Herengracht 280
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: (1619) Het Klockhuys, (1710) De Drie Klokken
Adres: Herengracht 280
Architect: -, -, K.P.C.de Bazel
Bouwtijd: 1619, 1710, 1915
Opdracht: Leonora Hakens, Jacob Danckerts, Henricus Joannes van Ogtrop

Bij de derde stadsuitleg wordt het Klockhuys gebouwd in park D erf 25, op een terrein van 30 voet breed en 190 voet lang.
Exterieur
Van het huis dat in 1619 op het erf is opgericht weten we weinig meer, maar het is waarschijnlijk dat het er ongeveer heeft uitgezien als het pand op 282 zoals weergegeven in het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1768. In de voorgevel zou een gevelsteen zijn aangebracht met drie klokken waarnaar het huis is genoemd: Klockhuys.
In 1710 wordt het koopmanshuis vernieuwd door een onbekende architect/timmerman. Het heeft een strenge, voorname witte zandstenen lijstgevel in Lodewijk XIV-stijl bekroond door een rechte kroonlijst met daarboven een attiek waarin de familiewapens van de opdrachtgevers Jacob Danckerts en zijn vrouw Maria Kennemer zijn aangebracht. In de ramen kleine ruitjes. De toegang een stoep met onderingang. Opmerkelijk is de toepassing van zijlichten, die in Amsterdam doorgaans bij 17de-eeuwse huizen voorkomt. De huidige woning van zes bouwlagen is naar alle waarschijnlijkheid in twee fasen tot stand gekomen: het casco van het voorhuis stamt vermoedelijk nog uit de zeventiende eeuw terwijl het achterhuis en de voorgevel tijdens de achttiende-eeuwse (ver)bouwcampagne van Danckerts zijn opgetrokken. Tussen het voor- en achterhuis zijn de binnenplaats en het trappenhuis gesitueerd. Aan de achterzijde wordt de tuin afgesloten door een tuinhuis waarvoor een bijzonder zandstenen beeld van Mercurius . Het beeld is gesigneerd met ‘J.Finelli fe’. Met J.Finelli wordt Giuliano Finelli uit Carrara bedoeld, een leerling van de Italiaanse beeldhouwer Bernini. Opvallend dat een marmerbeeldhouwer een zandstenen beeld maakt. Opvallend dat volgens de beschrijvingen Finelli nooit buiten Italië is geweest. P.M.Fischer toont in zijn boek ‘Ignatius en Jan van Logteren’ aan dat de signatuur een vervalsing is om meerdere redenen. ”Stilistisch is de Mercurius een typisch Hollands beeld uit de vroege 18de eeuw, en kwalitatief middelmatig en slap van expressie." Natuurlijk is het gebruik van Bentheimer zandsteen in plaats van marmer een minpunt, "maar het is vooral de signatuur die door haar vormgeving zichzelf verraadt en zich als falsificatie manifesteert. De lopende handschriftstijl komt eerst sinds 1700 in gebruik en kan zeker niet voor 1657, Finelli’s overlijdensjaar, gevonden worden. Opschriften, ook signaturen, voerde men uit in Romeinse kapitalen.” Dit beeld stond vroeger in de tuin van Herengracht 286 en nog eerder op de buitenplaats Rozenburg in de Watergraafsmeer. Het beeld is omstreeks 1982 aan het Rijksmuseum aangeboden.

Interieur
Bij de verbouwing van 1910 onder leiding van Karel de Bazel wordt het huis uitgerust met de modernste voorzieningen als centrale verwarming, warmwatervoorziening, riolering, centraal stofzuigsysteem en elektrische verlichting.
Hoewel de invloed van De Bazel in het hele huis herkenbaar is ligt de grootste nadruk op de bel-etage, het representatieve deel van het huis. Eerst is er een tochtportaal met gedetailleerd snijwerk en bijpassende kapstok. De wanden van de vestibule en gang zijn voorzien van een meterhoge lambrisering van hetzelfde hout, waardoor een scherp contrast ontstaat met de achttiende-eeuwse arabescato marmervloer en de zeventiende-eeuwse gewelfde stucgang. De gang is van grote kunsthistorische waarde: het is een goed voorbeeld van de gewelfde stucgang die vanaf het einde van de 17de eeuw tot begin 18de eeuw in Amsterdam voorkomt, geïnspireerd op de galerijen in het stadhuis op de Dam van Jacob van Campen. De stenen gewelven werden nagebootst met een gewelfd stucplafond. Aan het plafond van de hal treffen we twee figuratieve stucreliëfs aan die tot vroegste voorstellingen in stuc in een Amsterdams grachtenhuis behoren.

Voor de kleinere ontvangsten werd de voorkamer van het voorhuis gebruikt. Deze werd ingericht in Lodewijk XVI-stijl met een betimmering afkomstig uit het huis “de Bonte Mantel” (Herengracht 270) uit 1773. De kleurstelling van het interieur en het middenstuk van het stucplafond zijn vermoedelijk in dezelfde tijd aangebracht en ook het plafond met een vereenvoudigde weergave van een hemel met wolken en vogels is ‘nieuw’.

De ontvangstruimte is ‘en suite’ verbonden met de formele eetkamer, waar kosten nog moeite gespaard werden om deze meest imposante ruimte in het huis te decoreren. De Bazel kreeg hier de vrijheid om een compromisloos gesamtkunstwerk te creëren: van plafond tot vloerkleed en van schouw tot eetkamerstoel. De parketvloer, bestaande uit vierkanten met ingelegde rozetten, tonen een raster van 16 x 12 vakken, en dient ter positiebepaling van ieder onderdeel in de ruimte. Het bronzen inlegwerk in de wandbetimmering en het plafond zetten dit raster voort, waardoor ieder projectievlak in de ruimte is opgedeeld in vierkanten en rechthoeken. Ook de drie kasten en de schouw zijn als het ware geketend in deze metalen banden en ingelegd met dezelfde mahoniehouten patronen als de wandbetimmering, waardoor ze onlosmakelijk met de ruimte verbonden zijn. Alle meubelstukken zijn gemaakt door De Bazels meubelatelier De Ploeg.
Het is bijzonder dat de geblokte parketvloer, de deuren, de schouw, de wandbetimmering met originele lichtschakelaars en het plafond met authentieke armaturen onaangetast zijn gebleven na ruim honderd jaar gebruik en dat zelfs de bijbehorende inrichting nog steeds onderdeel van de ruimte is.

Eigenaren en bewoners
In eerste instantie zijn het grondspeculanten die de nieuwe bouwgrond kopen. Zij hebben de grond kortere of langere tijd in bezit waarna het met winst wordt doorverkocht aan een geïnteresseerde bouwer. Voor dit erf is dat Christiaan Smits die op 28 Januari 1614 deze grond kocht voor fl.4400,- terwijl de ten noorden daarvan gelegen, even grote erven 23 en 24 gelijktijdig door hem werden gekocht voor fl. 3900,- en fl. 4400,-. Op 30 december van dat jaar verklaart hij de erven te hebben overgedragen aan zijn borgen, de hoedenmaker Hans Leendertsz. en Jasper Jansz. (Ypelaer). De erven 23 en 24 werden in drieën gedeeld en het zuidelijkst gebouwde huis (nu Herengracht 278) werd op 7 februari 1623 overgedragen aan de stadssecretaris Barent Jansz. van Wyhe. Leonora Hakens (1558-ca.1631), weduwe van de in 1616 in het stadhouderlijk paleis te ’s Gravenhage, door twee Fransen in dienst van prins Maurits, vermoorde rijke juwelier Johan van Weely, heeft erf 25 overgenomen en sluit in 1619 een accoord over het betimmeren der snyding (erfgrens), het onderhouden van een dakgoot en het optrekken van een muur met Hans Lenaertsz. en Jasper Jansz. Ypelaer. Zij laat het eerste huis bouwen waarvan weinig bekend is behalve dat er een gevelsteen met drie klokken ingemetseld was.
Volgende bewoners zijn koopman Jean Domis (ca.1580-ca.1640) en Odilia Moors (1592-1638). Zij hebben een zoon Guilliam Domis (1616-1655) die in 1640 trouwt met dochter Anna de Blanche (1623-1708) van Toussaint de Blanche (van Herengracht 278). Zij betrekken Herengracht 280. Als weduwe van Guilliam Domis maakt Anna de Blanche in 1707 haar testament “wonende ‘op de Heerengragt tusschen de Hartestraat ende Wolvestraat, daar de drie Klokken boven de Deur staan’ en stelde daarbij tot haar universele erfgenamen, ieder voor de helft, haar dochter Maria Elisabeth Domis en de zoon van haar zoon Toussaint, mr.Guilliam Toussaint Domis, advocaat.” Maria Elisabeth en haar neef verkochten na het overlijden van Anna de Blanche het Klockhuys op 8 mei 1709 voor fl. 23.000,- aan Jacob Danckerts.

Jacob Danckerts (gehuwd met Maria Kennemer) verhuurde zijn pand voor fl. 2.000,- per jaar aan Nicolaas Blaaupot (koopman) voor 20 jaar. Jacob Danckerts bleek een goede belegging gedaan te hebben als hij in 1723 het huis verkoopt aan Cornelis van Liesvelt, eigenaar van brouwerij Het Roo(de) Hart, voor fl. 55.000,- en de conditie dat deze de zes jaar huur à fl. 2.000,- die Nicolaas Blaaupot nog had, moet overnemen. In 1729 verlengt Cornelis van Liesvelt (?-1739) de verhuur aan Nicolaas Blaaupot voor nog eens 10 jaar op gelijke condities.
In 1739 laat Van Liesvelt de brouwerij na aan zijn zoon Paulus van Liesvelt en alle overige bezittingen aan zijn dochter Maria Wilhelmina van Liesvelt. Zij zal het huis tot haar overlijden in 1761 bewonen. Hoewel het huis wordt getaxeerd op fl. 58.000,- brengt het op de door de executeurs georganiseerde publieke veiling fl. 67.500,- op. Het wordt toegewezen aan Sophia de Bas, laatst weduwe van het raadslid mr.Jan Balde Jr, eerder weduwe van de voorname zeepzieder Jan Marcelis. Sophia was 12 juni 1713 geboren als dochter van schepen Lodewijk de Bas, die na de dood van haar moeder, Cornelia Eliana Reael, hertrouwde met Christina van de Rijp, weduwe van Nicolaas Blaaupot. Door deze familierelatie was ze bekend met het huis. Ze zal het huis slechts twee jaar bewonen want ze overleed in 1764.
Haar beide dochters Cornelia Eliana Marcelis en Elisabeth Sophia Marcelis zijn erfgenamen. Bij de boedelscheiding van 16 maart 1765 nam Cornelia het huis tot zich en een maand daarna, nl. op 16 april 1765, verschijnt zij reeds als de bruid van ds. Filips Serrurier, met wie zij op 21 mei 1765 in algehele scheiding van goederen trouwde. Filips Serrurier predikant bij de Gereformeerde Kerk te Amsterdam overleed 12 Februari 1799.
In 1803 wordt het huis gekocht door Gerrit Blaauw (1750-1825), sinds 12 Maart 1803 lid van de Raad, in 1804 wethouder, van 1817-1824 een van de vier burgemeesters, en sinds dat jaar, toen er weer een enkelvoudig burgemeesterschap werd ingesteld, opnieuw wethouder. Gerrit Blaauw bewoonde het huis tot zijn dood. Hij was gehuwd met Catharina de Bordes en later met Cornelia Margaretha Stadlander die het huis bleef bewonen en daar in 1836 overleed. Krachtens haar testament ging het eigendom over aan haar drie zonen en aan de vier kinderen van haar in 1830 overleden dochter.

1836 De gezamenlijke eigenaren verkopen het huis voor fl.18.500,- aan prof.dr.mr.Cornelis Anne den Tex (1795-1854) advocaat en daarna hoogleraar staats-, volken- en natuurrecht, politieke geschiedenis en encyclopedie van de rechtswetenschap aan het Atheneum Illustre. Cornelis huwde twee keer, eerst met Petronella Clasina Bondt, de tweede keer met Anna Catharina Angela Weerts. Hij woont in het huis tot zijn overlijden in 1854.
Bij de boedelscheiding van 1854 werd het huis toegewezen aan zijn vierde kind Johanna Louisa den Tex, buiten gemeenschap van goederen gehuwd met Anne Willem van Eeghen. Zij betrokken het huis, tot zij naar het nieuwgebouwde perceel op de Amstel hoek Sarphatistraat verhuisden en de eigenaresse het op haar beurt in openbare veiling in 1868 verkocht aan David Gottlieb Bunge voor fl. 39.100,-. Hij is in 1851 getrouwd met Sibilla Margaretha Maria van Embden. Zijn beroep was koopman en hij was betrokken bij de handelsmaatschappij Bunge & Born (2020 Bunge Group) welke door zijn vader was gesticht. David en Sibilla bewoonden het huis tot 1879 waarna zij het voor fl. 45.000,- onderhands verkochten aan mr.Walther Simon Joseph van Waterschoot van der Gracht.
1879 Van Waterschoot van der Gracht was advocaat en notaris. Hij trouwde in 1870 jkvr. Maria Cornelia Adriana Josepha van der Does de Willebois en zij waren de grootouders van Gisèle d'Ailly van Waterschoot van der Gracht, de vrouw van burgemeester Arnold d’Ailly. Walther en zijn gezin bewoonden het huis tot 1909.

1909 Nieuwe eigenaar is mr.Henricus Joannes van Ogtrop (1866-1914), lid van de firma H.J.van Ogtrop & Zoon, commissionair in effecten en bestuurslid van het Concertgebouw. Alvorens het huis met zijn gezin te betrekken liet hij het van de kelder tot de vliering restaureren en inrichten door architect De Bazel. Na het overlijden van Henricus in 1914 blijft zijn vrouw Aleida Gijsberta Maria Hanlo (1870-1944) tot 1944 in het huis wonen.
Het huis werd verkocht en fungeerde een tijd als Frans consulaat en als hoofdkantoor van verschillende firma’s. Daarna komt het in handen van de Stichting tot behoud van Monumenten Laurentius en Petronella, onderdeel van het vastgoedbedrijf Metroprop. Zij verkopen het pand in 2008 aan een private belegger. Thans is het bezit van een investeringsmaatschappij die het in kantoorunits verhuurd.

Meer lezen:
Bazel, de, Karel Petrus Cornelis
Burgemeester
Lodewijk XIV-stijl
Lodewijk XVI-stijl
Mercurius
Schepen

Voor het laatst bewerkt:31-mei-2020