Zwanenburgerstraat
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Voor de naamgeving zie bij Zwanenburgwal.
De Zwanenburgerstraat was gebouwd als doorgaande straat van de Staalstraat naar de Leprozengracht, na de demping Waterlooplein. Bij de aanleg van de straat staan aan de kant van de Amstel de huizen met de achterzijde aan het water van de Amstel. Bij de aanplempingen van de stukken tussen Staalstraat en ’s-Gravelandseveer, Staalstraat en Staalkade wordt er omstreeks 1626 ook een strook van de Amstel achter de Zwanenburgerstraat gedempt, waarna de erven doorliepen tot het water van de Amstel. Met het dempen van de Leprozengracht in 1882 werd gelijktijdig een kade langs de onevenzijde van de Amstel aangeplempt en een rooilijn vastgesteld die gelijk liep met de achterzijde van het Israëlitisch Jongensweeshuis Megadlé Jethamin. In de daarop volgende jaren zullen alle grote instellingen aan de evenzijde van de Zwanenburgerstraat hun hoofdingang verplaatsen naar de Amstel.<

Aanvankelijk nummerde dit deel van de Amstel van 29A tot en met 29M. Het zit namelijk zo: In de negentiende eeuw hadden 's-Gravelandse Veer en Staalkade nog de straatnaam Amstel en begon de nummering bij de Kloveniersburgwal. In 1913 werd dat gewijzigd en kregen de panden de nummers 1 (vh 29A) tot en met 29 (vh 29M).
Ten behoeve van de bouw van het Stadhuis en het Muziektheater, algemeen bekend als de Stopera is alle bebouwing op het eiland Vlooienburg afgebroken inclusief de Zwanenburgerstraat. Een deel van de straat is in de bebouwing van het stadhuis teruggekeerd als binnenstraat van de Zwanenburgwal naar de ingang van het Muziektheater.

Zwanenburgerstraat 2 (Amstel 1)
Naam: Diaconie Weeshuis
Bouwjaar: 1888
Architect: C.B.Posthumus Meyjes sr.
Opdracht: diaconie van de hervormde gemeente
Hier wordt in 1657 het Diaconieweeshuis van de hervormde gemeente (toen nog de gereformeerde gemeente) gebouwd. Het is gebouwd nadat in 1654-1655 een hevige pestepidemie had gewoed in de stad waardoor veel kinderen wees waren geworden. Op 4 januari 1656 diende een commissie uit de kerkenraad van de Hervormde Kerk een verzoekschrift in bij de Burgemeesteren van Amsterdam 'om te mogen hebben grond om daarop een huys te bouwen voor de kinderen onder haer opsicht opgevoet wordende' (Archief van de Vroedschap, folio 53). De stad willigde het verzoek in en schonk de grond. Spoedig werd de eerste steen gelegd door de zoon van de toenmalige burgemeester Van Vlooswijk en al op 15 december 1657 maakten 150 wezen hun entree in het nieuwe tehuis. Het weeshuis had zelfs een tuin aan de achterkant die grensde aan de Amstel.
In 1888 wordt het pand afgebroken om plaats te maken voor een nieuw pand naar ontwerp van architect C.B.Posthumus Meyjes sr. waarbij de kade langs de Amstel werd doorgetrokken om het weeshuis heen en de ingang aan de kant van de Amstel kwam.
Het werd een rechthoekig gebouw met een binnenplaats waar omheen de ruimtes als keukens, bergplaatsen en badplaatsen waren gelegen. De hoofdsuppoost had zijn woning op de eerste verdieping. De rest van deze etage was voor de grote eetzaal en drie 'conversatiezalen' voor verschillende leeftijdscategorieën14 tot 16, 16 tot 18 en 18 tot 20 jaar. Op de tweede verdieping waren de slaapzalen.

