Lastage
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

De naam lastage komt al in 1342 voor en blijft tot in de achttiende eeuw in gebruik. De lastage wordt gevormd door het oorspronkelijk buiten de Zeedijk aangeslibde land dat zich uitstrekt tussen Nieuwmarkt en Oudeschans. Aanvankelijk vestigden zich hier scheepstimmerwerven, pakhuizen en lijnbanen. Hier werd alles gemaakt dat nodig was voor het ballasten, ontlasten en belasten van schepen. In de tweede helft van de zestiende eeuw begint men met het bouwen van woonhuizen en straataanleg van de Jonkerstraat en Ridderstraat. In 1593 wordt het terrein officieel binnen de stad getrokken. Hoewel de oorsprong van de straatnamen niet bekend is, ligt het voor de hand te veronderstellen dat de namen in dit gebied door de stadsregering zijn vastgesteld. De straten verbinden de Geldersekade en de Oudeschans.
De Ridderstraat bestond al in 1568. De Jonkerstraat werd veel later aangelegd op de plaats van twee, na 1601 afgebroken lijnbanen ten noorden van de Ridderstraat. De huizen aan de noordzijde van de Jonkerstraat bestonden al in 1598 en maakten toen noordwaarts front aan de Notweg (nu Binnen Bantammerstraat). Zij waren gebouwd op het terrein van de derde, voor 1598 afgebroken, lijnbaan van Fuijck, reeds in 1557 aangeduid als "Oude Joosten baen", naar de lijnbaan van Heijndrick Joosten, waarlangs deze Notweg liep.

In 1928 zijn de straten gesaneerd en is de naamgeving bij raadsbesluit van 11 mei 1932 vastgesteld met de toevoeging Nieuwe. De Lastageweg en de Montelbaanstraat, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 maart 1931, zijn ontstaan door verbreding van respectievelijk de Tweede Jonkerdwarsstraat, Tweede Ridderdwarsstraat en de Eerste Jonkerdwarsstraat, Eerste Ridderdwarsstraat. Bij de sanering van de buurt zijn de laatste stukken van de Jonkerstraat en Ridderstraat tussen de Montelbaanstraat en de Oudeschans verdwenen en thans alleen nog vanaf de Oudeschans te bereiken. Deze stukjes zijn ook Oudeschans gaan heten.
De Nieuwe Ridderstraat is vanaf de Geldersekade afgesloten met een hek, het deel tussen Lastageweg en Montelbaanstraat is bereikbaar via de laatst genoemde straat.
De buurt was zeer dicht bebouwd en heeft tot de sanering in de jaren dertig zijn structuur van smalle straten en ondiepe bouwblokken behouden. In die periode werd in De Lastage uitvoering gegeven aan de Woningwet van 1901 en startte de gemeente Amsterdam er een grootschalige opruiming van krotwoningen. Bij die operatie is vrijwel alle bebouwing aan de Ridderstraat en de Jonkerstraat gesloopt. De dwarsstraten werden verbreed om licht, lucht en ruimte in de buurt te brengen.

Huisnamen
Voor de sanering hebben de straten nog redelijk wat huizen uit de 18de eeuw en een heleboel huisnamen zoals uit doop- en begraafregisters naar voren komt.
Jonkerstraat (18de eeuwse huizen):
30, 46, 56 en 58-60 toppen van omstreeks 1730;
68 een gevelsteen met "De nieuwe Brood Backery 1755", zie bij Montelbaanstraat 6;
90 een 17de eeuwse pui en daarin een gevelsteen met een man in een schuit "In de Steygerschuyt";
102 een cartouche met Ao 1668;
52-54 twee karakteristieke, hoewel minder fraaie toppen.
Jonkerstraat (huisnamen):
Ambeelt, Het groen (1632); Ackertyen, Het (1624); Anker, Het (1624); Ancker, het gekroonde (1643); Ankers, De drie (Jonkerstraat 26); Geneverboom, De (1693); Harderwijk, (1648); Jonker, De (1624); Kruijs, Het Witte (1644); Leeu, De gouwe (1646); Leuw, De ro (1649); Leeuw, De witte (1644); Lootsman, De grote (1649); Maagd van Dort, De; Meerschuitje, Het (Jonkerstraat 83); Mol, De vergulde (1647); Paard, Het witte (1644); Steenstucken, De twee vergulde (1625); Steigerschuit, De (Jonkerstraat 90); Trompet, De (1625); Valk, De witte (1624); Wapen van Luik, Het (1647); Werrelt, De blawe (1624); Wildeman, De (1644)

