Lindengracht
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Lindegracht of Carthhuyserburghwal (10-december-1613). Lindeboomsgraft (5-april-1616). Lindeburchwal (25-augustus-1616).
De Lindengracht is gegraven in de eerste helft van de 17de eeuw tijdens de Derde Uitleg. In 1895 vindt de demping van de Lindengracht plaats.
De Lindengrachtmarkt is een zaterdagmarkt die al sinds de demping van de gracht bestaat. Het is een algemene markt met ruim 200 kramen over de volle lengte van de gracht.
Op de Lindengracht viel op 5 juli 1934 het eerste dodelijke slachtoffer van het Jordaanoproer. De man werd getroffen door een kogel in het hoofd. Het Jordaanoproer was een oproer van werklozen in Amsterdam in juli 1934. Oorzaak was de korting van ongeveer 10 procent op de steunuitkeringen voor werklozen per 1 juli 1934.

Jan de Bray (1627-1697), kunstschilder, woonde zijn laatste jaren vanaf 1692 tot zijn dood aan de ongedempte Lindengracht. Maar ook Govert Dircksz. Camphuysen (1624-1672), kunstschilder en Thomas Hendricksz. de Keyser (ca.1596-1667) kunstschilder en bouwmeester, waren bewoners. Evenals tekenaar G.C.L.Rieke die dichtbij de Brouwersgracht woonde.
Bij de Brouwersgracht staat het bronzen beeld van schrijver/schoolmeester Theo Thijssen (1879-1943) dat Hans Bayens in 1979 van hem maakte. Hij groeide op in de Jordaan waar zijn vader een schoenmakerij had in de Eerste Leliedwarsstraat 16. Zijn bekendste boek is Kees de jongen (1923), dat in de Amsterdamse Jordaan speelt. Thijssen had, evenals de bekende ook in de Jordaan opgegroeide onderwijsvernieuwer Jan Ligthart, veel aandacht voor de leerling als individu, destijds een vrij nieuw inzicht. Maar tegelijk bleef hij de klas als sociale eenheid heel belangrijk vinden. Een echte onderwijsvernieuwer was hijzelf niet. Wel maakte hij furore als cynisch commentator van al te generaliserende lesmethoden.

5 Een gevelsteen toont een houtzaagmolen van het type bovenkruier-stellingmolen op een houten schuur met links en rechts stapels hout. Sinds augustus 1994 is de steen hier te bewonderen, maar volgens opgave van het KOG is de steen afkomstig van Utrechtsestraat 121.
7-9 In 1885 gebouwde pakhuizen ten behoeve van de firma Sjoukes, kooplieden in aardewerk en porselein sinds 1643. Architect is Johannes Henricus Coelewij. De firma Sjoukes verhuisde in 1923 naar de Warmoesstraat.
11 De architect van het pand, Johannes Henricus Coelewij, was een makelaar. Hij kocht in 1902 op een veiling de voorganger van dit pand, voor zichzelf of in opdracht van Sjoukes. Het huidige pand wordt in 1903 gebouwd en is volgens de bouwtekening bedoeld als een pakhuis voor glas en aardewerk. Het pand is net als de pakhuizen op 7 en 9 in gebruik bij de firma Sjoukes.
14-22 Schuitenvoerdersgang
15 Hier was het Lombardshof waarover niets terug is te vinden.
21-23 Drie-Engelengang voorheen bekend als Engelschegang.
27 De gevelsteen die de oude huisnaam 'Het Witte Paard' levendig houdt is in 1996 aangebracht.
28-34 Medenblikkergang
36 Kuipersgang

