Uilenburg
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.
Naam: Batavierstraat (eiland Uilenburg)
Herkomst: Vermoed wordt dat de oorsprong van de naam moet worden gezocht bij een gevelsteen of uithangteken in deze omstreeks 1920 afgebroken straat op het eiland Uilenburg.

Naam: Uilenburgerstraat (eiland Uilenburg)
Herkomst: De naam Uilenburg is mogelijk afkomstig van een hier gelegen gebied dat in 1470 Uylenbraeck werd genoemd.
Op de Uilenburgerstraat kwamen de Eerste en Tweede Batavierdwarsstraat uit.

De Uilenburgerstraat vormde samen met de Batavierstraat de twee hoofdstraten in de lengterichting van het eiland Uilenburg. Bij de sanering van de buurt zijn de straten opgegaan in de Nieuwe Uilenburgerstraat.
Bij de sanering van het eiland is de Eerste Batavierdwarsstraat definitief verdwenen en de Tweede Batavierdwarsstraat vervangen door de Nieuwe Batavierstraat.
Uilenburg is bij de aanleg bereikbaar over vier bruggen, twee over de Montelbaens Burchwal, de huidige Oudeschans, één bij de Houtkopersburgwal en een brug naar Rapenburg.
Het is niet waarschijnlijk dat op het in 1593 nieuw aangeplempte eiland Uilenburg scheepsbouw en daarmee samenhangende woningbouw en bedrijvigheid gelijk tot stand komen.
De kopers hebben de pas verworven erven vermoedelijk enige tijd moeten laten inklinken en moeten ophogen. Doordat de stad de erven al in een vroeg stadium van de stadsuitbreiding verkocht, kreeg zij geld binnen dat anders voor het bouwrijp maken geleend had moeten worden.
Door verkeerde opmeting moesten de "Montelbaansgracht" en de Markergracht teruggebracht worden tot 200 voet breedte terwijl ook de eilanden Uilenburg en Marken en de Uilenburgergracht tussen deze beide eilanden smaller zijn dan oorspronkelijk bedoeld.
Deze tegenvaller zal de reden zijn dat het eiland Marken bestemd werd voor de bouw van kleine binnenschepen en dat de Admiraliteit van Amsterdam, die vanaf de oprichting in 1596 gevestigd is op de zuidwesthoek, al in 1619 verhuist naar Rapenburg.
De erven op Uilenburg, Marken en Rapenburg werden in de loop der jaren voor twee tot negen gulden per m2 verkocht, de hoekerven waren duurder. De prijsverschillen kunnen optreden doordat de kopers soms nog rekening moest houden met de Melioratie, een belasting die de stad heft om de kosten van het grondwerk en aanleg van straten terug te verdienen.
De ingebruikname van nieuw industrieterrein werd toen, net als nu, met verordeningen en gunstige regelingen bevorderd. In 1601 wordt de Lastage tot verboden gebied verklaard voor houtoplag, maar het duurt nog enkele jaren voordat alle houthandelaren verdwenen zijn.
Het hoogtepunt in de verkoop van bouwkavels op Uilenburg valt waarschijnlijk tussen 1606 en 1608. Tussen 1619 en 1623 worden nog eens 42 erven op Uilenburg verkocht als de Admiraliteitstimmerwerf naar Rapenburg is verplaatst.
Omstreeks 1680 hebben alle scheepstimmerlieden hun werven verhuisd naar de Oostelijke Eilanden. Hierdoor kunnen de percelen aan de noordoostzijde opnieuw worden gerooid en ingedeeld. Er kwamen diverse nieuwe pakhuizen en omdat er nauwelijks verordeningen waren voor Uilenburg zijn veel erven opgedeeld in kleine percelen. Er verschenen tientallen sloppen, stegen en achterhuizen.
Uilenburg wordt meer dan voorheen een woonbuurt voor arbeiders van de werven op Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg. Ook de verarmde Oost-Europese joden kwamen op de goedkope woningen af die bovendien niet te ver van de synagoge waren gelegen.
Rapporteurs die in 1795 verslag doen van de telling van de joodse bevolking op Marken en Uilenburg, merken op: "De volkrijkheid in de Joodenbuurt is op zommige plaatsen zo groot, ieder plekje, tot op de vliering toe, met zoo veele menschen bezet, de onbescheidenheid van veelen dier natie in dergelyke huizen, was van dien aart, dat alle de wijkmeesters niet hebben durven instaan, dat er aldaar ook niet enkele menschen, kinders vooral, over het hoofd zyn gezien geworden."
Aan het eind van de 19e eeuw is Uilenburg nog steeds erg dichtbevolkt. Er wonen tot tien mensen of meer op een kamer, de woonerven zijn volgebouwd met voor- en achterwoningen en daartussen 21 sloppen waar besmettelijke ziekten veelvuldig voorkomen.
Aan de oostzijde van de Uilenburgerstraat is in 1766 de Uilenburgersjoel gebouwd voor de Asjkenazische joden. Oorspronkelijk was het gebouw slechts bereikbaar via de Koning Davidgang, de voormalige Brandewijngang. In 1906 ontstaat na de sloop van enkele huizen een voorplein en staat de synagoge niet meer op het Kokshofje aan de Uilenburgerstraat, of zoals in andere documenten staat, aan de Agterstraat op Uijlenburg.
