Herengracht 493
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Naam:
Adres: Herengracht 493
Architect:
Bouwtijd: 1673, 1766, 1920
Opdracht: Antoine Warin, Anthony van Hemert, Centrale Suiker Mij

Antoine Warin (1619-1691) is een rijke zeepfabrikant, oliehandelaar en assuradeur en afkomstig uit het noorden van Frankrijk. Het lijkt er een beetje op dat hij woont waar zijn liefde woont. Hij is achtereenvolgend getrouwd met Margaretha van Moulin (1621-1657) op 15 januari 1641 te Armentières (Armentiers), Elisabeth Clignett (1636-1658) op 29 december 1657 te Mannheim, Baden-Württemberg, Jacqueline Petronella Baelde (1631-1664) op 1 april 1660 te Middelburg, Walcheren, Catharina Bessels (-1666) op 10 november 1665 te Amsterdam en Maria ten Hove (1638-1724) op 25 juli 1668 te 's Gravenhage. Uit dit laatste huwelijk wordt een zoon geboren: Nicolaas Sr. Warin (1675-1752).
In 1696 wordt Mr.Joan van der Voort (1667-1727), getrouwd met Anna Jacoba Valckenier (1676-1743), eigenaar. Anna Jacoba was een dochter van Wouter Valckenier en Anna Maria Trip. Joan bezat ook Woestduin onder Heemstede, en Beeckestein onder Velsen. Hij werd in 1720 bewindhebber van de West-Indische Compagnie.
In 1717 werd Herengracht 493 gekocht door regent Jan Trip de Jonge (1691-1721).
1722-1730 werd het huis bewoond door Lubbert Adolph baron Torck (1687-1758), een Gelders edelman, raad van de Amsterdamse Admiraliteit en eigenaar van het kasteel Roozendaal te Velp. Hij was met Petronella, Trip's weduwe, getrouwd.

1765 koopt koopman Anthony van Hemert (1717-1786) Herengracht 493 en het zal in de familie blijven tot het begin van de 19de eeuw. Anthony van Hemert heeft het in 1766/67 in- en uitwendig doen verbouwen. Omstreeks 1770 komt bij het dubbelhuis de lijstgevel met een groot driehoekig timpaan weer in de mode waarvan dit een voorbeeld in een late Lodewijk XV-stijl is. In het timpaan een alliantiewapen, vermoedelijk van Anthony van Hemert en Johanna van Rooyen. Achter het timpaan de attiek met hoekvazen en fraaie hoekschoorstenen. De middelste travee is geaccentueerd door deur- en raamomlijstingen. Bij een pand van deze allure hoort natuurlijk ook een dubbele stoep. Het huis heeft een fraai interieur. De gang en het trappenhuis hebben stucwerk in Lodewijk XV-stijl. De rechte hoeken zijn afgedekt met halfronde lijsten. De kamers hebben stucwerk en deurstukken met putti die de vier seizoenen uitbeelden. Een grisaille met vijf putti (de vijf zintuigen) valt op door het kleurgebruik: groene putti op een gele achtergrond. Het huis heeft een aan de tuin grenzende koepelzaal met stucwerk en schouw.

Ruzie
Bij de vernieuwingen van 1766 liet Van Hemert de gevel inclusief de ramen van zijn koetshuis aan de Reguliersdwarsstraat 42 verbouwen. Hij hield hierbij geen rekening met de keuren van 1664. Direct kreeg hij zijn buurman van 495, Jan Six II, in zijn nek. Het werd een proces waarbij het Hof van Holland in 1783 tenslotte besliste dat Van Hemert de ramen van zijn koetshuis moest verkorten.

In 1813 betrok Johannes Kluppel (1756-1830) samen met zijn vrouw Susanna Jacoba Titsingh (1766-1832), dochter van chirurgijn Titsingh, het pand. Zij hadden ook Herengracht 450 in bezit. Na hun beider overlijden erfde hun jongste dochter Wijnanda het huis. Wijnanda Kluppel (1796-1875) was in 1824 getrouwd met Jhr.Hendrik Daniël Hooft (1798-1879). Het echtpaar Hooft-Kluppel kreeg tussen 1825 en 1837 zeven kinderen, vier jongens en drie meisjes, die het huis tot 1919 bewoonden. De ouders van Wijnanda hadden niet alleen de huizen op de Herengracht nagelaten, maar ook een grote som geld. De totale erfenis die ze in 1834 aan hun drie kinderen achterlieten bedroeg zo'n twee miljoen gulden. Op 6 februari 1834 kon Hendrik Daniël Hooft dan ook de buitenplaats Geerestein in de provincie Utrecht kopen voor het aanzienlijke bedrag van 135.000 gulden. Vanaf dat moment tekende hij met H.D.Hooft, heer van Woudenberg, Geerestein en Groenewoude. Zijn uitgebreide schilderijencollectie is in 1880 in de Brakke Grond geveild.
Ook hier bleven drie ongetrouwde dochters na het overlijden van hun ouders wonen. En zo woonden rond 1880 hier zeven ongetrouwde freules, volle nichten van elkaar, recht tegen over elkaar aan de Herengracht. De dames Van Eys (Herengracht 450) en de dames Hooft (Herengracht 493).
In 1919 werd het pand verkocht aan architect Herman Ambrosius Jan Baanders (1876-1953).
Baanders verkoopt het in 1920 aan de Centrale Suiker Mij die ook een kantoor hebben op Herengracht 495 en aan de Spaarndammerstraat 78 (nu 460). Het architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders blijft tot 1924 gevestigd op Herengracht 495 om dan naar hier te verhuizen.
Herengracht 493 is sinds 1920 in gebruik als kantoorpand.

Meer lezen:
Baanders, architectenbureau H.A.J. en Jan: architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders; Herengracht 495
Bewindhebber WIC
Centrale Suiker Mij: Herengracht 495; Spaarndammerstraat 78; Van Noordtkade 20
Kluppel, Johannes: Herengracht 450
Six, Jan II: Herengracht 495

Voor het laatst bewerkt:08-jan-2018