De eerste steen voor deze nieuwbouw was in juni 1888 gelegd door de jongste zoon van burgemeester Van Tienhoven. Het weeshuis bood ruimte aan maximaal 200 'werkjongens': weesjongens die de lagere school hadden doorlopen en nu overdag ergens werkten. In de Tesselschadestraat had de diaconie sinds 1882 een weeshuis voor meisjes en jongere kinderen. Begin jaren '30 van de twintigste eeuw werd opnieuw een nieuw weeshuis in gebruik genomen, ditmaal aan de Volkerakstraat. Het weeshuis fuseert tenslotte in 1970 met het Burgerweeshuis.
In 1904 was men voor deze categorie wezen overgestapt op 'gezinsverpleging': de wezen werden ondergebracht bij gezinnen. Het weeshuis kwam zodoende leeg te staan. Het werd eerst enkele jaren verhuurd aan de provincie, die het gebruikte voor de verpleging van wat toen nog krankzinnigen heette.
In 1910 werd het verbouwd tot hoofdkantoor van de Gemeente-Gasfabrieken. In 1939 waren de gemeentelijke Gasfabrieken samengevoegd met de Electriciteitswerken tot één energiebedrijf. Dat betrok het oude Tesselschade-ziekenhuis als hoofdkantoor (het gebouw waar eerder het meisjesweeshuis van de diaconie huisde).
Vanaf 29 augustus 1939 was dit het Gemeentelijk distributiekantoor. Deze instantie verstrekte gedurende de oorlog bonnen waarmee men schaarse producten kon kopen. Veel van de hier werkzame ambtenaren werkten echter samen met het verzet, onderduikers kregen bonkaarten.
Later waren er diverse andere gemeentelijke diensten gevestigd. In de jaren '70 werd de distributiedienst hier weer even tot leven gewekt om tijdens de oliecrisis benzinebonnen te verstrekken.
In 1977 begon de sloop van het pand, ten behoeve van een nieuw stadhuis- en operagebouw.
Het adres was uiteindelijk wijd en zijd bekend als Amstel 1.

Zwanenburgerstraat 10 Hier was de diamantslijperij Alex E.Daniëls & Zn in 1895.
Zwanenburgerstraat 12 (Amstel 3-15)
Het pand Zwanenburgerstraat 12 dateert van 1894. Juwelier Mozes Elias Coster richtte in 1840 een diamantslijperij op en laat hier in 1852 op deze plek een stoomslijperij voor bouwen. Zijn zoon Martin, in het bedrijf sinds 1845, breidt de fabriek omstreeks 1853 verder uit. In 1852 vertrokken J.A.Fedder en L.B.Voorzanger, beiden diamantslijpers bij Coster, naar Londen om de beroemde Koh-i-Noor te herslijpen. Louis Benjamin Voorzanger sleep ook de beroemde ‘Star of the South’. In 1910 werd de slijperij overgenomen door Felix Theodoor Manus, Hij maakte zijn achttienjarige zoon toen op papier directeur, maar gaf zelf de leiding. Hij maakte er een goedlopend bedrijf van. Toen hij in 1932 overleed kreeg Benjamin Manus de leiding over de slijperij. Benjamin Manus was net als zijn vader diamantbewerker. Door de anti-joodse maatregelen tijdens de bezetting mocht Benjamin Manus geen leiding meer geven aan het bedrijf en werd er een bewindvoerder over aangesteld. Gelijktijdig werden de meest joodse diamantslijpers bijna allemaal naar de concentratiekampen afgevoerd. Na de bevrijding werd de slijperij overgenomen door Wim Biallosterski, eigenaar van een diamantzagerij. In 1962 ging het bedrijf opnieuw in andere handen over en werd Ben Meier het nieuwe gezicht van Coster Diamonds. In 1970 moest de slijperij wijken voor de bouw van het nieuwe stadhuis en operahuis, de Stopera, en verhuisde het bedrijf naar de huidige locatie aan de Paulus Potterstraat. In 1995 werd concurrent Van Moppes Diamonds ingelijfd.

Zwanenburgerstraat 16-18 (Amstel 17-19)
Naam: Toevlucht voor onbehuisden (Hulp voor onbehuisden)
Bouwjaar: -; 1904
Architect: -; J.van Looy
Opdracht: -; firma Manus
Omstreeks 1853 is hier de Diamantslijperij Maatschappij Amsterdam gevestigd. Het is een samenwerkingsverband van meerdere slijperijen. Zij blijven tot 1891.
Eind 1891 richt het ‘voorlopig comité tot het verlenen van huisvesting aan onbehuisden in Nederland’ zich met enkele vragen betreffende aantallen personen die geen dak boven het hoofd hebben tot de burgemeesters in Nederland. Het antwoord blijkt onthutsend en een jaar later koopt men een grote voormalige diamantslijperij in de Amsterdamse Zwanenburgerstraat 16-18 die ‘zal worden ingericht als toevluchtsoord voor daklozen, die er ligging en voedsel zullen vinden.’ Dit ‘Toevlucht voor onbehuisden’ biedt plaats aan ongeveer vierhonderd personen. Verblijf is er niet gratis, wie ‘van de gelegenheid gebruik maakt om in de inrichting te slapen, moet ene kleinigheid betalen.’ De prijzen variëren, met afnemende privacy, van 30, 25, 15 tot 10 cent per nacht, Wie niets heeft te besteden, moet in het tehuis werken. Het gebouw is verdeeld in twee afdelingen, de vrouwenafdeling aan de kant van de Zwanenburgerstraat en de mannenafdeling aan de kant van de Amstel.
In 1900 komt de dan 34-jarige Tjitte Jonker werken bij de Toevlucht. Jonker is, evenals de twee voorgaande directeuren van de Toevlucht voor Onbehuisden, een voormalig officier van het Leger de Heils. Eén van de oud-directeuren en oprichter van de toevlucht voor onbehuisden is Henry Tindal, tevens stichter van het dagblad De Telegraaf, die in 1902 overlijdt.
Jonker besluit afscheid te nemen van de percelen aan de Zwanenburgerstraat 16-18 en deze worden in 1903 verkocht aan de firma Manus, die ze sloopt om er een tabakspakhuis te bouwen naar ontwerp van architect J.van Looy. Het pakhuis is in 1904 klaar.
Jonker is in 1904 de oprichter van Hulp voor Onbehuisden.

Zwanenburgerstraat 20-22 (Amstel 21-23)
Naam: Megadlé Jethomiem
Bouwjaar: 1865
Architect: Cornelis Outshoorn
Opdracht: bestuur van de Hoogduitse gemeente
Het jongensweeshuis Megadlé Jethomiem (Opvoeders van Wezen) is al opgericht in 1738 en zit sinds 1865 in dit huidige gebouw. Het eerste weeshuis op deze plaats opende in 1836 aan de Zwanenburgerstraat 14. Het bestuur van het al bestaande weeshuis van de Hoogduitse gemeente was door financiële bemiddeling van Simon Mozes de Boer in staat dit pand aan te kopen. In 1865 is het pand te klein en wordt het uitgebreid met het erachter gelegen Amstel 21, een nieuw weeshuis aan de Amstel naar ontwerp van Cornelis Outshoorn.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd ook het weeshuis getroffen door de vernietigingsdrift van de bezetter. Alle jongens worden in maart 1943 afgevoerd. Een bescheiden monument naar ontwerp van kunstenaar Otto Treumann is in 1989 in de bestrating opgenomen. Op een omlijning die de plaats van het weeshuis aangeeft staat de tekst van Cor Jongens: ‘Deze woorden omlijnen de plaats waar het in 1738 elders in Amsterdam opgericht Joods jongensweeshuis Megadlé Jethomien sedert 1865 zijn zegenrijk werk deed, totdat in maart 1943 de Duitse bezetter het huis binnendrong en de jongens wegvoerde. Drie verzorgers bleven vrijwillig bij de bijna honderd kinderen op weg naar het vernietigingskamp Sobibor. Niemand keerde weer. Hun nagedachtenis zij tot zegen’.
Direct na de bezettingsjaren fungeerde het weeshuis als vertrekpunt voor jongens op weg naar Israël.
Na de oorlog verhuist het weeshuis naar de Emmalaan 7. Het pand aan de Zwanenburgerstraat/Amstel wordt na 1965 afgebroken.

Zwanenburgerstraat 21-27 Gebouwd in 1883 als Openbare Lagere School der 1e klasse No.4, een armenschool, later de Zwanenburgerschool. De Nederlandse Spellenfabriek N.V. zal er aansluitend intrekken. Van 1931 tot 1936 doet het gebouw dienst als de Nood-Toevlucht van het Leger des Heils. Het pand wordt tenslotte afgebroken in 1964.
Zwanenburgerstraat 24 (Amstel 25)
Amstel 25 wordt in 1865 gebouwd naar ontwerp van architect G.B.Salm en behoorde bij het joods jongensweeshuis. Salm nam de verbouwing voor zijn rekening.
Omstreeks 1880 is hier een brandstoffenhandel van E.T.Tal.
In 1882 wordt hier een synagoge ingewijd.
Omstreeks 1901 was op één hoog A.May gevestigd die een eigen product, May’s antiseptische scheerpoeder, verkocht. Zie ook bij Zwanenburgwal 84.
Vlak voor en in de oorlog was hier de handel in militaire en civiele kleding van J.Speijer gevestigd. Waarschijnlijk was dit Joseph Speijer (1897-1972). Joseph was gehuwd met Betje van de Kar (1898-1984).

Zwanenburgerstraat 26 (Amstel 27) had een gevel met rechte kroonlijst uit het vierde kwart van de 18de eeuw en een gevelsteen van ca.1700 'De Blaauwe brugh over den Amstel'. De afgebeelde brug was in 1585 tot stand gekomen. De steen is in 2015 ingemetseld in de borstwering van de parkeergarage Waterlooplein, maar dat was te kwetsbaar. In 2017 is de steen verhuisd naar Waterlooplein 241.
Naam: Musis Sacrum / Huize Bob
Bouwjaar: 1885 (Amstel 27)
Architect: G.B.Salm
Opdracht: Levisson
Zwanenburgerstraat 26 was altijd een woonhuis geweest, het laatst van de familie Tal, die hier tot 1912 een winkel dreef in het souterrain van het nieuwbouwpand aan de Amstel 29M (=27) naar ontwerp van architect G.B.Salm. I.Levisson trouwde in de familie Tal en op enig moment startten de broers Levisson in het pand een drukkerij en boekhandel, Gebr.Levisson v/h D.Proops Jzn. Levisson zette de drukkerij voort tot die in 1917 geliquideerd en de inboedel geveild werd.
In 1912 begonnen de broers Jacob en Albert Stokking op de beletage Musis Sacrum, een feest- en dansgelegenheid (‘Entre Nous’), maar dan net iets minder sjiek dan buurman Casino. De bovenverdiepingen werden bewoond door diverse leden van de familie Stokking. In 1914 zijn beide los van elkaar gebouwde panden Zwanenburgerstraat 26 en Amstel 27 op de begane grond met elkaar verbonden en had Musis Sacrum beide benedenverdiepingen in gebruik. In het souterrain waren nog diverse bedrijfjes. Kort voor de oorlog kwam ook deze ruimte in gebruik bij Musis Sacrum. In de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog, blijkt Amstel 27 een waar doorgangshuis voor onder meer uit Duitsland gevluchte joden geweest te zijn. Enkelen emigreerden binnen korte tijd naar elders in Europa of daar buiten.
De naamgever van Huize Bob was Jacob Stokking (1874-1942/3). Voor de gewone joodse Amsterdammer was de functie van feestgebouw het belangrijkst van Huize Bob. Er werden choppes (huwelijken) en Bar Mitswah’s gevierd en dansavonden gehouden. Het verschil met het Casino was dat Huize Bob deze feesten voor een kleinere beurs mogelijk maakte.
Na 1930 kwam de exploitatie van Musis Sacrum (Huize Bob) in handen van Gerardus Antonius van Eekhout die ook danslessen gaf. Ook Van Eekhout wordt genoemd als naamgever van Huize Bob, maar het lijkt erop dat de naam al in gebruik was op het moment dat Van Eekhout het pand in gebruik nam. Toen in 1934 Casino, Zwanenburgerstraat 28, stopte met de activiteiten verkaste Van Eekhout op 28 februari 1936 naar het chiquere pand aan het Waterlooplein en nam de naam Huize Bob mee.
In 1936 kwam de familie Stokking weer in het pand Zwanenburgerstraat 26 / Amstel 27 terug en zette Musis Sacrum voort. De Stokkings waren joods en het werd hen waarschijnlijk vanaf 1940 onmogelijk gemaakt de zaken voort te zetten. Beide broers zijn in concentratiekampen omgekomen. In de zomer van 1941 zien we nog wel advertenties voor het Amstel Cabaret op dit adres.
Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de gebroeders Jacobus en Gerardus Sandmann hier een dansinstituut, waarvoor zij in 1950 een vergunning verstrekt kregen. Zij waren van RK-huize en hebben vanaf 1950 ook boven Musis Sacrum gewoond. Zij hadden beide benedenverdiepingen in gebruik. De firma liet de wel erg Duitse dubbele ‘nn’ aan het eind van de naam tijdelijk vervallen. Feestzalen Huize Sandman en Dansinstituut Sandman bleven een begrip in de buurt en de dansafdeling werd zelfs aangevuld met een balletopleiding voor heel jonge meisjes. Het doek voor dit pand viel met de sloop in 1965.

Zwanenburgerstraat 28 (Amstel 29)
Naam: Casino / Handel- en Beursgebouw van de Diamantclub 'Concordia' / Huize Bob
Bouwjaar: 1879
Architect: J.H.Schmitz
Opdracht: Aron Wafelman & Zn.
De firma Wafelman was al sinds 1787 een koksbedrijf, nu noemen we dat een cateringbedrijf. Hij exploiteerde Casino en zocht al snel naar uitbreiding. Behalve de verbouwing volgde na het plempen van een kade langs de Amstel ook een aanbouw van twee ramen op het grotere grondstuk. Dit resulteerde in een tweede ingang aan de Amstel. Het gebouw had zowel op de parterre als op de eerste etage feestzalen. Hoe die ingezet konden worden omschreef het firmabord aan de nieuwe zijgevel:
’Sociëteitsgebouw Casino, Grote en Kleine Zalen te Huur voor Bruiloftspartijen, Tooneelvoorstellingen, Soirees, Bals, Vergaderingen, Bijeenkomsten en voor verschillende gelegenheden’.
De exploitatie was lastig en zo maakte in 1890 ‘de Beursvereniging voor den Diamanthandel’, kortweg ‘De Club’ geheten, haar entree. Van zondag tot vrijdagmiddag hield die vereniging in de grote zaal van Casino diamantbeurs. Ook op de bovenste verdieping werden ruimten in gebruik genomen als kloverswerkplaatsen met de bijbehorende kantoren. Op werkdagen was Casino overdag dus goed bezet. Voor de avond werd de grote zaal beneden leeg opgeleverd en konden de overige activiteiten plaatsvinden. De beurshandel floreerde en Casino floreerde. De ruimte werd de vereniging echter te krap en men begon om te zien naar een uitwijk. Die werd gevonden aan de Nieuwe Achtergracht, hoek Weesperplein.
Casino stopte in 1934 en in februari 1936 werd de exploitatie van Casino overgenomen door Gerardus Antonius van Eekhout die aan de Zwanenburgerstraat 28 in het benedenhuis kwam wonen. Hij was de dansmeester uit Huize Bob (Zwanenburgerstraat 26) en verhuisde zijn danslessen inclusief de naam in 1936 naar het chiquere Casino.
Het etablissement werd nu als Huize Bob aangeduid en werd in gedeelten verhuurd. Op de bovenste verdieping was vanaf 1938 het atelier van de joodse schilder en beeldhouwer Cornelis Hund. De tussenliggende verdieping kende een grote hoeveelheid jonge huurders die meestal slechts kort bleven.
Casino was vanouds een joodse onderneming geweest en zelfs toen de katholieke Van Eekhout de exploitatie overhad genomen bleven joodse jongeren bij hem komen om te dansen. Ook in het begin van de oorlog werd er drie keer per week gedanst. Op 9 februari 1941 kwam Huize Bob in het nieuws toen de WA de boel kort en klein sloeg, waarbij het om 'een pand aan het Waterlooplein’ ging. Het was na een dag vol rellen door de WA (WehrAbteilung) met de opdracht om de straat te her/veroveren en de bevolking te intimideren. In hun zwarte uniform gingen ze caféhouders en andere horeca langs om de bordjes ‘Voor Joden verboden’ en ‘Joden niet gewenscht’ te laten ophangen. Wat er aan het geweld binnen vooraf ging is niet duidelijk geworden. De eerste razzia volgde snel hierna en die was de opmaat tot de Februaristaking.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw door meerdere bedrijven gebruikt, een drukkerij en confectieateliers, die ook de feestzaal op de verdieping in gebruik namen. Er vond een splitsing in zelfstandige verdiepingen plaats, met een Amstel 29b en 29c. Van enig onderhoud was geen sprake meer. In 1965 werd het pand met het buurpand gesloopt om plaats te maken voor de Stopera.

Zwanenburgerstaat 37 was de oefenplek van het vermaarde zanggezelschap de Harmonie dat ‘de meest geliefde Opera's ten gehoore bracht, en best met verscheidene Duitsche gezelschappen kon wedijveren’. Al in 1834 wordt hier diamantslijperij De Harmonie van Sloog genoemd. In 1895 bestaat de slijperij met 94 molens nog.
Zwanenburgerstraat 41 Het pand ‘De vier Suyckerbrooden’ was eigendom van Jan van Veldesteyn die in het naastgelegen huis ‘De Suyckerbackerij’ woonde. Hij verhuurde het pand in delen. Rembrandt en Saskia zijn wellicht de bekendste huurders van het huis als zij hier van 1637 tot 1639 tijdelijk wonen omdat het huis een groter atelier biedt dan het huis in de Nieuwe Doelenstraat.

Meer lezen:
Looy, van, Jan
Outshoorn, Cornelis
Posthumus Meyjes sr., C.B.
Salm, G.B.
Schmitz, J.H.
Treumann, Otto Heinrich
Zwanenburg (naamgeving)
Zwanenburgwal 84

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
joodsamsterdam.nl
hvoquerido.nl