Naamherkomst: De Krom Boomssloot is vernoemd naar de 16de eeuwse scheepsbouwmeester Cornelis Pieterse Boom. Om zijn werf op de Lastage te verbinden met het omliggende water liet hij een vaart en een dwarsvaart graven. Deze zijn toen naar hem, als eigenaar, genoemd.
Naam: Armeens Apostolische Kerk Surp Hoki
Adres: Krom Boomssloot 22 (voorheen Dwarsboomssloot)
Bouwjaar: -; 1714; 1749; 1874; 1914; 1986; 2010
Opdracht: -; Armeense kerk; Johannes di Minas; Arachiel di Paulo; Vereniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser; Vereniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser;
Stichting Armeens-Apostolische kerk; Stichting Armeens-Apostolische kerk
Nederland en in het bijzonder Amsterdam groeien vanaf 1600 uit tot het centrum van de wereldhandel. De stad heeft een groot tekort aan arbeidskrachten. Zo kwamen arbeiders uit Duitsland en Scandinavië naar Amsterdam. Ook kwamen grote aantallen Hugenoten uit Frankrijk, Joden uit Spanje en Portugal. Zij vertrokken daar wegens godsdienstige intolerantie en economische achterstelling. Deze groepen bestaan uit kooplieden met een wijdvertakt handelsnetwerk en uit specialistische ambachtslieden als boekdrukkers. Bij de nieuwkomers zijn ook jonge Armeense kooplieden. Zij hebben sterke handelsbanden met familieleden en andere kooplieden in hun plaats van herkomst: Armenië, het Ottomaanse Rijk, de Levant, Nieuw Julfa (Isfahan, Iran), Archangel, Astrakkan, Moskou en St. Petersburg. De eerste Armeniërs vestigden zich in de Lastage, een wijk met veel nieuwkomers. Ook latere Armeniërs hebben dat gedaan.
Prentenmaker Pieter Bast beeldt in 1611 Armeense kooplieden in Amsterdam af. Zijn prent is een allegorie op de wereldhandel van de stad. Bij het IJ staan, naast een met balen beladen kameel, ‘een Tartaar en een Persiaan’. Hun balen bevatten bezoar (een onverteerbare, samengeklonterde bal van vreemd materiaal, zoals haar of plantaardig materiaal, die zich in de maag of darmen vormt en een blokkade kan veroorzaken), mirre, parels en zijde. Na het tekenen van het eerste handelsverdrag tussen Nederland en Perzië, wil de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder dit verdrag zijde naar Nederland verschepen. Armeense makelaars kopen zijde op voor VOC en Armeense tolken worden benut als tussenhandelaar. De uitdrukking Persiaan werd een gangbare uitdrukking voor een Armeens koopman.
De Amsterdamse en buitenlandse kooplieden troffen elkaar dagelijks bij de Beurs van Hendrick de Keyser. Hier vindt de handel plaats op een binnenplaats omgeven door veertig zuilen. Vanaf 1630 staan er bij de zuilen 12 en 13 Armeense kooplieden. We zien ze terug op schilderijen en prenten van de Beurs uit de 17e en 18e eeuw als kooplieden in Oosterse kledij. De handel van de Armeniërs bestaat uit angorawol, garens, kameelhaar, koffie, rozijnen en tapijten uit de Levant, ruwe zijde uit Perzië, elandhuiden, hennep, juchtleer en talk uit Rusland. Daarnaast exporteerden zij Delftse tegels, Edammer Kazen, Leidse lakens, meubels en ijzerwerk.
Volgens een registratie in 1671 woont op de Kloveniersburgwal de koffiemaker Xeheri Diechitar. De oprichting van het eerste koffiehuis in 1673 in Amsterdam staat op naam van de Armeniër
Matthias van Erevan.
