Dam (tot ca.1910)
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naamgeving: In 1795 verandert de naam van de Dam in Revolutieplein en kort daarna, ten tijde van Napoleon, in Napoleonplein. Dit alles is van korte duur, na 1813 wordt de naam Dam in ere hersteld.
In 1911 is er het besluit tot vergroting van de Dam waarbij verschillende bouwblokken voor sloop worden voorgedragen. Zo komen alle panden in het bouwblok Vijgendam (evenzijde) -Beursstraat-Beursplein-Hermijtensteeg-Nes te vervallen. Ook het vrijstaande Commandantshuis midden op de Dam wordt gesloopt en het bouwblok Vijgendam (oneven)-Warmoesstraat -Vischsteeg-Dam.
Hoewel de Dam in de eerste helft van de twintigste eeuw haar huidige vorm krijgen wordt de naam pas in 1957 vastgesteld. Bij raadsbesluit van 29 mei 1957 worden de verschillende delen van de Dam (Vissersdam, Vijgendam en het deel Warmoesstraat tussen Vissersdam en Damstraat) samengevoegd tot wat nu Dam wordt genoemd.

Al sinds de dertiende eeuw is op het plein de Vismarkt gelegen.

Adres: Dam (evenzijde begint links van het Damrak en telt linksom)
Bouwjaar: voor 1910

Dam 2 het expeditiekantoor van Van Gend & Loos. Van Gend & Loos was een in 1806 opgericht zelfstandig bedrijf voor goederenvervoer dat in 2003 is opgegaan in DHL.
Dam 4 het heren- en kinderkledingmagazijn van Levie Abraham Kattenburg en Frederik Levie (Ephraim) Kattenburg & Co. Vader en zoon handelden onder de naam Magazijn Nederland waarvan zij de oprichters waren. De overige negen zonen uit het gezin zijn allemaal op enig ogenblik commissaris bij het bedrijf. Uit deze familie zal ook het bekende Hollandia-Kattenburg ontstaan.
Dam 6 op de hoek van de Nieuwendijk de herenmodewinkel van R.Hofhuis.
Dam 8 de Expeditie- & Transportonderneming Messageries Internationales van Uitterdijk & Co. en het bestelhuis van de Staatsspoorwegen. Het perceel vormt de hoek met de Eggertstraat. Voor 1865 heette deze straat de Ellendigesteeg; vernoemd naar het Ellendigen-Kerkhof, een deel van het voor de Nieuwe Kerk gelegen kerkhof, waar ‘de arme zondaars’ in ongewijde aarde begraven werden.

Tussen Dam 8 en 10 ligt de westzijde van het plein met, tot 1652, bebouwing tussen Ellendigesteeg en Vogelsteeg en aansluitend het oude stadhuis. Het hele gebouw was aan het begin van de zeventiende eeuw al bouwvallig en ongedierte had er een goed leven. In 1615 was wegens die bouwvalligheid de torenspits al gesloopt. In 1652 gaat het mis en brandt het stadhuis tot op de grond af. Hier werden de vele gerechtelijke en bestuurlijke stukken bewaard. Het is goed voorstelbaar hoe de brand in dit doolhof vol papieren snel om zich heen greep en eigenlijk is het een wonder dat zo veel uit de vuurzee is gered. Zo werd ook het grootste deel van het voor Amsterdam zo belangrijke geld van de Wisselbank in veiligheid gebracht. Maar ook de houten beelden van de Hollandse graven bleven gespaard evenals een groot deel van het archief van de stad. Na de brand in 1652 werden de werkzaamheden voorlopig verplaatst naar de Prinsenhof.

Geluk bij een ongeluk was dat men al in 1648 begonnen was met de bouw van een nieuw stadhuis. Hoewel het tot 1665 zal duren voordat het helemaal is afgewerkt vond de inwijding plaats op 29 juli 1655. Het bouwwerk, naar ontwerp van architect Jacob van Campen, wordt aangemerkt als Nederlands belangrijkste historische en culturele monument van de Gouden Eeuw.

