Kattenburgerplein 1
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: 's Lands Zeemagazijn; Scheepvaartmuseum
Adres: Kattenburgerplein 1
Architect: Daniël Stalpaert; Abraham van der Hart; Jan Verster; DOK Architecten (vernieuwing) en NEY + Partners (overkapping)
Bouwtijd: 1656; 1791; 1981; 2011
Opdracht: Admiraliteit; Admiraliteit; Rijksgebouwendienst; Rijksgebouwendienst

Het 's Lands Zeemagazijn of Admiraliteitszeemagazijn is een enorm, geheel in het water liggend pakhuis, bestaande uit vier, door een omlopend schilddak gedekte, vleugels om een binnenplaats. De gecemente gevels hebben ieder een door een fronton gedekte middenrisaliet waarin gedenk- en gevelstenen. Het gebouw werd opgetrokken in een sobere classicistische stijl en was symmetrisch van opzet. Oorspronkelijk had alleen de voor- en achtergevel twee met timpanen bekroonde middenrisalieten.
Vanaf 1590 groeit Amsterdam explosief. In 1650 laat het stadsbestuur aan de oostzijde van de stad drie eilanden aanleggen voor pakhuizen, scheepswerven en woningen. Het eiland Kattenburg komt in zijn geheel beschikbaar voor private scheepswerven, maar al na enkele jaren meldt de Amsterdamse Admiraliteit interesse te hebben in een groot deel van de westkant van het eiland voor scheepswerven en het Zeemagazijn. Na een accoord van de gemeente begon de bouwcommissie van de Admiraliteit op 4 juni 1655 haar werkzaamheden. In deze commissie zaten: Cornelis Witsen (1605-1669), burgemeester van Amsterdam, Floris Pietersz. van den Hoef, burgemeester van Haarlem, Frans Herbertsz., burgemeester van Gouda, Herman van Ewijck domheer van Utrecht en equipagemeester Van Cuyk. Al gevestigde werven worden afgekocht en Daniël Stalpaert wordt door de Admiraliteit van Amsterdam nog in het zelfde jaar aangezocht voor de bouw van het Zeemagazijn. Zijn ontwerp van het Zeemagazijn wordt na een bouw van negen maanden in 1656 geopend. Er liggen kanonnen, zeilen, vlaggen en scheepsuitrusting voor de oorlogsvloot opgeslagen. In de tongewelven onder de binnenplaats wordt zo'n 40.000 liter regenwater opgevangen voor de drinkwatervoorziening van de schepen. De fundering van het gebouw bestaat uit 2300 palen, wellicht aan de weinige kant in aanmerking genomen dat de vloerbelasting vele malen groter is dan bij het stadhuis op de Dam dat op 13659 palen werd geplaatst. Vermoedelijk heeft de bouw de Admiraliteit in totaal ongeveer 400.000 gulden gekost.

Beeldhouwwerk
Die macht van de Admiraliteit kwam vooral tot uitdrukking in de symbolische beeldgroepen in de frontons. Uit Vondels lofdicht weten we dat Artus Quellinus de beeldhouwer was. De macht van ’s Lands Zeebewind (de Admiraliteit) wordt op beide frontons door een vrouwenfiguur voorgesteld. Op het fronton aan de waterzijde wordt de macht op zee en de rijkdom van Amsterdam verbeeld. Neptunus, de god van de zee, staat gearmd met 's Lands Zeebewind in het midden van de voorstelling. Watergoden dragen de goederen die de koopvaardijschepen onder een gunstige westenwind naar Amsterdam hebben gebracht. De Amsterdamse stedenmaagd neemt de goederen in ontvangst. Aan de landzijde wordt ’s Lands Zeebewind geflankeerd door scheepsvolk die de krijgsvloot uitrusten met buskruit, touwwerk, een vlag, een kanon en een rolpaard (het onderstel waarop de loop van een kanon rust).
Inrichting
Het Zeemagazijn telde vijf verdiepingen. De meeste dienden voor opslag van scheepsgerei, vaten, zeilen, touw, wapentuig en kanonskogels. In de kelders onder de binnenplaats werd in grote regenwaterreservoirs drinkwater opgeslagen voor de schepen. De bezoeker passeerde eerst de Heerenpoort, welke aan het eind van de 19de eeuw is gesloopt. Daarna bereikte men over een brug de hoofdingang. Aan de zolder van het voorportaal hing een Inuitkajak, een geschenk van Hollandse walvisvaarders. Daarna bereikte men het hoofdportaal met aan de linkerkant het kantoor van de equipagemeester en rechts de Heerenkamer. In deze pronkkamer vergaderden de Raden ter Admiraliteit. Boven de schouw was het wapen te zien van de Zeven Vereenigde Provinciën en de 16 wapens van de admiraliteitsheren. Bij de deur hing een schilderij van Ferdinand Bol met daaronder het lofdicht van Vondel. De bezoeker had vanaf het dak een prachtig uitzicht op de stad en het IJ.

Lofdicht
Ter gelegenheid van de opening van het Zeemagazijn schreef Joost van den Vondel een enorm lofdicht waarvan enkele regels luiden:
‘Dit Zeegevaert, dat Mars in zijnen boezem sluit.
Rust reedtschap voor een vloot van hondert schepen uit
Ten oorloge, en verbaast den schendigsten vrijbuiter,
Die God noch Koning vreest (..)’, (klik hier voor het hele gedicht)

Verzakking
In 1740 verkeerde het magazijn in slechte staat. Door het gewicht van de kanonnen begon het gebouw te verzakken, waarna het door een nu nog bestaande zware gemetselde beer rondom werd gesteund. Niet alleen door de steunberen werd het gebouw verstevigd, ook werden er aan de zijkanten middenrisalieten (uitbouwen) toegevoegd, waardoor het gebouw nog symmetrischer oogt.
Brand
In de nacht van 5 op 6 juli 1791 ging het Zeemagazijn in vlammen op. Wat na acht uur brandbestrijding restte waren de zwartgeblakerde bakstenen gevels. Bij de herstelwerkzaamheden door stadsarchitect Abraham van der Hart zijn deze verdwenen onder een pleisterlaag die statige blokken Bentheimer zandsteen moesten suggereren. De Heerenkamer werd in ere hersteld door de bouwkundige en interieurdecorateur Jacob Otten Husly (1738-1796). Hij ontwierp een nieuwe schouw met het wapen van de admiraliteit: de Hollandse Leeuw met gekruiste ankers. In 1793 wordt het gebouw weer in gebruik genomen.
Hoe de brand is ontstaan is onduidelijk. Er gingen geruchten dat de brand kwade opzet zou zijn van de Patriotten, maar het bewijs daarvoor is nooit gevonden. De wetenschappers Jan Hendrik van Swinden (1746-1823) en Pieter Nieuwland (1764-1794) opperden de mogelijkheid van een chemische reactie. Maar ook daar ontbreekt bewijs.

In 1795 vielen de Fransen het land binnen en werd de Bataafse Republiek gesticht. De vijf Admiraliteiten (Amsterdam, Noorderkwartier, Zuiderkwartier, Zeeuwse en Friese admiraliteit) werden opgeheven en vervangen door een nationale marine. Het Zeemagazijn werd een pakhuis voor de marine. Dit bleef zo tot begin jaren zeventig.
In 1822 kreeg het magazijn een kleine klokkentoren, op de middenrisaliet aan de oostzijde. Het uurwerk en de slagklok zijn afkomstig van het poortgebouw van de destijds naastgelegen werf.

In 1968 werd besloten om het Nederlands Scheepvaartmuseum, dat toen nog gehuisvest was aan de De Lairessestraat in Amsterdam-Zuid, in het gebouw onder te brengen. Hierbij was het vooral de historie van het pand die grote invloed had op de keuze. In 1972 werd het pand, met medeweten van de Marine, gekraakt door het museum en werd een geïmproviseerde tentoonstelling ingericht. Kort daarna startte een restauratie die tot 1981 zou duren. Het museum werd een Rijksmuseum, waardoor de financiële mogelijkheden aanzienlijk werden verruimd. Op 13 april 1973 werd Het Scheepvaartmuseum officieel geopend door prinses Beatrix. Het museum huisde toen alleen in de oostvleugel, de rest van het Zeemagazijn werd in de jaren daarna hersteld. In 1981 was de restauratie, onder leiding van de architect Jan Verster, voltooid, waarna het Zeemagazijn aan een nieuw leven als 'pakhuis' voor topstukken van Het Scheepvaartmuseum begon.

In 2007 sloot Het Scheepvaartmuseum voor een renovatie van 4 jaar. Het Zeemagazijn was toe aan een grondige opknapbeurt. Er moesten grote zalen komen en andere aanpassingen worden gedaan voor de groeiende bezoekersstroom. Liesbeth van der Pol (Dok architecten) maakte het masterplan voor het vernieuwde museum en de inrichting van de publieke ruimtes, ontvangstzalen, restaurant en bibliotheek. Haar streven: het gebouw moderniseren, maar tegelijk het gevoel van een 17e-eeuws pakhuis behouden. Door de later aangebrachte tussenvloeren te verwijderen en dichtgemetselde bogen te laten openbreken, herstelde Van der Pol oude zichtlijnen en bracht ze het gebouw weer in de staat zoals Stalpaert het bedoeld heeft. Waar ze elementen van glas en metaal toevoegde, benadrukken die het stoere karakter van het gebouw. Dit werd verder teruggebracht door het verwijderen van de vele aanlegsteigers rond het gebouw. Het letterlijke hoogtepunt van de renovatie is de overkapping van de binnenplaats, het open plein. De zelfdragende constructie van 34 bij 34 meter, ontworpen door architect Laurent Ney van bureau Ney + Partners, bestaat uit twaalfhonderd stukken glas in een metalen frame. Het ontwerp is geïnspireerd op de kompaslijnen op oude zeekaarten. In elk van de 868 knooppunten zitten 4 led-lampjes verwerkt (wit, rood, geel en blauw) die afzonderlijk kunnen worden aangestuurd. De constructie, staal en glas, weegt 200.000 kg. Dankzij dit schitterende glazen dak kreeg de binnenplaats een totaal nieuwe functie als centraal plein en als evenementenlocatie.

Het museum en het VOC schip ‘Amsterdam’ figureren de laatste jaren bij het Nationale Aftelmoment bij de jaarwisseling. Op de wand van het oude Zeemagazijn wordt een klok geprojecteerd en boven het water van het oude Dok wordt een groot vuurwerk afgestoken.

Meer lezen:
DOK Architecten
Hart, van der, Abraham
Neptunus
Ney, Laurent
Otten Husly, Jacob
Pol, van der, Liesbeth
Quellinus, Artus
Stalpaert, Daniël
Verster, Jan
Vondel, van den, Joost

Voor het laatst bewerkt: