Halvemaansteeg
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Over de herkomst van de naam bestaan meerdere lezingen. De eerste mogelijkheid is dat de naam van de steeg gelinkt is aan het 18de eeuwse huis op nummer 18 met de aanduiding ‘Van ouds de Halve Maan'.
De tweede mogelijkheid is dat de brug over de Amstel de naamgever is: de Halvemaansbrug kreeg in 1626 een geknikte vorm.
Echter de naam van de steeg wordt in het begin van de zeventiende eeuw al genoemd en zou dus ouder zijn dan de brug en nog ouder dan het huis op nummer 18.
De derde mogelijkheid is een verwijzing naar de vorm van het tegenover de steeg aan de Amstel gelegen bolwerk Rondeel, een deel van de voormalige stadsommuring.
Plannen voor verbreding van de smalle steeg dateren al uit de 17de eeuw maar zijn nooit uitgevoerd.
Het l8de eeuwse beeld van de Halvemaansteeg valt niet te vergelijken met het huidige. Nu is er in het korte straatje een aaneenschakeling van horeca- en eetgelegenheden, toen waren er de winkels en bedrijven van een rijglijvenmaker (nr.21), een bakker, een schoenmaker en andere neringdoenden te vinden. Er was een theewinkel, een tabakswinkel (nr.1) en ook een tapper oefende er zijn bedrijf uit. Een adressenlijst uit 1767 geeft namen en bedrijf zoals de houtwinkel van Berch (nr.2); Petrus van Beuzekom is boekverkoper; Gerrit Engelberd kaarsenmaker (op de hoek met Amstel); Mattys van der Maas kruidenier; Harmanus Marsman tingieter (nr.10); Daniël Meyer koekenbakker; Pierre Reydam horlogemaker; Coenraad Roosveld hoedenwinkel; de wed. Schalk koffie en theewinkel en Johannes Schoolenaar ijzerwinkel (nr.8).

1
Dat de Halvemaansteeg luxere zaken had dan tegenwoordig toont een advertentie van J.C.Giezendanner in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 20 september 1872. Giezendanner opende toen zijn zaak in gouden en zilveren werken en horloges en was nog gevestigd op het huisadres Y524.
Het is niet duidelijk of Giezendanner hier tot 1896 heeft gezeten. In elk geval is er dan een sigarenhandel Pitje-Patje-Poe gevestigd. De zaak was eerst gevestigd op de Utrechtsestraat 56. In een advertentie van augustus 1896 blijkt dat H.C.de Graaff Jr. de uitbater was.
2
Halsgevel met bergstenen vleugelstukken en gebogen fronton uit het eerste kwart van de achttiende eeuw. Omstreeks 1900 is het pand in gebruik genomen door kantoorboekhandel Vlieger van nummer 6. In 1938 wordt het pand verkocht en ontruimd.

3
Trapgevel met fries met zandstenen koppen uit het tweede kwart van de 17de eeuw. De pui en vensters zijn gewijzigd. Al voor 2014 is hier grillroom Baba gevestigd. Ondanks de Hebreeuwse letters en de Davidssterren is het vlees dat in dit bedrijf verkocht volgens berichten in Het Parool en het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 10 januari 2014 niet koosjer. Tot de jaren zeventig zat hier een Israëlische uitbater. Het vlees schijnt wel halal te zijn, maar er is geen geldig hechsjer (koosjercertificaat).
4
Tot 1876 had Joseph Koek hier een magazijn van muziekinstrumenten. Bovendien kon men er muziekinstrumenten laten repareren. Al in 1876 is de winkel in gebruik bij kantoorboekhandel Vlieger van nummer 6. In 1987 werd het pand onder leiding van de architecten Dautzenberg en de Jong geheel verbouwd. Het vervolg leest u bij nummer 6.
5
Trapgevel met fries met zandstenen koppen uit het tweede kwart van de 17de eeuw. De pui en vensters zijn gewijzigd. Langemeijer & Stöcker opende hier op 20 mei 1876 een filiaal in kleermakersfournituren.

6
Lijstgevel uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Hier ging in 1870 de kruidenierszaak G.Teule Gz. failliet. Jan Vlieger koopt het pand op een veiling inclusief het bijbehorende pakhuis Amstel 46 in de Schuitenvoerderssteeg. De kantoorboekhandel verhuist hier naar toe. In 1876 wordt de winkel uitgebreid met nummer 4, gevolgd door Amstel 52 in 1880 en nummer 2 omstreeks 1900. Ook de panden aan de Amstel 38, 40, 42, 44 en 48 zijn dan inmiddels toegevoegd en worden middels een betonnen vloer met elkaar verbonden. In 1938 gaan de zaken slecht en een groot aantal panden moet worden verkocht, waarna ze worden gehuurd. Alleen Halvemaansteeg 2 en Amstel 50 moeten worden ontruimd. In 1987 werden de panden aan de Halvemaansteeg-Amstel onder leiding van de architecten Dautzenberg en de Jong geheel verbouwd. In 1992 vindt opnieuw een verbouwing plaats waarbij de benedenverdieping van Amstel 46 een integraal onderdeel van de winkel werd. Deze verbouwing was echter de inleiding tot het faillissement van de firma. En zo verdwijnt Vlieger omstreeks 1994 na ruim honderd jaar uit de panden aan de Halvemaansteeg en de Amstel. Met een klein deel van het personeel gaat na een doorstart de verkoop door in het pand Amstel 34.
In 1995 begint de discotheek Bayside Beach Club in het pand. In 2002 komt er een nieuwe huurder die weer een verbouwing uitvoert en daarna opengaat als club Copacabana. Helaas had deze huurder een criminele achtergrond en na het niet voldoen aan de huurverplichtingen werd hij uit het pand gezet. De uitgezette huurder bedreigde de eigenaar die daarop snel besloot de panden door te verkopen. Desondanks werden er twee moorden gepleegd. Erik Bos koopt in 2004 via Woningbedrijf Bergen BV de panden met als doel deze uit de criminele sfeer te halen. Op aanraden van de politie blijven ze daarna leeg staan. In 2008 wordt Michiel Kleiss door het Van Traa-team benaderd om op deze plek iets te beginnen. Michiel Kleiss overlegt met Erik Bos maar het zal tot 2014 duren voor de situatie voldoende veilig wordt geacht. Erik vraagt hierop alsnog aan Kleiss om een plan voor het terrein te ontwikkelen. Michiel Kleiss was mede-eigenaar van club RoXY en staat bekend als een integere ondernemer. Bos verkoopt het geheel voor dezelfde prijs als hij in 2004 heeft betaald aan Kleiss. Na twaalf jaar noodgedwongen leegstand zijn de panden ernstig verkrot en heeft Erik Bos nog net als eigenaar een aanschrijving van de gemeente Amsterdam gehad. Het binnenterrein is in dermate slechte toestand dat sloop noodzakelijk is. Hiervoor wordt toestemming verleend evenals het strippen van Halvemaansteeg 4 (in opslag) en 6 (gestut). Met monumentenzorg ontstaat onenigheid over de sloop van het inpandige pand Amstel 46. Het had geen status als monument maar er zou een sloopvergunning noodzakelijk zijn omdat de binnenstad een beschermd stadsgezicht is. Daarna is een aanvraag ingediend bij de gemeente voor de bouw van een groot complex, een cultuurclubhuis (Bouwplan Halvemaansteeg 4-6 / Amstel 50), dat mogelijk is gemaakt door de sloop. Architect is XML, de restauratiearchitect Bouw Adviesbureau Schiering en landschapsarchitect Inside Outside, zij verwachten dat het project eind 2020 kan zijn afgerond.

7
Lijstgevel uit het derde kwart van de negentiende eeuw met drie rondboogvensters op de eerste verdieping. Het pand is in gebruik bij De Kleine Komedie.

8
Hoe oud het huis met halsgevel met gebeeldhouwde afdekkingen en in het fronton het jaartal 1735 echt is valt moeilijk te achterhalen. Meestersmid Hendrik van Dijk zou het huis in 1715 hebben gekocht en vermoedelijk kort daarna de gang tussen de nummers 6 en 8 hebben overtimmerd. Zijn buurman Jan Crammer is daar niet blij mee en zo ontstaat een ordinaire burenruzie. De gang is sinds 1938 eigendom van de gemeente Amsterdam en door nummer 8 gehuurd voor fl. 1,00 per jaar. In deze gang was namelijk de toegang tot het bovenhuis. In deze nauwe gang is de gevelsteen ‘Gekroond Aambeeld 1735’ uit de voorgevel in de dertiger jaren terecht gekomen. Hendrik van Dijk is in 1721 getrouwd met Maria van Aalst. In 1734 vind door zijn overlijden boedelscheiding plaats waarbij huis en erf worden getaxeerd op fl.5.000,-, inventaris en gereedschappen komen voor fl. 325,- op de lijst. Dan is er nog een onduidelijke post boekschulden, te wijten aan het feit dat ‘denselven winkel diestijds niet veel calanten hadde’.
In 1742 lijkt hier de smid Jasper Grel te wonen voor een huur van fl.380,-. Hij heeft dan een inkomen van fl.1500,- per jaar en geen dienstbode in dienst.
In 1743 blijkt uit een opgemaakte inventarislijst dat hier inmiddels de slotenmakers Mijndert van Doorn en Hendrik Warner huurders of eigenaren zijn. In 1816 komen we juffrouw Sara Maas tegen die als winkelierster in ijzerwaren wordt genoemd en weduwe is van Frederik Grell Dulman. In 1817 verhuurt zij de winkel voor zes jaar met een optie voor nog zes jaar aan Hendrik van Domselaar voor fl. 450,- per jaar. De smederij is dan al opgeheven. In 1829 krijgt Van Domselaar het hele pand in bezit.
In 1844 volgt verkoop aan Anthonie Gijsbert van Elden die het op zijn beurt in 1876 verkoopt aan S.de Haan Mnz. Deze laat de winkel verbouwen, een nieuwe houten vloer, vier okergele toonbanken, een olijfkleurig plafond met bruine balken en gasverlichting doen hun intree. De grote weegschaal met koperen bakken uit 1768 blijft, evenals een bascule. Vitrinekasten bieden ruimte voor de ingepakte ijzerwaren. In 1917 neemt D.C.Molenkamp pand en winkel over en zet deze om in een NV. Hier is Paul Dahmen werkzaam als procuratiehouder en getrouwd met een dochter van Molenkamp. Hij wordt in 1928 directeur van het bedrijf. In 1935 viert de NV IJzerhandel voorheen De Haan en Co het 200-jarig bestaan (dat zou dus eigenlijk 220-jarig bestaan moeten zijn). De langst dienende werknemer bij De Haan is Willem van Achterbergh die in 1886 in dienst trad en 50 jaar zou blijven. Hij woonde van 1897 tot 1937 met zijn vrouw en vijf kinderen op de tweede etage en de kinderen sliepen op de vliering. Zijn voornaamste werkplek was op de Amstel 32, waar De Haan woonde en, waar de verkoop van ijzeren potten en roosters voor kachels plaats vond. Amstel 84 was in 1924 bij de zaak getrokken en verbouwd tot woonhuis en magazijn voor grof ijzerbeslag, grafkruisen en dergelijke. Na de oorlog werden van hier kachelpijpen en –onderdelen verkocht, een handel die instortte met de komst van aardgas. De handel werd aangepast naar gasaansluitmaterialen. In 1985 wordt er sanitair verkocht.
In 1928 komt Piet van Ingen in dienst bij het bedrijf en neemt in 1948 samen met collega Gerard van Loenen de directie over. In 1985 zijn het Marcel, Hans en Charles van Ingen die de directie voeren.

9
Lijstgevel uit het laatste kwart van de achttiende eeuw. In 1859 kocht Herman Koster dit pand. Hij heeft een boekhandel aan de Haringpakkerij (tegenwoordig Prins Hendrikkade) waar zijn beste verkoper de nog zeer jonge Jan Vlieger is. Jan Vlieger krijgt de leiding over het filiaal in de Halvemaansteeg. Herman Koster verhuist in 1869 naar Nederlands-Indië en Jan Vlieger zet de kantoorboekhandel voort. In 1870 volgt een verhuizing naar Halvemaansteeg 6.
In 1898 is hier de tapperij en slijterij van J.P.H.Tak te vinden. Joseph Tak was getrouwd met Sara Sondervan. Eén van hun kinderen was de beroemde musicus Max Tak (Marcus Tak) die hier geboren werd. Als musicus zal Max met een orkest van 1921 tot 1940 bij het Tuschinski Theater de muziek verzorgen bij de toen deels nog zwijgende films. Hij schreef de muziek bij een aantal speelfilms, zoals ‘Het meisje met den blauwen hoed’ (1934) en ‘Ergens in Nederland’ (1940). Maar ook talloze bekende andere nummers zijn van zijn hand. Het gezin Tak verhuisde in 1905 naar de Graaf Florisstraat 41.
In 1941 wordt de tweede verdieping bewoond door de joodse familie Cohen. Jozef Levie Cohen (1867) en zijn vrouw Anna Judels (1869) werden op 23 april 1943 in Sobibor vermoord. Anna’s zus Elsje (1871) woonde bij hen in en werd op 7 december 1942 in Auschwitz vermoord.

10
Halsgevel met schelpversiering in fronton uit het tweede kwart van de achttiende eeuw. In 1720 werd het huis bewoond door de meestertingieter H.Marsman. In het kohier van 1742 wordt hij vermeld met een inkomen van fl. 2.000,- en een huurwaarde van zijn huis van fl. 360,-. Hij liet het huis in 1734 vernieuwen en gelijktijdig een huisnaam en bedrijfskenmerk aanbrengen in de vorm van een inmiddels verwijderde gevelsteen, waarop twee mannen bij een grot staan, bekend als De Malaxse Tinberg 1734. Het vertoont een gebergte op Malakka met een mijngangopening, een heer in het kostuum van die tijd pratend met een inheemse bewoner. Deze heeft een schuitje tin op de knie en er liggen er nog een aantal opgestapeld. Malakka leverde in de twintigste eeuw circa 60% van de wereldproductie aan tin. In 1917 werd de pui van dit huis veranderd en de gevelsteen niet herplaatst. De steen kwam via een verzamelaar bij een antiquair terecht en werd in 1935 door de NV Billiton Maatschappij in Den Haag gekocht en in het kantoorgebouw geplaatst. Een afgietsel van de steen werd op de Tin-tentoonstelling van 1950 in Delft getoond. Deze steen schijnt inmiddels in het Baggermuseum in Sliedrecht te zijn opgenomen. Ook in de Kalverstraat en de Warmoesstraat zijn nog panden met de naam Malax(s)e Tinberg.
Medio 1978 nam Manfred Langer de verlopen Victoria Bar in dit pand over en vormde deze binnen een paar maanden om tot Chez Manfred: ‘de meest inne nichtenkit in town’ aldus Het Parool. De zaak stond bekend om zijn gezelligheid en de Hollandse muziek en werd bovendien populair doordat Langer hier als een van de eersten een happy hour invoerde, waarbij men twee drankjes voor de prijs van één kreeg. Ongeveer een jaar na de opening van de iT deed hij het café van de hand, waarna een nieuwe exploitant de zaak op 29 maart 1990 onder dezelfde naam heropende. Chez Manfred werd vermoedelijk in 1995 opgevolgd door homocafé De Steeg.
11
Halsgevel met krullen uit het derde kwart van de achttiende eeuw. In 1867 was het huisnummer nog Y519. Wellicht de oudste joodse zaak in de steeg was in dat jaar de specialiteitenzaak van witte goederen van M.Roeper Jz. Hiermee bedoelde hij linnen en tafelgoed, daarnaast ook overhemden en dergelijke. In een advertentie van 1909 vroeg mevrouw Roeper een hulp in de huishouding.

12
In 1726 kocht Adolph de Swaen de helft van het huis Halvemaansteeg 12, toen nog het Kievitsei genoemd en het jaar daarop verwierf zijn zoon Hendrik de andere helft. Kort na aankoop liet Hendrik de Swaen het huis verbouwen en een gevel-steen met een zwanenpaar met jongen en de tekst Swaanendrift met het jaar van verbouwing aanbrengen. De omlijsting van het reliëf is uitgevoerd in de toen moderne Lodewijk XIV-stijl, in- en uitgebogen voluten, acanthusblad en, in de bekroning, een soort schubbenmotief. Deze motieven zijn ontleend aan de voorbeelden van de Franse architect Daniël Marot.
Bij een verbouwing in de negentiende eeuw werd de onderhelft van de gevelsteen door een verhoging van de puibalk aan het oog onttrokken, waarbij voor de afdekkende loodslab simpelweg een diepe gleuf dwars door het beeldhouwwerk werd gehakt. Dikke verflagen hadden bovendien delen van het reliëf slecht zichtbaar gemaakt. Begin 1998 startte bouwkundig adviesbureau De Bouwwinkel met restauratie van het pand na een brand. Achter de stutten kwamen de geblakerde zwanen te voorschijn, maar groot was de verrassing, toen bleek dat achter de puibalk het reliëf nog redelijk gaaf bleek. De zijvoluten liepen door tot op een brede onderplint, waarop duidelijk 'WAANENDRIFT 173' te lezen viel. De uiterste einden, links en rechts van de plint, waren bij het aanbrengen van de nieuwe puilijst weggehakt. Ook het schoonmaken van de geblakerde steen leverde een verrassing op. De twee zwanen bleken vergezeld te zijn van nog twee jonge zwaantjes. Zien we hier Hendrik de Swaen met zijn drie dochters gesymboliseerd? In overleg met gevelsteenspecialist Tobias Snoep werd de steen schoongemaakt, geheeld en gekozen voor een vraagteken op de plek van het laatste cijfer.
In 1925 lijkt het er op dat de eerste broodjeszaak voorzichtig zijn intree heeft gedaan in de Halvemaansteeg. Gerrit Beem verkoopt er dan pekelvlees (40 cent per 100 gram) en broodjes halfom (25 cent).

13-15
Gelegen in de (afgesloten) Tabakstamperssteeg of Tabakstampersgang.
14
Halsgevel met onder het topvenster het jaartal 1727 en in de top een struisvogel, een verwijzing naar Hendrik Struijs, de rijglijvenmaker die hier in 1742 zijn bedrijf had. De struisvogel werd vroeger ook wel de vogelstruis of struis genoemd.
Van 1995 tot eind 2014 was hier het vrouwvriendelijke gay café Entre Nous.

16
Halsgevel uit het eerste kwart van de achttiende eeuw.
17
Lijstgevel uit het laatste kwart van de achttiende eeuw. In 1982 opende hier het nog steeds bestaande homocafé Montmartre.
18
Halsgevel uit het eerste kwart van de achttiende eeuw. Op de gevel de aanduiding 'van ouds de Halve Maan'.
19
Lijstgevel uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Voor 1910 is deze winkel samengevoegd met de corsettenwinkel van nummer 21. In 1961 is het pand gerestaureerd door het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg.
21
In dit heel smalle huis was in 1886 ‘A la taille Elegante’, Magasin de Corsets Français, van S.J.Terveen gevestigd. Er werden Franse dames- en kindercorsetten verkocht. Begin 1910 was deze zaak hier nog gevestigd, maar wel uitgebreid met het pand op nummer 19. In oktober 1910 werd de zaak verplaatst naar de Utrechtsestraat 58.
In 1926 vinden we hier dameskapper Maison van Driessel die ook een filiaal op de Oude Schans 44 had.

Anno 2020 bevinden zich in de Halvemaansteeg vooral cafés, coffeeshops en kleine eetgelegenheden.


                                                                    Onder de bomen van het plein
(Max Tak, Fien de la Mar)

Max Tak potpourri (Max Tak, Willy Alberti)

Meer lezen:
Bouw Adviesbureau Schiering
Dautzenberg & de Jong Architecten
Geschiedenis Vlieger kantoor- en papierboekhandel
Inside Outside
Lodewijk XIV-stijl
Marot, Daniël
Tuschinski Theater
XML architecten

Voor het laatst bewerkt:19-jul-2020