Singel 116
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Huis met de Neuzen
Adres: Singel 116
Architect:
Bouwtijd: 1610, 1752
Opdracht: -, Abraham Mylius

De opdrachtgever van de bouw in 1610 is niet bekend. Opvallend is de versiering aan de halsgevel die dan aangebracht wordt: drie mannengezichten waarvan de neuzen nogal spits uitlopen. Volgens de overlevering hebben enkele vrienden de bouwheer aangeboden voor eigen rekening het huis te versieren. Maar dan moest de beeltenis van de eigenaar en diens twee zonen er deel van uitmaken. Het voorstel werd aangenomen en sindsdien prijken drie mannenkoppen met geweldige neuzen aan de gevel.
In 1644 wordt Cornelis de Graeff (1599-1664) Vrijheer van Zuydpolsbroek, enz. de nieuwe eigenaar. De Graeff is tussen 1643 en 1662 tien maal burgemeester van Amsterdam. De Graeff bewoont het pand niet, hij woont zelf op de Herengracht 216.
Abraham Mylius (1671, Leiden - 1760, Amsterdam) is in 1752 eigenaar van het huis en hij laat het zodanig ingrijpend verbouwen dat we het nu een 18de-eeuws grachtenhuis kunnen noemen. Het huis heeft een standaardindeling van voorhuis, binnenplaats en achterhuis. In de voorkamer, hal en in de op de benedenverdieping en eerste verdieping gelegen achterkamers zijn stucplafonds aangebracht. Het stucplafond in de voorkamer toont een jongedame op een wolk omringd door een groot aantal putti. Zij verbeeldt de godin Minerva.
In 1990 is Ina Kaufman eigenaar en gebruikt het pand als galerie. Zij is gespecialiseerd in Russische kunst. De zaal met behangsels is dan eigendom van projectontwikkelaar T.J.C. van Dam en in gebruik als kantoor.
In 2018 wordt de stijlkamer door Stichting Kerkchoffs Kunstnijverheid Fonds (KKF) beheerd en geëxploiteerd. Hiermee verbreedt de stichting haar activiteiten en hoopt daardoor een nieuwe bijdrage aan de kunstnijverheid te leveren. Als product van toegepaste kunst gaat de stijlkamer dienen als hedendaagse setting voor de bevordering van kunstnijverheidsonderzoek. Vanuit die gedachte zal een organisatie die de doelstelling van KKF onderschrijft de ruimte kunnen gebruiken. De stijlkamer zal dienen als ontmoetingsplaats van kennis. Een plek waar verzamelaars, onderzoekers, museummedewerkers en handelaren samenkomen en know-how kunnen uitwisselen en overdragen. Kortom, de achttiende-eeuwse stijlkamer als exclusief middelpunt voor hedendaagse activiteiten, waar rondom de authentieke haard gesprekken worden gevoerd over antiek en kunstnijverheid.

De monumentale hal heeft links en rechts twee deuren. De deuren rechts zijn slechts voor de symmetrie, zogenaamde schijndeuren. De hal heeft een stucplafond en vier stucreliëfs boven de deuren, die onder meer Arion, de Val van Icarus en Stilzwijgendheid voorstellen naar het beeldhouwwerk in het stadhuis op de Dam.
Arion was een Griek die geboren is rond 650 v.Chr. op het eiland Lesbos. Hij ontpopte zich tot een groot zanger en citerspeler, spelend aan het hof van Periander van Korinthe. Na een succesvolle 'tournee' keerde hij met een schip met een volledig Korinthische bemanning terug naar Korinthe. Maar de zeelui beroofden hem van zijn winsten en planden om hem overboord te gooien. Arion smeekte om nog een laatste lied te mogen zingen. Hij zong een prachtige aria ter ere van Apollo op de achterplecht van het schip. Vervolgens ging hij overboord. volgens de mythe grepen de goden in. Want zodra het schip ver genoeg weg was gevaren kwam er een dolfijn, een van de dieren van Apollo, die Arion van de verdrinkingsdood redde door hem aan land te zetten op de Peloponnesos. Vervolgens ging hij over land naar Korinthe. Aangekomen in het paleis van Periander vertelde Arion aan hem zijn verhaal. Maar deze geloofde hem niet. Toen een tijdje later de bemanning van het schip aankwam in het paleis, verklaarde die dat ze Arion in Italië hadden achtergelaten. Plotseling kwam de zanger tevoorschijn en stonden de zeelui als leugenaars te kijk.
Icarus is een figuur uit de Griekse mythologie, bekend van de vliegtocht samen met zijn vader Daedalus. Omdat Icarus en Daedalus door koning Minos gevangen worden gehouden op Kreta, bedenkt Daedalus een manier om te ontsnappen: hij bouwt vleugels van een houten raamwerk, bezet met veren in een boog vastgezet met was. Omdat de was kan smelten, waarschuwt Daedalus Icarus om niet te hoog en dicht bij de zon te vliegen, maar ook niet te laag, omdat de vleugels te zwaar zouden worden van het zeewater. In zijn enthousiasme wordt Icarus echter roekeloos; hij vliegt te hoog zodat de was toch smelt en hij stort neer in de Egeïsche Zee.

Op de binnenplaats staat een fraai stucbeeld op een piëdestal. Het stelt Diana, de godin van de jacht, voor met op de rug een pijlenkoker en in de hand een boog, geflankeerd door twee jachthonden. In de piëdestal zijn twee putti uitgebeeld, de linker blaast op een hoorn, de rechter heeft druiven in de hand, waaraan nog weer de attributen van de jacht, als pijl en boog, zijn toegevoegd.

Via een trap langs de binnenplaats wordt de meest representatieve kamer in het huis bereikt, de zaal in het achterhuis die een inrichting in Lodewijk XV-stijl heeft. In deze stijlkamer zijn vijf beschilderde behangsels van Antonie Elliger uit 1756 te bewonderen. Ze zijn gesigneerd en gedateerd. Op het doek rechts van het raam is een jongedame afgebeeld met een tak in haar hand. Links van het vuur staat een ooievaar. Op de voorgrond liggen een bijbel, een bord met de tien geboden en een wierookbrander. Rechts van de vrouw is een hoorn des overvloeds te zien. Het tafereel voor Vroomheid (Pietas). Daaronder de tekst 'A.Ellinger fecit 1756'.
Dan volgt de wit marmeren schouw met houten boezem en een spiegel en een grisaille voorstellend 'voelen'.
Vervolgens een doek met een vrouw die met bijbel en kruis het Geloof (Fides) uitbeeldt.
De achterwand heeft links en rechts dubbele deuren met daarboven grisailles met voorstellingen van 'zien' en 'horen'. De dubbele deuren onttrekken kasten aan het oog. De schildering op de achterwand toont een moeder bezig met haar kinderen en stelt Moederliefde (Caritas divina) voor. Onder de vaas is het doek gesigneerd en gedateerd (1756).
De rechterzijmuur van de zaal bestaat uit twee doeken gescheiden door een dubbele deur (voor de versiering) met daarboven een grisaille dat 'proeven' uitbeeldt. Het linker doek toont een jongedame met naast haar aardglobe en een jacobsstaf, het vroeg 16de-eeuwse navigatie-instrument van Portugese komaf waarmee bepaald kon worden op welke breedtegraad men ongeveer voer. Hier is de Hoop (Spes) mee uitgebeeld.
Het laatste doek stelt Liefdadigheid (Caritas) voor en laat twee vrouwen zien die een oudere man een geldstuk geven.
Het laatste grisaille van deze kamer is boven de toegangsdeur te vinden en stelt 'ruiken' voor.
Het stucwerkplafond toont een allegorische voorstelling, namelijk Vader Tijd (Chronos) verslindt de schoonheid. De putto draagt een slang die in zijn eigen staart bijt (de eeuwigheid) en een zeis (die de dood aankondigt).

Meer lezen:
Apollo
Burgemeester
Chronos
Diana
Elliger, Antonie
Graeff, de, Cornelis
Minerva

Voor het laatst bewerkt:16-sep-2018