40 Goudenvoetgang ook bekend als Wittevoetsgang.
47 Hier woonde Koosje de Porster. Een porder of porster was de voorloper van de wekker. Zij liepen al vroeg in de ochtend door hun wijk met een stok en sloegen bij degene die gewekt moesten worden op de deur tot ze antwoord kregen. Haar dochter is ruim 40 jaar uitbaatster geweest van 'De Kat in den Wijngaert' op nummer 166.
49 Broek-in-Waterland, verdwenen.
53 Gevelsteen Het Wargaarn laat apen aan een spinnewiel zien. De aap wordt al eeuwenlang beschouwd als toonbeeld van ondeugd en onkuisheid. Maar een aap heeft een enorm imitatietalent en met zijn gebrek aan zedigheid en verstand zou hij de afspiegeling van de menselijke natuur in de meest gedegenereerde vorm verbeelden. Het spinnewiel en twijnwiel zijn echter symbolen van huiselijkheid en vlijt. Met deze gegevens is de voorstelling als volgt te verklaren: 'Zodra domheid en onzedigheid de overhand krijgen ten opzichte van de huiselijke plichten is het moeilijk, wellicht onmogelijk om nog naar behoren te functioneren.
54-58 Rozengang is ook bekend als Rozijnengang of Witterozengang.
55 Wittekoeiengang, verdwenen. Op de plaats van de gang is in 1992 een nieuw huis gebouwd. Bij de afbouw is hier een gevelsteen geplaatst naar ontwerp en uitvoering van Hans 't Mannetje. De afbeelding verwijst naar de demping van de Lindengracht in 1895. Door de spiegeling in het water ontstaat een 'omgekeerde wereld', waarbij de vissen in het gebladerde van een boom vladderen en er een nestje bouwen.

62 Huis ‘de Hertog van Gelre’ werd tussen 1619 en 1639 bewoond door de bekende kunstschilder Hercules Seghers. In 1912 is het toenmalige pand afgebroken.
Tussen 63 en 65 ligt de Noorderkerkstraat.
66-74 Valwatergang in 1796 werden ook de namen Watervalsgang of Volwatersgang gebruikt.
69 In dit huis daterend uit 1740 was lange tijd een particuliere bank van lening, zoals er in de Jordaan vele waren.
71-73 Gevelsteen met hoefijzer. Hier bevond zich rond 1900 de wagenmakerij en hoefsmederij van de firma Haak & Zn. Zij fabriceerden alle vervoermateriaal, van zware bierbrouwerskarren tot de kleinste handwagens. Het was een voor die tijd redelijk groot bedrijf. Vooral 's winters was het grote aantal smidsvuren een fantastisch gezicht. De tekst op de onderrand luidt HOEFSMEDERIJ.
82-84 Hier was de Jordanengang later Scheepjesgang geheten. De gang die al genoemd wordt in een Willig Decreet van 25 juni 1729 zou genoemd zijn naar het naast de gang gelegen huis 'In de Jordaen'.
83-85 De Christelijke V.O. School Jan Ligtharthuis is gebouwd op de plaats van de verdwenen Beschuitbakkersgang. Hier is het Jan Ligtharthof gerealiseerd bestaande uit 2 lofts in het oude schoolgebouw en 3 nieuwbouwwoningen. De oude schoolpoort in het midden vormt de gezamenlijke entree en verbindt de nieuwbouw met het oude monumentale gedeelte. Rond 1865 ging Gerard Jan Ligthart hier naar de lagere school.
Jan Ligthart, geboren in 1859 op de Prinsengracht 68 hoek Tuinstraat, overleden 1916, was onderwijzer en onderwijsvernieuwer. Hij werd bekend als schoolhoofd van een lagere school in de Schilderswijk van Den Haag en als schrijver van artikelen en boeken. Hoewel aan Ligtharts latere betekenis voor de verbetering van het Nederlandse onderwijs getwijfeld kan worden, hij wilde geen kant-en-klare methoden ontwerpen, was zijn invloed in de eerste decennia van de 20ste eeuw aanzienlijk en hebben toen heel veel onderwijzers en ouders zich door zijn werken laten inspireren. Er waren in die periode vele onderwijsvernieuwers in Nederland maar behalve de ‘rooie’ Theo Thijssen heeft niemand anders zoveel naam gemaakt als Ligthart.
In zijn Jeugdherinneringen heeft Ligthart een indringend beeld geschetst van zijn kinderjaren. De grachten waren open riolen en stonken ontzettend. Behalve aan de hoofdgrachten, zoals de Bloemgracht en de Rozengracht, waren de huizen klein en in veel van de straatjes vervallen. Overal heerste armoede, nette en totale. In de winter snijdende koude, een jaarlijks terugkerende ‘hongerwinter’. Ziekten namen het leven van kinderen en jonge mensen.

Er was geen geld voor een vervolgstudie en Ligthart’s ouders namen het aanbod van het hoofd van de school van Christelijk Gereformeerde Gemeente aan de Bloemgracht aan hun kind hulpje te laten worden aan de school. Nadat hij daar een paar maanden gewerkt had vond zijn moeder het beter dat Jan ging solliciteren bij een openbare school omdat hij daar meer zou verdienen en een betere opleiding zou krijgen. Hij werd aangenomen als kwekeling op de gemeentelijke Stadsarmenschool nr. 14 in de Jodenbreestraat. Hier kreeg hij ook de gelegenheid gratis in de avonduren de opleiding te volgen tot onderwijzer. Bekend zijn het leesplankje 'Aap, noot, Mies' en de leesboekjes van 'Ot en Sien' van zijn hand.

86 Boven het middenraam van de in 1914 gemoderniseerde gevel is een gevelsteen met een 'gaffelkaag', een soort zeilschip, aangebracht. Het is een verwijzing naar Jan Cornelis Boyer, een beurtschipper op Duinkerken, die het oorspronkelijke huis in 1689 liet bouwen.
87 Oranjegang ook bekend als Ossengang.
88 In 1975 was Geert Mak een van de bewoners van dit pand.
Tussen 88 en 90 ligt de Eerste Goudsbloemdwarsstraat.
93 voormalige openbare school nr. 111. Hier was nadien de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie gevestigd. In 2018 is het gebouw gerenoveerd waarbij alle bestaande karakteristieke onderdelen van het pand behouden zijn gebleven.
Tussen 101 en 103 ligt de Eerste Lindendwarsstraat.
103 Omstreeks 1900 was hier tapperij 'De Bel'. De aansluitende Smalschippersgang is dan al verdwenen.
105 Omstreeks 1900 was dit een groentewinkel van tante Mijntje en ome Dirk Sollard. Tante Mijntje runde de winkel terwijl ome Dirk zorgde voor de aanvoer en expeditie van de groente.
107 In dit huis met een klokgevel was omstreeks 1900 de kleine kruidenierswinkel van 'Schone Emma' gevestigd.
109-111 Stille-Willemsgang

94-112 Het Lindenhofje van de Waterlandse Doopsgezinden (bij 't Lam) is waarschijnlijk het oudste gestichte hofje van de Jordaan samen met het Sint Andrieshofje. Het werd gesticht in 1614 als het Weduwenhof en in datzelfde jaar werd de grond gekocht, de bouw gestart en de huisjes betrokken.
Het hof bestond uit een poortgebouw aan de Lindengracht met twee vleugels met 10 huisjes waarin 20 woningen rond een bleekveld. De naamsverandering naar Lindenhofje heeft voor 1775 plaats gehad. Op de schutterskaart van dat jaar komt de naam al voor.
Na een fusie van Doopsgezinde hoven in 1801 werd het hof verkocht en kwam het inpandig gebouwde hof samen met vier huizen aan de gracht en de toegangspoort bij een publieke verkoping in handen van het RCOAK (Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor). Het RCOAK vestigde er vijf echtparen afkomstig uit de Moerbeiengang (Looiersgracht) en twee die afkomstig waren uit de Waleweespoort (Laurierstraat).
In 1885-1886 verrees, in opdracht van het Roomsch Catholyck Oude-Armen Comptoir, een nieuw complex op de Lindengracht ter breedte van zes huisjes naar ontwerp van de architect J.H.Coelewij. In 1939 volgt een volgende grote verbouwing hoewel langs de gracht de gevel nog steeds zijn 19de-eeuwse uiterlijk heeft. Daarachter is veel veranderd, als gevolg van de verbouwing waar bouwkundige L.C.D.van Hecke voor tekende. Alle oude huisjes verdwijnen en een modern hof ontstaat met plaats voor 25 echtparen. Zij krijgen een huiskamer, slaapkamer, keuken en zolder ter beschikking voor fl. 4,00 per week inclusief centrale verwarming en elektrisch licht. De bewoners hebben bovendien gezamenlijk de beschikking over 2 badkamers en 2 gelegenheden voor voetbaden. Van het oude 17de eeuwse hofje is niets meer over.
Boven de ingang is de oorspronkelijke naamsteen geplaatst en in de gang is een gedenkplaat waarop stichting en verbouwing worden gememoreerd alsmede de namen van de regenten in 1939.
In 2004 heeft opnieuw een verbouwing plaats nadat het RCOAK een huurovereenkomst had gesloten met het Leger des Heils ten behoeve van een kinderhospice, een huis waar ernstig zieke kinderen van 0 tot 19 jaar kunnen logeren. Inmiddels is deze naam gewijzigd in verpleegkundig kinderzorghuis (VKZ), een instelling waar kinderen tijdens hun verblijf stabieler en sterker worden.
Boven de ingang zijn twee nieuwe gevelstenen van Tobias Snoep aangebracht met op de linker steen een afbeelding van het hof met twee oude mensen en een jonge boom en op de rechter steen het hof met twee jonge kinderen en een oude boom, verwijzend naar de nieuwe bestemming van het hofje.

