Lange Niezel
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

De Lange Niezel is een smalle straat tussen de Warmoesstraat en de Oudezijds Voorburgwal. In de straat zijn 17 rijksmonumenten die naast woningen, hoofdzakelijk sekswinkels, gokhallen en horeca bevatten.
De naam van de straat is een verbastering van liesdel, laag land met lis begroeid. Oorspronkelijk was het gebied een moerassig land ten noorden van de hogere grond waar de Oude Kerk was gebouwd. Na 1350 werd de grond opgehoogd en volgde bebouwing. Op de plaats van de latere straat bleef de naam Liesdel voortleven maar verbasterde eerst tot Niesdel en daarna tot Niezel. De brug voor de Lange Niezel over de Oudezijds Voorburgwal wordt de Liesdelsluis genoemd, hoewel ze in de zeventiger jaren ook bekend was als 'Pillenbrug' of 'Die Deutsche Brücke'.
De Lange Niezel heette in de Middeleeuwen Sint Geertruydenstraat en was met de Warmoesstraat het woongebied voor vermogende kooplieden. In de 16de eeuw werd de straat bewoond door de rijkste families van de stad.
De beroemde componist Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), organist van de Oude Kerk, woonde hier enige tijd. En op nummer 22 de rijke koopman Gerrit Bicker met zijn vier ondernemende zonen: Andries, Jacob, Cornelis en Jan. Waar het om de handel ging, hadden de vier gebroeders Bicker de wereld onder elkaar verdeeld, schreef de dichter Joost van den Vondel. Met een paar andere families speelden de Bickers bovendien lang een hoofdrol in het stadsbestuur. De regentengeslachten Boelens en De Graeff, aangetrouwd aan de Bickers, woonden hier na elkaar op nummer 10.
Toen in de 17de eeuw de grachtengordel ontstond, begon een trek van de elite naar dat nieuwe deel van de stad, met veel grotere huizen. De buurt tussen Warmoesstraat en de Geldersekade verloor geleidelijk haar grootse allure. Er vestigden zich winkels en kleine bedrijven: zeepziederijen, bierbrouwers, een blik- en koperslagerswerkplaats. Na 1650 verplaatsten de bordelen zich steeds meer naar de omgeving van de haven, rond de kop van de Zeedijk. In 1902 voerde de gemeente Amsterdam het bordeelverbod in, in een poging de prostitutie te onderdrukken. Dat leidde snel tot nieuwe benamingen: pension, kamerverhuur, massagehuis. In de praktijk veranderde er niets; de wereld van de betaalde seks verdween alleen uit de openbaarheid. Achter en boven de winkels, cafés en kleine bedrijven kreeg de prostitutie ook een plek in de Lange Niezel, zij het geen opvallende.
Omstreeks 1910 zat er op elk adres een buurtwinkel. Behalve voor alle levensmiddelen, kon men er terecht voor bedden, tapijten, schoenen, sigaren, stoffenverven bij de 'Chemische Practische Stoomververij en Drukkerij' van R.Steij (al vanaf 1871) en de slager. Er waren drie cafés en een koffiehuis.

3 Monument uit de 17de eeuw of ouder met latere gevel onder klokvormige top met rollagen. Omstreeks 1910 is hier vleeshouwerij Kraft gevestigd.

4 Monument uit de eerste helft van de 19de eeuw met een gevel onder een rechte lijst.

6 Monument van ca.1800 met een gevel onder een rechte lijst met consoles en triglyfen.

7 Monument uit het tweede kwart van de 18de eeuw met halsgevel.

8 Monument uit het derde kwart van de 19de eeuw en ouder met gevel onder rechte lijst met consoles. In de vensters op de verdiepingen een empire ruitverdeling.
Vanaf ongeveer 1940 is hier café Wiener gevestigd, gedreven door Truus en Piet Panhorst, en daarmee waarschijnlijk het oudste bedrijf in de straat (2017).

9 Hier was van 1912 tot 1943 de joodse slager Van Praag gevestigd. Eén thuiswonend kind heeft de oorlog overleefd.

10 Het huis van vier burgemeesters. In het pand genaamd "In de Keysershoedt" woonde de regent Hendrick Boelens (1542-1603) en na hem Jacob Dircksz. de Graeff (1571-1638).
Jacob Dircksz. de Graeff was koopman en burgemeester van Amsterdam in 1613, 1628, 1630, 1631, 1633 en 1637. Zijn vader Dirck Jansz.de Graeff was ook burgemeester en wel na de reformatie in 1578 en hij was reder en ijzerhandelaar. De zonen van Jacob, die machtige burgemeesters waren, hebben hun jeugd hier doorgebracht.
Cornelis de Graeff was tien jaar burgemeester (1643, 1648, 1651, 1652, 1655, 1656, 1658, 1659, 1661, 1662).
Mr.Andries de Graeff werd in veertien jaar zeven keer tot burgemeester gekozen (1657, 1660, 1664, 1666, 1667, 1670, 1671).
In 1938 is hier het Vakkledinghuis gevestigd. Blijkens een advertentie uit dat jaar verkopen zij Zeil- en Zomerkleding.
Na 1980 is het pand in eigendom van Stadsherstel gekomen.

