Keizersgracht 220 Kerk van het Onbevlekt Hart van Maria
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Kerk van het Onbevlekt Hart van Maria (Onze Lieve Vrouwe kerk), ook wel Moeder Godskerk ('Ito dYoldath Aloho) genoemd
Adres: Keizersgracht 220, Amsterdam
Schutspatroon: Maria
Architect: Theodorus Molkenboer (Rijnsaterwoude, 6 november 1796 - Leiden, 11 december 1863). Theo Molkenboer was één van de belangrijkste architecten van het neoclassicisme en de vroege neogotiek en was enige tijd de belangrijkste kerkenarchitect van Nederland.
Rond 1845 verwerkte hij voor het eerst in zijn ontwerpen aan de gotiek ontleende vormen, die vaak in hout en stucwerk werden uitgevoerd. Kort daarna probeerde hij ook de gotische constructie na te bootsen. Eén van de meest geslaagde voorbeelden hiervan, en een hoogtepunt in zijn werk, is de Redemptoristenkerk aan de Keizersgracht 220 in Amsterdam.
Bouwtijd: 1852-1854. De eerste steenlegging vond plaats op 18 april 1853. De kerk is een aan drie kanten ingebouwde niet-georiënteerde kruisbasiliek.
Opdracht: De paters Redemptoristen geven de opdracht tot de bouw van deze kapel naast hun klooster aan de Keizersgracht 218. Het klooster is op 5 november 1850 ingewijd.
Redemptoristen is een katholieke internationale congregatie van religieuzen die gesticht is als Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (Congregatio Sanctissimi Redemptoris, C.Ss.R.).
Pater J. van Rijckevorsel heeft in 1849 de hand weten te leggen op het braak liggende stuk grond aan de Keizersgracht dat vrij was gekomen door een verwoestende brand in de daar gevestigde suikerfabriek Het Paardehoofd van I.H.Rupe en Zoon.
Volgens een Amsterdammer was de brand een waarschuwing van God, omdat Rupe de zondagsrust niet in ere hield.
's Ochtends om acht uur sloegen de eerste vlammen uit het dak van de suikerfabriek. Er stond weinig wind en de brandweer was er snel bij. Toch brandde de fabriek helemaal af. Ook een aantal huizen in de buurt veranderde in rokende puinhopen.
Een ooggetuige schreef: 'Een akelig gezigt levert den puinhoop van zoovele Gebouwen op, en het gedruisch der instortende muren, vergezeld door het krakend geraas der brandende balken en de felle vlammen der brandende suiker.'
Twee mannen kwamen bij de brand om. Honderden fabrieksarbeiders waren hun baan kwijt.

Geschiedenis
In 1985 verlieten de Redemptoristen de stad vanwege een sterke terugval in het aantal paters en broeders Redemptoristen. De kerk werd aangekocht door de Syrisch-orthodoxen. Sindsdien heet de kerk de Moeder Godskerk (letterlijk: Kerk van haar die God gebaard heeft).
De kerk wordt nu gebruikt door de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap in Amsterdam, het Opus Dei en door de Surinaamse rooms-katholieke gemeenschap.
Bij de reorganisatie van het katholieke pastoraat voor de gehele binnenstad is de Sint-Nicolaasparochie aangewezen als de enige pastorie voor de binnenstad. De Onze-Lieve-Vrouwekerk werd evenals De Krijtberg en de Begijnhofkapel, aangewezen als rectorale kerk. Deze kerken hebben daarom geen pastoor, maar een rector.
Bij de viering van het 150-jarig bestaan van de kerk in 2004 is door de verschillende kerkgemeenschappen onder andere een processie langs de Amsterdamse grachten gehouden. Dit is inmiddels een terugkerende traditie op Sacramentsdag (tweede zondag na Pinksteren).

