Bijlmerplein 888
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Amsterdamse Poort, De Burcht (Zandkasteel of Bijlmerkasteel)
Adres: Bijlmerplein 888
Architect: Alberts en Van Huut; Alberts en Van Huut
Bouwtijd: 1987, 2021
Opdracht: Nederlandse Middenstands Bank (NMB); Gemeente Amsterdam, woningbouworganisatie Wonam en projectontwikkelaar Zadelhoff
Sinds 2017 is het pand een gemeentelijk monument.

Eerste gebruiker van het pand is de Nederlandse Middenstands Bank (NMB) welke later is opgegaan in de ING Groep. Het pand is gebouwd volgens de ideeën van de antroposofische beweging door architectenbureau Alberts en Van Huut. De bestuursvoorzitter Wim Scherpenhuijsen Rom van de NMB was aanhanger van deze beweging.
Oorspronkelijk droeg het gebouw officieel de naam Amsterdamse Poort, gelijk het naastgelegen winkelcentrum. Daarnaast stond het ook lange tijd bekend als 'ING hoofdkantoor'. In de volksmond is in de loop der jaren de bijnaam Zandkasteel ontstaan, refererend aan de zand-achtige kleur van de gevel en de expressieve organische vormentaal die aan een zandkasteel doet denken. Op 11 september 1987 opent prins Claus het gebouw.
Het complex wordt op maaiveldniveau doorsneden door een loop- en fietsroute. Het gebouw heeft een plattegrond in de vorm van een grillige S. Aan deze S grenzen 10 gelijkvormige kantoortorens van 6 tot 8 verdiepingen, die ieder een andere oriëntatie hebben. Op de eerste verdieping worden de torens verbonden door een 350 meter lange binnenstraat. Aan deze straat liggen algemene voorzieningen zoals restaurants, een computercentrum, een reisbureau en een ‘public relations’ ruimte. Op de onderste twee lagen is de parkeergarage gelegen. Op de bovenliggende verdiepingen zijn de kantoorruimten geclusterd in werkeenheden voor ongeveer veertig personen. Het ontwerp van het kantoorgebouw voor 2.200 mensen is gericht op een laag energiegebruik.

Er wordt onder meer gebruik gemaakt van zonnecellen, warmte-terugwininstallaties en waterreservoirs voor warmteopslag en het gebouw is zo ontworpen dat warmte zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Het organische aanzien van het gebouw wordt vaak in verband gebracht met het antroposofische gedachtegoed van de architecten, maar veel ingrepen zijn ingegeven door technische overwegingen. De vorm van de torens is mede bepaald door akoestische eisen, door de schuine en achterover hellende wanden wordt het geluid van de Hoogoorddreef naar boven gekaatst.
De gevel bestaat volledig uit een lichte kleur baksteen en doet denken aan de bakstenen gevels van de Amsterdamse School. Van de benodigde 3,5 miljoen bakstenen moesten er 600.000 stuks in 54 verschillende niet-standaard afmetingen worden geleverd. De producent ging hier wel in mee, maar onder voorwaarde dat ook de ‘misbaksels’ werden afgenomen. Dit resulteerde in een wat gemêleerde kleur van de gevel. Ook aan het interieur is bijzondere aandacht besteed. De betimmering en de lampen zijn ontworpen door Theo Crosby, voor het kleurgebruik en de plafonds tekende het bureau Billing Peters en Ruff uit Stuttgart en de sculpturen zijn van onder anderen John Wilkes en Peter Rawstone. De 10.000 m2 daktuinen en de binnenbeplanting zijn ontworpen door Copijn Groenadviseurs. Op de parkeergarages zijn drie grote daktuinen aangelegd: een Engelse, een Japanse en een Finse tuin. Bij het restaurant zijn twee grote terrastuinen aangelegd, alsmede, in overleg met de kok, een kruidentuin. Er zijn oudere bomen en struiken geplant, waarvan sommige per helikopter zijn ingevlogen.

De planten krijgen hun water middels via goten aangevoerd regenwater, dat wordt gezuiverd door ‘flowforms’; kleine watervallen die ontworpen zijn door de Engelse kunstenaars John Wilkes en Peter Rawstorne. Ook de overige kunstwerken zijn geïntegreerd in de architectuur, zoals de koperen ‘sunpaintings’ in de vides (Judith Gor en Joost van Santen), de marmermozaïeken bij de liften (Rolf Adel) en de accenten van gekleurd glas in de binnenstraat (Udo Zembok). Verder zijn er kunstwerken van onder andere Arnold Hamelberg, Ans Hey, Jaap Hillenius en Polly Hope.
De conclusie van dit alles: het voormalig hoofdgebouw van de NMB is een beeldbepalend ‘Gesamtkunstwerk’, met een uniek interieur. Het is voor Nederlandse begrippen een goed en schaars voorbeeld van organische bouwkunst op antroposofische leest geschoeid. Het was ten tijde van de bouw vooruitstrevend, zowel wat betreft de uitgangspunten, als op het gebied van energiebesparing.
Het diende tot 2020 als hoofdkantoor van ING.

Het ING-gebouw aan het Bijlmerplein heeft een vloeroppervlak van circa 58.000 m2. Bij de inrichting kreeg het personeel inspraak hoewel de kantoorplekken relatief klein waren. Vanaf het begin van de 21ste eeuw werden de werkplekken aanzienlijk ruimer, mede door het krimpende personeelsbestand. Daarbij bleek voorts de eens zo populaire inrichting steeds onpraktischer voor moderne kantoorvoering. Er werd besloten naar een kleiner gebouw te verhuizen met een oppervlak van 'slechts' 24.000 m2. Op 7 januari 2020 werd het nieuwe ING hoofdkantoor geopend en was het bedrijf officieel verhuisd.

De totale kosten voor het complex bedroegen rond de 250 miljoen gulden. De bouw duurde 8 jaar. De draagconstructie van het gebouw is van beton.
Het gebouw kan duidelijk geschaard worden binnen de traditie van het organisch bouwen, die rond 1900 ontstond. Deze traditie heeft in Nederland nauwelijks navolging gehad; het oeuvre van architect Ton Alberts (en Max van Huut) neemt derhalve een bijzondere plaats in binnen de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Binnen dit oeuvre is het voormalig kantoorgebouw van de NMB, samen met het gebouw van de Gasunie in Groningen, te bestempelen als hoogtepunt.

Hoe kwam de NMB in Zuidoost terecht?
Het hoofdkantoor zat op de plek die we nu de Zuidas noemen. Nu is het een enorm kantoorgebied met veel gebouwen bij elkaar en goede verbinding, vroeger was dat minder. Wij wilden weg en hadden meerdere opties. Uiteindelijk zou de keuze worden gemaakt tussen Purmerend en Diemen. Tegelijkertijd zocht ABN (toen heette de bank nog geen ABN AMRO) ook een nieuw gebouw. Zij hadden interesse in dezelfde plekken. De burgemeesters van Diemen en Purmerend sloten toen een deal: Diemen kreeg ABN en Purmerend kreeg NMB. We zouden naar Purmerend gaan voor het financiële voordeel op het gebied van kosten voor de grond en het gebouw, maar toen hoorden we dat Purmerend de grond op erfpacht verkocht. Hierdoor viel het financiële voordeel weg. De gemeente Amsterdam benaderde ons toen en bood aan dat we in Zuidoost mochten komen, Amsterdamse Poort mochten bouwen en als een soort extra het gelijknamige omringende winkelcentrum ook mochten ontwerpen. Toen werd er een referendum binnen NMB gehouden en de grote meerderheid stemde voor Zuidoost.

Het gebouw was oorspronkelijk van de NMB, maar in 2004 verkochten zij het aan het Duitse vastgoedfonds Fünfzigste Sachwert Rendite-Fonds Holland. Bij het verkopen van het pand tekende ING gelijk een huurcontract voor vijftien jaar. In 2019 loopt het contract af. Al in 2013 begon ING na te denken of ze hier wilden blijven of weg wilden. Door ontslagrondes bij ING was er minder behoefte aan ruimte. Daarnaast is het 30 jaar oude gebouw aan renovatie toe en is er berekend dat dit erg duur zal worden. Zo duur zelfs, dat een nieuw gebouw goedkoper is. Ook is het gebouw erg inefficiënt: de ruimte wordt niet goed benut, het is duur om het gebouw te verwarmen en er zijn grote afstanden tussen de verschillende torens waar mensen werken. Hierdoor kan je binnen het gebouw erg lang onderweg zijn.
Eigenaren van het gebouw zijn achtereenvolgens:
1987 Nederlandse Middenstands Bank (NMB)
2004 Duitse vastgoedfonds Fünfzigste Sachwert Rendite-Fonds Holland
? Amerikaanse vastgoedinvesteerder Cairn
? Consortium AMP, een samenwerking tussen G&S Vastgoed en EDGE (voorheen OVG Real Estate)
2018 Gemeente Amsterdam (3 torens)
2019 woningbouworganisatie Wonam en projectontwikkelaar Zadelhoff (resterende deel)

Toen eind 2015 bekend werd dat ING het Zandkasteel zou gaan verlaten heeft de Erfgoedvereniging Heemschut aan de gemeenteraad van Amsterdam gevraagd het gebouw aan te wijzen als gemeentelijk monument; het eerste in stadsdeel Zuidoost. Op 26 september 2017 werd het gebouw tot monument verklaard, voordat er plannen voor grootscheepse verbouwingen konden worden gemaakt.

In 2018 kocht de gemeente Amsterdam drie torens voor een internationale school. In 2019 verkocht AMP, in handen van G&S Vastgoed en OVG Real Estate, zeven torens aan woningbouworganisatie Wonam en projectontwikkelaar Zadelhoff. Die laatste twee partijen verbouwen dat deel in ruimtes voor woningen, horeca en parkeren. In de plannen van wordt uitgegaan van ongeveer 500 appartementen. Daarnaast is in het complex ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, nieuwe kantoorruimte en winkels. Bij de verbouwing zal het kantoor van Max van Huut opnieuw ingeschakeld worden. Er zullen enkele praktische aanpassingen gedaan worden. Zo zullen er op enkele plaatsen extra ramen en deuren geplaatst worden, worden er balkons aan de buitenkant bevestigd, zal er op enkele plaatsen een dubbellaagse dakopbouw geplaatst worden en zullen enkele tuinen aangepast worden aan de behoefte van nieuwe gebruikers van het pand (bijvoorbeeld de transformatie tot schoolplein). Bijzonder onderdeel van de verbouwing is de toevoeging van 14 stadswoningen op het dak.

Meer lezen:
Adel, Rolf
Alberts en Van Huut
Billing Peters en Ruff
Copijn Groenadviseurs
Crosby, Theo
Gor, Judith
Hamelberg, Arnold
Hey, Ans
Hillenius, Jaap
Hope, Polly
Santen, van, Joost
Zembok, Udo

Voor het laatst bewerkt: