Asterdwarsweg
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

standbeeld arie keppler Bouwplan Asterdorp bouw asterdorp

Naam: Asterdorp
Adres: Asterdwarsweg 10
Bouwjaar: 1927, gesloopt 1955
Architect: J.H.Mulder
Opdracht: Gemeentelijke Woningdienst

Asterdorp is bedacht door Arie Keppler. Onder zijn leiding hield de Gemeentelijke Woningdienst zich bezig met woningbouw en woningbeheer en gaf zichzelf daarbij een opvoedkundige taak. Naast de vele duizenden woningen van woningbouwverenigingen voor arbeiders met een vaste baan en gemeentewoningen voor arbeiders die een stapje lager op de maatschappelijke ladder stonden werd onder leiding van architect Jakoba Helena Mulder Asterdorp gebouwd. Deze woningen werden bestemd voor bewoners van kelders en krotten die de gemeente ‘niet netjes genoeg’ vond om ze de sleutel van zo’n fonkelnieuwe woning te overhandigen.

poortgebouw straatzijde poortgebouw binnenzijde buitenmuur asterdorp

De Communistische partij was fel tegen dit plan. De problemen met de asocialen loste je niet op door ze te heropvoeden, vonden de communisten. De oorzaak van het kwaad lag in de maatschappij. Bovendien plakte je mensen zo een etiket op. Maar ook de directies van de bedrijven op het industrieterrein waar Asterdorp gebouwd zou worden hadden bezwaren, al kwamen die uit andere motieven voort dan de bezwaren van de communisten. Zij waren bang dat hun vrouwelijke werknemers op weg naar hun werk zouden worden lastiggevallen. De brief van de fabrieksdirecteuren veroorzaakte een klein relletje in de gemeenteraad, maar hield de komst van het dorp niet tegen.

straat in asterdorp zandbak zandbak toegangspoort

Wat moeten we ons bij 'Schoremstad', zoals de volksmond het doopte, voorstellen?
De woningen werden door de Gemeentelijke Woningdienst gebouwd op een afgelegen industrieterrein in Noord, in 1927 in gebruik genomen en beschouwd als een reclasseringsinrichting. Het dorp was gebouwd in de vorm van een vijfhoek en als het ware ommuurd door de achterkant van de huizen. De straten hadden geen namen. Men woonde simpelweg in hét Asterdorp. Er was slechts één toegangspoort met daarboven de woning van de opzichter. De toegangspoort was zo ver als mogelijk van de Buiksloterweg verwijderd en afgekeerd van de bewoonde wereld. Op deze manier was het Asterdorp bij wijze van experiment, evenals het in Oost gelegen Zeeburgerdorp, afgesloten van haar omgeving. Asterdorp kreeg drie straten met 131 huisjes, een was- en badlokaal, twee clublokalen en een speelterrein.

detail poort asterdorp nieuwe toegang aan chrysantenstraat karl liebknecht rosa luxemburg lenin

De bewoners voelden zich gestigmatiseerd omdat zij in een dorp woonden met een specifieke bestemming. Hiermee hadden de beide dorpen een slecht imago. Voor Asterdorp probeerde de gemeente dit beeld in 1932 te verbeteren door de straten te benoemen en de bouw van een tweede ingang.
In De Tribune van 1934 lezen we hierover: ‘Een jaar of wat geleden was er maar één poort. Voor de tweede hebben de bewoners een hardnekkige actie moeten voeren, evenals voor de armetierige iepenboompjes, die thans de straten van het dorp sieren en zo ook voor de namen van die straten! Dezelfde lugubere grapjassen, die dit dorp als ‘reclasseringsoord voor asociale elementen’ bouwden, hebben de straten toen namen gegeven als: Edelweisstraat, Fuchsiastraat en Blauwe Distelweg.’ Overigens gebeurde dit pas nadat de bewoners op een nacht zelf namen hadden gegeven op kartonnen bordjes: Karl Liebknechtstr., Rosa Luxemburgstr., Leninpl. (zie de tekst bij de foto's).