115 Stovengang
116 Willemsgang, verdwenen.
119-125 gaf onderdak aan de fabriek van Voornveld & Co. Het pand dateert van 1928 zoals vermeld op een gevelsteen die het 50-jarig bestaan van het bedrijf memoreert. Met de bouw van de fabriek is de Schuitjesgang op 121-123 verdwenen.
128-132 Schavenmakersgang
129-133 Blauwe-Henengang.
135 Omstreeks 1900 was hier de karrenloods van Seymonsbergen die vanuit hier de kleine handelsbedrijven zijn diensten bood door de verhuur van handkarren. Zijn wagens waren speciaal ingericht voor het ventersbedrijf, ze waren ondiep en hadden voor en achter verlengbakken. De meeste van de ventende visvrouwen huurde regelmatig een wagen bij Steven Seymonsbergen.
137 Voorheen Sint Antoniusschool.
138 Fonteinengang, verdwenen.
140 Drie-Korenschovengang wordt ook wel Fortuinengang genoemd.
142 Markiezengang
143 Zaterdagschegang
145 Hier heeft onder andere 'Koot van de Prinsensluis', een haringman, gewoond. Hij is op een later moment verhuisd naar het door hem gekochte en opnieuw opgebouwde huis aan de Prinsengracht hoek Anjeliersstraat. Hiermee combineerde hij zijn ventplek met zijn woonhuis zodat hij vanaf toen vanuit huis kon verkopen (1916-1961).
146 Vanaf 1898 was de voormalige christelijke Eduard Gerdesschool voor Gewoon Lager Onderwijs (G.L.O.) van de ‘Vereeniging tot Heil des Volks’ hier gevestigd.
148 In dit pand was sinds 1757 een grutterij gevestigd welk bedrijf er omstreeks 1950 nog steeds werd uitgeoefend onder de naam ’t Molentje. Aan de pui was een kleine houten molen, De Hoop, aangebracht die rond 1950 in de winkel is terug te vinden.

149-163 Op 4 januari 1667 is het Suyckerhoff-hofje gesticht uit de nalatenschap van de koopman en suikerbakker Pieter Jansz Suyckerhoff en gebouwd in 1670. Het hofje, bestaande uit 19 woninkjes, was bestemd voor de dienstboden van Pieter Jansz Suyckerhoff. Volgens het reglement is het hofje bestemd voor remonstrantse vrouwen van boven de 50, namelijk ‘vrouwspersonen van onbesproken gedrag en met een vredelievend humeur’. De toenmalige bewoonsters genoten vrij wonen en licht. Bovendien werd twee maal per jaar geld voor koffie, aardappelen en brandstoffen verstrekt en om de vier maanden fl. 10,00. Deze verstrekkingen in natura zijn in de 40-er jaren van de 20ste eeuw afgeschaft. Wel werd van de bewoonsters verwacht dat ze leefden volgens de regels van het hofje en elkaar in voorkomende gevallen de helpende hand te bieden. Er waren ook regels om hoe laat op te staan, op welke uren te bidden en wanneer bezoek te ontvangen. Overtredingen werden bestraft. In het reglement van het hof staat ook dat er ‘geen manspersoonen op dit Hofken mogen woonen of vernachten’.
Van de regenten wordt verwacht dat ze remonstrants zijn. Al sinds de stichting van het hof zijn de regenten dezelfde als die van het hofje Venetiae. Ze maken geen gebruik meer van de regentenkamer.
Als protestants Godshuis genoot dit hofje sinds 1752 vrijdom van het betalen van de ‘gemene Landsmiddelen en van der Stede excyns op de Turf’.
In de negentiende eeuw verkommerde het hofje ernstig en was er veel geharrewar over een broodnodige restauratie. In 1975 woonden er nog twee bejaarde vrouwen in het laatste bewoonbare huisje in de westvleugel. Omstreeks 1980 is het hofje gerestaureerd en zijn de oude verordeningen opgeheven. Tegenwoordig bestaat het hofje nu uit 19 woningen, uitsluitend bedoeld voor vrouwen. Op de binnenplaats staat een grote waterpomp met een lantaarn. Het toegangspoortje is een reconstructie uit 1982 van het oorspronkelijke 17de-eeuwse poortje. Het vervallen 19de-eeuwse poortje is toen gesloopt. Het in opdracht van A.J.A.Langkemper gerestaureerde poortje bevat een nieuwe gevelsteen met de tekst ‘Het Hofjen Pieter-Jansz Suyckerhoff 1667’ en is in 1984 weer in gebruik genomen.
Criteria om op het hof te wonen zijn dat je op het hofje moet passen, elkaar moet kunnen verdragen en elkaar geen overlast bezorgt; niet veel meer dan normale bepalingen voor huurhuizen. De zorgzaamheid en saamhorigheid onder de bewoonsters is erg groot, maar tevens heerst er de sfeer van ´leven en laten leven´ een vorm van sociale controle in de positieve zin. Het hofje is eigendom van de Stichting De Drie Hofjes, (Suyckerhoff-hof, Hofje Venetiae en voorheen Everdina de Lanoyhof) die ook het beheer heeft.

Tussen 158 en 160 ligt de Tweede Goudsbloemdwarsstraat. Voor de Tweede Goudsbloemdwarsstraat, ook bekend als Zaterdagschestraat, lag, ten tijde van een ongedempte Lindengracht, de Zaterdagsche brug. Hier werd eenmaal per jaar het geliefde spel palingtrekken gehouden. In 1886 leidde dit tot het Palingoproer. Op een zomerse zondag (25 juli 1886) organiseerde een stel Jordanezen een spelletje palingtrekken op de nog niet gedempte Lindengracht. Het palingtrekken was een oud Amsterdams spel. Over een gracht werd een touw gespannen waaraan een levende paling hing. De spelers moesten daar in bootjes onderdoor varen en de glibberige paling proberen te pakken, met het risico in het water te belanden. Het palingtrekken was, als 'wreed volksvermaak', in de negentiende eeuw verboden. Een diender van politiebureau Noordermarkt greep in waarop er rellen uitbraken. Nadat er van verschillende kanten assistentie was gekomen zag men in de late avond kans de orde te herstellen. Op maandag 26 juli braken opnieuw rellen uit. Straten werden opgebroken en barricades opgeworpen. Er werd stevig gevochten. De Jordanezen bekogelden de politie vanaf hun daken met alles waar ze de hand op konden leggen. De politie schoot met scherp terug. Toen de rust de volgende dag weergekeerd was, waren er, naast 40 zwaargewonden en ruim 100 gewonden ook 25 doden te betreuren.
Het palingtrekken werd begeleid met een simpel lied: 'Zeven bokkebekken gingen palingtrekken: Haarlemmerolie! Haarlemmerolie!'
Na het oproer werd het lied uitgebreid met een tweede couplet: 'Op de Zaterdagsche brug kreeg ik een kogel in m'n rug: Haarlemmerolie! Haarlemmerolie!'
De Bokkebek was de bijnaam voor een familie Mens, vurige Oranjeklanten, die kennelijk aan de gracht woonden.
152 Tieregang, verdwenen
154 Eendrachtsgang
160 De al oude herberg 'De Kat in den Wijngaert' zit in een herbouwd pand van 1938. Het houten gevelbord met De Kat in den Wijngaert is goed onderhouden en een lust voor het oog. Afgebeeld is het interieur van een wijnkelder met veel opgestapelde vaten. Tussen de wijnranken met druiventrossen houdt de kat zich verborgen. Door de rococo-achtige uitvoering komt de datering uit in de tweede helft van de 18de eeuw.

162-168 Kuipersgang
165-169 Deze drie huizen zijn in 1982 herbouwd door en voor de Jordanese aannemer/bouwkundige A.J.A.Langkemper. De geveltoppen zijn hergebruik van een klokgevel in Lodewijk XV-stijl uit 3de kwart 18de eeuw, een halsgevel in een sober Hollands Classicisme uit 4de kwart 17de eeuw en een klokgevel in Lodewijk XV-stijl uit 3de kwart 18de eeuw (deze laatste is afkomstig van de Oostenburgermiddenstraat 57). In 167 is een gevelsteen De Drie Linden aangebracht naar ontwerp van Hans 't Mannetje en gehakt door een medewerker.
170-180 Oudhuizersgang, voorheen Oude-Keizershof geheten.
171-187 Roetershofje. Het hofje is ooit gebouwd voor oudere dochters en weduwen van onbesproken gedrag. Het bestond uit zes huisjes met zes kamers. Een oude foto toont aan dat het hofje er op het eind erbarmelijk uitzag.
186 Aan dit huis werd de lijn voor het palingtrekken aan de hijsbalk vast gemaakt. Het touw eindigde bij de hijsbalk van de aan de overzijde gelegen lijstenmakerij van Bram Zeegers (117?).

Tussen 191 en 193 ligt de Tweede Lindendwarsstraat.
196-202 Roo(de)hanengang
200 Een overblijfsel van de Roohanengang vormt de achteringang van de aan de Goudsbloemstraat gelegen voormalige Lagere School nr.113. en de personeelsingang voorheen de Stadsbank van Lening.
202-204 Vestiging van de Stadsbank van Lening nr.8 van 1902 tot 2008. Sinds 2009 is hier het OKC (Gemeentelijk Ouder-en-Kind-Centrum) gevestigd
206-214 Oude Slijpersgang voorheen Oude Sleepersgang
206-220 Dankzij de inspanningen van Louise Went, woningopzichteres en later directrice van de N.V. Bouwonderneming ‘Jordaan’ en haar toekomstige echtgenoot de architect J.E.van der Pek, kon in 1896 aan de Lindengracht bij de Goudsbloemstraat en de Goudsbloemdwarsstraat een blok nieuwe woningen worden gebouwd in eclectische stijl. Initiatieven als deze waren van grote invloed op de ontwikkeling van de sociale woningbouw. Langs de Lindengracht worden op de reliëfs in het fries alle beroepen genoemd die bij de bouw betrokken zijn geweest. Achtereenvolgens zijn dit ‘In de Steenhouwer, - Grondwerker, - Loodgieter, - Stucadoor, - Smid, - Timmerman, - Schilder en – Metselaar’. Links en rechts van de naam staan steeds vier afbeeldingen van hun gereedschappen.
Het blok omvat vijf bouwlagen met bedrijfs- en winkelruimten op de begane grond, bovenwoningen en pakhuisruimten op zolder. De bouwdelen op de hoeken zijn iets hoger opgetrokken en worden met een plat dak afgesloten. Op de begane grond warengrote etalageruiten geplaatst. De dakgoot wordt door ver uitstekende gootklossen gesteund. De uiteinden van de gootklossen hebben een te onderscheiden gelaatsuitdrukking als ornament meegekregen.
De Oude Slijpersgang en de Goudsbloemgang zijn verdwenen voor de bouw van dit grote blok dat doorloopt tot in de achtergelegen Goudsbloemstraat.

211 De gevelsteen van een staande moriaan, met tabaksbladeren in de hand en rollen en manden tabak, is afkomstig van het in 1960 afgebroken pand Jodenbreestraat 93 en hier in 1973 geplaatst.
218-222 Goudsbloemgang
221 Een kleine hardstenen steen met daarop een bronzen pinda houdt de herinnering vast van de sinds 1946 hier gevestigde pindabranderij en notenwinkel van de firma Gotjé.
226-230 Sint Jacobsgang
236-246 Suikerbakkersgang
Tussen 237 en 239 ligt de Karthuizerdwarsstraat.
241 De gevelsteen 't Swarte Paard is afkomstig van Slijkstraat 32, een pand dat is afgebroken voor de uitbreiding van de Universiteit van Amsterdam. Het is in 1973 hier herplaatst.
249 Omstreeks 1955 was hier tapperij 'De witte Druif' in een pand dat in 1954 gerestaureerd werd.

Tussen 250 en 252 ligt de Derde Goudsbloemdwarsstraat.
258 Blokjesmakersgang
264-272 Janusgang is ook bekend als Jonasgang en Sint Jorisgang.
265 Pieter-Sjoerdsgang

280-282 Wittekruislaan
284-302 Schoolgebouw voor de voormalige Christelijke Vak- en Huishoudschool Prinses Irene. De op dit terrein gelegen Wittekruislaan en Aalsmeerdergang zijn met de bouw van de school verdwenen.
286-290 Aalsmeerdergang
294-300 Verwersgang voorheen Salomo's-Gerichtsgang.

310-316 Ruitersgang
322-324 Houte(n)kamsgang, in 1705 bekend als Zwanengang.
326-332 Gijzelaarsgang
De gangen met de toevoeging verdwenen zijn allen al rond 1900 verdwenen. Veel van de andere gangen hebben na restauratie of nieuwbouw van aangrenzende panden een andere bestemming gekregen of zijn alsnog vervallen.

Elke Amsterdamse wijk had in het begin van de 20ste eeuw wel zijn eigen wielerronde. In de Jordaan is dat de 'Ronde van de Westerstraat'. Hierbij werd niet alleen de Westerstraat aangedaan maar een heleboel andere straten maakte ook deel uit van het parcours. Toen het rond 1955 aanzienlijk drukker op straat werd besloot de gemeente de wielerrondes te verbieden. In 2019 (16 juni) werd voor het eerst in 64 jaar weer een wielerronde exclusief in de Westerstraat verreden.
Ca.1850 begint de Italiaan Ludovico Gavioli in Parijs met het bouwen van kleine straatdraaiorgels. Het is een succes en er komen Duitse, Franse en Belgische draaiorgelbouwers. In 1875 begon de Belg Leon Warnies als eerste een draaiorgelverhuurbedrijf in Amsterdam, waarna er nog velen volgden. Warnies wordt beschouwd als de grondlegger van de typisch Nederlandse straatdraaiorgelcultuur. Zijn nazaten zijn nog steeds actief in de Nederlandse draaiorgelwereld, onder andere in het draaiorgelbedrijf Perlee Orgels te Amsterdam.
Jan Volmer (geboren ca.1892) is een Amsterdamse straatmuzikant die met zijn accordeon/harmonica geld op haalt na een 'concert'. In 1955 vierde hij zijn 30-jarig jubileum als straatmuzikant. Zoals velen speelde hij niet onverdienstelijk en bij een concours dat werd gehouden ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Paroolgebouw in de Wibautstraat sleepte hij de eerste prijs in de wacht. Volmer week in zoverre af van vele andere straatmuzikanten dat hij zich nooit heeft laten verleiden om in Volendammer kostuum op te treden en dat hij altijd alleen werkte. Zelfs aan de Rudi Carrellshow verleende hij zijn medewerking slenterend en musicerend over een toneelgracht.
Met de komst van draaiorgels, straatmuzikanten, de grammofoonplaat en moderne dansen wordt er veel gedanst. In de Jordaan waar men toch al veel op straat leeft is dit een regelmatig terug kerend beeld.

                             
                              Op de ouwe Lindengracht

Meer lezen:
Bayens Hans
Coelewij, Johannes Henricus
Hecke, van, L.C.D.
Langkemper, A.J.A.
Pek, van der, Jan Ernst

Voor het laatst bewerkt:20-nov-2019