Het stadhuis vult de hele vrijgekomen ruimte tussen Dam, Gasthuissteeg, Nieuwezijds Voorburgwal en Ellendigesteeg, waarbij de hoofdingang aan de Nieuwezijds Voorburgwal komt. Het gebouw is tot 1808 stadhuis gebleven. Toen werd het aan koning Lodewijk Napoleon aangeboden als paleis. Op 2 december 1813 werd het door Willem I, bij zijn inhuldiging, als stadhuis teruggegeven aan Amsterdam. Het stadsbestuur had echter geen fiducie in weer een verhuizing en wilde bovendien graag de vorst aan de stad binden. Het stadsbestuur liet de zaak op zijn beloop en zo is sinds 1815 het paleis op de Dam het Koninklijk Paleis van het Nederlandse koningshuis.

Dam 10 In 1837 vindt er door de Engelse architect J.T.Hitchcock nieuwbouw plaats op de plek van de drie huizen tussen de Kalverstraat en de Kromelleboogsteeg. Van het hoekpand met de Kalverstraat is geen naam bekend, het volgende pand heette 'De Engelsche Dog' en het derde pand 'De Roode Leeuw', een herberg op de hoek met de Roode Leeuwensteeg, later als Kromelleboogsteeg en veel vroeger als Vrancken Noirtssteghe aangeduid, naar de bewoner van het hoekhuis. Het nieuwe gebouw wordt betrokken door sociëteit De Vriendschap. De sociëteit wordt opgevolgd door Grand Café Mulder. Vanaf 1863 zal het Collegie Zeemans-Hoop het pand huren.

Het College Zeemanshoop had tot 1862 haar verenigingslokalen aan de Buitenkant 142. Men wilde echter liever wat centraler zitten, een wens die mede werd ingegeven door de honoraire leden die na het werk op de beurs of in het centrum wilden verpozen in een pand in de buurt. Het College had inmiddels een aanzienlijke status en aanzien verworven en dit speelde ongetwijfeld een rol bij de keuze voor de verhuizing naar Dam 10 waar in 1863 bij Grand Café Mulder ruimte werd gehuurd. De grote bovenzaal bood ruim uitzicht op Dam en Damrak. De benedenvertrekken werden als vergaderlokalen verhuurd aan onder andere assuradeuren.
In 1878 werd Dam 10 aangekocht voor fl. 70.000,-. Rond de eeuwwisseling trad een kentering in. Zeemanshoop werd steeds minder het centrale punt voor kapiteins, zeelieden en zakenlui om bijeen te komen. Overwogen werd om de Dam te verlaten en in 1913 werd het pand verkocht voor fl. 275.000. In 1914 verhuisde het College naar Herengracht 472.

Dam 12 Na de Kromelleboogsteeg, die op het Rokin uitkomt en waarin nog woningen zijn, o.a. een kruierij, een melkboer en een bierhuis, komen we aan het mooie, ongeveer 8 meter vooruitspringende, huis nr.12, waarin al lange tijd het kantoor van de collecteurs der Staatsloterij Crétier en Kramp gevestigd is. Boven dit kantoor is de sociëteit ‘Sans Souci’ gevestigd.
Dam 14 Het bekende kleine café ‘The Horseshoe’, dat druk bezocht wordt door stalhouders en paardenkooplui.

Dam 16 is de grote tabaks- en sigarenzaak van P.G.C.Hajenius, genaamd ‘de Rijnstroom’ naar ontwerp van architect H.J.van den Brink en opgetrokken naar het model van een huis in Wenen. Boven in de gevel de beeltenis van Jean Nicot. Nicot importeerde de tabaksplant in de zestiende eeuw in Frankrijk en naar hem is de nicotine vernoemd. Hajenius werd in 1868 uit de Warmoesstraat J76 (oude nummering) verdreven, daar zijn perceel afgebroken moest worden voor de verbreding van de Halsteeg, thans Damstraat.

Adres: Dam (onevenzijde begint rechts van het Damrak en telt rechtsom)
Bouwjaar: voor 1910

Dam 1, Beurs van Zocher, in 1845 gebouwd naar ontwerp van J.D.Zocher.
Dam 5 hoek Vissteeg, J.Rosier in horloges en uurwerken van onder meer de merken Antoine Frères (bestond tot 1934) en Walthams (lijkt in 2021 nog te bestaan).
Dam 7 het café van C.Fuchs.
Dam 9 is het café van H.Mustert.
Dam 13 was het drukbezochte patisserie/chocoladehuis van de Wed.J.H.Sandhövel. Jacobus Hubertus Sandhövel (1839-?) was in 1876 getrouwd met Wilhelmina Esselina Hoedemaker (1844-?) uit de Binnen Bantammerstraat 15. Later woonden zij boven de patisserie. Vooral op dinsdagavond als veel dienstmeisjes hun vrije avond hebben komen deze hier graag met hun vrijer een kop heerlijke chocolade drinken en van het gebak genieten. Het Chocoladehuis is voor 1910 opgeheven en daarna bij Dam 15-17 getrokken.
Dam 15-17 (hoek Vijgendam) is het Wisselkantoor van de fa.Wed.P.van Eijk & Zonen.

Naam: Huis onder ’t Zeil (1599), Commandantshuis (1807)
Adres: Middeldam, Dam 19
Architect: -, J.E.de Witte
Bouwjaar: 1599, 1775

In 1599 werd op de Middeldam ten westen van de vismarkt, ongeveer ter plekke van het huidige Nationaal Monument, een gebouw van zeven woningen onder één dak gebouwd in de trant van Hendrick de Keyser. Als bescherming tegen de regen hing een groot zeil voor dit huizenblok en zo kreeg het de naam ‘Huis onder ’t Zeil’.
In 1774-1775 was het zo bouwvallig dat er iets moest gebeuren. Stadsarchitect Jacob Eduard de Witte verbouwde het huizenblok waarbij het een nieuwe gevel in neoclassicistische stijl kreeg, waarvan de rooilijn 5m meer naar voren stond. Het was een rechthoekig blok van drie bouwlagen onder schilddak, met aan de voorzijde zeven vensterassen, waarvan de middelste drie in een middenrisaliet met grote pilasters en een bekronend driehoekig fronton waren opgenomen. In 1807 nam de regering van koning Lodewijk Napoleon het complex in gebruik en in de eerste regeringsjaren van koning Willem I kreeg het een bestemming als woning van de stadscommandant. Vandaar de naam Commandantshuis. Het behield deze functie tot 1869, waarna er verschillende gemeente- en rijksinstellingen in waren gevestigd.

Het Commandantshuis stond min of meer in een kwade reuk vanwege een groot openbaar toilet aan de achterzijde.
In 1881 kwam er een stellage op het dak voor de telefooncentrale die 1 juni van dat jaar door de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij werd geopend op de zolder van de Groote Club.

In 1912 viel het doek voor het Commandantshuis. De Dam moest vergroot en vernieuwd worden en daarbij pasten het Commandantshuis en de huizen aan de Vijgendam niet meer in het straatbeeld. Na de afbraak van het Commandantshuis werden de resten blootgelegd van de twee sluizen die de Amstel ooit met het IJ verbonden en ontstond, in afwachting van nieuwe bebouwing, een gapend gat. Omdat een definitieve bestemming op zich liet wachten, werd in 1925 het Damplantsoen aangelegd. Dit verdween pas in 1955 om plaats te maken voor het definitieve Nationaal Monument.

Adres: Vijgendam (evenzijde begint links van het Rokin en telt linksom)
Bouwjaar: voor 1910

Vijgendam 2 in 1871 op de hoek met de Beurssteeg. In dat jaar is er ook het Magasin Français gevestigd van J.Lazan.
Vijgendam 4 is de boekbinderij van Blikman en Sartorius.
Vijgendam 6 vormt na afbraak van 2 en 4 de hoek met de Beursstraat. Hier is de sigarenwinkel van Bessem & Hoogenkamp uit Kampen gevestigd. De zijmuur van het pand werd voor reclamedoeleinden gebruikt.
In februari 1911 dient er bij de rechtbank Amsterdam een procedure inzake onteigening ten behoeve van de plannen ter vergroting van de Dam. Eigenares van het pand is de weduwe H.Ameschot-Carno. Zij lijkt de eerste te zijn die nee tegen de gemeente zegt op hun voorstellen voor schadeloosstelling en op een rechtszaak aanstuurt. Zij vroeg fl. 150.000,- voor haar huis van 142m2 inclusief een kelder onder het voormalige Beurspleintje. Een krant geeft als commentaar ‘Had dat oude, kaduke, kleine krot in de Govert Flinckstraat, of op de Ruysdaelkade gestaan dan was fl. 10.000,- nog te veel geweest’. De gemeente was ‘not amused’, voor buurpanden werd tot dat moment hoogstens fl. 35.000,- betaald. De rechtbank bepaalt de schadeloosstelling op fl. 112.530,- en voor de huurders, de sigarenwinkel Bessem & Hoogenkamp, een schadevergoeding van fl. 4030,-, gelijkstaande met een jaar huur.
Vijgendam 8 de sigarenwinkel van W.G.Boele Sr. in 1847 opgericht in Kampen. Bij de onteigening van 1911 wordt na een rechterlijke uitspraak fl. 90.000,- betaald voor het pand.

Vijgendam 10 het bestelkantoor van de HIJSM (Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij). Ook hier bepaalt de rechter de onteigeningskosten en moet de gemeente fl. 135.100,- voor het pand en fl. 15.000,- voor bedrijfsschade aftikken.
Vijgendam 12 het bijkantoor der fa.Wed.P.van Eijk & Zonen, Geldwisselaars en Commissionairs in Effecten. Het bedrijf gaat in 1911 failliet door verduisteringen gepleegd door Paul van Eijk. Hij is gearresteerd, twee van zijn broers zijn gevlucht en kort daarna in Boston (VS) gezien.
Op een foto van ca.1900 is hier nog een horlogewinkel gevestigd. In 1912 is het een lunchroom 'De Nieuwe Ho..'.
Vijgendam 14 hier is de 'Salon de Coiffure' gevestigd, een kapperswinkel van J.Ackema.
Vijgendam 16 de Bodega Société Anonyme aux Caves de la Charente. Omstreeks 1912 bekend als de Bar 't Poortje.
ca.1600 Huis De Drie Vijselkens. Hier woonde Bredero’s neef, Pieter Conijn, in het toneelspel Moortje (1615) voorgesteld door Ritsaert en Writsaert. Hij woonde hier nog toen het stuk in 1615 werd gespeeld en in 1617 in druk uitgegeven. Het huis bleef tot 30 november 1693 in het bezit van de familie Conijn. Toen werd het overgedragen aan Bastiaen van Veuren en omschreven als huis en erf op de Vijgendam, op de hoek van de Vispoort, vanouds de Drie Vijselkens genaamd, belend door de Vismarkt aan de westzijde.
Eerdere eigenaren waren Windrick Jansz, die het eerst zelf had bewoond en daarna als herberg had verhuurd aan een zekere Claes Evertsz. Kort na 1585 werd het door Windrick verkocht aan Cornelis Garbrantsz. Er rustte een oudeigen (niet aflosbare rente of pacht) op ten behoeve van het Sint Jorishof.
We komen Windrick Jansz in 1569 tegen in een boekje ‘Sententien en indagingen van den hertog van Alva’. Het bevat rechterlijke uitspraken gedaan aan het hof van Alva te Brussel (Raad van Beroerten) en handelend over de deelname aan de Beeldenstorm.
SENTENTIEN van en weegens garde er point les avoir mis en fers et Lieux soeurs comme il convenoit a semblables delinquans Veues & c Bannyt & c Faict a Bruxelles le 25 jour de May 1569
Signé comme le Premiere Prononché le 28 jour de May
An susdite Sententie van Bannissement ende Confiscatie van goederen jegens ses persoenen fugityff vuyter Steede van AMSTERDAM, 6 Juny 1569

