Herengracht 502
Klik op een foto voor een grote afbeelding en meer info.
Naam: Het Huis met de Kolommen, ook bekend als Deutzhuis
Opdrachtgever: Paulus Godin
Architect: toegeschreven aan Adriaan Dortsman
Bouwperiode: 1672

Het huis
1672
Bij de bouw in 1672 kreeg de begane grond vier pakhuisdeuren. In het midden was de voordeur met daarboven een klein balkon, ondersteund door twee kolommen.
1791
In het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1768-1770 staat het pand nog afgebeeld met op de begane grond een ingangspartij met twee kolommen en een kleine stoep van slechts enkele treden. Verder blijkt uit het Grachtenboek dat de omlijsting van het middelste venster op de bel-etage was verrijkt met ornamentiek.
Omstreeks 1791 werd het pand ingrijpend verbouwd door de stadsarchitect Abraham van der Hart (1747-1820) voor schepen Andries Adolph Deutz van Assendelft (1764-1833).
De sobere gevel kreeg een nog Spartaanser uiterlijk. Van der Hart ontwierp een geblokt hardstenen basement met ramen en kelderlichten. Daarbij werden de pakhuisdeuren verwijderd, zij hadden hun functie verloren.
De vernieuwde ingangspartij wordt net als vóór de verbouwing door twee zuilen geflankeerd. Ook de empire-vensters zijn toen aangebracht.
De gepleisterde achtergevel is nauwelijks gedecoreerd; net als aan de voorzijde ligt hier de nadruk op de verhoudingen. Aan de achtergevel werd beneden een uitbouw aangebracht en de eerste verdieping kreeg een balkon, dat door vier Dorische zuilen werd gedragen.
De gevel wordt -net als de voorgevel- afgesloten door een lijst.
1870
Bij de grote verbouwing van 1870/73 werden de ovale daklichten aan de voorgevel toegevoegd.
1907
Aan het einde van de tuin is een koetshuis, dat op Keizersgracht 607 uitkomt en pas in 1684 werd gebouwd. In 1907 werd dat kadastraal afgescheiden omdat de toenmalige eigenaar, Willem Hendrik van Loon (112221221) van Keizersgracht 672, wel het hoofdhuis maar niet het koetshuis wilde verkopen.
1909
De huidige tuin en het prieel zijn waarschijnlijk door Walenkamp ontworpen in de tijd dat J.T.Cremer er woonde. Een deel van de tuin wordt overschaduwd door een oude rode beuk.
1920
Architect H.M.J.Walenkamp kreeg de opdracht voor een grondige restauratie om te zorgen dat het huis toegerust was om als ambtswoning voor de burgemeester te fungeren. De inrichting van het huis werd betaald met geld dat door Sam van Eeghen, P.van Leeuwen Boomkamp en C.G.Vattier Kraane bijeen was gebracht.
1968
Op de derde etage worden privé vertrekken bijgebouwd. Nu is de eerste verdieping, de hoofdverdieping, bestemd voor ontvangsten en is de tweede verdieping ingericht als vergaderruimte.
Interieur
Herengracht 502 heeft fraaie interieurs, die deels het resultaat zijn van de verbouwing van Van der Hart omstreeks 1791 en deels uit 1870-1873 stammen. Deze laatste verbouwing werd uitgevoerd in opdracht van Hendrik Maurits Jacobus van Loon (11222122) en zijn echtgenote Louise Borski en was zeer kostbaar. Bij beide verbouwingen bleef de zeventiende-eeuwse indeling van het huis goeddeels gehandhaafd.
De gang op de begane grond loopt van de voordeur door tot de tuin en ontsluit twee trappenhuizen, één voor de bewoners en hun gasten en één voor het personeel. De diensttrap komt uit bij de keuken, die is voorzien van een grote keukenschouw met witjes, waarschijnlijk uit de tijd van Van der Hart. De aangrenzende bijkeuken in de uitbouw bezit een pomp en hardstenen gootsteen, waarschijnlijk ook uit de late achttiende eeuw. Gezien de stijl van de balusters is het trappenhuis door Van der Hart vernieuwd. De balusters zijn gemaakt van mahoniehout en hebben laurierbladen en -bessen als decoratie. Het stucwerk is wellicht in de negentiende eeuw aangebracht.
Op de hoofdverdieping bevinden zich vier grote kamers rond een gang. Dit zijn (van linksvoor tegen de klok in) de burgemeesterskamer, de eetzaal, de balzaal en de damessalon. Alle kamers hebben nog de schoorsteenmantels in Lodewijk XVI-stijl die Van der Hart omstreeks 1791 aanbracht.
Het best bewaarde achttiende-eeuwse vertrek is de burgemeesterskamer aan de grachtzijde, door Van der Hart antichambre genoemd. Het pronkstuk in deze kamer zijn de stucreliëfs die in 1957 tevoorschijn kwamen achter behang dat aan het begin van de twintigste eeuw was aangebracht. De grote vlakken hebben als decoratie ranken (bloemen, arabesken) die aan de onderzijde uit een antieke vaas omhoogrijzen.
De medaillons vertonen goden en godinnen. Op de vazen zijn reliëfs aangebracht met gevleugelde putti die zijn voorzien van attributen, die betrekking hebben op de muziek, de tekenkunst, de oorlog, de astronomie en de wijnoogst. De kleinere panelen boven de deuren zijn liggende rechthoeken met een achthoekig medaillon waarin mythologische figuren en hoekrozetten zijn aangebracht.
Bij de verbouwing van de eetzaal rond 1870 werd gebruik gemaakt van oudere onderdelen die door Van der Hart waren aangebracht. De tapisserieën zijn vrijwel zeker door de Franse firma Bracquenié geweven die ook de tapisserieën van de zaal van Herengracht 605 (Museum Willet Holthuysen) leverde. De voorstellingen met fruit, bloemen, vissen, jachtattributen en -trofeeën hebben betrekking op de functie van het vertrek. Het ameublement is speciaal voor de eetzaal vervaardigd door de Parijse firma Mercier Frères. De bekleding van tapisserie van het vuurscherm en de zittingen en de rugleuningen van de 26 notenhouten (eetkamer)stoelen zijn eveneens geleverd door de firma Bracquenié.
De balzaal is het derde interieur in de burgemeesterswoning dat van internationaal belang is. Het is net als dat van de andere zalen rond 1870 in opdracht van Van Loon vernieuwd. Ook hier zijn de wandbetimmering en de meubels bewaard gebleven. In 1913 is de wandbespanning vernieuwd. Het (karmozijn)rode zijdedamast was in 1952 vervangen. Op basis van een bewaard gebleven fragment werd het in 2002 opnieuw geweven en weer in de balzaal aangebracht.
Bewoners
1672-1690
Paulus Godin (1618-1690) was koopman en bewindhebber van de West-Indische Compagnie en directeur van de Sociëteit van Suriname. Godin had zitting in verschillende commissies van de WIC, die worden omschreven als 'Tot de custen van Africa' en 'Tot de saaken van de slavehandel'. Godin komt namens de WIC ook naar voren in verschillende notariële akten, als leverancier van slaven. Zo bestaat er een contract voor de levering van slaven door de WIC aan Spaans West-Indië. Onder meer dankzij de slavenhandel heeft Godin veel geld verdiend. In 1674 betaalde Paulus Godin belasting over een vermogen van fl. 135.000.
Naast de voordeur is een steen met een tekst aangebracht die herinnert aan de slavenhandel.
1690-1712
Zijn dochter Catharina Godin erft het huis en trouwt met ossenweider Cornelis Bors van Waveren (1662-1722), die op Herengracht 478 woonde. Na haar overlijden verhuist Cornelis Bors van Waveren naar de Herengracht 450, zijn beide dochters blijven echter op 502 wonen, ook als dochter Cornelia Maria Bors van Waveren (1697-1763) met Andries Adolph Deutz van Assendelft, de latere burgemeester van Amsterdam (1821-1826) trouwt.
1712-1771
Cornelia Maria Bors van Waveren is de volgende eigenaar. Toen Cornelia Maria in 1763 overleed, bleef haar jongere, ongehuwde zuster Elizabeth Jacoba in het huis achter. Zij overlijdt in 1771. Zij laat veel geld en familieportretten na, die via haar erfgenaam Jean Bors van Waveren, de zoon van haar zwager Cornelis, naar het Deutzenhofje gingen. 1771-1788
Cornelis Deutz baron van Assendelft trouwt in 1756 met zijn nicht Maria Deutz van de Weenaart.
1788-1804
Andries Adolph jonkheer Deutz baron van Assendelft erft het huis van zijn ouders. Hij trouwt in 1785 met Jacoba Margaretha Maria Boreel.
1804-1806
Theodor Gülcher vestigt zich rond 1768 in Amsterdam als bankier. Hij woont tot zijn overlijden in het Huis met de Kolommen. Zijn begrafenis vindt in de avonduren plaats.
Het is niet duidelijk of zijn erfgenamen het huis blijven bewonen.
1832-1840
Cornelia Kops trouwt in 1800 met Johan Willink. Beide zijn overleden op hun buiten Wildhoef (Bloemendaal) dat omstreeks 1790 was gerenoveerd en van een neo-classicistische voorgevel voorzien door de Amsterdamse architect Abraham van der Hart.
1840-1868
Ernst Louis baron van Tuyll van Serooskerken (1801-1860) trouwt met Wilhelmina Philippina Willink (dochter van Johan Willink en Cornelia Kops).
1869-1901
Jhr. Hendrik Maurits Jacobus van Loon (11222122) is in 1854 getrouwd met Louise Catharina Antoinetta Borski (1832-1893). Louise Borski is de kleindochter van de Weduwe Johanna Borski. De broer van Louise Borski is Willem Borski III die kinderloos overleed. De meeste zaken van de firma Weduwe W.Borski werden door hun zoon Willem Hendrik van Loon voortgezet onder de naam Van Loon & Co.
1901-1907
Jhr Willem Hendrik van Loon (112221221).
1907-1912
Jacob Theodoor Cremer. Hij liet het huis restaureren door architect Herman Walenkamp.
In 1893 werd Cremer benaderd door de werkeloze scheepstimmerlieden op Oostenburg in Amsterdam met het verzoek de failliete scheepswerf van Paul van Vlissingen over te nemen. Hij gaf daaraan gehoor en richtte de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij op. De leiding vertrouwde hij toe aan Daniël Goedkoop, directeur van de werf 't Kromhout. Voorts was hij medeoprichter van de Bouwonderneming Jordaan NV en de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij en in 1910 samen met dr. Henri François Rudolf Hubrecht oprichter van de Vereeniging Koloniaal Instituut (het huidige Koninklijk Instituut voor de Tropen). Van 1907 tot 1913 was hij president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In 1912 verkocht hij zijn huis aan de Herengracht aan Cornelis Johannes Karel van Aalst.
1912-1927
Cornelis Johannes Karel van Aalst. Van Aalst schenkt als president-directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij het Huis met de Kolommen aan de gemeente Amsterdam als woning en werkruimte voor de burgemeester. Zo wordt het huis in 1927 de ambtswoning. Maar voor wat hoort wat. Het is de tegenprestatie voor de coulante wijze waarop voor het nieuwe hoofdkantoor, nu 'De Bazel', geheel tegen alle voorschriften in een bouwvergunning was verleend. De gulle gever was echter van zins om eerst diverse monumentale onderdelen uit het grachtenhuis over te brengen naar zijn nieuwe onderkomen, Huize Hoevelaken. De architect van dat huis, het bureau Van Nieukerken, een gerenommeerd bedrijf met conservatieve opvattingen over de bouwkunst, adviseerde echter om dat niet te doen. Men beschouwde namelijk de betreffende onderdelen, ontworpen door Van der Hart, als inferieure rommel. De onbenullige opdrachtgever liet zich van zijn stuk brengen en zo ontsnapte Herengracht 502 aan een kaalslag.
Burgemeesters aan de Herengracht zijn:
1927-1941
Willem de Vlugt betrekt op 19 juli 1927 de ambtswoning en op 2 september 1927 wordt hier de eerste receptie gegeven. De Vlugt was vanaf 1915 lid van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam en vanaf 1918 ook wethouder. Van 1916 tot 1921 zat hij eveneens in de Provinciale Staten van Noord-Holland en van 1922 tot 1939 ook in de Eerste Kamer.
In 1921 werd hij burgemeester van de Amsterdam. Vader Willem werd hij liefkozend genoemd, wat niet wegnam dat hij het niet iedereen naar de zin kon maken. In 1928 stootte hij de gelovigen tegen de borst door tijdens de Olympische Spelen evenementen op zondag bij te wonen. In de jaren dertig kreeg Amsterdam te maken met massale werkloosheid en daardoor rellen als het Jordaanoproer, die door de politie met hulp van het leger hardhandig werden neergeslagen.
1941-1945
Edward John Voûte (1887-1950) was regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam van 1941 tot 1945, tijdens de Duitse bezetting. Hij is door de bezetter benoemd nadat zij burgemeester en wethouders naar huis hadden gestuurd. De bezetter vond het optreden van burgemeester en wethouders onvoldoende steun aan Duitsland na het uitbreken van de Februaristaking.
Voûte was de zoon van Meinhard Voûte (1851-1933) en Catherine Henriette Perk (1863-1942). Zijn vader was koopman in Amsterdam. Zijn moeder was een zus van de dichter Jacques Perk.
Voûte was geen lid van de NSB maar had zich om zijn positie te versterken wel aangemeld bij de Germaanse SS in Nederland. Hoewel hij pogingen heeft gedaan de maatregelen van de Duitsers hier en daar wat af te zwakken, geldt hij toch als een willig werktuig in de handen van de bezetter. Door de bijzondere rechtspleging na de oorlog werd zijn collaborateurswerk zwaar veroordeeld; in 1947 kreeg hij drie jaar en zes maanden gevangenisstraf opgelegd.
De pro-Duitse burgemeester had niet het vertrouwen van de Amsterdamse bevolking. Een populaire slagzin was: "Als Voûte fouten maakt, dan nemen wij De Vlugt." 1945-1946
Feike de Boer. Als burgemeester zette De Boer zich krachtig in voor het herstel van Schiphol en de Amsterdamse havens. In zijn korte ambtsperiode mocht hij, als dank voor de houding van de Amsterdammers in de oorlogsjaren, van koningin Wilhelmina het motto aannemen dat sindsdien het wapen van Amsterdam siert: Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig.
1946-1957
Arnold Jan d'Ailly (1902-1967) Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stelde hij zich lange tijd zeer voorzichtig tegenover de bezetter op. Toen Gijs van Hall een beroep op hem deed om te helpen bij het financieren van het verzet, weigerde d'Ailly dit. Pas eind 1944 speelde hij een rol in het financieren van het verzet. Door het verkopen van valse promessen wist hij, als bankier bij de Kas-Vereeniging NV, toen enige tientallen miljoenen bijeen te brengen waarmee het Nationaal Steun Fonds de Spoorwegstaking financierde.
Hij moest in 1956 als burgemeester aftreden als gevolg van een buitenechtelijke relatie met Gisèle van Waterschoot van der Gracht, een Nederlandse kunstenares met wie hij vervolgens in het huwelijk trad.
1957-1967
Gijsbert van Hall (1904-1977) was afkomstig uit een Amsterdamse bankiersfamilie. Hij speelde in de oorlog met zijn broer Walraven een belangrijke rol bij de financiering van het verzet.
Hij wist in de roerige jaren zestig niet goed om te gaan met de gezagsproblemen die ontstonden door het optreden van Provo. Bekend uit die tijd is de leuze: "Van Hall Ten Val", die op veel plaatsen in de stad op de muren was gekalkt.
Na de rellen rond het huwelijk van prinses Beatrix en het bouwvakkersoproer in 1966 werd Van Hall in 1967 ontslagen.
Harry Mulisch had een uitgesproken mening over van Hall: Van Hall was als 'de telg uit een oeroud regentengeslacht' misschien geen slechte man, maar toch een koloniaal soort regent. Hij luisterde niet naar de demonstranten, in de plaats daarvan liet hij de demonstraties uit elkaar slaan.Toen hij vertrok, heette hij 'de laatste der regenten'.
Hij heeft het huis alleen voor ontvangsten gebruikt.
1967-1977
Ivo Samkalden woonde aan de gracht en liet de derde verdieping verbouwen tot een appartement met privévertrekken.
1977-1983
Wim Polak groeide op in een Joods middenstandsgezin in Amsterdam. Zijn ouders werden tijdens de oorlog vermoord en hijzelf zat ondergedoken. Na de oorlog was hij journalist bij 'Het Vrije Volk' en wethouder van financiën van de gemeente Amsterdam.
Als burgemeester van de gemeente Amsterdam, kreeg hij te maken met ernstige gezagsproblemen rond de ontruiming van kraakpanden en de inhuldiging van koningin Beatrix (Kroningsoproer).
1983-1994
Ed van Thijn en zijn moeder kwamen begin 1943 vanwege hun Joodse afkomst terecht in het doorgangskamp Westerbork, waarna deportatie naar een vernietigingskamp een kwestie van tijd zou zijn. Zijn vader wist hen door middel van een list tijdig te bevrijden. Hierna zat hij in totaal op achttien adressen ondergedoken.
Hij werd uiteindelijk verraden en kwam begin 1945 opnieuw in Westerbork terecht.
In 1983 werd Van Thijn burgemeester van de gemeente Amsterdam. In de nacht van 6 op 7 november 1985 poogde de terroristische groepering 'Autonome Cellen Nederland' (mogelijk dezelfde als het Militant Autonomen Front) tevergeefs een aanslag te plegen op de ambtswoning van Van Thijn. Er werden twee zware brandbommen geplaatst in het pand ernaast tegen de muur aan, naar eigen zeggen op een meter van zijn hoofdkussen. Gelukkig ontploften ze niet.
De moordaanslag was waarschijnlijk een reactie op de dood van de drugsverslaafde kraker Hans Kok twee weken eerder, waarna in de stad leuzen als 'Van Thijn moordenaar' en 'Van Thijn Van Zwijn' verschenen.
1994-2001
Schelto Patijn.
Als burgemeester wilde Patijn aanvankelijk het aantal coffeeshops in de hoofdstad halveren. Hij kreeg binnen enkele jaren een koosnaam ("Ome Schel") en een fanclub. Veel kritiek kreeg hij echter op het aan banden leggen van de Vrijmarkt met Koninginnedag.
2001-2010
Job Cohen is de opvolger van Schelto Patijn. Een "persoonlijk hoogtepunt" heel vroeg in zijn burgemeesterschap was het sluiten van het eerste homohuwelijk op 1 april 2001. Een belangrijke feestelijke gebeurtenis was het burgerlijk huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima, dat Cohen op 2 februari 2002 in de grote zaal van de Beurs van Berlage sloot.
Een dieptepunt was de moord op Theo van Gogh, op 2 november 2004. Cohen sprak 's avonds tijdens een herdenkingsmanifestatie op de Dam, hoewel de columnist bij leven vaak felle kritiek had geuit op Cohen.
Cohen eindigde in 2006 als tweede bij de World Mayor Award 2006, na John So van Melbourne.
2011-2017
Eberhard van der Laan (1955-2017) woont in het pand met zijn vrouw Femke en zijn drie jongste kinderen. Zijn eerste grote optreden als burgemeester was tijdens de huldiging van het Nederlands voetbalelftal op 13 juli 2010 in Amsterdam. Alles verliep vlekkeloos en Van der Laan gaf aan dat 'met de neus in de boter vallen' voor hem een nieuwe betekenis had gekregen.
Hij begon zijn politieke carrière als assistent van de Amsterdamse wethouder Jan Schaefer (PvdA). Van 1990 tot 1998 was Van der Laan namens de PvdA lid van de Amsterdamse gemeenteraad, waarin hij vanaf oktober 1993 fractievoorzitter was. In 1994 was hij lijsttrekker bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Van der Laan was in 1992 medeoprichter en sindsdien partner van het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan en richtte zich na het vertrek uit de politiek fulltime op de advocatuur. Bijna 25 jaar advocatuur leverde een scherpe blik en een voortreffelijk debater waar hij hogelijk om werd geprezen.
In 2013 kreeg Van der Laan de Machiavelliprijs, de prijs voor iemand (voornamelijk politici) die uitblinkt in communicatie tussen overheid, politiek en burgers. Van der Laan "is een toonbeeld van helderheid en duidelijkheid in een bestuurlijke wereld waarin menigeen vlucht in verhullend taalgebruik".
Op 18 september 2017 maakt Van der Laan in een open brief aan zijn 'Lieve Amsterdammers' bekend dat hij uitbehandeld is voor zijn longkanker en met onmiddellijke ingang al zijn werkzaamheden heeft neergelegd. Hij nam afscheid met 'Het was een groot voorrecht burgemeester te zijn van de mooiste en liefste stad van de wereld. Ik dank u voor het in mij gestelde vertrouwen, voor uw betrokkenheid en voor alle steun en tegenspraak die ik de afgelopen zeven jaren van u heb gekregen.' Van der Laan overleed op 5 oktober 2017.
2017-2017
Karin Hildur (Kajsa) Ollongren zal als loco-burgemeester Eberhard van der Laan vervangen. Ollongren is een lid van het van origine Fins-adellijke geslacht Ollongren. Ze groeide op in Oegstgeest en bezocht daar het lyceum. Ze studeerde tussen 1985 en 1991 economie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en volgde daarna de opleiding administration publique aan de École nationale d’administration in Parijs en de Leergang Buitenlandse Betrekkingen aan Instituut Clingendael. Na haar studie begon Ollongren als directeur Europese integratie en strategie en als plaatsvervangend directeur-generaal economische politiek bij het Ministerie van Economische Zaken. Daarna werd ze plaatsvervangend secretaris-generaal en raadadviseur van het Ministerie van Algemene Zaken. Als vertrouweling van minister-president Mark Rutte werd ze in augustus 2011 hoogste ambtenaar (secretaris-generaal) bij het ministerie van Algemene Zaken. Sinds juni 2014 is Ollongren namens D66 wethouder en locoburgemeester in Amsterdam met de portefeuille economische zaken, zeehaven en luchthaven, gemeentelijke deelnemingen en bedrijven, kunst en cultuur, lokale media, monumenten en stadsdeel Centrum. Een overstap naar een ministerspost in het kabinet beëindigt haar burgemeesterschap. Ze heeft niet op Herengracht 502 gewoond.
2017-2018
Jozias Johannes van Aartsen wordt aangezocht als tijdelijk burgemeester van Amsterdam totdat een sollicitatieprocedure is opgezet en doorlopen. Ook hij woont niet op Herengracht 502. Eerder is Van Aartsen al burgemeester van Den Haag geweest.
2018-
Femke Halsema is de eerste vrouwelijke burgemeester van Amsterdam. Zij is geboren in 1966 in een sociaal-democratisch gezin. Ze begon aan de lerarenopleiding Nederlands en Geschiedenis in Utrecht maar verliet in 1988 de opleiding zonder te slagen. Daarna begon ze aan een studie Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie criminologie. Ze werkte van 1993 tot 1997 voor de PvdA (onder andere Wiardi Beckman Stichting). In 1998 kandideert ze zich, na gevraagd te zijn, voor de lijst van GroenLinks voor de Tweede Kamerverkiezingen. Ze wordt woordvoerder justitie, asiel en binnenlandse zaken. Ze blijft lid van de Tweede Kamer tot 2011. Van 2002 tot 2010 is ze fractievoorzitter en politiek leider van GroenLinks.

Meer lezen:
Bewindhebber WIC
Bors van Waveren, Cornelis
Borski, Weduwe W.: Borski, Weduwe W.; Keizersgracht 444-446
Dortsman, Adriaan
Hart, Abraham van der
Keizersgracht 672
Loon, Hendrik Maurits Jacobus van: Keizersgracht 444-446; Keizersgracht 672; Loon, Hendrik Maurits Jacobus van
Loon, Willem Hendrik van: Keizersgracht 444-446; Keizersgracht 672; Loon, Willem Hendrik van
Loon & Co, van: Keizersgracht 444-446; Van Loon & Co
Nieukerken, Van
Ossenweider
Schepen
Vlugt, de, Willem
Walenkamp, H.M.J.

Voor het laatst bewerkt:27-feb-2019