Ridderstraat (18de eeuwse huizen):
3 een flink huis met top;
19 gevelsteen met voorstelling en benaming naar de eigenaar uit 1668: Barent Hendriksz. de Leeuw. Afgebeeld is een liggende aanziende leeuw met in de onderrand de tekst "De Leeuw". De steen is bij de sanering van de jaren 30 in de 20ste eeuw verplaatst naar Lastageweg 11. De Lastageweg viel eind jaren 1970 ten prooi aan de aanleg van de metro_oostlijn en de steen kwam op de werf van Monumentenzorg terecht. Ondanks de toezegging dat gezocht zou worden naar een plek in de nieuwbouw werd De Leeuw uiteindelijk in 2000 ingemetseld op het huidige adres Utrechtsestraat 92, boven de etalage van de slagerij met die naam.
54 gevelsteen met een krans van rozen en "De-rose-krans Ao 1652";
87 top met klauwstukken;
91 top van omstreeks 1680;
11 en 16 toppen van omstreeks 1730.
Ridderstraat (huisnamen):
Berg Zion, De (Ridderstraat 81); Gildos, De (1648); Gothenburg, De stad (Ridderstraat zuidzijde tussen de twee dwarsstraten); Grasmayjer, De (1648); Ham, De stad (Ridderstraat 97); Hoed, De gekroonde (Ridderstraat zuidzijde tussen de Montelbaansburgwal en de 1e Ridderdwarsstraat); Kalf, Het gulden; Kamerslodt, Het vergulde; Koning van Sweden, De; Kromhout, Het (1631); Leedekant, De (1624); Leeuw, de (Ridderstraat 19); Mondt, De swarte (1644); Naelden, De vier (1647); Noteboom, De (1644); Oranjeboom, De (1647); Prins, De (1645); Rosekrans, De (Ridderstraat 54), zie bij Montelbaanstraat 6; Schip van Damiaten, Het (1647); Sleutel, De vergulde (1644); Slodt, Het vergulde (1644); Steenstucken, De twee (1646); Swarteldoosen, De twee (1624); Veerschip, Het Haarlemmer (1624); Wapen van Seelandt , Het (1646); Wapen, Het ammeraleteijts (= admiraliteits) (1646); Willemstadt (1624)

Bewoners
Willem Cornelisz. van Muyden is in 1573 te Muiden geboren. Hij was oorspronkelijk scheepstimmerman van beroep en woonde bij zijn ondertrouw met Maritgen Pieters op 1 maart 1598 in Amsterdam in de Ridderstraat. Zij kregen een dochter, Hillegond, die in 1602 geboren werd.
Als schipper en poorter van Amsterdam maakte hij in 1607 met het met graan beladen schip de "Winthont" een reis naar Italië. In 1609 ging hij met de "Appelboom" naar Noorwegen. Zijn reis naar de Middellandse Zee in 1611 met de "Engel Gabriel" verliep minder gunstig. Het schip werd door een zeerover gekaapt en naar Livorno opgebracht. Op een gekaapt schip de "Swarte Arend" kwam Van Muyden in januari 1612 in Middelburg terug.
In 1612, 1613, 1614 en 1615 voer hij met de "Neptunus" naar Spitsbergen. Hij was belast met het admiraalschap over de schepen die hier of op Jan Mayeneiland op walvisvangst gingen en werd hiermee de eerste walvisjager.
In 1614 werd hij met Jan Jacobsz. May belast met het ontdekken van nieuwe landen.
In september 1615 kreeg hij een bewindhebber van de VOC Kamer Amsterdam op bezoek met het verzoek als schipper in hun dienst te treden.
In 1768 woonde in de Ridderstraat bij de "Lestagie" Jan Dekker, kaarsemaker van beroep.
In een kroniek van 1805 wordt de volgende opmerking gemaakt: 'Er is nauwelijks een groter verschil denkbaar dan tussen het Hersteld Luthers vrouwtje in haar ouderwetse kleren en met een kerkwaaier, en de sujetten uit de Ridderstraat. Toch is er ook een overeenkomst: "Ze zijn alle in haar Paaschpak." De bewoners van de Ridderstraat behoorden omstreeks 1800 tot de allerarmsten van de Amsterdamse bevolking en op feestdagen tooiden zij zich met oranje en gingen dan de stad door in de hoop zo wat geld op te halen.'