Daarna volgt een uitspraak genoteerd in het Frans en Nederlands betreffende Windrick Jansz van De Drie Vijzels, Adriaen Lenaertsz van Montfort, Hendrik Luyt zwager van Hans van Loenen, Athony Adriaensz, Willem Backer Willemsz alias Rijcke Backertgen en Hubert Simonsz Appelman allen wonende te Amsterdam.
Windrick Jansz wordt als belangrijkste aanstichter gezien bij de Beeldenstorm in de Minnebroederskerk op 24 en 24 februari 1566.
Het komt er op neer dat Windrik Jansz samen met Mathys van Bancken, bewapend met lange roeren en twee tot drie pistolen, op de Bethanienbrug iedereen de toegang tot de Minnebroerders Kerk ontzeggen die naar hun mening het breken van de beelden konden tegengaan.

Vijgendam 18 Aan de zuidkant van de Middeldam en ten westen van de grote Damsluis stond het huis ‘De Kat’. Begin 1551 werd het pand door de eigenaren, pastoor Boel Janszoon en zijn zuster Stijn Jan Boelenzoonsdr., verkocht aan de zuivelkoper Gerrit Hendriksz van Santen. De stadsregering besloot er onmiddellijk de hand op te leggen en op 9 januari 1551 gaf de Vroedschap vergunning tot ‘nakoop’. De volgende dag ging het eigendom voor fl. 1450,- al over aan de stad. Het achterhuisje, dat uitkwam op de Utrechtsche steiger, werd afgebroken. Het huis zelf werd door de stad verhuurd aan de Bergenvaarder Claes Symonsz. Voor fl.159; een bedrag dat in 1600 tot fl.400 was gestegen. In 1603 werd het huis verbouwd. Omstreeks 1900 was hier de (ouderwetse) herenhoedenwinkel van J.J.Froger & Zoon welke was opgericht in 1802.
Vijgendam 20 The Continental Bodega-Company.
Vijgendam 22 was het welbekende koffiehuis ‘de Roode Leeuw’. Hier zijn gehuisvest de Makelaars Sociëteit, het Amsterdamsch Schaakgenootschap, enz.
De makelaars van Amsterdam kwamen in 1877 in De Roode Leeuw bijeen voor het oprichten van de Makelaarssociëteit. De huidige naam Makelaars Vereniging Amsterdam (M.V.A.) dateert van 1908. De aankoop van het veilinggebouw Frascati in de Nes in 1878 was een belangrijke daad in de jonge geschiedenis van de sociëteit. Naast huizenveilingen werden tabaksveilingen in dit gebouw gehouden tot 1940. In 1987 bestond de M.V.A. 110 jaar, ter gelegenheid waarvan de directeur van hotel De Roode Leeuw (Damrak), A.F.J.Nachbar, aan M.V.A.-voorzitter W.C.Deenik een leeuwenbeeldje overhandigde, omdat de vereniging op in De Roode Leeuw was opgericht. In 2002 werd het 125-jarig bestaan gevierd.
Het Amsterdamsch Schaakgenootschap was op 18 september 1822 opgericht. In 1842 splitsten de serieuze schakers zich af van de gezelligheidsspelers met de oprichting van Philidor. Het Amsterdamsch Schaakgenootschap is toen als een sociëteit verdergegaan. Philidor zou tot 1856 serieus schaakspelen en het wedstrijd- en toernooischaak in Nederland introduceren. Het hield zich echter financieel moeilijk op de been. In 1856 fuseerde een deel van Philidor weer met het Amsterdamsch Schaakgenootschap. De rest van Philidor ging verder onder de naam La Bourdonnais. In 1878 was het Amsterdamsch Schaakgenootschap noodlijdend. Een deel splitste zich af als Nieuw Amsterdamsch Schaakgenootschap en fuseerde datzelfde jaar met La Bourdonnais tot het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap (VAS). Wat er met het achtergebleven deel van het Amsterdamsch Schaakgenootschap is gebeurd is onbekend. In 1898 zou er nog sprake zijn van een zekere groep genaamd Zeemanshoop, dezelfde naam als het lokaal waar het Amsterdamsch Schaakgenootschap ooit samenkwam, maar daarna is het stil geworden. In 1968 degradeert de in 1886 opgerichte Amsterdamsche Schaakclub uit de hoofdklasse en fuseert met het VAS. Omdat de Amsterdamsche Schaakclub met tien Nederlandse clubkampioenschappen een belangrijke staat van dienst opgebouwd heeft, werd de datum van deze fusie de officiële nieuwe oprichtingsdatum van het VAS, welke desondanks een rijke historie heeft die tot 1822 teruggaat. Ondanks alles was de signatuur van de vereniging nogal elitair waardoor het ledental in de jaren 1970-1980 dermate slonk dat de leden opheffing overwogen. De bemoeienis van schaker Rob van Dongen deed de club herleven en op 5 februari 1996 verscheen de website van een opgeleefde schaakclub op internet. Een van de bekendste leden was grootmeester en wereldkampioen (1935) Max Euwe (1901-1981) (VAS).
Vijgendam 24 ‘de Tabakshandel’, de overbekende tabakszaak van J.M.C.Lub. In 1911 verhuisde de fabriek naar de Nes 5-7 en kwam de winkel in de Damstraat 6.
Vijgendam 26 de gerenommeerde banketbakkerij van de fa.R.J.de Jong.

Vijgendam 28 In dit huis, genaamd ‘de Kopere Berg’, woonde de befaamde voorstander van stadhouder prins Willem IV; Daniël Raap. De familie Raap speelde een belangrijke rol in de porseleinhandel. Abraham Raap (?-1747) was getrouwd met Neeltje Hendrix de Graaf (?-voor 1730). Uit dit huwelijk werden 10 kinderen geboren. Martha Raap (1695-1777) huwde in 1717 met Cornelis Kleerbesem (1688-1767). Zij hadden een porseleinwinkel op de Nieuwmarkt links van de Sint Antoniebreestraat. Hester Raap (1697-1761) huwde met Elias Colier (1700-1762). Zij hadden vermoedelijk een porseleinwinkel in de Warmoesstraat nabij de Vijgendam. Daniël Raap (1703-1754) trouwde in 1722 met Maria Sas (1698-?). Daniël had zijn porseleinwinkel aan de Vijgendam. Abraham Raap hertrouwde in 1730 met Jopie Michiels Fockestaart (?-1758), de moeder van Elias Colier. De familie bezat in elk geval in de jaren vijftig onroerend goed nabij het Roeterseiland, mogelijk dat hier porselein werd gedecoreerd.

Tijdens de economische en politieke crisis in de roerige jaren 1747 en 1748 voerde Daniël Raap actie tegen de corrupte regenten en voor verheffing van Willem IV tot stadhouder. In november 1747 organiseerde hij een petitie waarin de bevolking van de vroedschap eiste, dat Amsterdam in de Staten-Generaal zou stemmen voor het erfelijk stadhouderschap van Oranje. En dat gebeurde.
Gestimuleerd door het succes radicaliseerde de bevolking. Daniël Raap werd woordvoerder van de Doelisten. Ze haalden op 2 september 1748 stadhouder Willem IV naar Amsterdam en zorgden ervoor dat de vier burgemeesters en zeventien vroedschapsleden werden vervangen. Verder wilde de prins echter niet gaan. Hij wilde niet meegaan in de eis van de Doelisten dat burgers voortaan invloed zouden hebben op de benoeming van regenten. Willem IV bleef vasthouden aan het oligarchische bestuursstelsel. Dat regenten zich onderwierpen aan zijn gezag vond hij voldoende.

Nadat de Doelistenbeweging in mineur was geëindigd, de schutterijen mochten in oktober 1748 dankzij de toezegging van Willem IV eenmalig hun eigen officieren kiezen maar bleven onder het gezag van het stadsbestuur, verloor Raap zijn snel aan populariteit. Omdat hij een trouwe Oranjeklant bleef en de Oranjes het corrupte regentenbewind in stand hielden werd Daniël Raap als een verrader beschouwd. Ook laadde hij de verdenking op zich Oranjegezindheid te hebben geveinsd voor eigen gewin. Raap profiteerde van de bepaling dat de joodse straatverkopers in Amsterdam niet langer in porselein mochten handelen. De joodse gemeenschap vermoedde dat Raap achter deze bepaling zat. De joodse chroniqueur Braatbaard noemde Raap consequent ‘Haman de Raap’, naar de Perzische vizier Haman die volgens het Bijbelboek Esther de joden wilde uitroeien.

Daniël Raap was in de jaren na de mislukte Oranjerevolutie diep gehaat geworden. Op 10 januari 1754 overleed hij. Vijf dagen later wilde men hem begraven. Een uitzinnige burgermassa die hem liever aan de galg dan in het graf zag, wachtte de begrafenisstoet echter op bij de porseleinwinkel, zodat de familie de tocht niet aandurfde. De menigte schreeuwde, sloopte de baar en gooide stenen naar de winkel. De voorpui van het huis werd vernield. Zij waren opgeroepen via 'begrafenisbriefjes', een soort satirisch pamflet, een bron uit die tijd omschrijft deze als ‘vuyle laster schriften, tendeerende tot oproer, veragtinge van de Hooge Regeeringe, of wel om iemand van hooger of laager stand by het Gemeen [volk] ten onregte te beschuldigen of verdagt te maaken’. In zijn dagboek noteerde Jacob Bicker Raye dat ‘alle de glaasen uyt de voorgevel en eenig porselijn in huys door het inwerpen van steenen sijn gerenueert’.
Lees ook: Een begrafenisbriefje voor Daniël Raap.
Vijgendam 30 het hoekhuis Vijgendam en Nes, is het sigarenmagazijn van J.W.Hulscher.

Adres: Vijgendam (onevenzijde tussen Dam en Warmoesstraat)
Bouwjaar: voor 1910

Vijgendam 1 is de herenhoedenwinkel van J(ohannes) S(tephanus) Meuwsen (1862-1915) hoeden- en pettenkoopman, tevens predicaat hofleverancier. In zijn hoedanigheid van algemeen secretaris van de Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) die in 1913 te Amsterdam-Noord werd gehouden, maakte hij daarvan een fotoreportage. Ze hebben een filiaal in de Leidsestraat 4.
In 1911 is hier de Princessebar gevestigd.
Vijgendam 3 sigarenmagazijn J.H.Trouillart van Lockhorst dat in 1911 is opgevolgd door een fietsenhandel 'De Rijwiel Trust' die dan gaat verhuizen naar de Damstraat 10.
Vijgendam 7 een vestiging van Barnstijn & Zonen herenhoeden.

Naatje
Vrouwe Eendracht was het allereerste Nationale Monument. Het is een ontwerp van H.M.Tétar van Elven (1827-1899). Het beeld werd gehakt door de Vlaming Louis Royer (1793-1868): ‘Een beeldhouwer uit de gelederen van de vijand laat steen komen uit de bodem van zijn vaderland om een nationaal monument te maken ter meerdere glorie van de agressor.’ Hij had een zachte steensoort gebruikt, ongeschikt om blootgesteld te worden aan weer en wind. Al kort na de onthulling werd beeld en commissie bespot: ‘Juffrouw Eendracht is onthuld, de commissie heeft gesmuld, en de natie is gekuld (verneukt).’

Het voetstuk was het werk van Paul Tétar van Elven, bekend van de paleislantaarns. Het monument, beter bekend als Naatje op de Dam, werd vijfentwintig jaar na de Tiendaagse Veldtocht opgericht op initiatief van oud-strijders. Het moest een herdenking zijn aan de veldtocht, maar tevens een ‘symbool van de volksgeest’ van 1830-1831 toen nationalisme en eendracht er nog toe deden.
De onthulling vond plaats op 27 augustus 1856, niet zoals voorzien door enkele invalide oud-soldaten, maar voortijdig door een windvlaag. Het achttien meter hoge beeld bestond uit verschillende achtkantige en vierkante brokken Belgisch hardsteen. Deze waren versierd met een leeuw, die volgens velen niet imposant was. Bovenop deze obelisk stond een bijna vier meter hoog vrouwfiguur, de Nederlandse Maagd. Gehelmd en gekleed in een lang gewaad, met pijlen in de ene arm en de hoorn des overvloeds in de andere. De zuil was gedecoreerd met opschriften als ‘2 Augustus 1831: voorwaarts’ en ‘De eer van Nederland gehandhaafd door Vorst en Volk’.

Rondom het monument was een waterkom aangelegd met water spuwende leeuwen, bedoeld als fontein. Om de onthulling van het monument ter herinnering aan een volkomen zinloze veldtocht te vieren, werd er vijf dagen lang gefeest in de stad. Het is nationalisme ten top. België was op dat moment al meer dan vijftien jaar onafhankelijk. Het monument kreeg al snel de bijnaam Naatje, vanwege het sierlijk geschreven ‘natie’ op de sokkel. De i zou op de letter j hebben geleken, waardoor men het las als natje wat vervolgens werd verbasterd tot naatje, een bijnaam voor het vrouwelijke geslachtsdeel. Het weinig geliefde beeld was geen lang leven beschoren. Het monument was gemaakt van Belgisch zandsteen, een zachte steensoort die makkelijk te beeldhouwen is, maar daardoor niet bestand bleek tegen de Nederlandse weersomstandigheden. Na haar eerste strenge winter verloor ze haar neus aan de vrieskou, in 1905 verloor zij haar rechterarm. Haar kuiten waren aangevreten, en wind en regen vervormden haar gezicht, ‘een grote droeve kop, die ons met moede oogen onder den helm aanstaart’. Bovendien werkte de fontein niet, omdat de spuitelementen nooit waren geleverd. Het beeld verkeerde spoedig in deplorabele toestand en werd bij speciale gelegenheden bedekt met bloemen, zoals in 1901 bij het huwelijk van koningin Wilhelmina met Hendrik van Mecklenburg-Schwerin.

Al spoedig ontstond de uitdrukking ‘het is Naatje met de pet op’, iets is waardeloos of een mislukking. De rand van het waterbassin werd al gauw een verzamel-, hang- en zitplek voor schoenpoetsers, scharensliepen en werklozen. In 1913 besloot de Amsterdamse gemeenteraad in het kader van de verbouwing van de Dam dat Naatje plaats moest maken voor tramrails. Op 8 april 1914 was het zover. De restanten werden verplaatst naar het Stedelijk Museum. Alleen het hoofd zou in de jaren dertig nog in de beeldentuin bemost gezien zijn, maar is sindsdien nooit meer teruggevonden.
De Amsterdammers hadden al eerder afscheid genomen van het beeld dat hen niet na aan het hart lag met de 'gevoelige' dichtregels:
‘Lieve Naatje, schrei toch niet.
Nu gij dra de sloopers ziet,
Lang genoeg stondt ge op den Dam
Oud en stijf, mismaakt en lam’

Meer lezen:
Brink, van den, Herman Jan
Dam voor 1600
Dam na 1900
HIJSM
Hitchcock, John Thomas
Lub, J.M.C.
Neo-Classicisme
Royer, Louis
Tétar van Elven, Henricus Martinus
Tétar van Elven, Paul Constantin Dominique
Witte, de, Jacob Eduard
Zeemanshoop

Voor het laatst bewerkt: