Verversstraat
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Leeuwenberg-complex
Adres: Verversstraat 2-10, Groenburgwal 5-13, Raamgracht 58-88
Architect: G.M.Leeuwenberg; Broersma
Bouwtijd: 1927-1938; 1988
Opdracht: G.J.Leeuwenberg Zoon’s IJzerhandel

Het Leeuwenberg-complex aan Groenburgwal, Raamgracht en Verversstraat is in een aantal fases ontstaan. In 1937 en 1938 werden panden aan de Raamgracht 58-88 aangekocht, afgebroken en de nieuwbouw in het bestaande complex geïntegreerd. Verversstraat 2-10 is met een luchtbrug gekoppeld aan Verversstraat 27-29.
In 1887 had Charles Bingham in Utrecht de ‘Simplex Automatic Machine Company’ opgericht. Petrus Johannes Maria Leeuwenberg (1865-1944) trad in 1891 aan als directeur. In 1895 werd de onderneming verplaatst naar de Overtoom 263-271 in Amsterdam en ging daar verder als ‘Simplex Rijwielfabriek’ die een deel van de productie onderbrengt in het Leeuwenberg-complex aan de Verversstraat.

Naam: Kleine Leeuwenberg
Adres: Verversstraat 5-11, Zwanenburgwal 20
Architect: G.M.Leeuwenberg; S.Visser
Bouwtijd: 1932; 1990
Opdracht: G.J.Leeuwenberg Zoon's IJzerhandel; -

In 1932 werd dit pakhuis gebouwd door architect G.M.Leeuwenberg. Het pand loopt door tot de Zwanenburgwal 20 dat deel uitmaakt van het geheel. In 1969 werd de ijzerhandel verkocht, maar de panden bleven wel in eigendom van de firma. In 1990 volgt de verbouwing tot woningen door architectenbureau S.Visser.

Adres: Verversstraat 16-18
Bouwtijd: 1884
Architect: J.W.Meijer
Opdracht: J.M.Beffie

In de zogenaamde Kaapse tijd, een korte maar hevige bloeiperiode in de diamantindustrie (van 1870 tot circa 1875) had Isaac Mozes Wolff (1840-1919), gehuwd met Sofia Eliazer Suikerman (1860-?), een fortuin verdiend. In 1884 liet hij twee fabrieken bouwen, diamantslijperijen die door stoom werden aangedreven. Zijn vader was de diamantslijper Mozes Wolff, zijn grootvader Wolff Moses Beffie (1769-1842). De voornaam was nu tot achternaam gepromoveerd. Isaac spande zich in om de achternaam Beffie terug te krijgen hetgeen in 1877 lukt. Op 30 mei 1878 wordt in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeld dat bij Koninklijk Besluit van 30 september 1877 Isaac Wolff ('zich ook noemende Isaac Moses Wolff') wordt toegestaan aan zijn geslachtsnaam 'Beffie' toe te voegen. Ook zijn nakomelingen krijgen het recht de dubbele achternaam 'Wolff Beffie' te dragen. De hoofdletters I en J waren destijds elkaars equivalent. Voor de naam van de firma werd Wolff weggelaten waarmee de firma officieel J.M.Beffie was geworden.
Al snel na de in gebruikname van de diamantslijperij aan de Verversstraat 57 begon Isaac Beffie met de voorbereidingen tot het bouwen van een volgend fabrieksgebouw met stoomschoorsteen en ketelhuis-machinekamer voor dit adres, gelegen tegenover Verversstraat 57. Er is ruimte voor 28 slijpmolens. De architect van het fabriekspand was J.W.Meijer. De eerste steen is gelegd door Schoontje Wolff Beffie (1870-1942, Apeldoornsche Bosch), de oudste dochter van Isaac Beffie, of zoals de steen verwoord ‘Eerste steen gelegd door S.I.Wolff Beffie oud 13 jaar 7 mei 1884’. Schoontje trouwde in 1888 in Amsterdam met Joël Kaas (1864-1929).
Op de steen staan de initialen van Schoontje vermeld: ‘S.I.’. De ‘I’ verwijst naar vader Isaac. In joodse families was het gebruikelijk dat de kinderen bij (min of meer) officiële gelegenheden mede de naam van hun vader droegen, ook als het om meisjes ging.
In een krantenbericht van augustus 1895 is te lezen dat er rellen zijn tussen stakers, werkwilligen en politie in en om de smalle Verversstraat. Wat is er aan de hand? De ANDB, vakbond van diamantbewerkers, had de werknemers van Beffie opgeroepen te staken omdat ze werkten onder het minimumtarief. Bij Beffie zouden toen zo'n 100 mensen werkzaam zijn. De oproep werd echter genegeerd: het personeel vond het minimumtarief te hoog en wees daarbij op de concurrentie in Antwerpen.

