Herengracht 481
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam: Huis Sweers
Architect : Lambert Jansz; -
Bouwjaar: 1668; 1715
Opdracht: Isaac Sweers; Jan Egidius van den Bempden

Op een dubbele kavel van 12,5 meter breed liet vice-admiraal Isaac Sweers (1622-1673) in 1668 een dubbel woonhuis bouwen. Het omlijste middenvenster en entree zijn door twee afhangende festoenen met wapenschilden van vermoedelijk Sweers-Bloemaert omsloten. De ingang was bereikbaar via een dubbele stoep met onderingang. De tuin werd afgesloten door de stal voor het rijtuig aan de Reguliersdwarsstraat. Het pand lag destijds tussen de nog te bouwen huizen van Jan Corver en Samuel Gerincx.
Voor de bouw van het huis had Isaac Sweers in 1662 een overeenkomst getekend met meester-timmerman Lambert Jansz. Uit wat we weten uit ‘Alle Amsterdamse Akten’ omvatte het timmerbestek alles van secreten en prieeltjes in de tuin tot alle vloeren, trappen en kozijnen; van de bedstede van de dienstbode tot de planken in de voorraadkamer aan toe. Maar ook de luxe afwerking en bekleding van de schoorsteenmantel viel onder de afspraken. Dit alles voor een bedrag van 760 guldens. Hier moest de aannemer nog wel de drank en het bier voor de timmerlieden van verzorgen.
Isaac is geboren in Nijmegen maar maakt al op jonge leeftijd kennis met Amsterdam als zijn ouders in 1628 naar Amsterdam verhuizen waar zijn vader Aernout in 1628 door de Staten van Gelderland is gedelegeerd als bewindhebber van de VOC bij de Kamer Amsterdam. In 1634 keren zij terug naar Nijmegen waar zijn beide ouders in 1635 aan de pest overlijden. Isaac werd naar de Franse school in Hoorn gestuurd. Het is geen succes. Tot het voorjaar van 1649 blijken zijn meeste baantjes geen succes. Dan komt hij in zeedienst bij de Admiraliteit van Amsterdam en vaart met commandeur Jan van Galen op de Goude Maen tegen de Barbarijse zeerovers. In 1652, tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, werd hij buitengewoon kapitein bij de Admiraliteit van Amsterdam op de Engel Gabriël. Op 14 september 1655 werd hij poorter van Amsterdam en in hetzelfde jaar trouwde hij met Constantia Blommaert (1626-1694), de dochter van Samuel Blommaert, bewindhebber van de WIC.
Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog krijgt Sweers ruzie met Cornelis Tromp. Sweers daagt Tromp uit tot een duel maar voor het zover komt raakt Sweers in de Slag bij Kijkduin dodelijk gewond. Op 28 augustus 1673 werd ‘de romp sijns lichaams in een kist versamelt’ in de Oude Kerk te Amsterdam begraven.

In 1715 volgt een verbouwing door de nieuwe eigenaar mr.Jan Egidius van den Bempden (1661-1722) getrouwd met Esther Elisabet Tulp (1678-1769). Hij is Raad van 1702 tot 1722 en bewindhebber van de WIC. Zij gaan er zelf wonen, waarbij het pand voorzien wordt van een verhoogde rechte kroonlijst met zes consoles en vijf zolderlichten. Het is niet bekend of de huidige platte stoep met paaltjes toen ook is aangelegd. De verbouwing naar de nieuwste mode zorgde ervoor dat er weinig is overgebleven van het zeventiende-eeuwse interieur.
De uitzondering betreft de rechterachterkamer op de hoofdverdieping waar het interieur gedateerd wordt op 1740-1745. Deze kamer heeft nog een marmeren schouw in Lodewijk XV-stijl en een plafond met fraai stucwerk en een groot plafondstuk in de stijl van Jacob de Wit (1695–1754) dat de Apotheose van Hercules voorstelt. De god wordt, omringd door schikgodinnen, in toom gehouden en gedwongen tot matigheid en terughoudendheid. De adelaar aan de voeten van Hercules stelt Jupiter voor.
In de vier hoeken zijn vermoedelijk uitgebeeld: Harmonie (met muziekinstrumenten), Wijsheid (met boeken) en de attributen van Athena zoals het schild van Medusa, Matigheid (met wapens en een teugel voor het in toom houden van het geweld) en tenslotte Vrijheid (met behalve konings- en keizerskronen, een vrijheidshoed en een juk dat stuk wordt geslagen).
De vrijheidshoed staat symbool voor het republikeinse gedachtegoed. Het stukgeslagen juk met de konings- en keizerskronen zou verwijzen naar het juk van het centraal gezag van de stadhouder. Daarmee is het plafond wellicht een politiek statement naar het programma van de anti-Oranjepartij die het in Amsterdam tot 1748 voor het zeggen had.

Na de dood van Jan Egidius komt het huis in 1739 in handen van zijn zoon Aegidius (Gillis) van den Bempden (1697-1748), Heer van Castricum en een zoon van Jan van den Bempden en Esther Elisabet Tulp. Na verschillende ambten, onder meer schepen (1720) en Raad (1731-1733, 1737) werd hij in 1738, 1741 en 1747 burgemeester. 'Zich bijzonder toegelegd hebbende om kunde te erlangen, nopens de geldmiddelen van den staat, werd hij in 1720 met den Heer van Wassenaer Starrenburg en anderen, tot herstel daarvan, in Commissie gesteld, en bragt een merkwaardig Rapport uit op den 24sten Mei 1721. Hij was bijzonder lofwaardig als bevorderaar der wetenschappen, en maakte zich tevens bekend als tegenstander van de verheffing der Prins van Oranje tot Stadhouder. In 1747 moest hij de Vorst, na diens aanstelling, begroeten, en had veel van het opgehitst gemeen te lijden. Waarschijnlijk was afzetting zijn deel geworden, indien hij den tijd van de verandering der regering had beleefd.'
Gillis was gehuwd met Catherina Grey (1711-1748), een dochter van Henry Gray, Graaf van Stamfort, en weduwe van Jan Willem Trip. Jan Willem Trip schaakte Catharina Grey in 1735. Zij vluchtten van Leiden naar Luik. Nadat zij zwanger was geworden ging het paar in januari 1736 in ondertrouw in Amsterdam. Zij trouwden in maart 1736 in Leiden, waar haar broer Harry, een parlementariër, getuige was. In juli werd Petronella Johanna Wilhelmina geboren, maar zij is in 1741 overleden. In 1737 liet Jan Willem een doodgeboren kind begraven in Velsen. In beide gevallen betaalde hij een boete voor het begraven buiten Amsterdam.
Het huwelijk van Gillis en Catherina bleef kinderloos.

Gillis van den Bempden (1697-1748) was een rijk man, hij had maar liefst tien dienstboden in dienst. Hij bezat tien paarden, een koets en de hofstede Boekenrode te Aerdenhout. Boekenrode is nu (2022) klooster Alverna van de Congregatie van de Zusters Franciscanen. De hofstede had Gillis in 1734 gekocht van de erfgenamen van Dikx voor fl. 30.000,- en voor fl 7.600,- het aansluitende (Achter)Koekoek van Jan van Loon. Hij werd aangeslagen voor 16.000 gulden, waarmee hij tot de 100 rijkste burgers van Amsterdam behoorde. Bij zijn overlijden liet hij zijn vrouw een vermogen van fl. 200.000 ,- na, helaas overleed zij enkele maanden na hem.
Na het overlijden Gillis van den Bempden is het landgoed in eigendom gekomen van zijn moeder Esther Elisabet Tulp, weduwe van de in 1722 overleden Jan Egidius van den Bempden. Zij had al eerder Knapenburg nabij Berkenrode geërfd. Zij liet in 1747 allerlei verfraaiingen aanbrengen aan de grote stal met fraaie voor- en achtergevel in renaissancestijl en gaf opdracht de nog bestaande koepel te bouwen.
In 1770 kocht Jonas Witsen (1733-1788), getrouwd met Anna Maria van Marselis, voor ƒ 55.000,-- het landgoed van de erfgenamen van Esther Elisabeth Tulp.
Was Gillis van den Bempden, alias de Kruk, een gevierd mens? Naar wat we van hem lezen bepaald niet. Een bron schrijft dat Gillis van den Bempden tot de walgelijkste leden van het Amsterdamse regentenpatriciaat behoorde:
‘Deze beruchte lichtmis, die wanneer hij op het stadhuis kwam, vanwege zwaarlijvigheid, door twee knechts naar binnen moest worden gesleept, was burgemeester geworden ondanks zijn liederlijk gedrag en zijn geringe bekwaamheid, maar uitsluitend omdat hij tot de zeer beperkte familiekring behoorde die in de eerste helft van de 18de eeuw in Amsterdam de macht in handen had.’
Met zijn overlijden in januari 1748 als regerend burgemeester werd hem afzetting door de Prins van Oranje, enkele maanden later, bespaard. Ook Bicker Raye doet in zijn dagboek nog een duit in het zakje en bericht het overlijden van Gillis als volgt:
’Op 20 januari is de Edl. Groot Achtb. Heer Mr. Gillis van den Bempden, Regerend Burgemeester en Raad etc. etc. na een langdurig en ellendig ongemak van waterzucht, dat hem aan de benen en op meer plaatsen van het lichaam door grote gaten ontliep, als een martelaar gestorven. Hij was considerabel dik van lichaam en was lam aan het ene been, zodat hij altoos, geholpen door twee knechts en met behulp van een stevige kruk, naar het stadhuis of elders geëscorteerd moest worden.’
We kunnen veilig aannemen dat het stucwerk in de rechter achterkamer de politieke gedachte van Gillis van den Bempden weergeeft. Hij maakte hier als republikein zijn afkeer van prins Willem IV van Oranje duidelijk. In het stucplafond zijn een vrijheidshoed, een lans en een gebroken juk aangebracht.