Na de sanering was de invulling van het terrein in grote lijnen als volgt: Aan de grachten en aan de noord-zuid straten werd gewoond en andere functies werden op de binnenterreinen ondergebracht.
Op dit binnenterrein waren een politiebureau, een kinderspeelplaats en het Volkslogement (later HVO -Hulp voor Onbehuisden-, De Walenburg) gebouwd en was er sinds 1920 een ledikantenfabriek gevestigd. In later jaren is dit Blom Tandwielenfabriek geworden. In de jaren zeventig werd in de buurt opnieuw gesloopt omdat de route van de metro er dwars doorheen ging. Ook langs het Blomterrein moest een deel van de woningen uit de jaren dertig alweer wijken, de aanleiding voor heftige rellen. Bij het herstellen van de buurt zijn bovenop de metrobuis een school en een gymzaal gebouwd conform het stedebouwkundig plan van Theo Bosch en Aldo van Eyck.

Bodemonderzoek
De afdeling archeologie heeft in april 2008 onderzoek gedaan in de Nieuwe Jonkerstraat 4 en Nieuwe Ridderstraat 7. Hierbij zijn ophogingen uit de 15de eeuw gevonden, hetgeen betekent dat het natuurlijke veenlandschap direct buiten de stad al vroeg bouwrijp werd gemaakt. Uit de periode waarin de Lastage werd ingericht met aan scheepsbouw gerelateerde werkplaatsen zijn enkele loopniveaus teruggevonden. Dit waren dunne schelplagen om het drassige terrein begaanbaar te houden. In de loop van de 16de eeuw verschenen de eerste stenen structuren waarvan twee plavuizenvloertjes zijn aangetroffen. In de 17de eeuw is het terrein volgebouwd. Hoewel de perceelindeling tot in de 20ste eeuw vrijwel ongewijzigd bleef zijn de huizen regelmatig verbouwd. Zo werd een binnenplaats achter een pandje aan de Ridderstraat, waar in de 18e eeuw twee beerputten lagen, in de daarop volgende eeuw herbestemd tot souterrainwoning met een schouw tegen de zijgevel. Ook de kelders in de naastgelegen panden werden in dezelfde periode bewoonbaar gemaakt.

Nieuwe Ridderstraat
5: Tussen de Nieuwe Ridderstraat en de Nieuwe Jonkerstraat, werd in 1931 een garage gevestigd van Dankmeijer & Ronday met daarop twee bedrijfswoningen. Eén met ingang Nieuwe Ridderstraat 5 en de ander met de ingang aan de Nieuwe Jonkerstraat 6. Beiden woningen hadden toegang tot het plat op het garagedak.
Thea Storm schrijft hierover: In mijn jeugd 1950-1965 speelde ons leven zich voornamelijk af op het plat. In het begin waren er alleen planken. Later kwam er een hek omheen. Er was nog geen deur naar het dak. Alles ging altijd door het raam. Pas in 1968 werd door mijn broers een serre aangebouwd en een raam vervangen door een deur.
Mijn vader werkte bij Dankmeijer & Ronday als vrachtwagenchauffeur op het buitenland. Oom Jan, garagechef bij Dankmeijer & Ronday en tante Paulien de Groot-Storm woonden op Nieuwe Jonkerstraat 6.

Dankmeijer en Ronday v/h Jacob Fabricius 1806 is in ieder geval een groot deel van de 20ste eeuw een internationaal transportbedrijf waarvan het kantoor in 1915 op de Oudezijds Achterburgwal 86 is en in 1950 staat genoteerd op nummer 92. In 2013 wordt als laatste vestigingsplaats Keizersgracht 824 genoemd en is het inmiddels een beheermaatschappij.
In 2008 worden de huizen verbouwd. Alle muren waren gesloopt en het was een ruimte geworden. De architect vertelde dat hij de vliering ging verbouwen tot slaapkamer, omdat het huis anders volgens de regels te klein was voor bewoning door een persoon. En dan te bedenken dat wij er met z"n tienen woonden. Ik heb de kamerindeling zoals ik die mij het best herinner in een plattegrond weergegeven.
Ria en Martha in een stapelbed links in de meidenkamer. Nel en ik in een stapelbed rechts in de meidenkamer. Nico en Marcel in een stapelbed links in de grote slaapkamer. John in een onderschuifbed links in de grote slaapkamer. Mijn ouders rechts achter de grote klerenkast in de grote slaapkamer. In de woonkamer stond de kachel met twee leunstoelen en in het midden een grote tafel met 10 stoelen, een buffet boven de gang en trap. Onder het raam een divan waarop mijn oudste zus Angelina sliep.
Op 9 december 1955 om 22.40 uur breekt een grote uitslaande brand uit op de Geldersekade 99 / Nieuwe Ridderstraat 1 / Nieuwe Jonkerstraat 2-4. In de pakhuizen zijn huiden, paardenhaar, rubber, emballage, archieven e.d. opgeslagen. Er wordt geblust met 17 stralen en 6 waterkanonnen en wij mogen een week lang ons huis niet in. Ik ben in die tijd te gast bij tante Sien en oom Leo in de Uilenburgerstraat 105.

