Groenburgwal
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Ontstaan:
De Groenburgwal komen we op de beroemde plattegrond van Cornelis Anthonisz van 1538/1544 nog niet tegen. Dan heet het hele gebied aan de overzijde van de Kloveniersburgwal nog Die Raemen naar de droogrekken voor de lakenstoffen. Tot 1525 was het gebied in eigendom van het Oude Nonnenklooster maar in dat jaar werd het door de stad aangekocht. Enige jaren later waren de lakenververs hier actief. Het eiland was bereikbaar over een houten brug vanuit het Raempoortje in de stadsmuur ter hoogte van het Rusland. Op grond van de stadsuitbreidingsplannen van 1585 werd het gebied in 1593 aan de stad toegevoegd. Kort hierna werd het terrein aangewezen voor de lakenververijen die uit de binnenstad moesten verdwijnen en werd het voor bebouwing gereed gemaakt. Een nieuwe gracht werd gegraven waarlangs de ververijen zich konden vestigen. Ze werden aan de oostzijde gepland op erven die doorliepen tot de Verversstraat. Aan de westzijde van de gracht mocht alleen worden gewoond en waren vervuilende ambachten en opslag van giftige stoffen verboden.
Omstreeks 1630 werden stukken Amstel aangeplempt en ontstonden de uitbreidingen tot de huidige ’s Gravelandseveer en Staalkade.

Naam:
Oorspronkelijk werd de gracht de Verwersgraft genoemd. Al op kaarten van 1625 wordt groene Burchwal gebruikt. Opvallend is dat alleen de zijde aan de kant van de Kloveniersburgwal de naam groene Burghwal heeft. Voor de overkant wordt Verwersgraft gebruikt. De groene Burghwal heeft bomen ingetekend, iets wat aan de kant van de Verwersgraft ontbreekt. De verklaring dat de naam zou zijn ontstaan door de aanwezigheid van groenververijen is afkomstig uit een straatnamenboek van 1913 en sindsdien geciteerd. Maar is dit juist?
Eigenlijk bestaan er geen groenververijen maar alleen blauwververijen. De kleurvastheid van blauwgeverfd laken was een goede ondergrond voor andere kleuren. Door rood verven ontstond zwart en door geel verven ontstond groen. Het waren dus twee aparte behandelingen waarbij nagenoeg geen groenige kleurstof in het verfbad achter bleef die dan watervervuilend de gracht inging. Er werkten hier dus in hoofdzaak blauwververs of blauwlakenververs.
Het zijn transportakten die wellicht een duidelijker licht werpen op de naamsoorsprong. Een akte uit 1596 heeft het over ’... een erve gelegen buyten de raempoort in de raemen aen de oostsijde van de nieuwgegraven verwersgraft … streckende voor van de burgwal tot agteraen de gemeene straat …’. Hier blijft de naam Verwersgraft gehandhaafd. Vanaf 1608 wordt de westzijde, met de bomenrij, consequent i>’de groene burghwal’ genoemd. Nu waren bomen aan de gracht een nieuw verschijnsel en daarmee kenmerkend. Ze waren het gevolg van een idee om bij de stadsuitbreidingen bomen langs de nieuwe grachten te planten zodra de huizen waren gebouwd. Jan ter Gouw had al in zijn ‘Amstelodamia’ in 1877 geschreven dat het groene komt van de bomen aan de westzijde van de gracht.

Groenburgwal 1 Is een huis met achttiende-eeuwse gevel. De puntgevel is het gevolg van een latere wijziging. De houten pui heeft een gesneden deur, deurkalf en snijraam.

Groenburgwal 2a Naam: De Cleyne Hercules
Het pand is gebouwd op een erf van de verver Hans Senepaert die dat in 1600 had gekocht. Het is niet duidelijk of hij ook de bouwheer was. Het huis bezat oorspronkelijk een trapgevel daterende van ca. 1610. De onderpui en deur zijn vroeg in de 19de eeuw door baksteen vervangen in Lodewijk XIV-stijl terwijl de trapgevel werd gewijzigd in een tuitgevel en de kozijnen van de eerste verdieping versmald. De tweede verdieping werd tot 1956 bewoond door beeldhouwer John Rädecker (1885-1956). In 1974 woonde er Prof.Dr.Willem van Maanen (1890-1989), hoogleraar in de Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Na de restauratie door de bouwkundige W.D.Wouters in 1955 is in 1956 de in 1880 verdwenen gevelsteen met een worsteling tussen twee mythologische figuren herplaatst. De halfgod Hercules is in gevecht met Antaeus, een reus van zo'n 30 meter lang. Het reliëf, een verbeelding van de oude huisnaam, is gehakt door beeldhouwer Maarten Mooij, naar een tekening die jonkheer Lopez Suasso in 1868 maakte.
Antaeus was de zoon van zeegod Poseidon en landgodin Gaia. Zolang hij in contact bleef met de aarde (zijn moeder) was hij niet te verslaan, maar toen Hercules hem in het gevecht van de aarde optilde, verloor hij al zijn kracht en was hij geen partij meer.
Groenburgwal 3 Omstreeks 1886 wordt dit pand gebruikt door makelaar H.J.J.Frankemolen jr. die we ook als eigenaar van Groenburgwal 15 zullen tegenkomen.

Groenburgwal 4-12 (14) Naam: Jan Krimpengang ook wel Zuidergang is genoemd naar een bewoner (voor 1740).
Architect: Jansz Huijs
Bouwjaar: 1630
Uit oude brieven blijkt dat de opdracht tot de bouw van huizen in deze gang in 1630 is gegeven aan timmerman Jansz Huijs. De huizen op 10-12 zijn wellicht ouder. Ze zijn gebouwd op een erf dat de verver Hans Senepaert in 1600 had gekocht. Wie de eventuele bouwheer is,is niet bekend.
Van het op een na laatste huis in de gang is in ieder geval vanaf 1715 meestertimmerman Christiaan Heijmarck eigenaar. Hij verkoopt het huis in november 1740 aan Gijsbert van Mourick. Gijsbert verkoopt het huis in mei 1759 aan Anna Maria Graver weduwe van Pieter Clicquet. Zij heeft in januari 1759 al een ander huis in deze gang gekocht van de Erven Jan Schuurman.

Pieter Clicquet (1701-1758) was de zoon van Jean Clicquet (1665-1747). Jean was een Amsterdamse koopman en vier keer getrouwd, voor het laatst met Margaretha Alstorphius. Hij werd tot drie keer toe weduwnaar, waarvan twee maal binnen een jaar; twee van zijn drie kinderen stierven jong. Uit het huwelijk met Margaretha worden geen kinderen geboren. Na een huwelijk van tweeëntwintig jaar sterft Margaretha en wordt in de Nieuwe Kerk begraven. Hij woont waarschijnlijk aan de Kloveniersburgwal 77, Huis De Star / Huis Van Bambeeck, waar de huizen Groenburgwal 4-12 tegenaan sluiten. Vanaf 1721 huurt hij de buitenplaats Vechtvliet aan de Vecht en in 1731 wordt hij eigenaar. In 1743 koopt Jean de grafkapel naast de Hervormde Kerk van Breukelen van Jan Elias Huydecoper, eigenaar van Goudestein. In juni 1747 laat hij nog een testament opstellen, waarbij hij onder andere fl. 50.000 aan zijn enige kleinzoon Jean legateert. Eind augustus/begin september sterft hij op 82-jarige leeftijd en wordt begraven in de grafkapel in Breukelen.
Zijn zoon Pieter Clicquet krijgt in zijn huwelijk met Anna Maria Graver in 1729 van zijn ouders 126.000 gulden mee. Na het overlijden van Jean volgt Pieter hem op als eigenaar van het buiten Vechtvliet en Kloveniersburgwal 77. In 1730 werd hun zoon Jean geboren.
Jean (Jan) Clicquet (1730-1788? of 1802) trouwde met Maria Theresia Andreoli/Andrioli en behoorde tot de groep van 500 rijkste Nederlanders in de 18de eeuw.

In 1853 woonden er minstens tien huishoudens in deze gang.

In de eerste helft van de 20ste eeuw is hier een confectiefabriek gevestigd, later gevolgd door drukkerij Flesscheman Elco, eigendom van de joodse directeuren L.Cohen (van Eeghenlaan 7) en S.de Jong (Johannes Verhulststraat 208). Louis Cohen, de naamgever van Elco, werd in Muntendam geboren in 1880 en was tot 1923 gehuwd met Paula Cahn (1883-) en van 1925 met Janneke Massaut (1900-). Hij had met Paula drie kinderen, Louise (1924), Paula Roset (1926) en John Arnold (1928). Louis overleed in 1959.

In de Tweede Wereldoorlog is de naam gewijzigd in Drukkerij Elco met als Treuhänder J.L.Buitendijk. Hij adverteerde in het antisemitische blad ‘De Misthoorn ‘.
Tegenwoordig is de gang afgesloten van de gracht en de ingang van nummer 14 naar het binnenterrein verplaatst.

Naam: Leeuwenberg-complex
Adres: Groenburgwal 5-13, Raamgracht 58-88, Verversstraat 2-10
Architect: G.M.Leeuwenberg (familie van de opdrachtgever); Broersma
Bouwtijd: 1927-1938; 1988
Opdracht: G.J.Leeuwenberg Zoon's IJzerhandel
Het vorige pand Groenburgwal 5 was een ontwerp van architect G.B.Salm.
Het Leeuwenberg-complex aan Groenburgwal, Raamgracht en Verversstraat is in een aantal fases ontstaan.
Aan de Groenburgwal was al een ijzerwarenhandel gevestigd. Deze werd in 1896 overgenomen door de zonen van Goverinus Johannes Leeuwenberg (1823-1898) die hiermee de winkel/groothandel vanuit Delft naar Amsterdam verplaatsten. Zij handelden in ijzerwaren, wapens en rijwielen. Aanvankelijk werken de vier zoons van Leeuwenberg mee in de ijzerhandel. Leeuwenberg was al sinds 1820 een winkel/groothandel in ijzerwaren in Delft opgezet door de vader van Goverinus. Die winkel deden de zonen Jan, Petrus, Louis en Anton in 1896 van de hand aan Herman Romijn; de groothandel verplaatsten ze naar Amsterdam, naar Groenburgwal 13. De huisarchitect is een zoon van Johannes Petrus Gerardus Hendrikus (Jan) Leeuwenberg (1860-1930). In 1911 is Antonius Josephus Maria (Anton) Leeuwenberg (1870-1945) nog de enige directeur. Petrus Johannes Maria Leeuwenberg (1865-1944) richt samen met Charles Bingham in 1887 in Utrecht de ‘Simplex Automatic Machine Company’ op. In 1895 wordt de onderneming verplaatst naar Amsterdam en gaat daar verder als ‘Simplex Rijwielfabriek’.

In 1927 kwam een belangrijke uitbreiding tot stand. De verkrotte huizen op Groenburgwal 7-9 werden gesloopt en vervangen door een pakhuis. De panden werden net zo hoog als de al bij het bedrijf in gebruik zijnde panden Groenburgwal 11-13. In 1931 was de verbouwing klaar en maakte Groenburgwal 5-13 deel uit van het Leeuwenbergcomplex dat zich uitstrekte tot en met de achtergelegen Verversstraat 2-10.
In 1937 en 1938 werden panden aan de Raamgracht 58-88 aangekocht, afgebroken en de nieuwbouw in het bestaande complex geïntegreerd. Alleen het hoekpand Groenburgwal-Raamgracht ontbrak nog.
De expansie zette zich voort onder leiding van J.M. en S.W.Koot en een luchtbrug met het beeldmerk LZA (Leeuwenberg Zoon's Amsterdam) over de Verversstraat ging in 1936 het bestaande complex met een nieuw groot pakhuis aan de Zwanenburgwal, doorlopend tot de Verversstraat, verbinden. Tenslotte werd in 1957 de begane grond van Groenburgwal 15 bij het complex getrokken: er kwamen een fietsenstalling en toiletten.

In 1969 werd de ijzerhandel verkocht en verdween uit de binnenstad. Wel behield het bedrijf de leeggekomen panden en wilde ze afbreken om plek te maken voor een hotel. Het complex werd daarop gekraakt. Verkoop aan de gemeente is de volgende stap gevolgd door een verbouwing tot woningen door architect of bouwbedrijf Broersma die de panden in 1988 oplevert. Opvallend is de plaatsing van de warmte-isolatie die uitwendig wordt aangebracht en in verschillende kleuren paars, roze en lila afgewerkt. Niet iedereen kan de kleuren bewonderen en een aantal buurtbewoners probeerde tevergeefs in 1987 de kleurstelling bij de rechter aangepast te krijgen. Het oorspronkelijk paarse deel aan de Raamgracht heeft op een later moment een neutralere kleur gekregen. In 2022 is het gebouw bekend als de Corridorflat verwijzend naar de opbouw van per verdieping een hal/galerij waar alle flats op uit komen.

Groenburgwal 14 Het pakhuis is gebouwd in het laatste kwart van de 18de eeuw met een houten pui. In het eerste kwart van de 20ste eeuw is het bovendeel vernieuwd.
Gebruikers: Vanaf 1883 hield het genootschap ‘Liefdadigheid Naar Vermogen’ hier kantoor. In 1871 waren Johan Frederik Lodewijk (Louis) Blankenberg (1852-1927) zijn broer W.R.Blankenberg en hun halfzus mevrouw Tetterode-Blankenberg in alle bescheidenheid het werk begonnen vanuit een kamer van het woonhuis van Johan, Raamgracht 8. Het genootschap was begonnen onder de naam L.N.V. met de niet helemaal schertsende betekenis ‘Liefdadigheid, Nut, Vermaak’. De contributie bedroeg een kwartje per week waarmee de liefdadigheid werd bedreven. Overigens nam de liefdadigheid zo veel tijd in beslag dat de andere twee letters nauwelijks aan bod kwamen. Op het gebied van armenzorg in Amsterdam heeft L.N.V. veel mooi werk gedaan. In 1886 zijn ze in het bezit gekomen van het gebouw aan de Raamgracht 4. Na 1900 werden aansluitende enkele panden aan de Kloveniersburgwal aangekocht en een verbouwing doorgevoerd naar ontwerp van architect J.W.Hanrath. L.N.V. verbleef tot 1914 aan de Geldersekade 92. Het genootschap werkt sinds 1946 voort onder de naam ‘Zorg en bijstand’ (2022 Kloveniersburgwal 43). Deze instelling heeft vooral de materiële hulp en praktische armenzorg tot haar taak gerekend. Na de oorlog ontstond meer behoefte aan psychosociale hulpverlening, waarvoor de Stichting Blankenberg verantwoordelijk is. L.N.V. is in 1978 gestopt.
1889 was een rampzalig jaar voor L.N.V. met een groot gebrek aan inkomsten. In 1890 werd Liefdadigheidsdag bedacht naar het Engelse voorbeeld 'Hospital Sunday' en gehouden op Hemelvaartsdag. De collecte bracht boven verwachting op en een traditie was geboren. In 1914 wordt bedacht aan alle gevers een nammak edelweissbloemetje te geven zodat ze herkenbaar waren als schenker. Het eerste jaar werden 20.000 bloemetjes weggegeven. Met een onderbreking gedurende WO2 werd Liefdadigheidsdag gehouden tot 1965.
Het pand werd in 1898 verbouwd tot sigarenfabriek. Architect van dit project was Ed.Cuypers.
De confectiefabriek ‘Groenburgwal’ heeft het pand in 1921 in gebruik. De bovenverdieping is waarschijnlijk voor hen verbouwd. Directeur was Louis Flesseman (1897-1970), een kleinzoon van de oprichter van textielhandel Flesseman op de Nieuwmarkt.
De NV Amstelhoedenfabriek betrekt het pand in 1934. In 1957 kwam er de Weense hoedenfabriek. Deze fabriek was opgericht door de joodse hoedenmaker Josef Niwes (1894-1949). Josef was getrouwd met Julia Brunner (1894-194?). Uit dit huwelijk komen een dochter (1917) en een zoon (1919) voort. Josef Niwes hertrouwt na een scheiding met Evelyn (Eva) Marcus (1902-1942), een gescheiden moeder met twee zonen. Zij komen naar Amsterdam waar Josef een hoedenfabriek begint. Het gezin woonde aan de Rijnstraat 164. Zijn Weensche Hoedenfabriek is tot de liquidatie in 1942 gevestigd aan de Nieuwe Keizersgracht 14. Josef trouwt opnieuw, nu met Karola (Lola) Schawel (1903-) die tijdens de oorlog bij hem in zijn fabriek/atelier werkte.
Wellicht is de fabriek voortgezet door één van zijn kinderen. De Hoedenfabriek zou eerder op de Leliegracht en daarna enkele jaren aan de Amstel zijn gevestigd. De Weense hoedenfabriek zat hier nog toen het pand in 1972 geheel uitbrandde; ze verhuisde daarna naar de Raamgracht.
In 1981 wordt het huis gekraakt en na drie maanden door de politie ontruimd. Daarna volgt een verbouwing waarbij de ingang wordt verplaatst naar de Jan Krimpengang. Sinds 1984 is het een woonhuis.

Groenburgwal 15 Het huidige pand dateert van 1886 met gaaf behouden voorgevel. Het is gebouwd in opdracht van H.J.J.Frankemolen jr. die het eerdere koopmanshuis in 1886 op een veiling had gekocht. Makelaar Frankemolen was destijds gevestigd op Groenburgwal 3.
Omstreeks 1900 is de benedenverdieping een naaiatelier geleid door mej.K.Diamant.
In 1912 en 1913 was er een fabriek in luxe fotolijsten en wandversieringen van De Vries.
In 1957 wordt de begane grond bij de panden Groenburgwak 5-13 toegevoegd als rijwielstalling en toiletruimte.
Van 1921 tot circa 1935 had makelaarskantoor annex timmerbedrijf Frankemolen hier zijn kantoor en werkplaats.
Met de renovatie in 1887 worden de verdiepingen bewoonbaar gemaakt en komt diamantslijper Samson van Rooijen (1837-1891), zijn vrouw Kaatje Bierman (1839-1927) en hun drie kinderen er wonen. Van Rooijen was actief in de Diamantslijpers-Vereeniging en was betrokken bij de oprichting van verenigingsgebouw Plancius. Kaatje en de kinderen verhuizen kort na zijn overlijden.
Een volgende bewoner is Barend Paerl (1852-1928) met zijn vrouw Annetta Rubens (1857-1926). Zij kregen hier twee dochters, Sara Paerl (1885-1885) en Sara Paerl (1889-1942). Het gezin verhuisde in 1897 naar het Waterlooplein.
Sara krijgt in haar huwelijk een dochter Henriette Nanette (Jetty) Paerl (1921-2013). Jetty Paerl is bekend als Jetje van Radio Oranje. Ze zong onder meer het bekende nummer ‘Kom d'r in en zet je hoed af’. Ook trad ze een seizoen lang op in de Snip en Snap Revue van René Sleeswijk sr. en kwam in 1956 uit bij het eerste Eurovisie Songfestival.

Groenburgwal 16 Architect: G.B.Salm
Bouwtijd: 1872
Opdracht: J.P.Mijnssen
Joannes Petrus Mijnssen (-1899) was getrouwd met M.W.von den Steinen en zij woonden op Kloveniersburgwal 85, het achterliggende pand. Hij liet Gerlof Bartholomeus Salm een kantoor bouwen voor zijn activiteiten als makelaar/koopman. De handelsfirma Harrenstein & Mijnssen was een soort van duizendpoot. Zij had als doel ‘handel in Steenkolen, Cokes en Briquetten, makelaardij in Katoen, Petroleum, Manufacturen en Japansche en Chineesche goederen, benevens het drijven van algemeene agentuur- en commissiezaken’. Mijnssen en Gerhardus Cornelis Harrenstein hadden de vennootschap met ingang van 1 januari 1897 voor 18 jaar verlengd.
Mijnssen verhuisde in 1890 naar een door Salm & zoon ontworpen villa in het Willemspark. Groenburgwal 16 werd in 1891 de Sint Mariaschool, een katholieke lagere school, Kloveniersburgwal 85 werd het onderkomen van de zusters van de congregatie van Onze Lieve Vrouw. Het was een verhuizing van de Onze Lieve Vrouweschool aan de Oudeschans. Het pand is tot in de jaren 1970 een school geweest. Nu is het een woonhuis.

Groenburgwal 17-19 19 was voor de oorlog de vestiging van de firma A.S.Eitje, een metaalhandel. Kort na de oorlog begon M.A.Wessels er zijn oudpapierhandel. Al snel verscheen in de gracht een dekschuit met pakken papier en spoedig werden dat er meer. Een gevolg van zijn effectieve reclamecampagnes met een duidelijk logo. De aanvoer vond plaats met vrachtauto’s, waarna de dekschuiten geladen werden die vervolgens werden afgevoerd naar opslagen aan de Vierwindenstraat en Motorkade of pakhuis De Vrede in Zaandam. De omwonenden klaagden midden jaren vijftig bij de burgemeester. Deze snapt het wel en in 1958 wordt de Groenburgwal onbereikbaar voor vrachtauto’s. Wessels verkoopt zijn panden en verplaatst zijn hoofdkantoor naar de Motorkade 4-5.

Groenburgwal 18 Vanaf ongeveer 1900 tot 1909 is hier de vereniging Montefiore gevestigd. Ze kwamen van het Rembrandtplein 12 en verhuisden weer naar Amstel 97. Deze weldadigheids-vereniging werd in 1886(-1957) opgericht en richtte zich op weduwen en wezen van alle gezindten. De organisatie was vernoemd naar de ‘joodse held’ Sir Moses Haim Montefiore (1784-1885), een Brits bankier en filantroop. Hij wijdde zijn leven aan het verlichten van het lot van joden in de wereld en met name Palestina. Op verschillende plaatsen in Europa, ook in Nederland, bestonden soortgelijke organisaties. De organisaties kwamen doorgaans wel vanuit de joodse wereld, waar tsedaka / tsedoke een van de beginselen is. Tsedaka is gebod om te geven aan behoeftigen.
Het doel van de Montefiore-organisaties kon verschillen. In Rotterdam bestond een ‘Montefiore-vereeniging’ welke ten doel had de joodse vluchtelingen te helpen. Zij kwamen voornamelijk uit Oost-Europa en hadden onderdak nodig wanneer ze onderweg waren naar Amerika. De Amsterdamse weldadigheids-vereniging verleende geldelijke hulp aan weduwen die van alles ontbloot waren of aan wezen beneden de 18 jaar ten behoeve van een opname in een gesticht of voor de opvoeding. Ook kon de hulp in natura worden gegeven, dan betrof het eten voor weduwen die veel kinderen hadden. In Amsterdam zamelde de vereniging op velerlei manieren geld in. Amsterdammers in goede doen werden gevraagd rechtstreeks te schenken, er werden collectes gehouden en er werden verkopen georganiseerd. Zo werd in 1891 een entree van 25 cent ten behoeve van de vereniging als toegang tot een meubelverkoping en tentoonstelling. De laatste vermelding van deze organisatie dateert van 1957.
Het pand is in 1953 gesloopt en zal pas na 1980 worden vervangen.

Groenburgwal 24
Architect: L.W.Beirer & P.J.Bekkers
Bouwtijd: 1883
I.Gosschalk heeft, samen met o.a. P.J.H.Cuypers, zitting in de jury voor de prijsvraag voor een ontwerp van het hoofdkantoor van de 'Maatschappij voor den werkenden stand'. Het winnend ontwerp is het in Neorenaissancestijl ontworpen Verenigingsgebouw van L.W.Beirer en P.J.Bekkers. De Maatschappij hield zich onder andere bezig met het oprichten van ambachtsscholen. Hier waren een tekenschool voor meisjes en een industrieschool, een voorloper van de MTS.

Meerdere architecten kregen hier hun tekenopleiding aan de afdeling bouwkundig tekenen. Bekende namen zijn F.A.Warners, Cornelis Kruyswijk, Arnold Ingwersen, Michel de Klerk en Piet Kramer. Margaret Kropholler doorliep hier de Dagteeken- en Ambachtschool voor Meisjes evenals Mary Dorna.
Aan het eind van de twintiger jaren van de twintigste eeuw verhuisde de industrieschool naar het scholencomplex aan Dintel- en Dongestraat.
Groenburgwal 26 Het pand dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de 18de eeuw. De rechte lijst waarop een dakkapel is vermoedelijk 19de eeuws.

Groenburgwal 27 Hier was in de negentiende eeuw de Amsterdamse Overhemden Fabriek van David Fuldauer. Deze fabriek adverteerde rond 1860 in de kranten. En ze maakten niet alleen overhemden, maar nog veel meer artikelen van linnen. David Isaac (Izak) Fuldauer (1830-1888) was de eigenaar van het bedrijf en hij woonde bij de fabriek op de Groenburgwal. Het huidige pand is gebouwd in 1880.
David was de zoon van Isaak Mozes Fuldauer (1796-1860) en Rachel Salomon Meibergen (1800-1879). David was het zesde van de in totaal vijftien kinderen van Isaak en Rachel. David trouwde met Marianna Mozes Rothschild (1836-1907) in 1855 en zij kregen dertien kinderen. Isidore Fuldauer (1862-1943) trouwde met Sellij Fuldauer (1863-1936). Uit dit huwelijk werd een zoon David Izaak (1888-1942) geboren die in 1920 trouwde met Lea Friedberg (1898-). David had een bontpelterij aan de Kloveniersburgwal 109.
Zoon Henri Fuldauer (1867-1945) werd kunstschilder en vooral bekend als schilder van plateelaardewerk. Hij overleed in Amsterdam aan de gevolgen van ondervoeding.

In 1890 verhuisde de familie J.M.Beffie van de Zwanenburgwal 48 naar deze chiquere gracht. Zij hadden hier twee inwonende dienstboden.
Sinds 2022 is hier het Rembrandtpleinhotel.

Groenburgwal 30 De St.Vincentius Tusschenschool is gebouwd in 1903 naar ontwerp van architect J.J.L.Moolenschot. Een tussenschool was een school voor lager onderwijs waarvoor het schoolgeld lager was dan voor particuliere scholen. In 1994 besloot de Stichting Restauratie Monumenten Amsterdam tot aankoop van het schoolgebouw met als doel het te verbouwen tot woningen.
De bakstenen voorgevel met hoge ramen, eikenhouten deur en smeedijzeren ankers is een typisch voorbeeld van een christelijk schoolgebouw uit het begin van de 20-ste eeuw. De achtergevel blijkt echter vroeg 17de eeuws te zijn. Toen maakte het perceel deel uit van het door Philips Vingboons in de 17de eeuw gebouwde complex met het hoofdgebouw aan de aangrenzende Kloveniersburgwal 95 en een tuin-/koetshuis aan de Groenburgwal. Om het uitzicht vanuit het hoofdgebouw aan de tuinzijde te verfraaien werd het tuin-/koetshuis in Lodewijk XIV-stijl gebouwd. In de 20ste eeuw kwam het complex in bezit van de Vincentiusvereniging die op de plaats van tuin-/koetshuis de school liet bouwen, waarbij de prachtige achtergevel behouden en nagenoeg onveranderd is gebleven. Ten behoeve van de bruikbaarheid van de bovenste verdieping is alleen het bestaande fries wat verhoogd.
De voormalige school is inmiddels omgebouwd tot 6 appartementen. De grote ramen laten veel licht binnen. De enorme verdiepingshoogte laat twee lagen per woning toe. Aan de achterzijde per laag een slaapkamer en aan de voorzijde een grote woonkamer met insteekverdieping waar keuken en eetkamer zijn gelegen.

Groenburgwal 31 In 1987 gerestaureerd door architect S.Visser voor Woningbedrijf Centrum-Oost.
Groenburgwal 32-34 Architect: W.A.Ulrich & B.J.F.Kamphuis
Bouwtijd: 1956
Een erg moderne vorm is deze uitbreiding van de jeugdherberg Stadsdoelen aan de Kloveniersburgwal door de architecten W.A.Ulrich & B.J.F.Kamphuis, waarbij getracht is de gevelwand zo min mogelijk uit de toon te laten vallen door het gebruik van slanke betonnen kolommen en een overdosis glas.

Groenburgwal 33 Pand van 1893
Dameskleermaker Hartog Waterman woonde hier vanaf 1903 tot 1925 en maakte hier de dameskleding. Hartog Waterman (1880-1944) was in 1903 getrouwd met Heintje Granaat (1876-1944). Het gezin Waterman, zij hadden drie kinderen; Meijer (1904-1942), Jonas (1906-?) en Betsie (1909-?), woonde hier op 2-hoog en verhuisde in 1925 naar Nieuwe Herengracht 17hs.

Groenburgwal 35 Dit prachtige 18de-eeuwse rijksmonument was nodig aan een restauratie toe. Omstreeks 2020 heeft Schakel & Schrale de fundering van het pand verbeterd en een intensieve cascorestauratie uitgevoerd. Hierbij konden de mooie marmeren vloer, de schouw en de binnenpui worden behouden.
Naast Groenburgwal 36 was de Groenegang.

Groenburgwal 37 is een pand uit het derde kwart van de 17de eeuw gedekt met een rechte lijstgevel uit de tweede helft van de 19de eeuw. Het huis heeft een gevelsteen met een gezicht op een brandewijnpakhuis en de tekst ‘De Laag Brandewijn Stucken’. Afgebeeld zijn twee mannen in een kelder met wijnhevel en glas en twee stellingen met wijnvaten. Een laag is een op rij liggende partij goederen en in dit geval wellicht ook een verwijzing naar de naam van diverse huiseigenaren.
In 1695 werd het huis eigendom van Trijntje Schutte, weduwe van Herman Swijnevoet van der Laagh, van beroep wijnverlater en kleinhandelaar in wijnen, en voor een derde deel van hun dochter Catharina van der Laagh. In 1708 wordt dit pand toebedeeld aan Catharina van der Laagh, de weduwe van Jacob Hartjens. Het pand werd nu eerst vertimmerd. Dit hield waarschijnlijk in de verwijdering van een kalandermolen en het verbouwen tot woning. Een kalandermolen diende om lakense stof glad en glanzend te maken. In de muren van het pand waren uitstulpingen gemaakt, ten koste van de buren, om het paard de ruimte te geven om zijn rondjes te lopen.
In 1764 verkocht Arent Hartjens dit huis, achterhuis en erf. Hij was de broer en enig erfgenaam van Catharina Hartjens en zij waren samen erfgenaam van hun zuster Maria Hartjens. Arent, Catharina en Maria waren de enige nagelaten kinderen en tevens erfgenamen van Catharina van der Laagh zoals vastgelegd per testament van 7 april 1679.

Groenburgwal 39 Omstreeks 1960 was hier H.D.Cotterell gevestigd, een filiaal van het Hamburgs veembedrijf van de Duits-Engelse familie Cotterell gespecialiseerd in cacao. Zij zijn één van de weinig overgebleven puur-Nederlandse veembedrijven in Amsterdam, al decennia zelfstandig en gevestigd aan de Plimsollweg 4 (2022). Het bedrijf beschikt over diverse loodsen in de Amsterdamse haven waaronder loodsen die zijn goedgekeurd voor de cacao termijnmarkt ICE.

Groenburgwal 40 Naam: Malang
Dubbel pakhuis met twee in elkaar geschoven klokgevels uit ongeveer 1745. Dit pakhuis hoorde kadastraal bij Kloveniersburgwal 103, het huis waar Jan Six I (1618-1700) heeft gewoond tot de dood van zijn moeder in 1654. Het pakhuis heeft daarom een fraaie achtergevel in verband met het uitzicht vanaf het hoofdgebouw. De huidige verschijningsvorm van het pand aan de Kloveniersburgwal dateert echter uit de 18de eeuw. Het pakhuis is genoemd naar de stad Malang op Oost-Java.