Altaar van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand (Maria-altaar) (4)
Sinds 1868 is in de Onze-Lieve-Vrouwekerk een authentieke kopie aanwezig van de icoon van de miraculeuze 'Madonna del Perpetuo Soccorso' uit de St.Alfonsus kerk op de Esquilyn te Rome. Met behulp van C14 analyse is het hout gedateerd op 1325-1480. De kunsthistorische analyse neigt ertoe de icoon op een later tijdstip te stellen, rond de 18de eeuw. Zij wordt toegeschreven aan de school van Creta. Mogelijk is dit een unieke copie uit de 18de eeuw van een veel vereerde icoon uit de 14de eeuw. Vreemd genoeg toont de analyse geen oudere onderlaag, zoals eerder vermoed. Dit heeft geleid tot de theorie dat, toen de kleuren van het origineel begonnen af te zwakken en het hout krom te trekken, er uit eerbied voor het origineel besloten is om een kopie aan de achterzijde van hetzelfde hout te maken.
Op het antependium afbeeldingen van musicerende en zingende engelen. De engelen in het middelste paneel dragen een banderol met de tekst: Laudate ("Looft").
Aan de rechterkant op het antependium is een goudkleurige banderol geschilderd met de tekst: H. Maria, Uitdeelster aller genade. Aan de linkerkant van het antependium lezen we: H.Maria, hoop der hopelozen. Links zijn Ester en Ahasveros geschilderd. Nadat Ester ter ore was gekomen dat men haar man, koning Ahasveros, had overgehaald om een edict uit te vaardigen dat alle Joden moesten worden gedood, ging zij naar haar man toe om voor haar volk te pleiten. Ester in haar rol van voorspreekster wordt opgevat als voorafbeelding van Maria. Ester's verheffing tot koningin geldt sinds de middeleeuwen als symbool van de kroning van Maria. In het middelste paneel zien we de kroning van Maria in beeld gebracht. In het rechter deel zijn Batseba en Salomo weergegeven. Ook Batseba zou haar zoon Salomo een gunst vragen (1 Kon. 2,19-20). Salomo laat dan aan zijn rechterhand een troon voor haar plaatsen. Zoals deze twee vrouwen door koningen verheven werden en de door haar afgesmeekte gunsten verkregen, zo werd Maria door Christus tot vorstin verheven. Geen gunst wordt haar geweigerd.
In het interieur is de Mariaverering goed te herkennen met de schilderingen op de gewelven van beide zijbeuken van de kerk, waar naar ontwerp van pater Jan Kronenburg (1853-1940) bloemen en kruiden zijn getekend die verband houden met de verering van Maria.
Voor de restauratie van de muur- en plafondschilderingen werd een speciale computertechniek ontwikkeld. Aan de hand van foto's van de oorspronkelijke voorstellingen en motieven werden door een machine sjablonen uitgesneden; de uitgespaarde figuren konden dan tegen het gewelf of op de wand opnieuw worden ingeschilderd.
Een verborgen afbeelding
De afbeelding van het Lam Gods is aan het oog van de kerkgangers onttrokken achter het beeld van de tronende Christus op het grote houten hoofdaltaar dat in 1881 in het Utrechtse atelier van Mengelberg is gemaakt. Ook dit beeld verwijst naar het boek Openbaringen: "De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam". Het zal dus geen toeval zijn dat de afbeelding van het Lam zich achter het beeld van de tronende Christus bevindt.
Naast het beeld van de tronende Christus op het hoofdaltaar zijn Maria en Johannes afgebeeld als onze voorsprekers bij de tronende Christus wanneer Hij op de jongste dag zal oordelen over levenden en doden. Onder het beeld van de tronende Christus zie je een pelikaan, die met zijn bloed zijn jongen in leven houdt, zoals Christus zijn bloed offerde tot heil van de mensheid. Daar weer onder bevindt zich het kruis geflankeerd door houtsneden die de jonge jaren van Christus uitbeelden, waaronder de visitatie, de geboorte, de aanbidding der wijzen en de presentatie in de tempel en die geflankeerd worden door de vier kerkvaders (Ambrosius, Hieronymus, Gregorius en Augustinus) en de vier evangelisten.

Hoogaltaar, Priesterkoor (1)
Op het gesloten retabel zijn schilderingen van de 24 oudsten uit het boek Openbaringen met hun schalen, kronen en muziekinstrumenten te zien die het Lam aanbidden (Apok. 5, 8-9). Onder het kruis bevindt zich het H. Sacrament des Altaars, de in het kluisje ("tabernakel") op het hoogaltaar opgeborgen geconsacreerde hosties. Op de deuren van het tabernakel zijn zilveren medaillons aangebracht met afbeeldingen uit het leven van Christus. In de nissen ernaast zijn profeten en engelen afgebeeld met banderollen met profetieën die verwijzen naar de Eucharistie. Zij getuigen van de tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie. Tot slot zijn in de beide nissen naast de afbeelding van het Lam Gods de vier kerkvaders te zien, die getuigd hebben van de Christelijke waarheid, en de vier grote profeten (Jeremia, Jesaja, Ezechiël en Daniël), die de komst van Christus hebben voorspeld.
Het hoofdaltaar rust op een zogenaamd antependium (de bekleding aan de voorkant van een altaar in de vorm van stof, hout of edelmetaal) met afbeeldingen van zes engelen die de lijdenswerktuigen van Christus tonen. Zo vertelt het hoofdaltaar van de kerk het verhaal van de aankondiging van Christus geboorte tot de triomferende Christus op zijn hemelse troon.
De kruisweg is geschilderd door Albin Windhausen en afkomstig van het in kruiswegstaties gespecialiseerde atelier Windhausen uit Roermond. De kruisweg is geschilderd in de stijl van 15e eeuwse Vlaamse primitieven als Gerard David en Hans Memlinc.
Preekstoel (8)
De preekstoel dateert van 1854 en is een ontwerp van B. Fritzen uit Kleef. De beelden komen uit München. De kuip wordt gesierd met vier grote westerse kerkvaders, die de vertegenwoordigers van de overlevering verbeelden. Dit zijn Ambrosius met bijenkorf, Hiëronymus in kardinaalsdracht met een leeuw aan zijn voeten, Augustinus met bisschopsstaf en mijter en Gregorius met duif en tiara.
Het bekendste kerkelijke atelier uit Roermond is vanzelfsprekend Cuypers(-Stoltzenberg). Uit dit atelier zijn onder andere de biechtstoelen (7) (1857), het beeld van broeder Jozef Geraeds (1856) (2) en het beeld van de H. Alfonsus (1914) (3) afkomstig.

Links van het koor is de kapel van de Heilige Familie (2) met als thema 'de dood van de H.Jozef'. De beeldgroep komt van Mayer & Co (München, 1866), de afwerking uit het atelier Cuypers-Stoltzenberg (1867).
De gebrandschilderde ramen zijn in 1882 vervaardigd door glazenmaker F.Nicolas uit Roermond en J.B.Capronnier uit Brussel en hebben betrekking op Maria's Onbevlekte Ontvangenis en de Heilige Familie alsmede op het terugvinden van de twaalfjarige Jezus in de tempel en het wonder van Kana.
Gerardus altaar (6)
De H. Gerardus Majella, in het midden afgebeeld met een kruis en twee sleutels in zijn hand (hij was portier in het klooster) en een korf brood (als verwijzing naar zijn voedseluitreikingen aan de armen). Links wordt afgebeeld hoe hij, nadat hij in een donkere en stormachtige nacht was lastig gevallen door de duivel, de satan gelast hem veilig over de woest stromende rivier Olfanto te leiden. Rechts zien wij hoe Gerardus brood uitdeelt aan de armen. Het mozaïek is van de hand van H.Randag.
Heilig Hart altaar (5)
Van het vroegere Heilig Hart altaar uit het atelier van W.Mengelberg (1882) zijn enkel de door M.C. Schenk beschilderde vleugeldeuren bewaard gebleven. In 1957 maakte het H. Hartbeeld plaats voor een Christus Koning mozaïek van Ton Ros.
Triomfbalk (9)
De triomfbalk is het werk van W.Mengelberg (1880). Hij beschilderde de balk boven de toegang tot het koor met borstbeelden van de apostelen. Bovenop de balk verheft zich een groot triomfkruis geflankeerd door Maria en Johannes als voorsprekers.
Communiebank (9)
De met reliëfs bewerkte marmeren communiebank uit 1865 is afkomstig van Mayer & Co uit München. Later is de communiebank ten behoeve van een doorgang naar het hoogaltaar doorgezaagd en in twee delen herplaatst. Aan de uiteinden zijn druivenplukkende en korenaren verzamelende engelen weergegeven. Links is Johannes' visioen van de aanbidding van het Lam in beeld gebracht, een verwijzing naar de aanbidding van Christus, die geslachtofferd werd ter vergeving van de zonden. Rechts wordt door middel van de apostelcommunie verwezen naar de instelling van de Eucharistie.

Meer lezen:
Atelier Cuypers-Stoltzenberg
Molkenboer, Theo

Voor het laatst bewerkt:25-jan-2018