Adres: Verversstraat 26
Architect: F.L.Janssen, Van der Zon en Broersma
Bouwtijd: 1877, 1990
Opdracht: Diamantslijperij A.L.Voorzanger & Co, -

Architect F.L.Janssen bouwt voor de firma Voorzanger een diamantslijperij. Bij diamantslijperij Voorzanger & Co waren 72 slijpmolens in bedrijf. Het is niet bekend wanneer de diamantslijperij is opgehouden te bestaan en of er nog andere bedrijven in dit pand hebben gehuist. Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw staat het leeg. Volgens overlevering wordt het pand begin tachtiger jaren gekraakt. Niet door deur of raam te vernielen, maar op subtiele wijze door een doorbraak te maken in de muur van een belendend pand. De kraakbeweging is een groot voorstander van sociale woningbouw op het nabij gelegen Waterlooplein dat dan geheel is kaal geslagen voor de metrobouw. De gemeente heeft andere plannen. Al geruime tijd wil die een nieuw stadhuis en een nieuw operagebouw hebben en de grote ruimte van het Waterlooplein lijkt daar prima geschikt voor. Uit het tekstboek van de volksopera ‘De (S)tempel van Monsterdam’ komt het volgende beeld naar voren: ’Het centrale thema in deze Volksopera betreft de ondemokratische besluitvorming en de gebrekkige inspraakprocedure – oftewel het gerommel en gekonkel – rond de bouw van de Stopera. Zo werd bijvoorbeeld al met de ontruiming van het plein en de voorbereiding van de bouw begonnen, terwijl de bestemmingsplanprocedure nog niet afgelopen is, wat de inspraak tot een farce maakt. Van alle kanten kwamen er bezwaren: van buurtbewoners, ambtenaren, architekten, etc., maar Den Haag gaf alleen subsidie voor het kombinatieplan .../... waarop het gemeentebestuur dit plan er dan doorgedrukt heeft.’

Bij Freek Toorop leefde het idee voor een anti-Stopera opera. Juan Tajes bedacht de raamvertelling en Willem de Wijs bracht de politieke informatie erin. Voor de vorm van de opera is een sprookje gekozen wat de mogelijkheid biedt om op satirische wijze weer te geven hoe de hele gang van zaken rond het Waterlooplein geweest is. Hoofdfiguur is een zevenkoppige draak welke het bestuur van Monsterdam uitbeeldt (de zeven partijen van het Amsterdamse gemeentebestuur) bij de teugels gehouden door Vrouwe Bureaucratia. De opera werd uiteindelijk in de Mozes & Aäronkerk opgevoerd. Op een keldermuur is nog een voorstudie van de zevenkoppige draak, hier met vijf koppen.
In 1990 vindt de verbouwing tot woningen plaats door de architecten Van der Zon en Broersma.

Naam: Leeuwenberg
Adres: Verversstraat 27-29, Zwanenburgwal 50-60
Architect: G.M.Leeuwenberg; S.Visser
Bouwtijd: 1936; 1990
Opdracht: G.J.Leeuwenberg Zoon's IJzerhandel; -

Twee hoge panden aan de Zwanenburgwal, een woonhuis en een pakhuis, werden in 1936 afgebroken en vervangen door een nieuw pakhuis naar ontwerp van architect G.M.Leeuwenberg, dat doorloopt tot aan de Verversstraat. De firma staat inmiddels onder leiding van J.M. en S.W.Koot. De toen gebouwde luchtbrug met het beeldmerk LZA (Leeuwenberg & Zoon’s Amsterdam) over de Verversstraat vormde de verbinding met het pand van G.J.Leeuwenberg & Zoon's IJzerhandel aan de Verversstraat 2-10. Dit grote pakhuis kreeg vloeren van gewapend beton en twee liften. Het telt zeven bouwlagen en een zolder en is zo'n 23 meter hoog, exclusief de machinekamer voor de liften. Naar verluidt zou de luchtbrug van belang zijn geweest om wapentransporten tussen de twee panden mogelijk te maken zonder over straat te hoeven. Wapenproductie was één van de bezigheden van de firma Leeuwenberg. In 1990 heeft Sytze Visser de verbouwing tot woningen uitgevoerd.

Adres: Verversstraat 57 (vh 15)
Bouwtijd: 1884; 1985
Architect: J.W.Meijer; S.Visser
Opdracht: J.M.Beffie; -

In de zogenaamde Kaapse tijd, een korte maar hevige bloeiperiode in de diamantindustrie (van 1870 tot circa 1875) had Isaac Mozes Wolff (1840-1919), gehuwd met Sofia Eliazer Suikerman (1860-?), een fortuin verdiend. In 1884 liet hij twee fabrieken bouwen, diamantslijperijen die door stoom werden aangedreven. Zijn vader was de diamantslijper Mozes Wolff, zijn grootvader Wolff Moses Beffie (1769-1842). De voornaam was nu tot achternaam gepromoveerd. Isaac spande zich in om de achternaam Beffie terug te krijgen hetgeen in 1877 lukt. Op 30 mei 1878 wordt in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeld dat bij Koninklijk Besluit van 30 september 1877 Isaac Wolff ('zich ook noemende Isaac Moses Wolff') wordt toegestaan aan zijn geslachtsnaam 'Beffie' toe te voegen. Ook zijn nakomelingen krijgen het recht de dubbele achternaam 'Wolff Beffie' te dragen. De hoofdletters I en J waren destijds elkaars equivalent. Voor de naam van de firma werd Wolff weggelaten waarmee de firma officieel J.M.Beffie was geworden.
In december 1883 begon J.M.Beffie met de voorbereidingen tot het bouwen van een fabrieksgebouw met stoomschoorsteen en ketelhuis-machinekamer. De architect van het fabriekspand was J.W.Meijer. De eerste steen werd gelegd door zijn jongste zoon Willem Isaac Wolff Beffie (1880-1950) op zijn vierde verjaardag 12 februari 1884. In het pand werd een stoomdiamantslijperij gevestigd met 36 slijpmolens. Aansluitend zal hij direct tegenover dit pand een voldende slijperij bouwen op Verversstraat 16-18.
In 1908 deed Isaac de zaak over aan zijn oudste zoon, Eliazer, maar de firma was toen al uit de Verversstraat vertrokken (voor 1904).
In 1910 opende in het pand een schijvendraaierij. Bij dit initiatief waren J.Cardozo (Jodenbreestraat 101), M.Neeter sr. (Amstel 260), J.Plas (Nieuwe Prinsengracht 37) en J.J.Mulder betrokken.
Het pand is in 1985 verbouwd tot woningen onder leiding van architect S.Visser.
Willem Wolff Beffie (1880-1950) is eerst werkzaam in de diamantslijperij van zijn vader in de Verversstraat. In 1909 startte hij met Hartog Polak een loondiamantzagerij (waarbij diamant in opdracht werd gezaagd), onder de naam Groen & Co. Deze was tot 1920 aan de Sint Willebrordusstraat 41-43 gevestigd, tot 1925 aan de Ruyschstraat 85 en daarna aan de Valckeniersstraat 85. In deze periode maakte Willem zijn fortuin, maar eind jaren twintig was de bloeitijd voorbij. Groen & Co hield per 1 januari 1930 op te bestaan.
Willem Beffie reisde graag en was vaak in New York te vinden waar hij zich in 1939 settelde. Hij was diamantair en was kunstverzamelaar en in de periode tussen de Wereldoorlogen verzamelde hij het grootste deel van zijn kunstcollectie. Tussen 1912 en 1918 werden er zelfs meer dan 500 werken van 60 kunstenaars aangeschaft; werken van indertijd onbekende schilders als Marc Chagall, Wassily Kadinsky, Paul Klee en Jan Sluijters. Voor de Franse kubist Henri Le Fauconnier was Willem de ‘stille mecenas'. Beffie hield de collectie voor zichzelf. Daardoor is de precieze inhoud van de verzameling onbekend gebleven, maar het was, zelfs naar internationale standaarden, een grote verzameling. Een groot deel van de collectie hangt nu in de belangrijkste musea van de VS en Europa.
Een andere grote hobby was dansen, maar deze passie werd hem op 4 oktober 1950 fataal als hij op de dansvloer van een dansstudio in Manhattan overlijdt.

Meer lezen:
Janssen, Frederik Lodewijk
Leeuwenberg, Godefridus Maria
Leeuwenberg-complex: Groenburgwal 5-13; Raamgracht 58-88
Meijer, J.W.
Simplex Rijwielfabriek: Groenburgwal 5-13; Overtoom 263-271
Visser, Sytze

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
Inventarisatie Joods Cultuurhistorisch Erfgoed
joodsamsterdam.nl
delpher.nl
amsterdamopdekaart.nl
eerstesteen.nl