Groenburgwal 41 In 1910 is hier een advertentiebureau van Hartog Mozes Brander. Hartog Brander trouwde in 1905, 52 jaar oud, met Leah Ricardo. De zoon van Hartog, Mozes Hartog is geboren in 1876 en is volgens zijn gezinskaart achtereenvolgens: stempelmaker, handelsreiziger en vertegenwoordiger. Hij is getrouwd met Rachel Nunes Nabarro. Het bureau zal omstreeks 1915 verhuizen naar Groenburgwal 47.
Groenburgwal 42 Lakenhal, Engelse Episcopale kerk

Groenburgwal 44 Zijdehal

Groenburgwal 45-47 is een opvallend pand waar een pakhuis en woonhuis zijn gekoppeld onder één kroonlijst met trigliefenlijst en een groot driehoekig fronton met jaartal 1775 en festoenen in Lodewijk XVI-stijl.
Nummer 45 is een voormalige pakhuis. Het is van 1921 tot 1993 in gebruik bij de firma A.Serné en Zoon in toneelkostuums van Groenburgwal 56.
Op nummer 47 is sinds 1915 een advertentiebureau handelend als Advertentiebureau Brander gevestigd, voordien geveatigd op nummer 41. Hier staan dan ook Hartog Brander ingeschreven alsmede Mozes Brander en Rachel. Per 1935 verandert de naam in H.M.Brander’s Advertentiebureau welke tot 1940 bestaat.

Groenburgwal 46 is een 17de-eeuws huisje met 19de-eeuwse puntgevel.
Groenburgwal 49 Pand met ingezwenkte halsgevel uit het derde kwart van de 18de eeuw. Het pand is een zogenaamd Van Houtenpand, dat in 1939-1940 opnieuw werd gebouwd op de plaats van een 17de-eeuws pand, met behoud van oude elementen.

Het huis is in 1973 gekocht en in 1974 na een restauratie betrokken door Catharina Paulina van den Tempel. In 2019 liet zij een gevelsteen plaatsen met de Latijnse tekst: AB MCMLXXIV HIC TEMPLI (Sinds 1974 Hier Van den Tempel). De door Jan Hilbers gehakte steen zit vol symboliek. Afgebeeld is een goudgele klassieke tempel met zes Ionische zuilen tegen een hemelsblauwe achtergrond. Op de tempel staat een uil die in dit geval de Universiteit van Amsterdam verbeeldt, de plaats waar de eigenaresse haar hele leven heeft gewerkt. Aan weerszijden van de tempel zijn twee katten te zien. Een huis zonder katten is geen thuis naar haar mening. Links van de tempel zweeft een tennisracket. Paulien leerde haar gade, de bekende tennisster en meervoudig Nederlandse seniorenkampioene Willy Baks, in 1994 kennen op de tennisbaan. Aan de rechterkant van de tempel zweeft, als ware het een tennisbal, het monogram van Paulien, de verweven letters CPT.

Groenburgwal 50 In 1904 was hier de kledingfabriek van Neuburger.
Groenburgwal 51 Een halsgevel uit ongeveer 1700 met gebeeldhouwde fronton in Lodewijk XIV-stijl.
Groenburgwal 52 Ook in pakhuis De Vriendschap was eind vijftiger jaren van de twintigste eeuw een oudpapierhandel gevestigd, het is niet duidelijk of deze ook onderdeel van Wessels was van Groenburgwal 17-19.
Groenburgwal 53 Een pand daterend van 1860.
Groenburgwal 54 Pakhuis van 1882.
Groenburgwal 55 Een relatief groot grachtenhuis met een ingezwenkte halsgevel uit ongeveer 1700. De samengestelde stoep bestaat uit een gewone dwarsstoep en een kleine frontale stoep.

Groenburgwal 56 Jacobus Noordkerk kocht in 1720 het oude huis op deze plek voor fl. 3.050,-. Jacobus was ‘suppoost in den Wisselbank’ en een beschermeling van burgemeester Corver. Noordkerk en zijn echtgenote laten het huis, dat waarschijnlijk bouwvallig was, geheel herbouwen. Het is een ondiep perceel en ter compensatie wordt een hoog koopmanshuis met halsgevel met gebeeldhouwde ornamenten en een klein achterhuisje gebouwd. Het interieur bezit stucwerk, beschilderde plafonds en fraaie paneeldeuren, alles in Lodewijk XIV-stijl.
In 1765 wordt het pand verkocht. Koper is David Borski (1722-1768) die fl. 13.250,- neertelt. David is in 1763 getrouwd met Bartha (Bertha) Janzon (1728-1802). Uit dit huwelijk wordt in 1765 de later beroemde bankier-commissionair Willem Borski (1765-1814) geboren. Hij nam aanvankelijk het werk van zijn vader over, maar schakelde in 1795 over op de handel in graan, indigo en rijst. Profiterend van zijn goede relatie met het bankiershuis Hope en Co legt hij zich daarna toe op de geld- en fondsenhandel. Ten tijde van de Napoleontische oorlogen weet hij door speculatie in aandelen en obligaties enorme bedragen te verdienen. Spoedig behoorde hij tot de zes rijkste Amsterdammers en woont dan al niet meer op de Groenburgwal maar op de Keizersgracht 566. Zijn weduwe, Johanna Jacoba van de Velde (1764-1846) is met dit vermogen één van de grondleggers van de Nederlandsche Bank en droeg tot verrassing van de financiële wereld twee miljoen gulden bij. De Kas-Associatie is een voortzetting van het bankiershuis van de weduwe Borksi.
Het huis wordt hierna voor langere tijd verhuurd.

In 1883 komt het huis in bezit van de familie Serné. Arend Serné en zijn echtgenote Helena van Hoekelen, beide enthousiaste amateur toneelspelers, zijn al sinds 1866 begonnen met het maken en verhuren van toneelkostuums. Meer dan honderd jaar, onder vier generaties van de familie, is het pand in gebruik met ontvangstruimtes, kantoor, atelier, paskamertjes en zolders voor kostuumopslag. In 1921 werd er een nieuwe opslagplaats bij in gebruik genomen: Groenburgwal 45. De firma ‘A.Serné en Zoon’ groeit uit tot een begrip in de toneel- en televisiewereld en levert, uit een steeds groter wordende voorraad, kostuums en rekwisieten aan opera-, operette- en theatergezelschappen, openluchtspelen en gekostumeerde feesten. In 1966, bij het honderdjarig bestaan van de firma, wordt de voorgevel van het huis gerestaureerd in 18de-eeuwse staat. In dit pand en Groenburgwal 45 zijn dan meer dan 40.000 toneelkostuums opgeslagen. In 1971 vindt een verbouwing van de bovenste twee verdiepingen plaats waarna het gezin er definitief gaat wonen. Door teruglopend plezier in het amateurspel en de sterk verminderde interesse in historische aankleding was de firma genoodzaakt in 1993 de zaak op te heffen.

Bij aankoop in 2019 door de huidige eigenaar Vereniging Hendrick de Keijser kwam een opmerkelijk verhaal aan het licht over een plafondstuk in de grote zijkamer. Mr. Hermanus Noordkerk (1702-1771), één van de vijf kinderen van Jacobus Noordkerk en Margreta Lindenberg, verwierf landelijk bekendheid als jurist, schrijver en historicus. Hij was in zijn jeugd opgeleid in de schilder- en tekenkunst bij plafondschilder Ottomar Elliger (de vader van Anthony Elliger). Als hij echter thuis aan de slag gaat met een plafond in opdracht van zijn vader wordt dat een mislukking. Volgens tijdgenoten vormde dit voor Hermanus Noordkerk de aanleiding om de schilderkunst vaarwel te zeggen en theologie, filosofie, geschiedenis en rechten te gaan studeren in Leiden.
Een groot plafondstuk opgenomen in 18de-eeuws lijstwerk en wat onbeholpen geschilderd is nog altijd aanwezig. Het is door de tand des tijds sterk vergeeld, maar wellicht mag het werk worden toegeschreven aan Hermanus Noordkerk.

                             
                              Groenburgwal 56, gesprek met fam.Serné

Groenburgwal 57 Pand met lijstgevel. In 1930 woonde hier de mandenmaker Jacob Lakmaker (1881-1942), zoon van Gerrit Lakmaker en Sara Groen. Hij was in 1906 gehuwd met Naatje Polak (1884-1942). Zij hadden een zoon Gerrit (1921-1944). Jacob was gehandicapt, hij was blind. Hij vermelde dit ook in zijn advertenties en werd aanbevolen door de redactie van het Nieuw Israëlietisch Weekblad.
Groenburgwal 59 Hoekhuis met een getoogde houten kroonlijstgevel met consoles en kuif en een gebeeldhouwde omlijsting van de hijsbalk in Lodewijk XV-stijl. Om de hoek zijn nog enkele consoles. Tegen het hogere deel van de zijgevel is nog een vleugelstuk in Lodewijk XV-stijl aangebracht. De bouwtijd is ongeveer 1750.

Groenburgwal 61 het huis is oorspronkelijk gebouwd in 1633. De lijstgevel dateert uit de verbouwing in de 19de eeuw inclusief de portiek met twee deuren. In 1975 werd het pand gerestaureerd door de stichting Aristoteles waarbij in de voor- en achterkamer en gang plafondschilderingen op planken en balken uit 1633 achter het stucplafond werden gevonden. De schilderingen tonen voluutachtige bloemmotieven op een ossenbloed achtergrond in de voorkamer en bloem-, vogel- en engelenmotieven op een lichtblauwe ondergrond in de achterkamer. Het plafond in de achterkamer verraadt ook het jaar: 1633.

In 1920 woonde hier godsdienstonderwijzer en rabbijn Alexander Salomons (1890-1943), zoon van Simon Salomons en Sprins Wagenaar en getrouwd met Roosje Hes. Hij was bestuurslid/secretaris van de Wereld-Jeugd-Centrale der Mizrachi die in dat jaar een manifest presenteerden. Het begrip Mizrachi is Hebreeuws voor 'oostelijk' en het werd oorspronkelijk gebruikt voor de (joodse) inwoners van Syrië, Irak en andere Aziatische landen. Verder was het pand in gebruik als orthodox pension.

Groenburgwal 63 J.P.A.Hofmans was handelaar in verfwaren. Hij liet dit huis in 1900 bouwen in een sobere art nouveau. De begane grond vormde het magazijn, daarboven was de woning. Het echtpaar Hofmans bewoonde het huis tot 1925.
Na 1916 wordt (een deel van) het huis gebruikt door de firma Boas & Glaser van Groenburgwal 65.

Groenburgwal 65
Architect: J.W.F.Hartkamp jr.
Bouwtijd: 1900
Opdracht: Joh.Niesten
1900: Architect Hartkamp bouwde het pand voor de firma Niesten die het als magazijn voor glas- en aardewerk in gebruik heeft. Het gebouw wordt versierd met art nouveau details.
1913: Van de Waal heeft het pand in gebruik als textielatelier. Hoewel het geen joods bedrijf was, was het bedrijf wel op zaterdag en joodse feestdagen gesloten.
1916:Een volgende gebruiker dient zich aan. Nu is het kantoor en magazijnen van de firma Boas & Glaser. Zij zijn fabrikanten en grossiers van elektrisch materiaal en verlichtingsartikelen en gebruikten ook het naastgelegen pand op 63.
1929: Het pand is in gebruik als kantoor en magazijn bij de Amerikaanse fabrikant van kantoormachines Remington. Dit bedrijf had een showroom in de Reguliersbreestraat.
1935: Remington verhuisde naar de Spuistraat 320-324. De textielfirma Texindus vestigde zich in het pand met een confectieatelier.
In 1952 volgt een veiling van pand en inventaris.

Groenburgwal 67 Dit pand is gebouwd in 1900 in eclectische stijl.
Omstreeks 1902 is het onderstuk in gebruik als kantoor en pakhuis voor de in 1890 door Goossen Leendert Loos (1865-1944) opgerichte firma G.L.Loos. De firma verkoopt onder andere Drachen-Quelle, mineraalwater uit het Zevengebergte en is voordien gevestigd aan het Singel 342. De zaken gaan kennelijk goed en in 1906 is ook het pand op Groenburgwal 69 in gebruik. In 1902 ontstond de firma Loos & Co., waar de handel in koolzuurgas en zuurstof onderdeel was, waarna het bedrijf op een gegeven moment ook koolzuurhoudend water leverde. Dit leidde in 1920 tot een eigen zuurstoffabriek aan de Grasweg en Distelweg. Het kantoor is dan al verhuisd naar de Keizersgracht 689.
Aansluitend werd het onderstuk gebruikt door Meijer Joseph Wijnberg (1880-1942). Hij handelde in alles wat verkoopbaar was. Papieren zakken maar in 1919 ook een partij van 30.000 paar overbodige schoenen van het Franse leger. In 1921 ging hij failliet. In april 1940 komen we hem tegen in een politierapport. Hij woont dan Oudezijds Voorburgwal 167 en doet aangifte van diefstal van een doos Frujetta, gewicht 25 kilogram, ter waarde van fl. 10,00 uit zijn pakhuis aan de Steenhouwerssteeg 3.

Groenburgwal 69 Pand met halsgevel uit ongeveer 1730. In 1877 heeft een restauratie/verbouwing plaats gevonden. In 1906 is het in gebruik bij de firma Loos & Co van Groenburgwal 67.
Groenburgwal 71 Dit dwarshuis bezit een kern uit de 17de- of 18de eeuw. Het uiterlijk is voornamelijk 19de-eeuws met een gevel onder een rechte lijst en voorzien van 19de-eeuwse ankers.

Bruggen
Over de Groenburgwal liggen nu nog twee bruggen, de derde brug tussen ’s Gravelandseveer en Staalkade is al lang geleden verdwenen.
In de Raamgracht ligt brug 226, sinds 5 juli 2016 officieel Raemsluis geheten. Het is een vaste welfbrug van beton en metselwerk. De brug werd in 1893 vernieuwd, waarbij het volgens de aanbesteding ging het om het gedeeltelijk vernieuwen van de dekstenen, het vastzetten van de brugleuning en het opnieuw voegen van het metselwerk en nog enig klein werk.

De Staalmeestersbrug, brug 227, is een enkelvoudige houten ophaalbrug in de Staalstraat en genoemd naar de staalmeesters die hun belangrijke werk uitvoerden in de nabij gelegen Lakenhal en Zijdehal. De huidige vorm lijkt te dateren uit 1886, maar daarna is er regelmatig groot onderhoud. Zo is omstreeks 1925 de brug aan vervanging toe en doen B&W een voorstel voor een bredere en vaste brug. De werkgroep Oud-Amsterdam van de schoonheidscommissie tekent bezwaar aan. Zij voeren als redenen aan:
het prachtige uitzicht vanaf het water van de Amstel naar de Zuiderkerk (Claude Monet maakte hier al eens een schilderij van.);
de door de gemeente verwachte toenemende verkeersstroom werd onderuit gehaald met de opmerkingen dat de Staalstraat (toen al) niet meer verkeer kon verdragen; waarbij werd opgemerkt dat de aanvoer vanuit de Nieuwe Doelenstraat gering zou blijven, want die zat ook al aan haar maximale capaciteit en tenslotte dat de Staalstraat nergens naar een doorgaande verkeersroute leidde. Ook toen al wilde de gemeente de stad verkeersluw maken en verbreding van bruggen en wegen zou dat weer teniet doen.
Het enige dat B&W daartegenin brachten was dat het stukje Groenburgwal grenzend aan de brug nauwelijks enige esthetische kwaliteiten had (eind 20e eeuw zijn bijna alle gebouwen monumenten) en dat het verkeer toch toenam. Na twee jaar was de kogel door de kerk met de beslissing om de toenmalige brug te vervangen door een brug met hetzelfde uiterlijk. Het werk begon op 9 juli 1928 en nam acht weken in beslag.
In mei 1964 is er groot onderhoud aan de brug nodig. Er kwam bijna een geheel nieuwe brug want het bruggedeelte en de balans moesten vernieuwd worden. Het leverde een stremming op van twaalf dagen.

Inmiddels hebben de vele toeristen de tuidraden van de brug ontdekt voor het ophangen van zogenaamde liefdesslotjes, met graagte verkocht door de toeristenwinkel op de hoek. De constructie van de brug is echter niet bestand tegen het grote gewicht aan metaal dat zodoende aan de brug komt te hangen en zodoende wordt de brug regelmatig van de slotjes ontdaan.
In maart 2021 is bij duikinspecties vastgesteld dat de onderste delen van het westelijke landhoofd van de brug en de aangrenzende kademuur in slechte staat zijn. De constructies bewogen naar voren, richting de gracht. In het landhoofd zat onder water een opening waardoor zand en grond uitstroomden. Er zaten meerdere, grote scheuren in het metselwerk van de constructies en onder de kade stonden funderingspalen scheef. De brug en kade werden voor noodreparaties afgesloten van 23 maart tot 4 mei 2021. In het najaar van 2021 zijn op en rond de veiligheidsconstructies plekken gemaakt met planten, viskorven en drijftuinen. Watervogels, insecten, vissen en andere waterdieren kunnen er voedsel en beschutting vinden. Het zorgt voor meer soorten planten en dieren en betere waterkwaliteit. De Staalmeestersbrug en kademuren moeten helemaal worden vernieuwd, maar volgens de huidige planning zal dat gebeuren in de periode 2027–2031 (2022).

Meer lezen:
Antaeus
Art Nouveau
Beirer, Ludwig Wilhelm
Bekker, Petrus Johannes (Peter)
Blauwlakenverver
Cuypers, Eduard Gerardus Hendricus Hubertus (Ed)
Eclectische stijl
Halsgevel
Hartkamp, Johan Willem Frederik
Hercules
Ingezwenkte halsgevel
Kamphuis, Berend Jan Frederik
Leeuwenberg, Godefridus Maria
Leeuwenberg-complex: Raamgracht 58-88; Verversstraat 2-10
Liefdadigheid naar Vermogen: Raamgracht 4; Raamgracht 8
Lijstgevel
Lodewijk XIV-stijl
Lodewijk XV-stijl
Lodewijk XVI-stijl
Mooij, Maarten
Moolenschot, Johannes Josephus Lambertus
Neo-renaissance
Remington
Salm, Gerlof Bartholomeus
Simplex Rijwielfabriek: Overtoom 263-271; Verversstraat 2-10
Staalmeester
Trapgevel
Ulrich, Willy Arendinus
Vingboons, Philips
Visser, Sytze
Wijnverlater

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
amsterdamopdekaart.nl/1850-1940/Groenburgwal/
joodsamsterdam.nl
gevelstenenvanamsterdam.nl
ons amsterdam 2006 (jrg 58)
vvag.nl
monumenten.nl
hendrickdekeyser.nl
amsterdam-monumentenstad.nl
www.kasteleninutrecht.eu
De 500 Rijksten van de Republiek: Rijkdom, geloof, macht en cultuur door Kees Zandvliet
stadsherstel.nl
Ik zal doen wat in mijn vermogen is, dr.J.M.Fuchs, 1971