straat asterdorp straat asterdorp kraampje

Ondanks de straatnamen bleef de weerstand om hier te wonen groot. In 1937 werd Keppler met vervroegd pensioen gestuurd en bereidde diens opvolger Flipse de opheffing van Asterdorp voor. Hieruit volgde ook in 1937 het besluit dat iedereen in het Aster- en Zeeburgerdorp mocht wonen. Ondanks de woningnood liep het echter geen storm om in deze dorpen te komen wonen. De opheffing werd door de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk vertraagd. In 1942 vorderde de bezetter het dorp om er een Joods getto van te maken en ontstaat de bijnaam Klein Westerbork. Eerst kwamen er buitenlandse (stateloze) joden uit vooral Duitsland, Polen en Oostenrijk te wonen. Zij hadden eerst in Hilversum, Naarden en Bussum gewoond. Na hun transport naar de kampen werden er ook Nederlandse joden ondergebracht. Deze kwamen voornamelijk uit de Rivierenbuurt en uit plaatsen als Utrecht, Den Haag, Nijkerk en Zwolle. Hiervan zal ongeveer de helft onderduiken. In juni 1943 was de wijk ontruimd waarbij de nog aanwezige bewoners naar de Transvaalbuurt werden overgebracht. Op 17 juli 1943 kwam op het dorp een deel van de bommen terecht welke voor de Fokkerfabriek aan de Papaverweg waren bedoeld.

buitenmuur straat asterdorp straat asterdorp

Filmmaker Saskia van den Heuvel maakte in 2015 twee films over dit dorp. Hiervoor heeft zij twee jaar onderzoek gedaan. Hierbij kwam ze in contact met Loes Fransman (79 jaar in 2015). Zij woonde er in 1943 enkele maanden. Haar verhaal schetst hoe het overplaatsen naar het dorp verliep. Het gezin woonde in een ruime woning in de Rivierenbuurt. Haar vader had een goede baan, chef-etaleur bij de HEMA en het gezin kon goed in het onderhoud voorzien. Ze moesten verhuizen. Verhuizer Abraham Puls, het bedrijf dat de woningen van gedeporteerde joden leeghaalde, haalde het gezin op met enkele meubels. De woning in Asterdorp was zeer klein, in een kleine buurt met vooral muren. Een tweede gedwongen verhuizing wachtte het gezin Fransman niet af, ze gingen in onderduik. De zus van Loes werd verraden en moest als enige van het gezin op transport.

clublokaal

In januari 1943 werd de Joodse school nummer 15 ondergebracht aan de Blauwe Distelweg 94, de bovenverdieping van het poortgebouw. Henri Alter (1899-1943) werd aangesteld als leidinggevende voor deze school. Hij was geen onderwijzer, werd niet betaald, maar had wel de zorg over een kleine groep leerlingen. Hij begon met 22 kinderen. In het voorjaar van 1943 waren er nog 14 kinderen over, na de twee grote razzia’s van mei 1943 stond het schooltje leeg.

gevel asterdorp woningen voor sloop

Na de oorlog werd Asterdorp opgeknapt tot een normale woonwijk en omgedoopt tot Tolhuiscomplex. In 1947 werd de Blauwe Distelweg opgesplitst in vier aparte straten Dahliastraat, Chrysantenstraat, Seringenstraat en Goudenregenstraat, namen die vanuit het in 1929 gesloopte Obeltdorp hergebruikt werden. Vanwege de vochtoverlast, een probleem dat het dorp al vanaf het begin parten speelde, werd het dorp uiteindelijk in 1955 gesloopt.

asterdorp poortgebouw poortwoning gevel entree poortwoning

Eén van de bekendste bewoners van het naoorlogse complex was André Volten. Hij had al in 1952 zijn intrek genomen in het voormalige poortgebouw. Na zijn dood in 2002 stond het pand geruime tijd leeg. In 2016 knapte de Stichting André Volten het pand op. Het is nu een expositieruimte met werk van Volten en tijdgenoten.

poortwoning woonkamer vm clublokaal woonkamer vm clublokaal atelierruimte atelierruimte

Wie kwamen hier te wonen?
Bij de herplaatsing van krot- en kelderbewoners werd een gezinsrapport opgemaakt. Hierin kwam veelvuldig de kwalificatie ‘ontoelaatbaar’ of ‘niet netjes genoeg’ voor. Stephan Steinmetz schrijft hierover: ‘Een term die we letterlijk moeten nemen. Niet toelaatbaar in een normale woning van de gemeente of, een treetje hoger, van een woningbouwvereniging.’ Het betekent precies wat er staat en zo kwam een gezin in Asterdorp terecht voor heropvoeding. Deze ‘asocialen’ of ‘onmaatschappelijken’ die buiten de maatschappij stonden door bijvoorbeeld drankgebruik, onfatsoenlijk gedrag en verwaarlozing van het gezin moesten zich hier ontwikkelen tot fatsoenlijke arbeidersgezinnen onder het letterlijk toeziend oog van een speciale woningopzichteres die de hen moest leren leven en wonen. Zo werd men gedreven naar een ‘net’ bestaan. Een bestaan waarin de man werk had of zocht, en dus niet rondhing en dronk. Waar de vrouw elke ochtend de bedden opmaakte, de vloeren boende, en heel belangrijk, de wasmand niet midden in de kamer zette. Waar man en vrouw zich vooral niet bemoeiden met de buren, die hardnekkige kwaal uit de sloppenwijk. En waar ze elke avond de schone gordijnen dichttrokken. Want voortaan woonden man en vrouw samen binnenshuis in plaats van apart buitenshuis.’