Armeense kooplieden komen in golven naar Amsterdam, rond 1660, 1710 en 1750. Naar schatting verbleven er gedurende de 17e en 18e eeuw een kleine 1000 Armeniërs van de eerste en latere
generaties een kortere of langere tijd in Amsterdam. Met 66 personen bereikt de Armeense gemeenschap in 1668 haar eerste maximum. Armeniërs wonen veelal in de Lastage wegens de nabijheid
van de haven en de aanwezigheid van logementen en pakhuizen.
De godsdienstige bijeenkomsten hielden de Armeense kooplieden tussen 1660 en 1714 in de huizen van Armeense priesters. Een Armeense bijbel was nog niet beschikbaar. Dit duurde tot 1666 als de eerste gedrukte bijbel in het Armeens in Amsterdam verschijnt. Al in 1656 was Mateos Tsaretsi naar Europa gestuurd met de opdracht om een drukkerij op te zetten. Hij begon zijn zoektocht in Venetië en Rome en eindigde in Amsterdam waar de boekdrukkunst in die tijd op hoog niveau was. Hier kocht hij drie sets Armeense drukletters bij de stempelsnijder Christoffel van Dijck en daarbij ook bijbelse taferelen. Een maand later stierf hij. Zijn werk werd overgenomen door koopman Avetis Ghlichents. Hij kocht een drukkerij en gaf deze de naam 'Heilige Echmiadzin en Sint Sargis'. Avetis benaderde boekdrukker Voskan Jerevantsi om naar Amsterdam te komen en de drukkerij over te nemen. Deze stuurde een leerling naar Avetis Ghlichents die in 1661 aankwam. In 1662 vertrok Avetis op zakenreis. Het duurt tot 1666 voor de eigendomsrechten met Voskan Jerevantsi geregeld zijn, maar dan begint hij in 1666 met het zetten van de tekst van de Armeense Bijbel. Op 13 oktober 1668 was het drukken afgerond. De bijbel telt ongeveer 1470 pagina's. Matteo Joannes leidt de Armeense drukkerij tot 1692, aartsbisschop Thomas Vanandec'i van 1695 en 1705 en zijn neef Lucas Vanandec'i van 1705 tot 1718. In totaal zullen tussen 1661 en 1718 ruim 50 titels verschijnen. Thomas Vanandec'i in 1695 ook als eerste de wereldkaart in Armeens schrift in Amsterdam.
Al in 1668 wordt een Armeense kerk in de Keizersstraat genoemd, naar alle waarschijnlijkheid het woonhuis van bisschop Voskan Erevanc'i. Een tweede vermelding van een Armeense kerk komt uit het jaar 1703, ditmaal in het woonhuis van de Armeense priester Ugoerloe aan de Koningsdwarsstraat. Bij de verhuizing in 1714 naar de Krom Boomssloot 22, werd notarieel vastgelegd welke voorwerpen toebehoorden aan de meeverhuisde inventaris. Op 30 januari 1714 had het college van Amsterdamse Burgemeesters namelijk het verzoekschrift goedgekeurd van een groep Armeense kooplieden een gebouw te kopen ‘om daar hun kerk van te maken tot uitoefening van hun godsdienst’. Babasan di Sultan en Nicolaes Theodoor kopen als kerkmeesters op 28 mei 1714 ‘een pakhuis in de Lastage op de Dwarsboomssloot tussen de Keizersstraat en het huis aan de Noordwestzijde’. Veertig Armeense kooplieden, merendeels uit Nieuw Julfa stellen zich garant voor de aankoop en verbouwing van het pakhuis tot een Armeense kerk, genaamd ‘Surp Hoki’ (Heilige Geest). De kerk is met een onderbreking van 1874 tot 1989, tot op heden in gebruik.
Sedert 1733 worden de diensten in de kerk geleid door priester Johannes di Minas. Hij is afkomstig van de stad Amasia in het Ottomaanse rijk en woont hier op de eerste verdieping. Hij
bekostigt in 1749 persoonlijk de verfraaiing van de buitengevel van de Armeense kerk met een stoephek en gevelsteen. Op de gevelsteen in het Armeens de tekst ‘Ik, Johannes, Priester, zoon
van Minas, geboren in de stad Amasia, vijftien jaar heb ik deze kerk, genaamd De Heilige Geest, bediend, heb op mijn eigen kosten deze voorpoort herbouwd, een marmeren lam hierboven gezet,
de stenen opgang, en drie onder- en drie bovenlichten gemaakt, ter nagedachtenis van mijzelf, mijn overleden Vader en Moeder in het Armeense jaar 1198, dat is het jaar 1749.’
Op 23 januari 1768 wordt priester Di Minas begraven in de Oude Kerk (graf 444). Ook andere Armeniërs en hun gezinsleden uit die tijd zijn daar begraven.
Op 21 juli 1744 koopt Arachiel di Paulo, de Armeense kerkmeester, het Poorterschap bij de Thesaurie-Ordinaris in het Stadhuis. Hij bekostigt in 1749 de marmeren platen waarmee de
vestibule wordt bekleed, evenals de gestucte bloemdecoratie aan het plafond en de marmeren plaquette met Armeens opschrift boven de deur naar de kerkzaal. Hier vermeldt de tekst ‘Deze deur
werd vernieuwd in het jaar van de Verlosser 1749 samen met een verbreding en verhoging van de voorpoort en met een marmeren bekleding van de muur en met een zeer fraaie bloemendecoratie
van het plafond. Door de inspanning van de Heer Arak’el de zoon van Paulus Ter-Arak’elene uit Julfa, ter nagedachtenis aan zichzelf en zijn vader Paulis en zijn nog levende moeder Valida.’
Ook op de eerste verdieping van zijn woonhuis in de Koningsstraat 17 laat Arachiel di Paulo een gevelsteen aanbrengen. Hier is dat een gouden Hostiekelk met zijn initialen A.P. en 1765.
Het aantal Armeniërs in Amsterdam bedraagt in 1741: 24, in 1759: 37 en in 1810: 5.
Met het in verval raken van de Nederlandse economie door de Franse overheersing vertrekken Armeense kooplieden. Zo ook Gregory Vartabed, de Armeense priester, die in 1806 vertrekt
wegens tekort aan Armeense lidmaten. De laatste kerkbeheerder Stephan di Gabriel sterft in 1835. Hij woonde boven de kerkzaal. De kerk is dan al sinds 1816 buiten gebruik. Amsterdamse
curatoren voeren nu het beheer over het gebouw. Zij verhuren de ruimte in de volgende decennia aan meerdere kerkgenootschappen, zoals in 1850 aan de Vrije Evangelische Gemeente.
In 1874 valt het besluit het gebouw te verkopen. Katholicos (hoofd van de kerk) Kevork IV van de Armeense kerk laat op 9 maart 1874 het gebouw in de Brakke Grond veilen. Koper
is de Vereniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser. Deze laat een derde verdieping bijbouwen voor een lagere school, de R.-K.Volksschool voor meisjes en de Fröbel en
Naaischool. In 1915 volgt nog een uitbreiding met het hoekhuis Keizersstraat. De vereniging verkoopt het schoolgebouw na 1952 aan de Stichting der Zusters Augustinessen van Sint
Monica. Deze St.Antoniusschool blijft er tot 1984 als ze verhuist naar een nieuw gebouw aan de Lastageweg 50.
In 1985 werd door de huidige Armeense gemeenschap een comité gevormd voor de terugkoop van het gebouw en de herinrichting tot Armeense Kerk en een sociaal-cultureel centrum. De Augustinessen verkopen het gebouw eind 1985 aan de Stichting Armeens-Apostolische kerk. De koopakte wordt getekend door de voorzitter van het comité, de Armeense tapijthandelaar Dertard Vahè Kinébanian. Van 1986 tot 1989 volgt een restauratie. Op 26 november 1989 wijdt aartsbisschop Kudde Naccachian van Parijs als vertegenwoordiger van de Armeense kerk in West-Europa de kerk in. Qua inrichting, onder andere met iconen, is deze kerk vergelijkbaar met orthodoxe kerken.
Een volgende restauratie vindt plaats van 2010 tot 2014 waarbij het gebouw de huidige indeling kreeg. Hierbij werd de kerkruimte naar de tuinkant uitgebreid. De gevel van het kerkgebouw
werd geel, in plaats van wit, beschilderd. Terwijl op het dak twee orthodoxe kruisen zijn geplaatst. Bisschop Datev Hagopian wijdde de kerk eind 2014 na het afsluiten van de restauratie weer
in.
In 2018 werd een monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Armeense genocide in 1915-1918 geplaatst. Dit betreft een Khachkar in de muur van het kerkgebouw in samenwerking met
de Stichting Sint Grigor Narekatsi. Elk jaar worden op 24 april hier de Heilige Martelaren van de Armeense genocide herdacht. In 2010 werd op de Nieuwe Oosterbegraafplaats hiervoor ook al
een genocidemonument geplaatst.
In 2023 werd in het souterrain van de kerk de bibliotheek Mateos Tsaretsi opgezet als beheerder van de altijd al aanwezige collectie boeken. Initiatiefnemer was Dikran Migdesyan, voorzitter van de Stichting Armeens Apostolische Kerk Surp Hoki met hulp van Anna Maria Mattaar, vertaalster en armenologe, en ondersteuning van Taron Tadevosyan, pastoor van de Surp Hoki kerk. Het is de bedoeling dat de bibliotheek een verbindingspunt zal worden voor onderzoekers die zich bezighouden met Armeense onderwerpen.
Op de bovenverdiepingen van de Armeense kerk heeft de Armeense taal- en cultuurschool Mashdots van de stichting Ararat en de zondagsschool Grigor Narekatsi School haar leslokalen. Hier wordt onder meer het unieke Armeense alfabet onderwezen. Het was Mesrop Mashtots die het Armeense alfabet in 405 ontwikkelde met als doel Armeniërs te helpen lezen, schrijven en kennis te delen in hun eigen taal. Het alfabet bestaat uit 39 letters, elk met een eigen geluid en vorm. Er zijn 7 klinkers en 32 medeklinkers. De letters hebben een artistiek uiterlijk en zijn leuk om te tekenen. Het wordt gebruikt in Armenië en door Armeense gemeenschappen over de hele wereld.
In februari 2025 besloot de leiding van de Universiteit van Amsterdam, de universiteitsbibliotheek en het Allard Pierson Museum, om het voorstel voor het maken van een monument van Christoffel van Dijck en Voskan Yerevantsi met een drukpers, terwijl zij samen werken aan de creatie van Armeense drukletters goed te keuren. Er werd een plek toegewezen voor het monument in de binnenhof tussen de gebouwen van deze instellingen aan de Oude Turfmarkt 145/147. De Stichting St.Grigor Narekatsi heeft de opdracht voor het vervaardigen van het monument in Amsterdam toevertrouwd aan een volkskunstenaar van de Republiek Armenië, Levon Tokmajyan. Het monument is van brons en heeft een hoogte van 120 centimeter. De totale kosten van het project, inclusief het maken, transport en installatie van het beeld, zijn begroot op € 20.000.
Bronnen:
wikipedia.nl
www.armeensekerk.org
reliwiki.nl
oneindig Noord-Holland (onh.nl)
onsamsterdam.nl/artikelen/een-armeense-tapijthandelaar
nl.wikipedia.org/wiki/Armeens-Apostolische_Kerk
www.dbnl.org/tekst/_gid001198501_01/_gid001198501_01_0034.php
Ons Amsterdam 1985 blz 327-330
Dbnl.org De Boekenwereld. Jaargang 32 pagina 60 e.v.