6 Na de Tweede Wereldoorlog heeft hier een eiermijn gezeten. Eieren werden hier gesorteerd en verpakt. De aanvoer gebeurde via de Rechtboomsloot. In de Nieuwe Jonkerstraat was een eierhandel gevestigd.
Daarna is er op 1-hoog links in het pand een kofferfabriek gekomen.
Beneden verscheen links een lettergieterij met opmaakmachines en rechts de lithografieafdeling van een drukkerij. Het is niet bekend of dit al, de later aanwezige, drukkerij Heijt was.
8 Hier was de smederij van de firma Van Merkestein gevestigd.
12 Hier was de smederij en plaatwerkerij van het bedrijf Fijro gevestigd. Op de hoek met de Lastageweg stond een verwijzing naar deze smederij.
6-12 "De Nieuwe Ridder" is een herontwikkeling van een voormalige drukkerij tot vier aparte woonhuizen.

43-53 en Nieuwe Jonkerstraat 50-60. Tot 1997 was hier Blom's Tandwielfabriek gevestigd, het pand was toen genummerd als Nieuwe Ridderstraat 15. In 1997 verliet Blom het fabriekspand ten gunste van een locatie buiten Amsterdam. Hierna is in de late jaren negentig uitvoerig gediscussieerd over de toekomstige functies van het Blomterrein en zijn er jaar na jaar nieuwe plannen voor gemaakt. Zowel de gemeente en de eigenaar Ymere als bewoners en architecten hebben nieuwe vooruitzichten voor het gebied geformuleerd maar herontwikkeling liet op zich wachten.
Na langdurige leegstand heeft Buro Amsterdam in 2013 het pand gekocht. In nauw overleg met Stadsdeel Centrum en buurtbewoners heeft Buro Amsterdam een renovatieplan uitgewerkt om het bijzondere pand te behouden en te transformeren tot industriële stadswoningen.
Naam: Blom Tandwielenfabriek
Architect: Ronald Janssen Architecten i.s.m. Donald Osborne
Bouwtijd: 2015
Opdracht: Buro Amsterdam
In de voormalige Blom Tandwielenfabriek werden twaalf bijzondere, vrij indeelbare, casco woningen gerealiseerd met een industriële, loft-achtige uitstraling. (Een loft is een grote woning die doorgaans uit één ruimte bestaat die de bewoner naar eigen inzicht kan indelen.) Aan de buitenzijde is zo min mogelijk veranderd; in feite zijn er alleen zeven extra openingen in de gevel gezaagd, in aanvulling op de vijf bestaande schuifdeuren. De woningen zijn alle voorzien van twee authentieke sheddaken (zaagtanddaken) en hebben een hoogte oplopend tot circa zeven meter. De gebruiksoppervlaktes liggen tussen de 133 m2 en 180 m2, met patio en dakterras.
De woningen hebben elk hun eigen entree aan de straat. Waar vroeger de laad- en losdeuren zaten, zijn grote schuifhekken gemaakt van geperforeerd staal, waarvan het patroon geïnspireerd is op een oude foto van het fabrieksinterieur. Voor ieder hek is een andere foto gebruikt. Achter deze hekken gaan loggia's schuil, die fungeren als besloten voortuintjes. Hier kunnen fietsen gestald en is de voordeur.
Het ontwerp heeft een duidelijke tweedeling. De entree, wc en installaties zijn in één zone gebundeld, met de slaapkamers en het dakterras op de (nieuwe) verdiepingsvloer. De rest van de ruimte is "fabriek" gebleven met de stalen spanten in het zicht. De casco's worden door de bewoners zelf ingevuld.

Nieuwe Jonkerstraat
4 Op de plaats van de voormalige garage van Dankmeijer en Ronday is een woongebouw met 13 woningen verrezen. De beperkte locatie, ingeklemd tussen twee straten, leidde ertoe dat de woningen uitsluitend voorgevels hebben. Een buitenruimte ontstaat door het openzetten van de grote dubbele deuren. De maisonettes op bel-etage en souterrain hebben de luxe van een ingang aan zowel de Nieuwe Jonkerstraat als aan de Nieuwe Ridderstraat.
8 Ook hier was een smederij gevestigd. (Zie ook Nieuwe Ridderstraat 8 en 12)
In 1975 is de smederij het informele buurthuis waar actievoerders tegen de aanleg van de metro en een brede verkeersweg zich verzamelden en overleg pleegden. Hoewel de aanleg van de metro niet was tegen te houden zijn de andere plannen wel aangepast waardoor de geplande verkeersweg verdween en het aantal gebouwde huizen flink toenam.
Nu is in het voormalige gebouw van de smederij het Amsterdams Marionetten Theater gevestigd. Hendrik Bonneur, oprichter van het Amsterdams Marionetten Theater, raakte in de jaren vijftig in de ban van het Salzburger Marionettentheater en ging als 15-jarige in Salzburg bij Professor Aicher in de leer. Dertig jaar later richtte hij, na een carrière als klinisch psycholoog en operaregisseur, in Amsterdam zijn eigen marionettentheater op.
19 Naam: Timmerloods
Architect: Studiospacious
Bouwtijd: 2015
Opdracht: Particulier
De vervallen timmerloods, onderdeel van het beschermd stadsgezicht van het centrum van Amsterdam, gaat een tweede leven tegemoet als een 3-laagse stadsvilla met een oppervlakte van 431m2. Bij de restauratie van gevels en kap worden de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal en kleur gehandhaafd. Voor deze timmerloods, die in de nauwe stedelijke structuur van het stadscentrum van Amsterdam rug-aan-rug staat met zijn achterburen, betekent dit dat de 26m lange straatgevel, op een enkel raam na, volledig gesloten is. De centrale ruimte wordt daarom van daglicht voorzien middels een 12m lange lichtstraat in de "achterzijde" van de kap. De patio, die in het centrum van de woning ligt, voert het daglicht tot in de kelder en verbindt de 3 verdiepingen visueel met elkaar. De nieuw te maken kelder creëert ruimte voor ontspanning: een zwembad, sauna's en meditatieruimte zorgen voor een ondergrondse plek waar je je terug kan trekken. Onder de uiteinden van de kap komen twee slaapkamers met eigen badkamer. De hoofdslaapkamer kijkt tussen de spanten uit over de woonkamer, terwijl het gastenverblijf meer afgezonderd is. De drie authentieke werkplaatsdeuren zijn omgebouwd tot dubbele schuifdeuren en zorgen in opengeschoven stand voor een directe verbinding van de woonruimte met de straat.

30 De huisnummering aan de evenzijde van de Nieuwe Jonkerstraat is wat chaotisch. Vanaf de Geldersekade is de nummering 40, 30, 4, 6, 8, 60-50. Op nummer 30 is een steen ingemetseld met betrekking tot de eerste steenlegging: "De eerste steen gelegd door Johannes Hendrikus Bakker oud 7 1/2 jaar aan het pakhuis De drie Gebroeders den 27 october 1884". Het is onduidelijk of dit een ouder pakhuis op deze plaats betreft.

40 Het pakhuis aan de Geldersekade 99 hoek Nieuwe Ridderstraat heeft hier geen ingang meer. De ingang is verplaatst naar Nieuwe Jonkerstraat en heeft daar een uit de toon vallende nummering gekregen. Het pakhuis is tot een aantal appartementen verbouwd.
50-60 zie Blom Tandwielenfabriek, Nieuwe Ridderstraat 43-53.

Lastageweg
6 Vanaf ongeveer 1931 staat hier het politieposthuis nr.34 in Amsterdamse Schoolstijl tussen de Nieuwe Ridderstraat en de Nieuwe Jonkerstraat ingeklemd.

