Sint Nicolaasstraat
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Jan ter Gouw schrijft in zijn Amstelodamiana (1874) over de Sint Nicolaasstraat het volgende: 'Nu was Amsterdam in het begin der 15e eeuw al zoo groot en welbevolkt geworden, dat de Sinterklaaskerk de talrijk opkomende parochianen, vooral bij plegtige gelegenheden, niet meer bevatten kon; daarom gaf de bisschop van Utrecht verlof tot het bouwen van een nieuwe kerk aan de Maagd Maria gewijd, en die wij ook nog altijd, trouwe navolgers onzer vaderen als we zijn, de Nieuwe Kerk blijven noemen. Zóó was Amsterdam toen in twee parochiën verdeeld, gescheiden door ’t Damrak en ’t Rok-in. De Oude Zijde alleen behield den naam van Sint-Nikolaas-parochie, de Nieuwe Zijde bekwam dien van Onze-Lieve-Vrouwenparochie. Maar nu klonk het ach! en wee! onder de Amsterdammers van de Nieuwe Zij; ’t was al gejammer en klaagtoonen wat men hoorde. En waarom? Omdat ze van hun goeden ouden Sinterklaas gescheiden waren! Dat denkbeeld was hun onverdragelijk; mogten ze ook al geen Sinterklaaskerk meer hebben, hun lieven Heer Klaas wilden ze niet verlaten, en om daarvan een opentlijk blijk te geven, plaatsten ze, op den Nieuwendijk aan den hoek van de tweede straat, dus nagenoeg regt tegenover de Sint-Nikolaaskerk, een Sinterklaas “in een casse ofte huysken” , en ’t is daarvan dat die straat nog heden de Sint Nikolaasstraat heet.
Als nu het feest van den Schutsheilig aan de Oude Zij gevierd werd in de kerk, dan vierde men ’t aan de Nieuwe Zij op de straat even hartelijk mee; de gemeente vergaderde aan den hoek van de Sint Nikolaasstraat, en de kapelaan van de Nieuwe Kerk met den zangmeester en de scholieren, “hebbende alle haer choorcleederen aen, schoncken hem een deuntghen, ende de capellaen song het Oremus”.
Maar dit wekte weer een nieuwen naijver bij de Amsterdammers van de Oude Zij, die zich alleen als de echte Sint Niklaasmannen beschouwden, en de bovenhand wilden behouden. En om nu die van de Nieuwe Zij eens voor goed den loef af te winnen, rigtten zij in hun kerk een standbeeld van Sint Nikolaas op van klinkklaar zilver, dat bijna duizend guldens kostte, geen kleine som in dien tijd! Waar dat zilveren beeld gebleven is, weten we; er is in 1578 geld van geslagen. Waar het Nieuwezijds-Sinterklaasje gebleven is, weten we niet; waarschijnlijk is ’t in 1566 weggenomen.'

Wanneer er weer een beeld van Sinterklaas is geplaatst is niet bekend. In 1867 is de straatheilige op de hoek met de Nieuwendijk weer aanwezig in een nis. Hier werd elke avond een kaars gebrand voor de kinderheilige. Maar ook nu verdween het beeld en met de komst van nieuwe panden op de hoek met de Nieuwendijk verdween ook de nis.

Na 2015 is in de zijgevel van het hoekpand Nieuwezijds Voorburgwal 93 een gevelsteen geplaatst met een beeld van Sint Nicolaas. De steen is gehakt door Ton Mooy die als inspiratiebron een schilderij van kunstschilder Gentile da Fabriano (1370-1437) gebruikte. Op die afbeelding zie je een in nood verkerend zeilschip. Het zeil is gescheurd en de bemanning in paniek. In een wonderbaarlijk licht verschijnt Sint Nicolaas die de bemanning behoedt voor een gewisse dood door de storm te doen luwen en de zee te kalmeren. De steen is een schenking van de Stichting Heijmeijer van Heemstede aan Stadsherstel.

De kwaliteit van de woningen laat in 1928 kennelijk nogal wat te wensen over. In dat jaar wordt door B&W een voorstel gedaan om 80 woningen in het bouwblok Sint Nicolaasstraat, Nieuwezijds Voorburgwal en Sint Geertruidensteeg onbewoonbaar te verklaren.
2-4 Hier was een gevelsteen met een staand schaap in de gevel geplaatst. In 1971 werd dit 'Int root Scaep' aangebracht in de zijgevel van Vijzelgracht 1. Het was een eerbetoon aan C.P.Schaap, opzichter bij Bureau Monumentenzorg, die veel te maken heeft gehad met de reconstructie van laatst genoemd pand.

12-14 Architect: H.A.J. & J.Baanders
Bouwjaar: 1932
Opdracht: N.V. Kleeder Magazijnen voorheen P.van den Brul
P.van den Brul had op de Nieuwendijk 182-184 hoek Sint Nicolaasstraat 1-11, de overkant van de straat, een kledingwinkel. Zij lieten het pand bouwen door de architecten H.A.J. & Jan Baanders als garage met bovenliggende ateliers. In de gevel is de gevelsteen van huisnummer 14 herplaatst. Afgebeeld is een krakeling en drie beschuiten. De krakeling is het gildeteken van de bakkers en wellicht verwijzen de beschuiten in deze naar een beschuitbakker. De voorstelling is verwerkt in een cartouche. Ter weerszijden van de bovenste beschuit staat het jaartal 1564. De krakeling was al in de 17de eeuw een populair koekje. Door de vorm wordt aan de krakeling vaak allerlei symbolische betekenissen toegekend. De krakeling was van oorsprong de vorm van een Germaanse armband die als grafgift diende. Dit was of werd te kostbaar en de armband werd in deeg nagemaakt. Een deel werd in het graf geworpen en een ander deel gegeten bij de begrafenismaaltijd. Het jaartal 1932 ter weerszijden van de krakeling is het jaar van schoonmaak en restauratie van de steen.

21 In de oudste bewaard gebleven koop/verkoopakte van dit pand (1695), wordt Hendrick van Heek (1641-1709), beroep wijnkoper, wonende in de Warmoesstraat (15?), eigenaar van het pand. De omschrijving luidt: ‘een huis en erf, zijnde een perserij en lakenbereiderij, en woonhuis tezamen, gelegen in de Sint Nicolaasstraat waar ‘de Ojevaar’ in de gevel staat’. Hendrick trouwde in 1666 met Maria Gosings (1626-1705) en in 1707 met Clara ten Grotenhuijs (1654-?). Verkopers waren de erven Gerrit Swart (1641-1691) in leven lakenbereider en –perser en hier woonachtig vanaf 1665. We mogen aannemen dat het aanvankelijk een ‘industriepand’ was en dat wijnkoper Hendrick van Heek het pand als belegging kocht. Het was niet het enige pand dat Hendrick op zijn naam liet schrijven. In 1685 kocht hij in de Eerste Tuindwarsstraat het huis waar de Gekroonde Vijsel in de gevel staat. In 1686 verwierf hij twee erven aan de Prinsengracht tussen Noorderdwarsstraat en Vijzelgracht. In 1688 koopt hij uit de insolvente boedel van Huijgh van der Schaaf een huis en erf aan de Westerstraat-Anjeliersgracht, naast de beschuitbakkerij. In 1700 volgt de koop van een huis en erf aan de Herengracht tussen de Wijde Heisteeg en de Oude Spiegelstraat. In 1701 tenslotte volgt de aankoop van een branderij en erf aan de Nieuwe Achtergracht aan de noordzijde van het Roeterseiland.
In 1735 verkopen de erven van Van Heek het pand. In de koop/verkoopakte luidt de omschrijving: ‘een huis met twee achterhuizen en erven, waar ‘de Ojevaar’ in de gevel staat en kalanderij gedaan werd’. (Kalanderen is het proces waarbij papier of stof van een plat, glad, glanzend of gegaufreerd oppervlak wordt voorzien door de stof of het papier onder hoge druk tussen rollers door te halen. Gaufreren is het golven, rimpelen of plisseren van de randen van kant, linnen, of welk ander weefsel of garneersel dan ook.)
Nieuwe eigenaar van het pand en de andere opstallen wordt Christoffel Lotman, van beroep spekkoper. Het is vrijwel zeker dat Christoffel Lotman kort na aankoop de oude bebouwing vervangen heeft door het huidige pand Sint Nicolaasstraat 21 en de gevelsteen met het varken en de tekst T BEEMSTER VARKEN als reclame voor zijn bedrijf liet aanbrengen. Het nieuwe, drie vensters brede pand had boven de hoge houten pui nog twee verdiepingen, een zolderetage en een vliering en was bekroond door een fraaie, met beeldhouwwerk gedecoreerde halsgevel. De gevelsteen zit in het fries boven de pui, onder het middenvenster van de eerste verdieping.

25 Hier was tot 1920 een gevelsteen met 5 vrouwenfiguren, In de vyf Sinnen, in de gevel aangebracht. Nu aanwezig in de achtergevel van Herengracht 320-324.

37-43 In 1921 zijn hier de Bureaux der redactie van De Telegraaf gevestigd in een afgedankt fabriekspand.

38 is een ontwerp van architect W.H.Ofeigssen Jr. in 1908 en gerestaureerd door Bureau Monumentenzorg in 1960. In de gevel is een gevelsteen 'In drie Boonstruycke' geplaatst. Een grondige schoonmaakbeurt zorgde voor een hernieuwd leesbare ondertekst en een tot leven komend reliëf. Opvallend in het onderschrift zijn de gekoppelde O's en het afkortingsstreepje aan het eind van de tekst. We moeten hieruit afleiden dat de beeldhouwer de tekst te ruim is begonnen en daardoor te weinig ruimte had. Gelukkig zijn de koffiestruiken wel tot een goed einde gebracht. Het is bekend dat in het begin van de 18de eeuw er in de Sint Nicolaasstraat verscheidene kruideniers/grutterijen en een gespecialiseerde koffiewinkel waren. Vermoedelijk dus ook in dit pand. Bij de opknapbeurt van de steen heeft Jan Hilbers de drie koffiestruiken gepolychromeerd.
44 In 1868 was hier nog een gevelsteen Akerboom ingemetseld waarop een eikenboom en een varken waren afgebeeld. Hierbij moest de boom aangeven dat het varken met eikels was gemest.

48 Na een brand in 1944 verhuisde de gevelsteen De Blauwe Haan 1731 naar De Cuserstraat 13.
49 in 1978 verworven en gerestaureerd in 1982 door Stadsherstel.
50-62 (vh 50) sinds 1978 eigendom van Stadsherstel en in 1982 door hen gerestaureerd.

51 Het pand dateert uit de 17de eeuw en heeft een eeuw later een nieuwe klokgevel gekregen. In het midden van het fries is een gevelsteen met een naar rechts zeilende viermaster opgenomen met de ondertekst ‘In de Barck 1626’. In de 17de eeuw werd met een bark meestal een tweemaster voor de koopvaardij en visserij aangeduid. Maar ook toen al werd de naam gebruikt voor grotere schepen met meerdere masten. De benaming werd vanaf de 18de eeuw algemeen toegepast voor de grote koopvaardijschepen. In oude literatuur wordt het onderschrift als ‘In de Barckman’ genoemd en verklaard door de naam van de bewoner in 1601, ene Jan Janz. Barckman een korenmeter. Voor de schoonmaak van de steen was alleen ‘In de Barck’ te lezen. Na het verwijderen van de oude verflagen kwam het jaartal 1626 tevoorschijn. Omdat de andere tekst verhoogd ligt, lijkt het er op dat de laatste drie letters van Barckman door het jaartal zijn vervangen. In 1647 wordt het huis door de erven Barckman verkocht aan Jan Hendricxz.
In 1879 is Hendrik Leonardus Kreeft (1825-?), uitdrager, hoofdbewoner van het huis. Op een foto uit het begin van de twintigste eeuw is het pand te zien met een reclame voor Tabac en Sigaren, er is een tabaksaffaire of tabakswinkel, waar losse tabak gekocht kan worden voor het zelf draaien van sigaretten.
In 1978 is Stadsherstel eigenaar geworden en zij hebben in 1985 een restauratie doorgevoerd waarbij maar liefst twintig panden tussen de Nieuwezijds Voorburgwal, Sint Nicolaasstraat en de Sint Geertruidensteeg in twee sessies onder handen zijn genomen. Sindsdien is het in gebruik als bedrijfsruimte en zijn op de verdiepingen zogeheten HAT-woningen (Huisvesting voor Alleenstaande en Tweepersoonshuishoudens).

64 sinds 1978 eigendom van Stadsherstel en in 1982 door hen gerestaureerd.
66 (vh 52) sinds 1978 eigendom van Stadsherstel en in 1982 door hen gerestaureerd.
68 (vh 54) sinds 1978 eigendom van Stadsherstel en in 1982 door hen gerestaureerd.
70-84 (vh 56) sinds 1978 eigendom van Stadsherstel en in 1982 door hen gerestaureerd.

88-90 (vh 58) ‘t Sernaemse Koffivat’.
Volgens verschillende beschrijvingen waren er in de Sint Nicolaasstraat veel koffie- en theehuizen alsmede kruideniers, grutterijen en een gespecialiseerde koffiewinkel. Op basis hiervan werd aangenomen dat de gevelsteen ‘t Sernaemse Koffivat’ een reclame was voor een gespecialiseerde koffiehandelaar.
In 1729 koopt Gijsbert Rebel het hoekpand aan de Nieuwezijds Voorburgwal omschreven als ‘waar De Prins van Oranje’ uithangt. Het aansluitende huis in de Sint Nicolaasstraat 58, nu nummer 88/90, is ‘naamloos‘. Gijsbert Rebel is pakker van beroep. Een pakker is iemand die goederen voor verzending verpakt in vaten, kisten, balen enz. Na zijn dood verkopen de erven in 1752 beide panden. Het hoekhuis wordt omschreven als ‘waar de Gekroonde Koffiebaal uithangt’ en het pand in de Sint Nicolaasstraat als ‘waar het Surinaamse Koffievat in de gevel staat’, een gevelsteen dus. Op de gevelsteen is een liggend houten vat waar koffiebonen uitrollen. Met de eenvoudige, onversierde voluten aan de zijkanten is het te dateren in de eerste helft van de 18de eeuw. Gijsbert Rebel laat de gevelsteen waarschijnlijk aanbrengen als verwijzing naar zijn beroep; hij is immers pakker.
Deze theorie wordt ondersteunt door een onderzoek van Jeroen Lückers. Hij publiceerde over een midden-18de-eeuws Nederlands scheepswrak ten noorden van Texel. De lading bestond uit ruim honderd houten vaten koffie en een aantal zakken met cacaobonen. Onderzoek toont aan dat de koffievaten voornamelijk zijn gemaakt van de tropische houtsoorten Anderoba, Vinhatico en Wallaba die veel voorkomen in Suriname. De hoepen zijn gemaakt van lianen. De gevelsteen ‘t Sernaemse Koffivat’ is geen verwijzing naar een koffiehandelaar maar reclame voor het bedrijf van pakker Gijsbert Rebel die deze bijzondere vaten verhandeld en gebruikt.
Was hier nu helemaal geen koffie- of theewinkel gevestigd? Dat ligt wat genuanceerder. In 1742 is hier de theewinkel van Joh.Bont en hij levert vast ook wel koffie. Hij is één van de 64 koffie- en 14 theewinkels in onze stad. Joh.Bont is met zijn fl. 1.000,- inkomen niet de minst verdienende.
Terug naar de gevelsteen of eigenlijk het verhaal van de brand in 1974. Dit pand is vanaf 1968 met meerdere verkrotte panden eigendom van huisjesmelker Hendrik Cornelisz. Tabak (1900-1974). Hij sterft in 1974 aan de gevolgen van een overval. In dat jaar brandt een deel van de panden uit. De brand begint in dit pand. Tabak wilde de huizen slopen om er een parkeergarage te bouwen. Junks hebben de krotten gekraakt tot een grote brand hen verdrijft. Na de brand staan de panden er, vaak onder dak, levenloos bij totdat Stadsherstel in 1978 eigenaar wordt. De restauratie zal nog eens zeven jaar op zich laten wachten. Hierbij wordt een geveltop gebruikt van de werf van Monumentenzorg en afkomstig van een ander pand. In de frontvulling is een steen met een werkman aangebracht ‘Gereedschap spant de kroon’ ter herinnering aan 25 jaar Stadsherstel (1956-1981). Deze steen is gemaakt door Hans ’t Mannetje. Dan staat het pand er weer in volle glorie met beneden een winkel en boven woningen.
Na de brand in 1974 werd de gevelsteen gestolen en belandde via een antiquair in het Douwe Egbertsmuseum in Utrecht. Als Stadsherstel, als nieuwe eigenaar, contact opneemt over deze steen biedt het museum Stadsherstel een replica aan. Ook deze wordt gehakt door Hans ’t Mannetje. De originele steen is later verhuisd naar het Tabaksmuseum in Joure.

Meer lezen:
Baanders, H.A.J.
Baanders, Jan
Hilbers, Jan
Korenmeter
Mannetje, 't, Johan George (Hans)
Mooy, Ton
Uitdrager

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl (2022)
beeldhouwertonmooy.nl (2022)
stadsherstel.nl (2022)
VVAG (2022)
amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/279/gevelstenen.html