11a Monument uit de 17de eeuw (huis) met een 18de eeuwse klokgevel. Twee vierpasvensters.

12 Monument uit de 17de en 19de eeuw. Het huis is 17de eeuws met een verbouwde 19de eeuwse pilastergevel en voorzien van een klokvormige rollagentop. Tot 1939 was hier de goud- en zilversmid Premsela gevestigd, die in dat jaar naar de Verenigde Staten emigreerde. Hij verkocht het pand aan Van Nieuwkerk die een slagerij had op nummer 14.

13 Monument uit de 17de eeuw (huis), 18de eeuw (gevel) en 19de eeuw (klokvormige rollagentop). In 1912 lijkt hier een zalenverhuurder te zitten. Een advertentie uit dat jaar laat weten dat hier elke woensdagavond om half negen gerepeteerd wordt door zangvereniging Voorwaarts.

14 Monument uit de eerste helft van de 19de eeuw met een gevel onder een rechte klossenlijst. Sinds 1809 was hier varkensslachter Frankemölle gevestigd. Omstreeks 1930 is de slagerij overgenomen door Johan van Nieuwkerk, de vader van Jacques van Nieuwkerk (1932) en de grootvader van de journalist Matthijs van Nieuwkerk (1960). In 1954 verkocht Johan van Nieuwkerk zijn slagerij aan G.Sijbrands. Jacques van Nieuwkerk blijft in de bovenwoning wonen tot 1962. In 1975 kreeg de slagerij weer een nieuwe eigenaar, Jan Venekamp. Hij kocht in de jaren zeventig zo'n 22 panden in deze buurt op waaronder Lange Niezel 5 en maakte er voornamelijk bordelen van. In het kader van de wet bibob heeft de gemeente naar zijn exploitatievergunning gekeken en geen onregelmatigheden kunnen vaststellen en omdat Jan Venekamp alle medewerking weigert wat betreft uitkopen zal hij nog wel enige tijd deze vorm van vleeshandel voortzetten.

15 Monument uit de 18de en 19de eeuw. Een vierraamshuis met originele etage-woningen en gevel onder rechte triglyfenlijst.
Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), de oudste van vier kinderen van Peter Swibberts en Else Sweelinck (dochter van de Deventer stadschirurgijn mr.Johan Hendrickszoon Sweelinck en Marie Snoick), kwam hier in 1564 met zijn ouders uit Deventer wonen. Zijn vader had hier een betrekking als organist van de Oude Kerk, toen nog Sint Nicolaaskerk geheten, aanvaard. Jan Pietersz was veelvuldig in de kerk te vinden en leerde het organistenvak van zijn vader. Rond 1580 zal hij zijn vader als organist van de Oude Kerk opvolgen. Hij was toen al verhuisd naar de Kalverstraat.
Café Populair, later café Monico was hier het oudste homocafé in Amsterdam, geopend tijdens de bezetting, in 1941. De meeste klanten noemden de kroeg 'Blonde Saar' naar de eigenares Saar Heshof (1913-2003). Er kwamen ook Duitse klanten. Op 10 december 1943 verscheen er een artikel in het Nazi-blad De Storm, onder de kop "Wat een gezond volk schaadt, dient uitgesneden." De schrijver noemt café Populair "een uitgesproken 'flikkerskroeg'. Achter in de zaak, waar het duister heerst, danst dit machtloos, mis’lijk nageslacht, een vorm van openbare ontucht." Het artikel leidde tot een razzia, maar café Populair werd niet gesloten. Bij Monico kwamen 'gewone jongens': een elektriciën, stratenmaker, bloemenverkoper. Later werd het vooral een café voor lesbiennes. In 2001 is het café vanwege huurschuld gesloten.

16 Monument uit de 18de en 19de eeuw, gevel onder rechte lijst. Vanaf 1852 was in het pand de Firma J.Kraan, 'Boek- en Kantoorboekhandel, boekbinderij, Hollandsche, Fransche en Engelsche Leesbibliotheek', gevestigd. Zij waren gespecialiseerd in pornografische literatuur. De leesbibliotheek heeft volgens Bibliopolis vanaf 1852 tot 1963 bestaan, met als eigenaren o.a.: M.Schuit (1874-1904), W.A.van Rooijen (1904-1937), J.C.van Gemeren (–1953) en H.J.J.Menting (1953-1963?).

17 In dit pand is in 1941 een rijwielhandel.

18 wordt in 1634 onderhands verkocht door Marten van Papenbroek, wiens kleindochter Alida in 1655 getrouwd is met Gerard Bicker een zoon van Cornelis Bicker, die op zijn beurt weer een zoon is van Gerrit Pietersz Bicker van nummer 22. Bij deze overdracht werd aangetekend dat hier 'de Gulde Boom in de gevel staet ende de gecroonde Anjoupijp uythanght'. Nummer 18 grenst evenals nummer 20 aan 22 door de vreemde verkaveling van dat huis.

20 Hier zijn in april 2017 de bovenwoningen gekraakt omdat deze langer dan een jaar leeg zouden hebben gestaan.

21 Monument uit de eerste helft van de 18de eeuw met halsgevel.

22a Het huis van de familie Bicker. De broers Gerrit Pietersz Bicker (1554-1604) en Laurens Bicker (1563-1606), beiden zeer vermogende kooplieden woonden hier. Gerrit bracht het, als eerste van de familie, tot burgemeester van Amsterdam (1603), Laurens maakte als koopman grote reizen naar Zuid-Amerika en Oost-Indië. Gerrit Pieterszoon trouwde met Aleid Andriesdochter Boelens wier vader maar liefst vijftien keer tot burgemeester werd verkozen. Hij kocht het huis in 1578 en zij blijven tot hun dood in de Lange Niezel wonen. Gerrit drijft handel met landen rond de Witte Zee, bij de Noordelijke IJszee van Rusland en heeft contacten in Peru. Van 1590 tot 1604 is hij kapitein van de Burgerij, regent van het Gasthuis, raadslid, schepen en burgemeester van Amsterdam.
Gerrit’s zonen groeiden ook hier op; de machtige regent Dr.Andries Bicker was koopman op Rusland, bewindhebber van de VOC en invloedrijk burgemeester die zijn ambt in 1627, 1629, 1631, 1633, 1634, 1636, 1640, 1641, 1645 en 1649 uitoefende.
Jacob Bicker, die in het vaderlijk huis bleef wonen, trouwde met een dochter van Jacob de Graeff die op nummer 10 woonde. Hij handelde in hoofdzaak in het Oostzeegebied, de moedernegotie.
Dr.Jan Bicker, die eveneens met een dochter van Jacob de Graeff trouwde, was scheepsbouwer, eigenaar van het Bickerseiland en burgemeester in 1653. Hij domineerde de handel in het Middellandse Zeegebied van Italië tot Turkije.
Regent Cornelis Bicker was koopman op Amerika, één van de oprichters van de West-Indische Compagnie en burgemeester in 1646, 1650 en 1654.
De volgende eigenaar is burgemeester Lambert Reynst (1667, 1668, 1672), een schoonzoon van Cornelis Bicker en de schoonvader van Jan Wijncoop.
In 1740 zijn de verkopers van het huis, dat inmiddels 'de Vergulde Bogaart' heet, erfgenamen van Jan Wijncoop (1638-1715), handelaar in noten en stokvis, kapitein der burgerij en sinds 1690 conciërge van de stad Amsterdam. Jan Wijncoop heeft niet in de Lange Niezel gewoond maar was getrouwd met Arnoldina Reynst, behorend tot een regentenfamilie die door huwelijk verwant was met Bicker. Het huis wordt gekocht door een slager die er ook gaat wonen.
In 1796 lijkt het huis gesplitst in twee delen, het krijgt twee huisnummers.
In 1805 is het oostelijk deel leeg en wordt alleen de kelder voor 50 gulden per jaar verhuurd. Het westelijk deel is voor 160 gulden per jaar verhuurd aan J.L.Buys die vier kamers onderverhuurd voor bedragen van 70 tot 75 gulden per jaar.
Toch is er van het huis weinig bekend. Er wordt aangenomen dat het al in de tijd van Bicker een winkelpand was. In 1877 is in een krantenartikel te lezen dat de bestaande kapperswinkel uit het pand vertrekt. In september 1887 wordt er het Frankforter Zuurkoolhuis van J.C.Wagtendonk gevestigd dat hier maar liefst 40 jaar blijft. In 1905 wordt de kelderwoning onbewoonbaar verklaard.
In 1949 is de Vis- en Delicatessenhandel van I.Witte hier aanwezig welke in 1950 is verbouwd tot Vissalon.
In 1984 wordt het huis eigendom van Stadsherstel die het in 1992 restaureert waarna het als studentenhuisvesting en bedrijfsruimte in gebruik wordt genomen.
De restauratie: Kunsthistorisch en geschiedkundig bleek dit één van de meest waardevolle woonhuizen van Amsterdam te zijn waar het 16de eeuwse houtskelet nog aanwezig was. Het zeer belangrijke monument bleek ondanks de instandhoudingmaatregelen die Stadsherstel heeft getroffen te zeer aangetast om nog in zijn originele staat te worden gerestaureerd. Vooral het zware houtskelet had ernstig te lijden gehad van langdurige vochtinwerking en was voor 100% aangetast door zwam. Reden om deze unieke houtconstructie na uitputtende documentatie geheel te verwijderen en compleet opnieuw aan te brengen. Als laatste handeling werd de originele wapensteen teruggeplaatst in het zogenaamde Bickerspoortje dat nu de scheiding markeert tussen entreehal en trappenhuis, hiermee een doorkijkje creërend waarvan een ieder ook vanaf de straat genieten kan.

23 Monument uit de eerste helft van de 19e eeuw met gevel onder rechte lijst.

24 Monument uit 1646, gevel met doorlopende lisenen. De gevelsteen ’t Bolwerck en jaartalsteen 1646 zijn van latere datum. Gerrit Thomasz Bolwerck is in 1644 eigenaar geworden en heeft vermoedelijk het bestaande pand doen afbreken en herbouwen. Bij de aankoop van zijn perceel werd het huis aan de westzijde aangemerkt als zijnde van Jacob Bicker.
In 1819 wordt er een nering gedreven door M.Isaacson, een "Brabandsche chocolaadfabrijkant" die op 17 November 1819 adverteerde chocolade te maken "zooals zij tot nog toe in Holland niet bekend was".

25 Monument. In de kern vermoedelijk een 17de eeuws huis met een gevel in een mengsel van stijlen uit de tweede helft van de 19de eeuw en een 17de eeuwse gevelsteen 't Gulden Kalf. Uit het 'inbrengstenregister' van de Weeskamer blijkt dat al in 1545 Hendrick Gerritsz Pecklap vanuit 't Gulden Kalf begraven wordt. Op de gedetailleerde voorstelling is de dans om het Gouden Kalf weergegeven (Exodus 32:1-19). Mozes vertoefde op de berg Sinaï om van God de tien geboden te ontvangen. Het duurde voor het volk onbegrijpelijk lang, men dacht hem nooit meer te zien. Daarom maakte men een afgodsbeeld, in de vorm van een gouden kalf, waaraan men offers bracht. De mensen vierden feest en dansten om het gouden beeld. Toen Mozes uiteindelijk de berg afgedaald was en de uitzinnige menigte zag, stond hij op het punt de 'tafelen der wet' ('de tien geboden') kapot te smijten. Het reliëf is gehakt naar een tot nu toe onbekende gravure. Het reliëf is omgeven door een als touw gedraaide profielrand.
Na 1911 is hier de winkel in slagersgereedschappen en weegwerktuigen van Abraham Van Crevel (Rhenen, 3 maart 1884 – Sobibor, 14 mei 1943). Hij was getrouwd met Mietje van Crevel-Visjager (Amsterdam, 25 februari 1888 – Sobibor, 14 mei 1943) en zij hadden een dochter Suze van Crevel (Amsterdam, 18 oktober 1926 – Sobibor, 14 mei 1943).
In december 2016 wordt het pand gekraakt vanwege lange leegstand. De voorzieningenrechter bepaalt in mei 2017 dat de krakers moeten vertrekken zodat de verbouwing, inclusief herstel van de fundering kan beginnen.

27 Monument uit de 18de eeuw (klokgevel) en de 19de eeuw (fronton).

29 In 1925 was hier een schoenhandel gevestigd.
Centra begon in 1946 als Hollands eethuis, maar is in 1968 veranderd in een Spaans restaurant, nadat een aangewaaide Spaanse kok met groot succes, naast de kotelet met sperziebonen, calamares en zarzuela was gaan serveren.

Luister naar Louis Davids met 'Leentje uit de Lange Niezel', een opname van 1927.

Meer lezen:
Bewindhebber VOC
Bicker, Cornelis
Burgemeester
Graeff, de, Cornelis
Kapitein der burgerij
Sweelinck, Jan Pietersz

Voor het laatst bewerkt: