Dam 25-29
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Gebouw Industria
Adres: Dam 25-29
Architect: Foeke Kuipers
Bouwtijd: 1913-1916
Opdracht: De Industrieele Club

De initiatiefnemers tot de oprichting van ‘De Industrieele Club’, grootindustriëlen en overige ondernemers onder aanvoering van Daniël Goedkoop verspreidden in april 1913 een circulaire onder bedrijven in het hele land met hun plannen voor een nationaal centrum voor de in opkomst zijnde Nederlandse industrie en handel. Zij stelden zich in het bijzonder als doel de belangen van fabrikanten en ondernemers op het gebied van nijverheid en verkeer te bevorderen. Amsterdam kende vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw een grote economische opleving waarvan veel nieuwe industriële ondernemingen het gevolg waren. Hun firmanten, de ‘nouveaux riches’, voelden zich niet echt welkom bij de in 1872 geopende, en vanouds op handel en koopmanschap georiënteerde Groote Club aan de Kalverstraat 2. Op de oproep kwamen zoveel reacties dat reeds in mei van dat jaar besloten werd een sociëteitsgebouw te laten bouwen. Dit clubgebouw zou daarbij als ‘beurs’ fungeren om, zoals de statuten het formuleerden, ‘de aanraking tusschen de leden onderling en van hen met derden tot stand te brengen en te onderhouden’.
Als architect werd Foeke Kuipers benaderd. Kuipers had al uitgewerkte ontwerptekeningen klaarliggen voor een kantoorgebouw die hij een jaar eerder had gemaakt in opdracht van een effectenfirma. Die bouw was niet doorgegaan, maar de tekeningen kwamen nu alsnog van pas. Het ontwerp van Industria was geinspireerd op de verderop gelegen Beurs van Berlage. Ook Industria is opgetrokken uit baksteen afgewisseld met natuurstenen elementen en sculptuur die zorgvuldig in het gevelvlak zijn weggewerkt. Een andere overeenkomst met de Beurs is dat elk van de vier gevels, afhankelijk van de stedenbouwkundige context, anders is vormgegeven.
De bouw begon in 1913 waarbij de bouwers direct op het eerste onvoorziene obstakel stuitten namelijk de overblijfselen van de middeleeuwse sluismuren van de dam in de Amstel. Het bleek de sluis te zijn waarop de legende van het buskruitschip steunt, waarvan het zogenoemde 'trommelen op de Beurs' afkomstig is. In januari 1916 werd het gebouw officieel geopend door de toenmalig Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, de heer Posthuma.
Aan het exterieur is verschillende sculptuur binnen het gevelvlak aangebracht. Zeepaardjes in de gekoppelde vierkante zuilen bij de ingang aan het Rokin, schepen en een arm met een hamer met daaronder het opschrift Industria op de hoek van Dam en Rokin, verwijzen naar de nijverheid en de handel.

Kuipers ontwierp niet alleen het gebouw, maar was ook verantwoordelijk voor de inrichting van de vertrekken. De aldus verkregen eenheid tussen architectuur en inrichting maakt dat Industria tot het illustere rijtje gebouwen uit de vroege twintigste eeuw behoort die als een ‘gemeenschapskunst’ (Gesamtkunst) zijn ontworpen, waarbij kunst en kunstnijverheid de architectuur ondersteunen en accentueren. Andere voorbeelden daarvan zijn de Beurs en het ANDB-gebouw van Berlage, het Scheepvaarthuis van Van der Mey en het gebouw van de NHM van De Bazel.
Industria was destijds een modern gebouw, voorzien van onder andere een luchtverversingsysteem, elektrische verlichting en van twee liften met schuifdeuren. Om de exploitatie van het gebouw rendabel te maken, werden op de begane grond winkelruimtes en op de bovenverdieping kantoorruimtes verhuurd. De drie middenverdiepingen werden door de Industrieele Club in gebruik genomen.

De kern van het gebouw wordt gevormd door de ingangshal en het over alle verdiepingen doorlopende trappenhuis. De oorspronkelijke ruimtewerking is echter verloren gegaan sinds het trappenhuis op de bovenverdiepingen op voorschrift van de brandweer is dichtgemaakt. De kolommen van het trappenhuis zijn van gewapend beton en bekleed met rijk gedecoreerde blauwgijze keramische tegels. In de kapiteelbekleding zijn aan zaden knabbelende muisjes verwerkt.
De derde verdieping heeft in de loop der tijd de meeste veranderingen ondergaan. Oorspronkelijk bevonden zich hier de kleine conferentiekamer, rust- en badkamers, en een biljartzaal. Hier kwam ook een bibliotheek waarvan de kern werd gevormd door de ruim 1700 boeken die in 1916 van de Technisch Leesbibliotheek overgenomen konden worden.
In 2017 heeft de Industrieele Groote Club de eerste en tweede verdieping in gebruik en wordt het bovendeel van het gebouw verandert in een luxe boetiekhotel.

De reacties op het gebouw Industria waren zeer lovend. De architectuurcriticus J.A.Graafland merkte direct na voltooiing op: “Zeer zeker vraagt het gebouw ‘Industria’ van den architect Foeke Kuipers aller aandacht, vooral omdat het zoo nauw in verband staat met de veelbesproken Dambebouwing. Ofschoon het een grote tegenstelling vormt met het meesterstuk van Jacob van Campen, harmonieert het gebouw er zeer wel mede en stoort het de aesthetische gevoelens niet. Zeer te betreuren is het dat niet alle gebouwen in deze omgeving dezelfde kwaliteit bezitten (....). De verschillende interieurs van het gebouw ‘Industria’ getuigen van een wel doordachten en zuiveren smaak en ligt in elk interieur afzonderlijk uitgedrukt, waartoe elke localiteit dienstig is. Het is dan ook voor een bouwmeester een zeer dankbare taak de tenuitvoerbrenging èn van het gebouw èn van het interieur in zijn hand te hebben”.
Gebouw Industria verrees op een moment dat de Dam grote veranderingen onderging. Tot aan het begin van de twintigste eeuw waren de Nieuwe Kerk en het door Jacob van Campen ontworpen stadhuis, het huidige Koninklijk Paleis, de enige grote gebouwen aan de Dam. In 1908 werd een prijsvraag uitgeschreven om het plein te verfraaien met een samenhangende bebouwing die een passend decor vormde voor het Paleis. De plannen zijn nooit uitgevoerd, maar wel verrezen in de daaropvolgende jaren in hoog tempo gebouwen die in schaal en grootsteedse allure een tegenwicht boden aan het Paleis: magazijn De Bijenkorf, de in 1912-1914 verbouwde Groote Club, kledingmagazijn Peek & Cloppenburg en het gebouw Industria.

De bewoners
De Industrieele Club startte in 1913 met 178 leden, een aantal dat bij de opening van het sociëteitsgebouw was opgelopen tot 300 leden. Hoe gaat het verder? Hiervoor moeten we terug in de tijd en naar de Kalverstraat. In 1788 werd in Amsterdam een leesgezelschap opgericht met de naam Doctrina et Amicitia. De leden waren patriotten, veelal afkomstig uit de Amsterdamse kooplieden-, rechters-, notarissen- en ambtenarenwereld. Als politiek gezelschap mochten zij geen bijeenkomsten houden maar als leesgezelschap kwamen zij regelmatig bijeen. Hun verenigingsgebouw stond in de Kalverstraat 4-8. In 1872 werd in het gebouw ernaast de Sociëteit de Groote Club opgericht en in 1922 fuseerde Doctrina et Amicitia met de Groote Club, waarna de naam Sociëteit De Groote Club Doctrina et Amicitia gebruikt werd. De Groote Club had zich in 1914 een nieuw pand laat bouwen op Kalverstraat 2, hoek Dam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd dit pand door de Duitsers in beslag genomen. Zij verkochten het gebouw aan 'De Nederlanden van 1845'. Mondeling werd toegezegd werd dat de Groote Club het gebouw na de oorlog zou kunnen terugkopen. Na de oorlog bleek de Groote Club het gebouw niet terug te kunnen kopen, waarna de Club het pand tot 1975 huurde. De Groote Club ging in dat jaar een fusie aan met De Industrieele Club en ze gaan sindsdien door het leven als 'De Industrieele Groote Club' (IGC). De afkorting IGC wordt ook gebruikt voor het verenigingsblad 'In Good Company'. Bij het 100-jarig bestaan in 2013 werd het predikaat Koninklijk verleend.
Het huidige ledenbestand bestaat uit bedrijfsleden (afgeleid van de Industrieele Club) en particuliere leden (afgeleid van de Groote Club 'Doctrina et Amicitia'). De Club vormt een eigen wereld in de stad, waar leden samen met hun gasten kunnen ontspannen of een zakelijke bespreking voeren.

We hebben Daniel Goedkoop al als oprichter ontmoet. Hij had een sleepbootrederij. Cornelis George Vattier-Kraane was technicus, ondernemer en medeoprichter. Hij was onder meer directeur bij de NV Vriesseveem en oprichter van de Holland Washington Hypotheek Bank en de Nederlandsche Plantenboterfabriek te Amsterdam. Als groot bewonderaar van de omstreden luitenant-generaal Van Heutz nam hij in 1924 het initiatief om in Amsterdam een monument voor hem op te richten.
Tussen 2015 en 2017 is een uitgebreide restauratie uitgevoerd waarbij de wandbespanning is vervangen door een gelijke nieuw geweven bespanning. Ook de schilderijencollectie kreeg een schoonmaakbeurt. Dat was al lange tijd niet gebeurd en ook hier werd vroeger stevig gerookt. Tegenwoordig is dat niet meer toegestaan. Het gebruik van mobieltjes en andere elektronica is eveneens aan strenge regels gebonden, zo goed als er een dresscode geldt.
Vanuit diverse zalen is er van een uniek uitzicht over de Dam en het Rokin te genieten.

Meer lezen:
De Groote Club
Doctrina et Amicitia
Kuipers, Foeke
Vaderlandsche Sociëteit

Voor het laatst bewerkt:04-dec-2017