Naam: Sint Janshoofd
Adres: Keizersgracht 101
Architect: Jan Reyniersz; -; A.L.van Gendt
Bouwjaar: 1618; 1712; 1890
Opdracht: Jan Reyniersz; Jacob Temminck; Eduard J.van Hoorn
De percelen aan de oostzijde van de Keizersgracht en ten zuiden van de Herenstraat werden in 1616 voor 2.780 gulden gekocht door apotheker Jan Reyniersz. In 1618 volgt bebouwing met de
huizen met de huidige nummers 99 en 101. In mei 1629 wordt een deel van de percelen verkocht aan Lijsbeth Reyniers. Jan Reyniersz was de architect en opzichter van de bouw van het huis op
101. Hij liet het Sint Janshoofd, Sint Jan was de patroonheilige van de zieken, boven de deur aanbrengen, waarschijnlijk als uithangteken.
Eén van de zeventiende-eeuwse bewoners was Dirk van der Hagen (1645-1710) uit Dordrecht. Hij was de zoon van de advocaat Hermanus van der Hagen en Ida Nicolai. In 1632 trouwde hij met
Maria van Anstenraet, dochter van Isaac van Beest en Aeltje Becx. Van der Hagen was samensteller van een 4-delige atlas.
In deze Atlas Van der Hagen zijn onder meer topografische en uitvouwbare kaarten opgenomen. Van elk continent zijn de belangrijkste landen opgenomen. Ook staan in de atlas prenten van
historische gebeurtenissen, zoals oorlogen. Verder staan er nieuwsprenten, stadsgezichten en panorama’s afgebeeld. De atlas bevat niet alleen beeld, maar ook tekst. Dit zijn vaak verklarende
teksten, maar ook lofdichten: gedichten waarin iemand geprezen wordt. Zo geeft de atlas een persoonlijk beeld van wat de verzamelaar blijkbaar belangrijk en mooi vond. Daarnaast geeft de
inhoud van de atlas een beeld van een bepaalde tijd.
Het huis verkeert aan het begin van de achttiende eeuw in slechte staat en wordt in 1712 gekocht en herbouwd door Jacob Temminck. Jacob Temminck (1677-1755) was koopman, bankier en eigenaar
van een walvisvaartschip. Hij laat een nieuw, 6,55 meter breed, huis bouwen.
Het gebouw kreeg een verhoogde zandstenen kroonlijstgevel met daarboven een breed, rijk versierd halfrond gedeelte en bustes op de hoeken. Deze borstbeelden zijn Neptunus, de god van
de zee, en zijn vrouw, de zeenimf Amphitrite. Onder de hijsbalk is het hoofd van Johannes de Doper op een schotel afgebeeld. De beeldhouwwerken zijn gemaakt door Anthonie Turck.
In het Nieuwe Testament komt het verhaal voor van Salomé met het hoofd van Johannes de Doper. Salomé was de dochter van een zekere Herodias. Deze had haar man verlaten en leefde daarna
samen met Herodes, de tetrarch van Galilea. Johannes de Doper kapittelde Herodes over deze onwettige verbintenis, wat Heriodias zeer beledigde. Toen Salomé danste op een feest ter ere van
Herodes’ verjaardag mocht zij als dank een geschenk uitkiezen. Herodias fluisterde het meisje in het hoofd van Johannes te vragen. Zo geschiedde. Volgens de evangelist Marcus stemde de vorst
met tegenzin in omdat hij sympathie had voor Johannes. Toch gaf hij een soldaat opdracht Johannes te onthoofden en kreeg Salomé het hoofd op een schotel aangeboden.
Beroemde werken van Caravaggio (1608, 1610), Andrea Solario (1507), en Jacob Cornelisz. van Oostsanen (1524) verbeelden het verhaal.
Het dwars op het voorhuis geplaatste achterhuis lijkt in de 18de eeuw aangebouwd en loopt door achter Keizersgracht 99. De mooie gang in het voorhuis heeft een rijk stucwerkplafond met
verschillende reliëfs met mythologische figuren. Aan het eind van de gang is de vestibule in het achterhuis en de zaal met een bijzonder vroeg-18de-eeuwse plafondschildering waarop de vier
werelddelen. Het betreft een schildering op stuc van een fictief open koepelgewelf naar een ontwerp van Daniël Marot uit 1712. Het is niet duidelijk of hij het ook heeft uitgevoerd.
De toeschrijving aan De Lairesse is in ieder geval niet juist.
Aan de grachtzijde is een stoep met fraaie balusters en een later gemaakt portiek met twee toegangen.
Vanaf 1852 tot 1887 wordt het pand bewoond door predikant Pieter van der Goot (1816-1877) in 1841 getrouwd met Klasina Margaretha Mabé Grevingh (1818-1887). Zijn zoon Pieter (1845-?) en
dochter Cornelia Adriana Femina (1851-?) zijn beide in Rotterdam geboren. Dochter Emma van der Goot (1857-1925) is hier geboren. Zij trouwde in 1880 met Sijbrand Feico van der Ploeg
(1854-1942). Het is niet duidelijk of Van der Goot eigenaar was of slechts een deel huurde. In elk geval is er nog een rij huurders te vinden in de tweede helft van de 19de eeuw.
Volgende bewoner is Jacobus van Hoorn, (1817-1869), makelaar in koffie en thee. Hij is in 1857 getrouwd met Marie Alida Altes (1829-1878). Eén van hun kinderen is de kunstschilder Eduard
Jacobus van Hoorn (1863-1934), bekend om zijn landschappen, waaronder victoriaanse taferelen, rivier- en havengezichten. Eduard was in 1891 getrouwd met Aletta Kets (1864-1943) en de
volgende eigenaar. Aletta Kets was vermoedelijk een onderhuurder in het huis.
Architect A.L.van Gendt voerde in 1890 een inwendige verbouwing en aanpassingen aan de achtergevel uit in opdracht van Eduard van Hoorn. In deze tijd vonden er ook enkele wijzigingen
plaats aan de stoep. De status van deze wijziging is onbekend.
Ook de zeven jaar jongere broer van Eduard, Anton Marie van Hoorn (1870-1942) woont na zijn huwelijk in 1901 met Anna Diederika Broekman (1875-1902) nog in het huis. De dienstbode Geertje
van der Werf (1883-1906) diende bij hem van april 1903 tot en met juni 1905. Ook Anton Marie was makelaar in koffie en thee. Na het overlijden van Anna hertrouwde hij in 1910 met Christina
Carolina Frederika Muller (1880-1968). Het is niet bekend tot wanneer de familie Van Hoorn het huis is blijven bewonen.
In 1967 verhuist bouwadviesbureau Strackee naar dit pand. Anno 2026 is Strackee nog steeds op deze prachtige locatie actief. Zelf schrijven ze hierover: ‘Onze opdrachtgevers komen graag langs als ze in de buurt zijn. Ons team is omgeven met het resultaat van hun eigen werk en beleeft dagelijks de historie en het unieke karakter van onze stad. De stad Amsterdam, welke voor ons één van de mooist denkbare werkgebieden is. De stad gebouwd op karakter met een rijke historie en oog voor verduurzaming en vernieuwing.’