vanaf chrysantenstraat

Hoewel de bedoelingen goed waren werd het geen succes. Na twee jaar schoven slechts twee bewoners door naar een gemeentewoning. Keppler, geschrokken, schreef in een gemeenterapport dat hij in de dorpen drie groepen onderscheidt. Met groep nummer één is wel wat te doen, daarbij zijn sporen van vatbaarheid voor reclassering. Groep twee bestaat uit volslagen wanbetalers en groep drie uit volslagen gedegenereerden. Keppler overwoog daarop zelfs een apart dorp voor 'superasocialen' te stichten. Een belangrijk recht waar niet aan werd voldaan was dat de bewoners zelf hun leven wilde leiden in plaats van een leven opgelegd te krijgen, zo blijkt uit de oprichting van een 'buurtraad' in Asterdorp. Deze buurtraad 'De Lelie' schreef de gemeenteraad een brief waarin de grieven over het dorp werden geuit. De bewoners klagen over de vochtoverlast in de woningen en de autoritaire houding van de opzichteressen. Zij vroegen de gemeente een tweede ingang in het complex te maken en ze wilden namen voor de straten.
Het zat Arie Keppler niet lekker. Het vergaderen werd de vereniging tegengewerkt, het aanwezige clublokaal mocht er niet voor worden gebruikt. Pas na vijf jaar aanhouden en zeuren werden de eisen van de bewoners ingewilligd. Asterdorp kreeg een ingang aan de voorkant en de naam Asterdorp werd veranderd in 'Complex Blauwe Distelweg. Maar tot in 1955, toen het dorp werd gesloopt, stond op de ambtelijke stukken nog gewoon 'Asterdorp’. Slechts een kwart van de 601 gezinnen (ca. 3000 personen) die in de dorpen hebben gewoond, kreeg een gewone gemeentewoning.

vanaf chrysantenstraat

Onder de kop: ‘De Ontoelaatbaren’ vinden we in ‘de Tribune Sociaal Democratisch Weekblad’ van 1928 een verslag van de protestvergadering van de Asterdorpers.
‘Protestvergadering in het Asterdorp. Maandagavond had er in het gebouw Tolhuis over 't IJ een vergadering plaats van de bewoners van het Asterdorp. Toen de voorzitter Groentenman de vergadering opende, was de heele zaal propvol. Hij spoorde de aanwezigen aan, de woorden van onze partijgenoot van Zehn-v. d. Berg ter harte te nemen en in samenwerking te strijden voor betere toestanden. Het moet uit zijn, zoo verklaarde hij, dat men ons als ‘ONTOELAATBAREN’ aanduidt en op ons het stempel der minderwaardigheid drukt. Dit woord, zei spreker, onder instemming der vergadering, beteekent een blamage voor de bewoners! Ook het feit, dat op de kwitanties nummers staan in plaats van namen, net als bij gevangenen, is een ongehoord schandaal, en dat moet veranderen, al zegt de wethouder ook duizendmaal, dat het altijd zoo is geweest...
Ook zette spreker de kwestie van het optreden van de ‘huisjuffrouw’ uiteen, ‘de burgemeesteresse van het Asterdorp’, de jeugdige dochter van de Miranda (Flora Rodrigues De Miranda, assistent sociaal werkster), die eigengerechtigd en brutaal optreedt. Voorts protesteerde spreker tegen het verbod om zich te vereenigen, men heeft hem, spreker, gedreigd uit de woning te zetten, als hij niet uit de organisatie der bewoners trad. Fel critiseerde spreker de houding van de Miranda, en de weinige sociaal-democratische raadsleden in de raadsvergadering ten opzichte van deze kwestie.

vm terrein asterdorp

Ook ten aanzien van de toegezegde huurverlaging is er nog geen enkele zekerheid. De heer Keppler toont zich in alle opzichten een zwakkeling, van wie niets te verwachten is in dezen. Spreker besluit zijn luid toegejuichte openingsrede met een aansporing eensgezind te strijden in het belang der bewoners. Hierna was het woord aan kameraad POLAK, die de woorden van den voorzitter onderstreepte. Hij noemt de dwangmaatregelen van de gemeente ontoelaatbaar. Hij raadt de bewoners aan niet deel te nemen aan de FEESTELIJKE OPENING VAN HET BADHUIS, omdat er een zekere vernedering in zit, gedwongen te worden van dit badhuis gebruik te maken en daarbij te worden gecontroleerd. Op zich zelf is natuurlijk niemand tegen het badhuis en ook niet tegen het geregeld baden! Maar wij verkiezen evenmin als andere burgers van Amsterdam een dwangcontract van gemeentewege om te baden. Ook geeft spreker uiting aan de grieven ten aanzien van de gemeente-waschhuizen. Ook hier wordt een ontoelaatbare dwang uitgeoefend. Tegen al deze pogingen om ons onder voogdij te stellen, protesteert spreker. Want waarom worden wij als onmondigen behandeld? Omdat de heerschende klasse ons niet in de gelegenheid stelt te leven op een menschwaardige manier. Spreker wekt eveneens op tot organisatie en gezamenlijk protest. Hierna werd nog gelegenheid gegeven aan tal van bewoners om uiting te geven aan hun grieven waarbij er door een der bewoners op werd gewezen, dat het dwangsysteem, dat in het Zeeburgerdorp bestaat, nu ook in het Asterdorp dreigt te komen. De bewoners willen evenveel vrijheid als ieder ander inwoner van Amsterdam... Om elf uur sloot de voorzitter de vergadering, die voor de vereeniging veel nut opleverde.

poortwoning

Een ander verslag in 1934 in ‘de Tribune Sociaal Democratisch Weekblad’.
De stilte om het Asterdorp moet worden gebroken! In Amsterdam-Noord, aan de Asterweg, weggestopt achter fabriekscomplexen en practisch geïsoleerd van de andere woonwijken, ligt het Asterdorp, vroeger, officieel, verblijfplaats voor’a-sociale’ gezinnen, thans, reeds sedert geruime tijd en dank zij de eensgezinde strijd van de bewoners, door een besluit van B. en W. tot ‘normaal’ woningen-complex gebombardeerd. Wij ontlenen aan ‘Solidariteit’, het 14-daags orgaan der I.A.H. (Internationale Arbeidershulp), een reportage, waarin nagegaan wordt, wat er practisch terecht gekomen is van dit besluit van B. en W., — het voormalige Asterdorp wordt nu door de Gemeentelijke Woningdienst gebruikt als een soort privé concentratiekampje voor haar onwelgevallige huurders, die daar tot „normale’ huurders opgevoed moeten worden(l) en waarin de sfeer getekend wordt, die door de bevolkingspolitiek van de Woningdienst gegroeid is. In het Asterdorp wordt ellende geleden! De I.A.H. doet er goed werk aan, hier nog eens met klem op te wijzen.
In het gezin is armoede. In de woning drukt elke dag, en elke minuut van die dag, een trieste, verlammende, uitzichtloze misère-sfeer. Zo is het ook in het gezin van de buren. Zo is het in alle woningen van deze straat en van alle andere straten hier. Overal grauwe, bittere, tastbare ellende! Zó is het in 't Asterdorp. En om dit dorp is een muur, gevormd door de achterzijde van de buitenste huisjes, en achter die muur is de wereld. Zó moeten het de bewoners van het Asterdorp voelen. Door twee poorten kunnen zij in die wereld komen: de mannen om er te stempelen, de vrouwen om er haar karige boodschappen te doen, de kinderen om er naar schooi en naar de eetzaal te gaan. Een jaar of wat geleden was er maar één poort. (…)

poortwoning

Er zit veel hagel in de lucht. Een witte damp waast over het borrelende water van de Ranonkelkade. Maar we zijn er bijna. Zie zo, nou de brug over en dan de Asterweg rechtsaf daar, tegen de donkere achtergrond, die de gebouwencomplexen en de reusachtige, rokende schoorstenen van de gemeentelijke vuilverbranding opleveren, ligt het Asterdorp. Men zou het voor een kazerne kunnen houden. ‘Morgen’, een man, die haastig in de regen zijn kleine meid de weg af naar school brengt, groet kuchend, 't Is weer mis, hoor! Als de wind uit die hoek komt, verrek je van de stank en de as!’ De schoorstenen van de vuilverbranding braken dikke, gelige en loodgrijze wolken in de nevel. De regen en de wind voeren hen mee, langs de huizen en straten, tot ver over ‘Zomers buiten’. Wanneer men ooit kan zeggen, dat iets ‘onder de rook van de stad’ ligt. dan kan men dat zeker van het Asterdorp zeggen. Bij allo brutale, grove ellende, waarop het kapitalistisch stadsbeheer, ook tijdens sociaal-democratisch bewind, de Asterdorpers onthaalt, heeft men hun dat niet gespaard: men heeft dit dorp, waar circa 100 —120 gezinnen een woonplaats moeten vinden, onder de rook van het afval van Amsterdam gebouwd!
Maar de jarenlange werkloosheids-ellende, de jarenlange verbanning naar dit misère-oord, waar de ellende je overrompelt zodra je de poort binnenkomt, breken ten slotte de strijdkracht. Vroeger, een jaar of vier geleden, was er hier een krachtige beweging, waarin een huurdersvereniging de motor was. Het was in die dagen, toen de bewoners hun tweede poort, de boompjes in de straten en de namen van de straten wisten te veroveren. Vóór die tijd moesten brieven geadresseerd worden: Asterdorp No... tot de bewoners daar op één keer radicaal een eind aan gemaakt. Op een goede morgen vond de opzichteres aan de hoeken van de straten zelfgemaakte bordjes met de zelf-gekozen namen: Karl Liebknechtstr., Rosa Luxemburgstr., Leninpl. Deze namen waren een weerspiegeling van de strijdwil en de overtuiging der bewoners. Het goeie mens sloeg de schrik om het hart. En weinig tijd later hadden B. en W. in overleg met de woningdienst gezorgd dat de straten officiële namen kregen.

zijgevel entree

Maar sedert dien verslapte de actie, de mensen verloren het contact met elkaar en dank zij het gewroet van allerlei liefdadigheidsinstellingen en de kerk, ook het vertrouwen in elkaar. leder zat tot zijn nek in de zwaarste dagelijkse zorgen, de nood in het eigen gezin en de ellende in de andere omringende gezinnen drukte en drukte tot de mannen en vrouwen ten slotte moe en kapot de strijd maar opgaven. Het uitzichtloze, de misère, die hun verhindert de toekomst te zien, heeft de mensen hier gemerkt. En dan komt de kerk en raapt de zieltjes op. ‘De kerkelijke liefdadigheid werkt als een lijmstok.'
Ook andere liefdadigheidsverenigingen hebben hier hun arbeidsveld gekregen. Wiens morele weerstand een moment wijkt, valt in hun klauwen. Er zijn invloedrijke vriendjes, die wat voor je kunnen doen, maar éérst platl Er zijn hier gevallen bekend, waarbij bewoners geen andere woning konden krijgen; jarenlang zaten ze al hier en namen ook actief deel aan de strijd. Thans zijn ze verhuisd. Het bleek, dat ze ‘katholiek’ waren geworden.
Nog afgezien van alle humanitaire overwegingen, kan de arbeidersklasse, vanuit een klasse-standpunt niet toestaan, dat deze toestanden blijven bestaan! Hier, waar met toestemming en met de steun van de autoriteiten de kerk en de burgerlijke liefdadigheid naar welgevallen opereert en experimenteert, hier waar de bourgeoisie met al haar middelen tracht klassegenoten kapot te maken en het Asterdorp gebruikt als doorgangshuis voor haar onwelgevallige huurders, wordt systematisch en welberekend de strijdkracht gebroken! Daarom moet de arbeidersklasse de eis stellen; WEG MET HET ASTERDORP! De gezinnen van het Asterdorp hebben recht op behoorlijke huisvesting!

achtergevel poortgebouw plattegrond 2023

De vraag is of er wel een groep ‘ontoelaatbaren’ heeft bestaan die zonodig opgevoed moest worden. Misschien was het een stok achter de deur voor de duizenden arbeidersgezinnen die naar normale gemeentewoningen en corporatiewoningen mochten verhuizen. Wie zich niet gedroeg werd naar Asterdorp gestuurd.
In 2023 is op de plattegrond van Amsterdam nog altijd te zien in wat voor een afgelegen omgeving Asterdorp was gesitueerd. De herontwikkeling van de Buiksloterham zorgt er voor dat er meer bewoning komt en dat wellicht het rommelige achtergebeuren bij sommige panden verder opgeknapt gaat worden.

Meer lezen:
Buiksloterham
Keppler, Arie
Mulder, Jakoba Helena
Puls, Abraham

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
Het Parool 1989; onderzoek van de Arme Marie van Wijnen en Wim Visscher
'Asterdorp. Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering'; Stephan Stelnmetz en Antje Dijk
'Pauperparadijs'; Suzanna Jansen
delpher.nl
joodsamsterdam.nl