Warmoesstraat 139
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: de Keyserinne; De Vereeniging (ca.1846); W139 (na 1979)
Architect: -; -; A.L.van Gendt; Gebroeders Van Gendt; Gebroeders Van Gendt; Vincent Smulders
Bouwjaar: -; 1846; 1892; 1904; 1909; 2007
Opdracht: -; -; Vereeniging voor den Effectenhandel; W.A.Muller; W.A.Muller; W139

Cornelis Cornelisz. de Vlaming van Outshoorn (1544-1597) was een zeer vermogend graankoopman op Frankrijk en Engeland. Hij bewoonde het kostbaar ingerichte huis ‘de Keyserinne’, waarin hij onder andere drie wandschilderingen, ‘de dolinghe van Ulisses’ uit de Odyssee van Homerus, liet aanbrengen. Het huis was omstreeks 1548 gebouwd, waarmee Cornelis de Vlaming samen met zijn vrouw Margaretha Wuytiers (1547-1604) één van de eerste bewoners was. Het is niet duidelijk of hij hier voor 1572 woonde of pas na zijn terugkeer na de Alteratie in 1578. In 1581 werd hij regent van het Leprozenhuis, in 1583 en 1585 schepen.
Voor 1832 waren Warmoesstraat 139, Warmoesstraat 137c en 137d en het daarachter aan de Zwartlakensteeg gelegen pand, in bezit van Wolterus Dorens, die daar een ‘onderneming van publieke verkoping’ had. Het huidige nummer 139 beschikte toen over een dwarspand dat zich uitstrekte achter de nummers 141 en 143 en een binnentuin. Later zal hier de theaterzaal met toneeltoren komen. De Sociëteit De Vereeniging werd voor het eerst in 1846 genoemd en stond ook wel bekend als de Aannemers-Sociëteit. In 1854 is de nog steeds aanwezige theaterzaal al ingetekend in de buurtatlas en de binnentuin volgebouwd.
In 1856 werd in gebouw De Vereeniging de Vrijdenkersvereniging 'de Dageraad', opgericht. Bij de heroprichting na de Tweede Wereldoorlog is de naam gewijzigd naar Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Zij stelt zich ten doel om met hulp van rede, natuurwetenschap en logica de mens te 'bevrijden' van 'vooroordelen, kerkelijke bevoogding, dogma’s en schijnwaarheden'. De statuten verwoorden het streven als volgt:
Strikte scheiding tussen kerk en staat; Het weren van indoctrinatie uit opvoeding en onderwijs; Het bevorderen van een kritisch onderzoekende, wetenschappelijke houding; Het ontmaskeren van religie, pseudowetenschap en andere waanvoorstellingen; Vrijheid van expressie; Respect voor de waardigheid van de mens als wezen met een eindig en eenmalig bestaan; Erkenning van het volledige zelfbeschikkingsrecht van de mens over eigen lijf en leven; Respect voor andere levende wezens en het milieu.

Architect Petrus Franciscus Laarman maakt in 1869 ontwerpen voor de nog bestaande gevel aan van Warmoesstraat 137c en d. Deze gevel bevatte de poort voor de lange gang dwars door het huis, die naar de achtertuin voerde. Door deze poort met gang hoefden bezoekers niet meer door Warmoesstraat 139 om de zaal te bereiken. Vermoedelijk is in deze tijd ook het ondiepe voorhuis tot stand gekomen. In de negentiende eeuw was in het pand lange tijd een Duitse sociëteit welke druk werd bezocht door de vele Duitse immigranten. Het gebouw werd in 1881 openbaar geveild. Enkele particulieren en bestuursleden van de ‘Vereeniging voor den Effectenhandel’ besloten het gebouw te kopen. De theateronderneming van directeur W.A.Muller huurde het complex in deze periode. Muller ging er ook zelf wonen. Het poortgebouw van Laarman uit 1869 diende nog steeds als ingang voor het theater en de naam Lokaal de Vereeniging bleef gehandhaafd.
In het Nieuws van de Dag werd het theater beschreven: ‘een volkstheater, dat onmiddellijk grooten toeloop had.’ Toch was niet alles rozengeur en maneschijn, veranderende eisen van het publiek zorgde voor een gewijzigde programmering. Er kwamen kleine operettes en vaudevilles, goocheltrucs en Hollandse zangers en zangeressen. ‘De menigte, voornamelijk bestaande uit den kleinen burgerstand, aangelokt door het niet behoeven te betalen van entree, vulde avond aan avond de zalen. De directeur maakte door verkoop van consumptie de beste zaken. Alleen aan bier werd er jaarlijks 80 duizend liter verbruikt. Het geheim der exploitatie school in de orde en regelmaat, het streng scheiden van tooneel en zaal door den directeur. ‘De Vereeniging’ werd het populairste en winstgevendste theater uit de geheele stad ...’. In 1887 was er ook een Anatomisch Museum en in 1888 een Panorama International, waar bijvoorbeeld voor 30 cent een voorstelling van ‘Lustslot Chiemsee van den Koning van Beijeren’ bekeken kon worden. In 1891 kon het publiek er zelfs een getatoeëerde dame bewonderen. Voor deze speciale gelegenheden vroeg Muller een bescheiden entree. Een bekend bespeler van het theater was de gevierde humorist Leon Boedels tot hij zijn eigen theater Flora (Amstelstraat) had.

