Nieuwe Keizersgracht
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.

Bij de stadsuitleg van 1658 werden ook de grachten ten oosten van de Amstel gegraven. De Nieuwe Keizersgracht, ook wel de Joodse Keizersgracht genoemd, lag evenals de Nieuwe Herengracht en de Nieuwe Prinsengracht in het welvarende deel van de Jodenbuurt.
De eerste oneven nummers van de gracht werden door de joden aangemerkt als Kippegrachie.
In de Tweede Wereldoorlog stond de gracht ook bekend als 'Nieuwe Martelaarsgracht', dit naar aanleiding van de hier gevestigde Joodse Raad.
Langs de waterkant aan de onevenzijde van de Nieuwe Keizersgracht tussen Amstel en Weesperstraat is een herinneringsmonument samengesteld op initiatief van buurtbewoners. Het wordt 'De Schaduwkade' genoemd en geeft door middel van naamschildjes weer waar aan de evenzijde van de gracht joodse bewoners woonden en hoe het hem of haar in de Tweede Wereldoorlog is vergaan. Het project begon in het najaar van 2009 toen op de gevel van het pand Nieuwe Keizersgracht 24 enige plaquettes werden aangebracht ter herinnering aan een joodse familie, die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit dat huis is weggevoerd en waarvan slechts één dochter werd gered. Dat was het moment waarop meer bewoners van de gracht zich realiseerden dat ook zij woonden in een huis met een soortgelijke geschiedenis. Vanaf het deel van de Nieuwe Keizersgracht tussen de Amstel en de Weesperstraat werden in de eerste oorlogsjaren 185, daar geregistreerde wonende, joodse bewoners gedeporteerd. Slechts 14 hebben de kampen overleefd. Er wonen nu weer ongeveer 180 mensen op dat stuk van de gracht, waar niets meer herinnert aan de armoe, de ellende en het drama van die tijd. Daarmee kreeg een abstract getal een hartverscheurend aanzien. Al die namen op dit stukje van de gracht maken zichtbaar en tastbaar hoe tijdens de oorlog de joodse bewoners huis-aan-huis zijn weggehaald. Het is geen verwijzing in het algemeen, maar een directe verbinding met de plekken waar de bewoners zich veilig en thuis voelden. Door het aanbrengen van de namen van alle slachtoffers en de verwijzingen naar de huizen aan de overkant, komt de geschiedenis dichtbij. De Schaduwkade is in mei 2013, zeventig jaar na één van de grootste razzia’s in de buurt, onthuld.

1a Van Limmik-stichting

2 De Put Rehoboth voor arme oude vrouwen van de Portugees joodse natie was voorheen de naam voor het gebouw van het Oudevrouwenhuis van de Portugees-Israëlietische Gemeente (PIG). Het gebouw was omstreeks 1705 een schenking van Ishak Abrabanel alias Alonzo d'Aguilar die op de Nieuwe Herengracht 37 woonde. Hij bepaalde in zijn testament dat na zijn overlijden zijn zoons Moses en Jacob de beheerders van het Oudevrouwenhuis zullen zijn. Omdat Ishak vond dat hij genoeg aan liefdadigheid had gedaan bepaalde hij zich tot verder een uitkering van telkens fl. 300.- op 7 en 30 dagen en 11 maanden na zijn dood.

4 Monument met halsgevel uit het eerste kwart van de 18de eeuw.

6 Hier kwam Godfried Bolle (1914-1983) zoon van Mozes Bolle en Mietje Blitz, getrouwd met Julia Polak (1914-1945) in 1938 wonen. In 1939 woonden zij alweer in de Sarphatistraat 143 en in 1943 staan zij geregistreerd in Lager Westerbork. Godfried overleeft de kampen en trouwt in 1946 met Mathilde Hartogsohn met wie hij in de Gerrit van der Veenstraat 34 gaat wonen.
Godfried was makelaar en had de leiding bij het bureau Centrale Culturele Commissie (1941). Hij was een vooraanstaand zionist en tot 1942 leider bij de Joodse Jeugdfederatie. Na de oorlog is hij betrokken bij veel wederopbouw activiteiten.

9a-f De Margaretha Hodshonstichting is een schepping van architect Peter Johannes Hamer uit 1876. Het is in eclectische trant gebouwd in opdracht van Anne Willem Witsen baron Straalman (1819-1887). De instelling heeft de naam gekregen van de moeder van de stichter en is vermaakt aan de de Stichting Nederduits Hervormde Gemeente als bejaardenvoorziening en heeft lange tijd deel uitgemaakt van verpleeghuis Amstelhof. Het gebouw bevatte 12 kamers voor echtparen boven de 50. Tegenwoordig is het onderdeel van de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA) die in het Hodshonhof een woongroep van stichting Timon onderdak biedt waar jongeren van 18 jaar en ouder worden begeleid om zelfstandig te leren functioneren in de maatschappij.

10 In de Tweede Wereldoorlog was hier de werkplaats van de technische dienst van de Joodse Raad.

12 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

14 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

15-19 Woningen van Cornelis van der Does, Boudewijn Beenhacker.

16 Boas diamantairs.

18 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

20 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

22 Monument met lijstgevel met consoles en triglyfen uit het eerste kwart van de 18de eeuw.

24 Pand met halsgevel uit de eerste helft van de 18de eeuw. Op 13 december 2009 is een plaquette geplaatst ter nagedachtenis aan de joodse familie Kok, die vanuit dit pand zijn weggevoerd en later vermoord in Auschwitz en Mauthausen. De plaquette was aanleiding om van alle huizen een resumé te maken en te plaatsen aan de overzijde van de gracht, "de Schaduwkade".

26 Monument met lijstgevel met consoles en triglyfen uit eind 18de of begin 19de eeuw.
Sinds de winter van 1944 was hier de drukkerij van verzetsgroep Gerritsen te vinden. In de tuin was een vluchtgat naar het naastgelegen bejaardenhuis. In de ondergelopen kelder zouden ontdekkers van de drukkerij verdronken kunnen worden. Begin mei werd hier een politieman die de drukkerij had ontdekt tot de bevrijding gegijzeld. Hier werden onder meer de 10.000 blanco persoonsbewijzen die bij de overval op de Landsdrukkerij in Den Haag waren buitgemaakt bewerkt. Gerritsen werkte samen met de Persoonsbewijzencentrale en drukte ook voor het Nationale Steunfonds. Ze maakten clichés voor illegale bladen als 'Ons Volk', 'De vrije Katheder', 'De vrije Kunstenaar' en 'Trouw'. Een van de meest prominente leden was Eli van Tijn, hoofdonderwijzer van de Kraaipanschool. Gerritsen verzorgde na de bevrijding de valse papieren voor Duitse deserteurs en teruggekomen joden die naar Zuid-Amerika wilden emigreren. Ab Oeldrich, de leider van de groep, vervalste in de jaren vijftig papieren voor het Algerijns bevrijdingsfront.

28-44 Van Brants-Rushof

29 In 1912 was hier koosjer pension Fransman gevestigd. Men kon er verblijven, maar er was ook dagelijks de gelegenheid om er te dineren.

31 In 1919 werd hier een dependance ingericht van de Vereniging 'de Joodsche Invalide' die al sinds 1912 op nummer 70 was gevestigd.

33 Het huis van rabbijnen en een schuilsynagoge is de korte samenvatting voor dit pand. Het huidige huis dateert uit 1902 en is gebouwd in Art Nouveau-stijl naar een ontwerp van Lubertus Jacobus de Wolf.
Begin 20e eeuw werd het benedenhuis bewoond door de familie Cattella die diverse functies in het kerkbestuur van de Portugese Synagoge bekleedde. Vlak voor de oorlog kwam het echtpaar Salomon Mendes en Elisabeth Coutinho-Sarphati in het benedenhuis wonen. Coutinho was de sjammasj (koster) van de Portugese Israëlitische Gemeente (PIG) in de vlakbij gelegen synagoge. In 1941 verhuisden zij naar de tweede verdieping. Bij één van de laatste razzia's in mei 1943, werden ze op transport gesteld naar Westerbork. Dankzij het Ariërbewijs van Elisabeth waren ze drie maanden later weer terug in Amsterdam. Dit bewijs hadden ze te danken aan hun buurman Cees Teutscher, die al eerder haar vader Joseph en zuster Marianne met valse papieren uit de Hollandsche Schouwburg had weten te krijgen. Omdat de Portugese synagoge inmiddels gesloten was, werden er, vanaf het najaar 1943 tot aan de bevrijding in 1945, op zaterdag en de joodse feestdagen diensten gehouden op de tweede verdieping. In het diepste geheim was bovendien de kelder aan de achterkant van het huis ingericht als mikwe (ritueel bad). Dit was alleen mogelijk omdat de toenmalige bewoner van het benedenhuis, de schilder Anton Witsel (1911-1977), meehielp waar hij kon. Anton Witsel maakte verschillende tekeningen van de diensten en noteerde bijvoorbeeld bij het loofhuttenfeest op 8 oktober 1944 wie er aanwezig waren (Ing.Dr.Rodrigues de Miranda, J.de Rood, S.Waas, D.Eitje, B.Italianer, B.Steinberger, J.Starus, S.Maarsen, Dr.B.Stokvis, M.Huisman, S.Mendes Coutinho, Demant, Fucks, S.D.Cortissos, J.Neuwirth, M.Neuwirth en Dr.J.Barth).
Volgens de overlevering werd op Rosj Hasjana 1944 (het Joodse Nieuwjaar) tijdens de druk bezochte dienst op de deur gebonsd en bij het opendoen trof Elisabeth een gevreesde SS-er tegenover zich. Dankzij haar tegenwoordigheid van geest wist ze de man de deur te wijzen door hem kalm maar beslist de andere kant op te sturen naar het adres Keizersgracht 33.
Elisabeth droeg al voor de oorlog de zorg voor de rituele reiniging van overleden joodse vrouwen. Hier ging ze mee door toen de lichamen van overleden onderduikers, zowel mannen als vrouwen, tijdelijk in de kelder van het benedenhuis werden bewaard. Het ging hier om mensen die graag joods begraven wilden worden. Het was een hachelijke, door de bezetter verboden, onderneming om de lijken weg te brengen naar het 'Jodenmanussie', zoals de Israëlitische Begraafplaats Zeeburg in de volksmond genoemd werd.
Vlak na de oorlog kwam opperrabbijn Justus Tal, van zijn onderduikadres bij de Amsterdamse hoogleraar semitische talen Cornelis van Gelderen, in het pand wonen. Van kort na de bevrijding was hij waarnemend opperrabbijn en hij werd in 1951 tot opperrabbijn van Amsterdam benoemd.

35 Monument met verhoogde lijstgevel uit eerste kwart 18de eeuw.

37 Monument met verhoogde lijstgevel uit eerste kwart 18de eeuw.

39 Monument met verhoogde lijstgevel uit eerste kwart 18de eeuw.
Volgens een advertentie in het Nederlandsch Israëlietisch Weekblad was hier in 1925 een streng ritueel pension gevestigd.

41 Monument, pakhuis Vulcaan met 18de eeuwse kern en gepleisterde gevel bekroond door klokvormige top.

43 Monument, pakhuis met 18de eeuwse kern en gepleisterde gevel bekroond door klokvormige top.

45 Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een opvanghuis voor illegale werkers, opgezet door de Groep 2000, die moesten onderduiken of uitrusten. Veel illegale werkers gebruikten pepmiddelen, bijvoorbeeld pervitine, een drug die nu bekend staat als Chrystal Meth. Nadeel was dat wanneer het middel uitgewerkt was je meteen in slaap viel. Het toenmalige pand is afgebroken en vervangen door nieuwbouw.

46-50 Monument van drie lijstgevels onder een kap daterend van 1776.
De kunstschilder Jan Adam Kruseman (1804-1862), Cornelis Kruseman was zijn achterneef, woonde na 1828 met zijn gezin op de Nieuwe Keizersgracht 46. In 1832 verhuisde Jan Adam naar de Keizersgracht 744 waar hij woonde van 1832-1843.
Op 50 was in 1925 pension A.Fransman gevestigd. Dit kan dezelfde uitbater zijn als van nummer 29 in 1912. De eerste keer dat Fransman op dit adres als pension wordt genoemd is in 1918. Tot in de Tweede Wereldoorlog was hier een joods pension, toen was de uitbater J.Stegmeijer.

51 Monument met halsgevel uit het tweede kwart van de 18de eeuw.

52 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

54 Vereniging Kennis en Godsvrucht.

55 Monument met halsgevel met borstbeeld uit 1727/1728, de huisnaam is Curacao.

56 Monument met lijstgevel met consoles uit het tweede kwart van de 18de eeuw.

57 Monument met halsgevel met borstbeeld uit 1727/1728, de huisnaam is Portorico.

58 Josephus Jittahuis

59 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

60 Monument met halsgevel uit het tweede kwart van de 18de eeuw. Hier woonden de familie Maurits (Mozes) Bolle en Marie (Mietje) Bolle-Blitz met hun zoons: Meier Henri Max (Max), Lucas Leonard (Leo) en Godfried (Freddy) die we al kort op nummer 6 hebben ontmoet. De wijziging van de voornaam Mozes naar Maurits was in de 30er jaren gebruikelijk om minder joods over te komen.
In het Joodsch Weekblad van eind oktober 1941 staat een advertentie van Max Bolle die daarin de 'Nieuwe Israëlietische Begrafenis-Vereeniging', waarvan hij directeur is, onder de aandacht brengt.

61 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

62 Monument met halsgevel uit de eerste helft van de 18de eeuw.

63 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw. Het pand heeft nog een empire deur, snijraam en roedenverdeling.

64 Hier woonde de familie Englander, dirigent van het koor van de Grote Sjoel (Hoogduitse Synagoge).

65 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

66 Monument met halsgevel uit het eerste kwart van de 18de eeuw.

67 Monument met lijstgevel uit eind 18de of begin 19de eeuw.

68 Monument, verbouwd en van het huidige dak voorzien pand. De toen verhoogde gevel wordt afgesloten door een rechte lijst. Gebouwd in de 18de eeuw, de verbouw dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw.

70 Jacques Deen schonk in 1912 zijn huis aan de Vereniging 'De Joodsche Invalide'. De joodse architect Jacobus S.Baars kreeg de opdracht voor de verbouwing. Het is zijn vroegst bekende project. In dit pand werd een tehuis geopend en er was plaats voor 10 mannen en vrouwen. In die tijd was er in het pand een huissynagoge gevestigd.
Een groep mensen viel op het gebied van zorg in deze tijd tussen wal en schip: de bejaarde, chronisch invalide joden. Het Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ) had deze groep mensen vanwege ruimtegebrek in het stedelijke Werkhuis (een armenhuis) aan de Roetersstraat geplaatst. De mensen, die gestichtskleding en klompen moesten dragen, kregen drie maal per dag een kosjere maaltijd 'van de overkant', van het ziekenhuis. Een apart zaaltje was voor hen ingericht, waar zij op Sabbath en tijdens de joodse feestdagen samenkwamen. Vrouwen en mannen, ook wanneer ze getrouwd waren, sliepen en leefden streng gescheiden. De invalide joden werden bezocht door familie en bekenden, die na verloop van tijd de vereniging 'Touroh Our' (de Leer is het licht) van het erbarmelijke bestaan van de mensen op de hoogte bracht. Vanuit deze vereniging werd begin 1911 het initiatief genomen voor de stichting van de Joodsche Invalide. De brochure van rabbijn Meijer de Hond 'Een Joods hart klopt aan uw deur' zorgde voor een enorme response, binnen een maand had de vereniging meer dan 4000 leden. Een jaar later, op 10 december 1912, kon dit eigen pand worden geopend.
Tien mannen en twee vrouwen vestigden zich aanvankelijk in dit tehuis, waar ook een synagoge was ingericht. Het aantal mannen en vrouwen, dat voor plaatsing in het tehuis in aanmerking kwam, groeide sterk. In 1919 werd een huis aan de overkant van de Nieuwe Keizersgracht, op nummer 31, aangekocht en als dependance ingericht. Het huis bood plaats aan 66 invalide bejaarden. Het aantal bewoners bleef snel toenemen en door middel van loterijen werd geld ingezameld voor een nieuw pand dat in 1924/1925 aan de Nieuwe Achtergracht 98 werd gebouwd.

Jacques (Jacob Mozes) Deen verhuisde met zijn gezin naar de Herengracht 459.
Het pand is in 1964 afgebroken voor de verbreding van de Weesperstraat.

90 Monument met klokgevel uit het derde kwart van de 19de eeuw.

92 Monument met klokgevel uit het derde kwart van de 19de eeuw.

94 Gebouw van Barmhartigheid of Occo’s Hofje

96 Op vrijdag 3 maart 1944 werd de, hier gevestigde, apotheek van het Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ) opgeheven. Het pand is later afgebroken en opgegaan in de nieuwbouw van 368 en verder.

104-114 (368-498) Keizerlijke Kolfbaan

116 (502-568) Rosenthal-May zusterhuis

120 (570) Evangelisch-Luthers Diaconiehuis

In de 70-er jaren van de 20ste eeuw is langs de Nieuwe Keizersgracht nieuwbouw geplaatst op de plek waar de joodse instellingen waren gevestigd. Alleen het gebouw van het Rosenthal-May zusterhuis is blijven bestaan. Gelijktijdig met de nieuwbouw heeft ook een hernummering per woning plaats gevonden.

Meer lezen:
Abrabanel, Ishak (Alonzo d'Aguilar)
Baars, Jacobus S.
Bolle, Godfried
Hamer, Pieter Johannes
Joodse Raad
Kruseman, Jan Adam
Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ)
Protestantse Kerk Amsterdam
Put Rehoboth
Wolf, Lubertus Jacobus de

Voor het laatst bewerkt:08-apr-2018