In 1740 koopt Gillis van den Bempden het naastgelegen pand Herengracht 483 als beleggingsobject.
Van 1771 tot 1775 huren mr.Jan Six III (1730-1779) en Johanna Georgesdr. Clifford (1733-1797), zijn tweede vrouw, het huis van de familie Van den Bempden. Johanna Clifford is een telg uit een oorspronkelijk uit Engeland afkomstig geslacht waarvan een familielid zich tussen 1634 en 1640 in Amsterdam vestigde en de stamvader werd van een Amsterdams regentengeslacht. Jan Six III was eerder gehuwd met Susanna Catharina Bors van Waveren (1730-1760).
In 1775 koopt mr.Jan Six III, schepen en Raad van 1758 tot 1779, het huis. Gelijktijdig laat hij het woonhuis, Herengracht 495, van zijn overleden ouders verbouwen waarna het gezin in 1776 daar naar toe verhuisd.
1793 gaat het huis in eigendom over naar mr.Nicolaas Six (1763-1807), zoon van Jan Six III en Johanna Clifford, in 1799 gehuwd met Jacoba Hulft (1774-?). Zij hadden een dochter: Johanna Philippina Six.
In 1905 komt Mari Paul Voûte (1856-1928) gehuwd met Josephina Carolina Johanna Margaretha Sophia Kusky (1857-1919) hier wonen. Hij is oprichter van het bedrijf Mirandolle, Voûte & Co (1887), importmaatschappij van Indische producten, en zo in 1913 betrokken bij de oprichting van de Nederlandsche Plantenboter Fabriek aan de Distelweg 94, in 1919 verhuist naar Distelweg 88. Hij was voorzitter van de vereniging Rembrandt en donateur van ‘Portret van een meisje in het blauw’ van Verspronck aan het Rijksmuseum.

Meer lezen:
(Achter)Koekoek: Herengracht 462; Singel 292
Athena
Bempden, van den, Aegidius (Gillis)
Bempden, van den, Jan Egidius: Keizersgracht 87; Keizersgracht 210;
Bewindhebber VOC
Bewindhebber WIC
Boekenrode
Burgemeester
Hercules
Jansz., Lambert
Jupiter
Kroonlijst
Lodewijk XV-stijl
Marselis, van, Anna Maria
Mirandolle, Voûte& Co.
Schepen
Six, Jan III
Tromp, Cornelis
Tulp, Esther Elisabet: Herengracht 462; Keizersgracht 87; Keizersgracht 210
Voûte, Mari Paul
Witsen, Jonas (1733-1788)

Voor het laatst bewerkt:

Bronnen:
wikipedia.nl
het dagboek van Jacob Bicker Raye, 1732-1772
Vier Eeuwen Herengracht, Amsterdam 1976
Kohier van de Personeele Quotisatie te Amsterdam over het jaar 1742" Amstelodamum 1945
geni.com
genealogieonline.nl
greetsgenealogie.nl
collectiesix.nl
rkd
geneagraphie.com
stamboomzoeker.nl
De Familie Six en Rembrands Portretten maandblad Amstelodamum 1971