In 1879 verschijnt in de zuidoost hoek van Uilenburg het Boas gebouw, een door stoom aangedreven diamantslijperij van architect-werktuigbouwkundige J.W.Meyer. Destijds was dit de grootste diamantslijperij ter wereld.
Andere (vooral joodse) winkels zijn er omstreeks 1895 op:
30-34 Op dit adres was in 1893 de brood- en beschuitbakkerij van J.M.van Praag ORT gevestigd.
31 R.M.Krant had een winkel in kruideniers- en grutterswaren.
68 J.D.Rokkestikker was smid en was op dit adres gevestigd in 1896. Hij verhuisde in 1897 naar de Lange Houtstraat 5.
84 Hier was in 1897 het café van A.Kattenburg gevestigd en hij plaatste in augustus 1897 een biljard in zijn café.
110 A.de Brave woonde in 1880 op dit adres in de Uilenburgerstraat. Hij was depothouder voor broodfabriek A.de Haan ORT.
118 Café 'de Gunst'. De uitbaatster was weduwe A.Schavrien.
119 In 1882 adverteerde stoom-, meel- en broodfabriek De Leeuw met haar brood vanaf dit adres.
121 I.S.van Elkan verkocht in 1881 Duits Kummelbrood ORT.
141 Ph.M.Tak leverde alle soorten koek en gebak vanaf dit adres. Het was volgens zijn advertentie streng koosjer.
159 W.Meijer had in 1893 hier zijn slagerij.
In 1887 verrees de Sophie Rosenthal Bewaarschool voor arme joodse kinderen, op de plaats waar nu het GEB onderstation staat. De ontwerptekeningen van 1887 laten zien dat de school alleen een benedenverdieping heeft. Aan de westzijde van de school werd een onderwijzerswoning gebouwd, Nieuwe Uilenburgerstraat 31 (nu 59), waarvoor de eerste steen werd gelegd op 15 juni 1887. Aanvankelijk lagen de school en de woning op een binnenterrein, achter een rij huizen aan de Uilenburgerstraat.
Deze joodse bewaarschool is gesticht op initiatief van Sophie Rosenthal, de vrouw van bankier George Rosenthal. Sophie May werd in Hamburg geboren in een eenvoudig joods gezin als dochter van Zebi Hirsch May en Henriette Goldschmidt. Ze trouwt in 1856 met George Rosenthal, zoon van de steenrijke bankier Leeser Rosenthal. George en Sophie kwamen in 1864 wonen op de Herengracht 500.
Sophie heeft zich in haar Amsterdamse tijd sterk ingezet voor de minderbedeelden. Dit was voor een groot deel mogelijk door de goed bekend staande Bank Lippmann Rosenthal van haar echtgenoot. Sophie kon uit eigen middelen of via relaties zorgen voor de benodigde financiën.
Naast de bewaarschool heeft Sophie haar naam ook verbonden aan het Rosenthal-May zusterhuis op de Nieuwe Keizersgracht 116 waarvoor zij de grond waarop het zusterhuis gebouwd is eerder aan het Nederlands Israëlietisch Armbestuur geschonken had. Het zusterhuis werd in 1914-1915 gebouwd naast het Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis en werd in 1953 verbouwd tot wooneenheden.
De Sophie Rosenthal Bewaarschool had na een grote uitbreiding 10 lokalen en bood plaats aan 500 vooral joodse kinderen. Het hoofdgebouw van de school stond parallel aan de Uilenburgergracht en tussen de school en de gracht was zand waarin gespeeld kon worden. De goed bekend staande school werd in april 1893 door prinses Wilhelmina met een bezoek vereerd.
In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd deze particuliere school, nadat hij was overgenomen door de gemeente, verbouwd tot Vakschool voor Kleermakers.
Met de komst van de Woningwet van 1901 krijgen de stadsbestuurders een handvat om de slechte woningen in de stad aan te pakken. Uilenburg zal daar als eerste van profiteren. In 1911 wordt het onteigeningsplan goedgekeurd, gevolgd door een onteigeningssubsidie van Fl. 700.000 van het Rijk waarna in 1916 de afbraak van de vele honderden krotten begint. Van de 908 woningen zijn er 380 onbewoonbaar en eenzelfde aantal komt niet in aanmerking voor een opknapbeurt.
Zo worden alle huizen tussen de Batavierstraat en de Uilenburgerachterstraat gesloopt. De Nieuwe Uilenburgerstraat wordt opgetrokken met een breedte van 18 m., met een dubbele bomenrij en een plantsoen.
De Uilenburgergracht wordt in het saneringsplan met het oog op de hygiene gedempt, maar dit deel komt niet tot uitvoering in verband met de kosten.
De herinrichting van het eiland is nog niet voltooid wanneer de Tweede Wereldoorlog begint. De joodse bewoners van Uilenburg zijn makkelijk op te sporen en er worden regelmatig razzia's uitgevoerd.
Meer lezen:
Nieuwe Uilenburgerstraat
Rosenthal-May, Sophie
Rosenthal-May Zusterhuis
Uilenburgersjoel

Voor het laatst bewerkt:28-feb-2018