De ‘Vereeniging voor den Effectenhandel’ beijverde zich voor de bouw van een nieuw beursgebouw, maar de gemeente Amsterdam had minder haast. In 1890 raakte het geduld wat op en maakte architect A.L. van Gendt een ontwerp voor de verbouwing van Warmoesstraat 139 tot effectenbeurs. De Vereeniging nam opties op de naastgelegen panden en zegde de huur met Muller op per 1 mei 1892. Onder de oude vertrouwde naam De Vereeniging ging het theater door op Kalverstraat 122, in een voormalig meubelmagazijn.
Er kwam nu echter toch een nieuw plan voor een beurs van de kant van de gemeente waarop de effectenhandelaren van hun plan afzagen. Wel gaf de ‘Vereeniging voor den Effectenhandel’ in 1892 aan architect A.L.van Gendt opdracht voor een verbouwing van Warmoesstraat 139. Met het gereed komen van de Beurs van Berlage in 1903 verhuisde de ‘Vereeniging voor den Effectenhandel’ en werd Warmoesstraat 139 verkocht.
Theaterdirecteur Muller had inmiddels niet stil gezeten. In 1896 was hij directeur van de Parkschouwburg (in 1903 gesloten) en in 1897 nam hij de likeurstokerij en wijnhandel De Druif over. Toen zijn oude stek in de Warmoesstraat weer ter beschikking kwam aarzelde hij geen ogenblik en kocht het pand in 1903 voor fl. 87.200,-. Een verbouwing door de Gebroeders Van Gendt volgde in februari 1904. Het betrof het plaatsen van een toneelfront, waarbij, als bijkomende eis van B&W, een brandgang door het pand Warmoesstraat 145 werd aangebracht. Enkele weken later volgt nog een bouwaanvraag met het doel het gebouw in te richten tot een variété theater. In 1904 opende café-chantant ‘De Sphinx’. Eén van de eerste bespelers was Eduard Jacobs die ervaring had opgedaan in Parijs (1890-1895) als pianist. Daarna met een eigen theatertje in de Pijp (Quellijnstraat) en vanaf 1904 was café-chantant ‘De Sphinx’ het theater waar Eduard Jacobs, als eerste Nederlandse cabaretier, veelvuldig optrad. Hij had kritische teksten ten aanzien van de autoriteiten en de zelfkant van de maatschappij. Een bekend lied was ‘Limonadehoertjes’ over de Chinese prostituees op de Wallen. Jacobs begeleidde zichzelf staande achter de piano. Resultaat was wel dat Jacobs door de overheid in de gaten werd gehouden en soms tegengewerkt.
In 1905 dient Muller opnieuw een verzoek in bij B&W om tevens de voorzaal van het gebouw de Vereeniging voor openbare vermakelijkheden te mogen gebruiken. Hieruit wordt duidelijk dat het complex, vermoedelijk al lange tijd, uit meerdere zalen bestaat. In 1909 volgde nog een verbouwing door de Gebroeders Van Gendt, waarbij de nevenruimtes bij de zaal werden getrokken, hiervan gescheiden door drie zuilen.

In 1912 treedt P.Zwagerman aan als nieuwe eigenaar. In datzelfde jaar is in één van de zalen de Beurs Bioscoop met doorlopende voorstellingen. Er is een pianist die de stomme films van muziek voorziet. De toegang was gratis maar een consumptie verplicht. Het was kennelijk geen succes want een jaar later was de filmzaal failliet. Zwagerman besloot in 1913 de toneelzaal tot specialiteitentheater in te richten voor 600 personen. In de bovenzaal kwam een moderne koffiekamer. In een andere toneelzaal waren 532 zitplaatsen. Vanaf 1914 kwam er het ‘Palais de Danse’ met Chris Harig als uitbater. Het Palais was trots op de zomertuin en er werd gedanst, maar de dans van de jaren ‘10, de tango, was naar de smaak van de Amsterdamse bestuurders aanstootgevend. En zo bestond er een heus ‘tangodansverbod’. Chris mocht een grote dansvloer aanleggen maar het was niet toegestaan om het publiek in de pauzes met de vrouwelijke artiesten te laten dansen. En het vermoeden was dat er animeermeisjes werkten. Harig legde het verbod naast zich neer. Uit een politierapport komt naar voren dat een ingenieus systeem was bedacht om de politie om de tuin te leiden. Kwam er controle dan kon de portier op een knopje drukken, bij het orkest ging een rode lamp aan, de band stopte en het publiek was in enkele ogenblikken van de dansvloer verdwenen. De politie ontdekte de clandestiene dansavonden en de muziekvergunning werd door de burgemeester ingetrokken. Probleem opgelost.

Het ‘Palais de Danse’ werd in 1916 opgevolgd door de Amsterdamse Folies-Bergère met het Tziganer Orkest Kalman. Daarna volgde in 1922 een half jaar de Katholieke Keur Bioscoop, opnieuw geen succes. Tussen de filmvoorstellingen treed de humorist Chris de la Mar (1886-1967) op. Aansluitend in de jaren ‘20 was de chique sociëteit ‘La Bonbonnière’ in het pand gevestigd met strijkorkest en een warme keuken tot twee uur in de nacht. In de jaren ’30 opgevolgd door ‘De Kleine Club’. Hier was het tot vier uur ’s nachts gezellig met, jawel, animeermeisjes en foxtrots. Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, was hier vaak tot in de kleine uurtjes te vinden. Volgens de verhalen verdween hij regelmatig door de Zwartlakensteeg in een onopvallend koetsje dat hier voor hem klaarstond.

In 1979 was het pand als vele panden in het Blaauwlakenblok in bezit van de Bijenkorf. Het stond leeg, was totaal verwaarloosd en bedoeld voor afbraak en nieuwbouw. 1979 is ook de tijd van de krakers, in dit geval beginnend kunstenaars, die een alternatief wilden bieden voor het eenvormige en voorspelbare aanbod van de commerciële galeries, en die in de landelijke musea en gevestigde galeries geen forum kregen. Er ontstond een centrum voor hedendaagse kunst dat de naam W139 kreeg. In dit centrum werd gedacht vanuit de kunstenaar; niet vanuit de bezoeker, niet vanuit het gebouw en niet vanuit het geld. In hoog tempo werden spraakmakende tentoonstellingen georganiseerd. De kunstenaars waren dag en nacht aanwezig. W139 was ook vaak 's nachts open. Stichting W139, gevestigd in een rijksmonument, is een 'ruimte voor risico', een productiehuis voor rauwe kunst. Het is in de prijzen gevallen, heeft nationale en internationale bekendheid gekregen en is geliefd als een volwaardig niet-museaal platform, dat naast de gevestigde instellingen en structuren opereert. Op 1 november 1991 begroeven 25 beeldend kunstenaars een voorwerp van waarde. Met dit offer wordt de grond opgeladen om nieuwe kunst te bevorderen en te inspireren. De voorwerpen variëren van ‘een vis van was’, ‘een steen uit de Berlijnse muur’ tot ‘een verhaal’. W139 liet het pand door architect Vincent Smulders in 2007 renoveren, waarbij de gevelverlaging van het voorhuis uit 1958 ongedaan werd gemaakt en de negentiende-eeuwse hoogte in ere hersteld.

Meer lezen:
Gendt & Zonen, van, Adolf Leonard
Laarman, Petrus Franciscus
Schepen
Smulders, Vincent
Theater De Vereeniging

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
Ons Amsterdam 2002 blz 13, Ons Amsterdam 2001 okt
franklucasprojecten.nl (20220416)
amsterdamsebinnenstad.nl (20220416)
theaterencyclopedie.nl (20220416)