamers, dat het ongeloofgelijk is. In de Ridderstraat en Jonkerstraat, alsmede het Kollegatsteegje moesten volgens predikant Johannes Heydanus 4300 mensen wonen.
Andries Pama ‘vleeshouwer uit de Jonkerstraat’ en zijn vrouw werden begraven in 1681 in de Oude Kerk. De drie nog minderjarige kinderen vielen vermoedelijk onder de hoede van hun oudste zuster, getrouwd met Bastiaan Cornelis Bruygom van der Goos, vleeshouwer in de Barberenstraat. Op 5 maart 1683 verklaarde de oudste zoon dat de erfenis door de vijf kinderen werd geweigerd.
1661
Henrick Pietersz. Listingh, 24 jaar, uit de Halvemaansteeg, trouwde op 21 januari 1650 met Cathalina de Plewi. Listingh was een comenijhouder, een winkelier in oosterse waren. In 1661 kocht Listingh het huis op de Oude Waal voor fl. 7.020,- op een veiling. Dat is de hoogste prijs die voor het pand werd betaald, zowel in de 17de als de 18de eeuw. De winkelier in grutterswaren loste binnen een jaar af, in drie termijnen. Listingh werd begraven op 21 mei 1676 in de Zuiderkerk, afkomstig van de Oude Waal 'bij de tooren'.
Zijn weduwe Catalijntje Pluye, nog steeds woonachtig in het pand, hertrouwde op 19 februari 1677 met de 42-jarige weduwnaar Jan Jochemsz. Op 11 juli 1679 verkocht Jan Jochems voor zijn vrouw het pand voor slechts fl. 5.200,- aan Neeltje Jans. De 'hausse' in stijgende prijzen was voorbij na het rampjaar 1672. Ook zal de status van de Oude Waal zijn gedaald bij een betrekkelijk groot aanbod van panden aan de grachtengordel.

1679
Neeltje Jans, 23 jaar, en Jan Jacobus, schipper, 26 jaar, beide wonend op de Waal, trouwden in 1660. In juni 1660 had Joost Verstraten, haar oom en getuige, een 3/4 pand gekocht in het Wittepaerdsteeg, tussen de Kromme Waal en de Geldersekade. In oktober van dat jaar kocht hij de rest. Het is aannemelijk dat het paar hier een verdieping betrokken had. De familie woonde in 1671 op de Oudeschans, boven een slager en trokken in 1673 in bij hun oom, Joost Verstraten, op de Oudezijds Achterburgwal. In juli 1679 kocht Neeltje het pand op de Oude Waal. De weduwe Neeltje Jans liet het in 1713 verkopen. De nieuwe eigenaar was Pieter van der Marckt.
1713
Pieter van der Marckt 'van de Waal', oud 25 jaar, trouwde in 1708 met Hijltje Reverdinck 'uit de Peperstraat'. Hij was koperslager. Ze kregen drie kinderen: Pieter (1710-1743), Helena Margreta (1714-1767) en Sara Catharina (1717-1771). In 1713 kocht hij het pand met 'Campen' in de gevel. Pieter van Marckt 'van de Oude Waal bij de Oude Schans' werd begraven in 1727.
Zijn weduwe blijft eigenares en bewoonster van het betreffende pand. Zij was getuige bij het huwelijk van al haar kinderen. Helena trouwde met Johannes Visscher in 1735. Sara Catharina trouwde in 1738 met Wijnand Speijker, een kruidenier, eveneens wonend op de Waal. Pieter, koekenbakker en wonend op Rusland, trouwde in 1739 met Alida Visser. Hilletje Reverdink, afkomstig 'van de Oude Waal' werd in 1743 begraven.
1743
Johannes (de) Viss(ch)er, koperslager, werd, via zijn vrouw Helena van de Marckt, eigenaar van het pand. Zij hadden twee kinderen: Johanna Catharina (1739) en Pieter (1740). Johannes de Visscher overleed in 1765. Helena overleed in 1767.
1767
Pieter de Visscher, erfgenaam, staat als eigenaar te boek tot 1805.
Na 1796
In 1796 werd in Amsterdam een vorm van straatnummering ingevoerd. Oude Waal 35 kreeg op dat moment Kleinnummer 78. Het huis werd toen bewoond door T.Ulm, een (joodse?) tapper, met twee personen. Twee jaar later werd het huis bewoond door A.de Hoog, een smid, en in 1819 door kapitein A.Gordon (1784-), ongehuwd, en op een kamer de naaister Christine Weyler (1786-). Ook T.Kleyn (1768-), zeekapitein, gehuwd, heeft er een kamer gehuurd. In 1825, 1829 en 1841 werd het pand bewoond door de loodgieter Jacobus Rinse met vrouw en drie kinderen. Aan het einde van de 19e eeuw woonden er nog steeds leden van de familie Rinse, alsmede een aantal dienstbodes, die een kamer huurden. Het onderhuis was een bergplaats voor de loodgieter W.H.Rinse, woonachtig op Oude Waal 34. Hij was een timmerman en makelaar en leverde gymnastiektoestellen, die te bezichtigen waren in het Tolhuis. In 1902 overleed Anna Maria Rinse op 66-jarige leeftijd, zij woonde op nummer 35.

In 1921 werd Oude Waal 35 verkocht samen met Oude Waal 34, omdat de winkel en eerste verdieping vrijkwam na het overlijden van Jacobus Johannes Rinse in de ouderdom van 82 jaar. Oude Waal 34 bevatte een winkel met twee bovenhuizen, het pand liep door tot Jonkerstraat 91. De winkel was een wasinrichting.
In 1924 werd het pand op een veiling opnieuw ter verkoop aangeboden. Het pand was in goede staat, volgens Bouw- & Woningtoezicht waren er geen gebreken. In de jaren twintig was er een dameshoedenfabriek gevestigd, en een magazijn voor boeken. Begin januari 1932 ging Barend Presser, van Oude Waal 35 bel-etage, failliet. Zijn groentehandel werd opgeheven. Kort hierna zijn de panden Oude Waal 35 en 36 afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. In 1938 was de nieuwbouw klaar. 8 Mei 1940 trouwden Jo Blaas en Leo Engelander. Hun nieuwe adres: Oude Waal 35 bel-etage. Het echtpaar is in 1943 afgevoerd naar een vernietigingskamp.

Meer lezen:
Kleinnummer

Voor het laatst bewerkt: