De Ruijterkade 99
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Minangkabauerhuis, Javahuisje, Huize laat ons Lachen, NACO-huisje
Adres: De Ruijterkade 99 (voorheen 84a)
Architect: Guillaume Frédéric la Croix
Bouwjaar: 1919
Opdracht: J.E.Koppe’s Scheepsagentuur

Met de aanleg van het Stationseiland rond 1880 werd de Prins Hendrikkade slecht bereikbaar voor de vele beurtvaartrederijen. Aan de achterzijde van het station werd een relatief brede weg aangelegd, De Ruijterkade, met aan één zijde direct toegang tot het station voor de aflevering van goederen en aan de andere kant op den duur 13 steigers die allemaal enkele tientallen meters het IJ instaken. Op de steigers waren verschillende beurtvaartrederijen gevestigd, die dagelijks 39 beurtvaartdiensten met passagiers en lading onderhielden. Langs de kade staan op grote borden de namen van de rederijen en hun belangrijkste bestemmingen. Ook adverteren de maatschappijen hun vertrektijden en prijzen in de kranten. Vervoersbiljetten voor enkele reizen zijn verkrijgbaar bij de conducteurs op de boten terwijl dagretours en couponboekjes uitsluitend gekocht kunnen worden bij de diverse kantoortjes op de aanlegsteigers.

In 1909 was Reederij Koppe (tot 1938 officieel J.G.Koppe's scheepsagentuur N.V.) opgericht door Jan Koppe. Zij gebruikten steiger 5 vanwaar de tramboten van de ‘Stoomvaart Maatschappij Amsterdam-Lemmer’ vertrokken. Deze maatschappij was in 1898 opgericht na de aanleg van de tramverbinding Lemmer-Joure en ook bekend als de ‘Holland-Friesland Lijn’. Directeur van de nieuwe rederij werd P.J.M.Verschure, terwijl bekende reders als J. en A.Schuyt en J.G.Koppe, financieel deelnamen in de rederij.
De Holland-Friesland Lijn bleef maar kort zelfstandig. In juni 1902 ging zij deel uitmaken van ‘Verschure & Co’s Algemeene Binnenlandsche Stoomvaart Maatschappij’. Andere maatschappijen die hierin werden opgenomen waren ‘Zwolsche Nachtstoomboot Onderneming’, de ‘Deventer-Amsterdammer Stoomboot Reederij’, de ‘Stoomvaart Maatschappij Vooruitgang’, de ‘Stoombootdienst Eiland Marken’, de ‘Drentsche Stoomboot Maatschappij’ en de ‘Zaandamsche Stoomvaart Maatschappij’. De directie van de nieuwe rederij werd gevoerd door Verschure & Co. en J.G.Koppe.

Bij de oprichting bestond de vloot uit 21 stoomschepen. Om deze, voor die tijd grote vloot te onderhouden, werd in 1909 een eigen reparatiebedrijf te Amsterdam opgericht, Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek.
Tramboten waren beurtvaarders die een vast vaarschema hadden en met hun aankomsttijden aansloten op het vertrek van tramlijnen (kleine trein) in de plaats van aankomst.

In 1919 kreeg architect Guillaume Frédéric la Croix opdracht voor het ontwerpen van een scheepskantoor en steiger 5 voor Reederij Koppe. Vanuit het kantoor werden plaatsbewijzen verkocht voor bootdiensten naar plaatsen aan de Zuiderzee (na 1932: IJsselmeer), onder andere voor de Stoomvaart Maatschappij Amsterdam-Lemmer. La Croix koos voor een oplossing van een houten gebouw op palen om gewicht te besparen en geen onnodige ruimte op de steiger te verspelen. Het is in Amsterdamse School-stijl gebouwd, waarbij La Croix zich heeft laten inspireren door Nederlandse en exotische architectuur. Zo staat het huisje ook bekend als het Minangkabauer Huis, omdat La Croix zou hebben willen verwijzen naar het voormalige Nederlands-Indië. De Minangkabauers vormen een etnische groep op Sumatra. Hun huizen staan op palen en de puntige daken van de traditionele huizen, zoals het NACO-huisje ook heeft, symboliseren de opkrullende hoorns van de karbouw (waterbuffel). Als symbool van grootheid en kracht speelt de hoorn een grote rol in de levens van de Minangkabauers.

Andere meningen zijn dat het huisje geïnspireerd kan zijn op de traditionele bouwwijze van de Toradja op Sulawesi. Hun met geometrische patronen versierde daken zijn gekromd en symboliseren een boot, ter ere van de voorouders die per boot naar Toradja zijn gekomen. Op de huizen prijken diverse hoorns: het aantal buffelhoorns geeft de status van de familie aan. Misschien verwijzen de hoekversieringen van het NACO-huisje naar deze buffelhoorns. Maar ook dat La Croix zich heeft laten inspireren door Finse blokhutten of de huizen op Marken (waar Reederij Koppe ook een dienst op heeft) en waar hij na de watersnood van 1916 veertien van de typische Markense huizen op palen heeft gebouwd. Hij ontving voor het ontwerp een zilveren medaille van verdienste van de gemeente.

Het gebouw heeft drie bouwlagen. De onderste is een halfopen constructie op maaiveldniveau. Van het grondoppervlak is maar een klein deel als gebouw in gebruik; hier is het trapportaal naar de eerste verdieping. De rooilijn wordt bepaald door de palen die het gebouw ondersteunen. Deze palen hebben naar boven uitkragingen om meer dragend oppervlak te creëren. De toegang bevat houtbewerking in de vorm van consoles naast de toegangspoort. Opvallend is de onregelmatige indeling van de raampartijen in de zijgevel.

In de symmetrische opzet van de voorgevel met elementen van de Amsterdamse School is de raampartij ook asymmetrisch geprojecteerd. Een deel van de voorgevel heeft een door consoles gedragen risaliet. De bouwhoeken zijn uitgevoerd met zaagtandmotieven. De voor- en achtergevel is versierd met houten buffelhoorns. Tegenover de horizontale en verticale lijnen staat de bekleding van de topgevel in de kap; deze is diagonaal uitgevoerd met aan de randen (daklijst) eveneens zaagtandmotieven. De overhellende gevel wordt benadrukt door de dragende constructie van de vlaggenmast in de gevel, de vlaggenmast steekt enkele meters schuin boven die topgevel uit.

Reederij Koppe
Deze Nederlandse rederij was tussen 1909 en 1972 voornamelijk actief in de binnenvaart. In 1942 werd de rederij een dochteronderneming van de Nederlandse Spoorwegen. De ‘beurtvaartdienst’ werd tot 1963 door de NS uitgevoerd. Na 1963 werd er nog een paar jaar uitsluitend ’s zomers gevaren, in het toeristenseizoen. Voor de NS is Reederij Koppe inmiddels niet meer interessant en in 1972 wordt het bedrijf ontmanteld. Daarna was het gebouw in gebruik als kantoor van de scheepvaartafdeling van de Nederlandsche Auto Car Onderneming (NACO); hier komt de officieuze naam NACO-huisje vandaan. NACO was verantwoordelijk voor alle diensten op het water en tevens de laatste gebruiker van het huisje. De NACO fuseerde in 1972 met de Noord-Zuid-Hollandse Vervoer-Maatschappij (NZHVM).

In de tekst wordt gesproken over de aanwezigheid van Reederij Koppe op steiger 5. Op de foto’s van 1984 staat nadrukkelijk een bord met de tekst steiger 7. Op de stadsplattegronden tot 1959 zijn de volgende steigers te vinden: vanaf het Stationseiland 13 stuks genummerd 1-13, vanaf het Oosterdokseiland 2 steigers genummerd A en B, vanaf het Westerdokseiland 5 steigers genummerd 14, I, II, 15 en 16. Kennelijk heeft er een hernummering van de steigers plaats gevonden na 1960, waarbij de steigers A en B hernummerd zijn naar 1 en 2 en de steigers 1-13 naar 3-14 (steiger 7 voor de ponten naar Noord wordt niet meer mee genummerd). Van de steigers 14, I, II, 15 en 16 is er één vervallen, de overige kregen de nummers 15-18.

Verbreding De Ruijterkade
De continue groei van het aantal reizigers per openbaar vervoer maakt aanpassingen in het station noodzakelijk maar ook op het Stationsplein. Hier moeten alle bussen verdwijnen en gebruik gaan maken van een nieuw aan te leggen busstation aan de De Ruijterkade. Hiervoor is een brede boulevard nodig. Dit gaat ten koste van een stuk van het IJ waarbij alle steigers verdwijnen. Zo ook de steiger waarop het scheepvaartkantoor van Reederij Koppe staat. Dit pand is inmiddels wel aangewezen als rijksmonument, waarmee de optie sloop vervalt, maar verplaatsen mag wel. In 2004 volgt de verplaatsing naar de Willem Thomassenhaven in Zaandam. Hoewel de planning een terugplaatsing in 2011 is, blijkt dit niet haalbaar.

In 2016 weet Stadsherstel via een crowdfunding voldoende financiën te verwerven om het pand aan te kopen. Een uitgebreide restauratie volgt welke wordt afgemaakt na de terugplaatsing. Deze terugplaatsing zal niet plaats vinden op de oude vertrouwde steiger maar op een nieuwe betonnen steiger net aan de andere zijde van de Oostelijke Doorvaart. In 2021 komt het huisje in Amsterdam terug. In 2023 wordt nog altijd aan de restauratie gewerkt. Dit komt mede doordat het niet mogelijk is een stroomaansluiting te krijgen.
Deze beoogde huurders van het monument zijn het Scheepvaartmuseum, de Plantage (o.a. Artis, Hermitage en Joods Kwartier) en Stromma (rondvaartbootorganisatie). De bedoeling is om het NACO-huisje als opstapplaats te gebruiken voor een museumboot naar de Plantagebuurt en het Scheepvaartmuseum.

Meer lezen:
Beurtvaart
Croix, la, Guillaume Frédéric

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
stadsherstel.nl
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
maandblad Ons Amsterdam 2009
patrimonia.nl