50 Na de aanleg van de metrobuis is hier de Sint Antoniusschool gebouwd. De naam herinnert aan het Sint Antoniusgasthuis dat werd gerund door het Antonietenklooster (volgelingen van Antonius). In het gasthuis werden lijders aan pest, lepra en moederkorenvergiftiging (ergotisme) behandeld. Dit gasthuis of Leprozenhuis lag voorbij het eind van de Sint Antoniesbreestraat. Bij de behandeling van ergotisme werd onder meer varkensvet gebruikt. De varkens van het klooster mochten hierom geweid worden op de zeedijk tussen Amsterdam en Muiden. De varkens moesten dan wel "geringd" zijn (door de neus) om te voorkomen dat zij door in de aarde te wroeten het dijklichaam zouden vernielen. Deze vier varkens waren gekenmerkt door een afgesneden oor en een bel om de nek.
Op de zijgevel van de school staan ter herinnering aan deze werken Sint Antonius, het Sint Antoniesvuur (verwijzing naar ergotisme), de Sint Antoniespoort en het varken afgebeeld.

De speelplaatsmuur van de St.Antoniusschool is in 2008 door Peter Zegveld voorzien van een kunstwerk. In letterlijk HUIZENHOGE letters staat er de naam ANTONIUS. De letters zijn samengesteld uit alle namen van de leerlingen van school en er is een patroon van kruizen aangebracht om zo de katholieke identiteit van de school extra te benadrukken. De letter T is in goudverf uitgevoerd en valt daardoor als supergroot kruis extra op. De warme kleuren maken de speelplaats een plezierige plek om te vertoeven. Realisatie werd mogelijk door een bijdrage van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten en bijdragen van ouders en schoolbestuur. Jaarlijks is er voor de tweedeklassertjes een "naamdag"; als zij hun eigen naam kunnen schrijven mogen ze die op de muur schilderen.
De muurschilderingen op de gymzaal zijn een buurtinitiatief. De kale muren werden volgeklad met graffiti, wat verdere verloedering in de hand werkt. Een buurman heeft vriendjes die mooi kunnen spuiten. Zij waren bereid er een mooie muurschildering te maken, maar het was veel gedoe om dat voor elkaar te krijgen. Je hebt een vergunning nodig, toestemming van het stadsdeel.

Montelbaanstraat
6 Naam: Huize V.A.B.
Architect: Pieter Vorkink, Jaap Dijkman
Bouwtijd: 1932, 2016
Opdrachtgever: Vereeniging Amsterdamsch Bouwfonds
Huize V.A.B. is gebouwd als Volkslogement. Er waren 78 kamers, een eet- en ontspanningszaal, een leeszaal en algemene was- en doucheruimtes. Het was bedoeld als een goedkoop hotel, voor mannen en vrouwen. Er werd geadverteerd tot in Friesland met kamers voor 60 cent per nacht. Het was een betaalbaar hotel voor havenarbeiders, zeelieden en de arbeiders die van Friesland en Drenthe naar Amsterdam kwamen om daar te werken. In 1968 werd het tehuis voor onbehuisden, daklozenopvang, en kreeg het de naam Walenburg.
Jaap Dijkman haalde de opdracht voor de verbouw tot 17 appartementen binnen. Hij schrijft: Het gebouw heeft een sobere maar goed gedetailleerde baksteenarchitectuur. De kozijnen van de voormalige eetzaal en het trappenhuis zijn verbijzonderd door ze van staal te maken, het vluchtbalkon op de eerste verdieping heeft een stoere stalen uitvoering. Deze detaillering is het uitgangspunt voor de nieuwe balkons en puien van het nieuwe plan.
Het karakter van het interieur van het gebouw wordt bepaald door de staalconstructie, een optocht van stalen kolommetjes. Deze blijven in het zicht, daar waar dat gewenst is voor woon- en eetkamers worden er een paar weggehaald.

De gevelsteen "De Nieuwe Broodbackery 1755" is afkomstig van Jonkerstraat 68. Tot het eind van de 19de eeuw bevond zich ongeveer op deze plaats drie eeuwen een bakkerij, die kennelijk tussendoor vernieuwd is.
De gevelsteen 'De Rosekrans Ao 1692' is afkomstig van Ridderstraat 54. Op de steen is een uit bloemen en bladeren gevlochten krans afgebeeld. In 1692 woonde Jan Rosekrans op 54 en hij liet de steen inmetselen. Zijn huis bevond zich naast "daer het walvisbeen" uithangt.

Meer lezen:
Bewindhebber VOC
Dijkman, Jaap
Janssen, Ronald
Nieuwe Uilenburgerstraat 105
Osborne, Donald
Studiospacious
Vorkink, Pieter
Zegveld, Peter

Voor het laatst bewerkt:06-apr-2018